Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-29
ECLI:NL:RBOVE:2026:2352
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,461 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2352 text/xml public 2026-05-04T12:00:24 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-29 ak_25_824 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2352 text/html public 2026-04-29T13:54:11 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2352 Rechtbank Overijssel , 29-04-2026 / ak_25_824 APV. Verlening evenementenvergunning voor Bokbiermiddag. Wat eiseres aanvoert leidt niet tot het oordeel dat verweerder de evenementenvergunning niet mocht verlenen. Eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan is geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/824 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres ([eiseres]), gemachtigde: ing. M.H. Middelkamp, en de burgemeester van Dinkelland, verweerder (de burgemeester). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V. , uit [vestigingsplaats], vergunninghouder ([derde belanghebbende]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een evenementenvergunning die de burgemeester aan [derde belanghebbende] heeft verleend voor het houden van het evenement Bokbiermiddag in 2024. [eiseres] is het niet eens met deze vergunning. Zij stelt veel hinder van het evenement te ondervinden. Haar voornaamste beroepsgrond in deze zaak is dat de vergunning niet mocht worden verleend, omdat het evenement volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan is echter geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning. Wat [eiseres] aanvoert leidt niet tot het oordeel dat de burgemeester de evenementenvergunning niet mocht verlenen. Het beroep is ongegrond. Procesverloop 2.1 Bij besluit van 2 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft de burgemeester aan [derde belanghebbende] een vergunning verleend voor het houden van het evenement Bokbiermiddag op 6 oktober 2024. 2.2 Bij besluit van 13 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het hiertegen door [eiseres] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. 2.3 Hiertegen heeft [eiseres] beroep ingesteld. 2.4 De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend. 2.5 De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep met zaaknummer ZWO 24/4243, op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hierbij was [eiseres] aanwezig, vergezeld door haar echtgenoot [naam 2] en bijgestaan door haar gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 3], [naam 4] en [naam 5]. Namens [derde belanghebbende] is, met bericht aan de rechtbank, niemand verschenen. Beoordeling door de rechtbank Inleiding: de feiten en de bestreden vergunning 3.1 [derde belanghebbende] is gevestigd aan de [adres 1] en [adres 2]. [eiseres] woont aan de [adres 3]. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan dat van [derde belanghebbende]. 3.2 Op 4 juli 2024 heeft [derde belanghebbende] bij de burgemeester een aanvraag ingediend voor een evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Dinkelland (de APV) voor het houden van het evenement Bokbiermiddag op 6 oktober 2024. Daarbij heeft [derde belanghebbende] ook andere, voor het evenement benodigde ontheffingen op grond van de APV en de Zondagswet aangevraagd. In de aanvraag en de daarbij gevoegde documenten is onder meer aangegeven dat het evenement plaatsvindt in het pand aan de [adres 2] en op het daarnaast gelegen terras. Het evenement begint om 13:00 uur en eindigt om 22:.00 uur. Ook staat in de aanvraag en de daarbij gevoegde documenten dat het terrein waar het evenement plaatsvindt op 4 of 5 oktober 2024 wordt ingericht / opgebouwd en op 7 oktober 2024 wordt afgebroken / opgeruimd. Er worden geen podia of tribunes geplaatst, wel wordt op het terras een tent neergezet. Tijdens het evenement wordt via geluidsboxen versterkte muziek afgespeeld door een DJ en daarnaast speelt een blaaskapel zes keer een set nummers van ongeveer vijftien minuten per set. 3.3 Deze zaak gaat alleen over de evenementenvergunning. 3.4 In het primaire besluit heeft de burgemeester de gevraagde evenementenvergunning aan [derde belanghebbende] verleend. In die vergunning heeft de burgemeester meerdere voorschriften opgenomen. Beoordelingskader voor het verlenen van een evenementenvergunning 4. Artikel 2:25, eerste lid, van de APV bepaalt dat het verboden is zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Artikel 1:8 van de APV luidt als volgt: 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. Voor een vergunning voor een evenement en alle overige voor het evenement benodigde vergunningen en ontheffingen geldt in afwijking van de in lid twee gestelde termijn een termijn van twaalf weken. Het bestreden besluit 5. In het bestreden besluit heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat de evenementenvergunning terecht aan [derde belanghebbende] is verleend, omdat geen van de weigerings-gronden uit artikel 1:8 van de APV in dit geval van toepassing is. Daaraan heeft de burgemeester onder meer ten grondslag gelegd dat in de bestreden evenementenvergunning op basis van de ‘Beleidsnota geluid bij evenementen in de gemeente Dinkelland’ maximale geluidsnormen zijn opgenomen die gelijk zijn aan de geluidsnormen die zijn opgenomen in eerdere evenementenvergunningen die aan [derde belanghebbende] zijn verleend voor soortgelijke evenementen. In de uitspraak van 13 september 2024 heeft de rechtbank daarover al geoordeeld dat de in de evenementenvergunning opgenomen geluidsvoorschriften niet onredelijk zijn. Verder heeft de burgemeester in het bestreden besluit onder meer overwogen dat de rechtbank in die uitspraak ook heeft geoordeeld dat eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan geen weigeringsgrond is voor een evenementenvergunning. De beroepsgronden van [eiseres] 6. [eiseres] voert aan dat [derde belanghebbende] elk jaar meerdere evenementen zoals de Bokbiermiddag organiseert en dat dat soort repeterende evenementen volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Het terrein van [derde belanghebbende] is namelijk geen evenemententerrein. Volgens [eiseres] is het verlenen van alleen een evenementenvergunning voor het Bokbiermiddag-evenement daarom niet genoeg en is daarvoor ook een omgevingsvergunning nodig. Ook mag volgens [eiseres] niet via het verlenen van een APV-vergunning worden toegestaan dat de geluidsbelasting afkomstig van het terras van [derde belanghebbende] wordt verhoogd. In Deurningen is één evenemententerrein aanwezig en volgens [eiseres] wordt het perceel van [derde belanghebbende] door de verleende evenementen-vergunning feitelijk omgezet in een tweede evenemententerrein. Dat is teveel. In het bestreden besluit heeft de burgemeester er ten onrechte geen rekening mee gehouden dat de Bokbiermiddag in strijd met het bestemmingsplan is en de evenementenvergunning is niet mede bedoeld om die strijdigheid weg te nemen. [eiseres] ondervindt overlast van (het lawaai van) het evenement en haar leefmilieu wordt teveel aangetast door het evenement. Beoordeling van het beroep 7.1 De rechtbank merkt allereerst op dat [eiseres] hoger beroep heeft ingesteld tegen de hiervoor genoemde uitspraak van de rechtbank van 13 september 2024, over de evenementenvergunning die de burgemeester voor het Weizenmiddag-evenement in 2023 aan [derde belanghebbende] heeft verleend. Op de zitting hebben partijen verklaard dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het hoger beroep op 5 januari 2026 op een zitting heeft behandeld.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2352 text/xml public 2026-05-04T12:00:24 2026-04-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-29 ak_25_824 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2352 text/html public 2026-04-29T13:54:11 2026-05-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2352 Rechtbank Overijssel , 29-04-2026 / ak_25_824 APV. Verlening evenementenvergunning voor Bokbiermiddag. Wat eiseres aanvoert leidt niet tot het oordeel dat verweerder de evenementenvergunning niet mocht verlenen. Eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan is geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning. Het beroep is ongegrond. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/824 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres ([eiseres]), gemachtigde: ing. M.H. Middelkamp, en de burgemeester van Dinkelland, verweerder (de burgemeester). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V. , uit [vestigingsplaats], vergunninghouder ([derde belanghebbende]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over een evenementenvergunning die de burgemeester aan [derde belanghebbende] heeft verleend voor het houden van het evenement Bokbiermiddag in 2024. [eiseres] is het niet eens met deze vergunning. Zij stelt veel hinder van het evenement te ondervinden. Haar voornaamste beroepsgrond in deze zaak is dat de vergunning niet mocht worden verleend, omdat het evenement volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan is echter geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning. Wat [eiseres] aanvoert leidt niet tot het oordeel dat de burgemeester de evenementenvergunning niet mocht verlenen. Het beroep is ongegrond. Procesverloop 2.1 Bij besluit van 2 augustus 2024 (het primaire besluit) heeft de burgemeester aan [derde belanghebbende] een vergunning verleend voor het houden van het evenement Bokbiermiddag op 6 oktober 2024. 2.2 Bij besluit van 13 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft de burgemeester het hiertegen door [eiseres] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten. 2.3 Hiertegen heeft [eiseres] beroep ingesteld. 2.4 De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend. 2.5 De rechtbank heeft het beroep, samen met het beroep met zaaknummer ZWO 24/4243, op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hierbij was [eiseres] aanwezig, vergezeld door haar echtgenoot [naam 2] en bijgestaan door haar gemachtigde. De burgemeester heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 3], [naam 4] en [naam 5]. Namens [derde belanghebbende] is, met bericht aan de rechtbank, niemand verschenen. Beoordeling door de rechtbank Inleiding: de feiten en de bestreden vergunning 3.1 [derde belanghebbende] is gevestigd aan de [adres 1] en [adres 2]. [eiseres] woont aan de [adres 3]. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan dat van [derde belanghebbende]. 3.2 Op 4 juli 2024 heeft [derde belanghebbende] bij de burgemeester een aanvraag ingediend voor een evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Dinkelland (de APV) voor het houden van het evenement Bokbiermiddag op 6 oktober 2024. Daarbij heeft [derde belanghebbende] ook andere, voor het evenement benodigde ontheffingen op grond van de APV en de Zondagswet aangevraagd. In de aanvraag en de daarbij gevoegde documenten is onder meer aangegeven dat het evenement plaatsvindt in het pand aan de [adres 2] en op het daarnaast gelegen terras. Het evenement begint om 13:00 uur en eindigt om 22:.00 uur. Ook staat in de aanvraag en de daarbij gevoegde documenten dat het terrein waar het evenement plaatsvindt op 4 of 5 oktober 2024 wordt ingericht / opgebouwd en op 7 oktober 2024 wordt afgebroken / opgeruimd. Er worden geen podia of tribunes geplaatst, wel wordt op het terras een tent neergezet. Tijdens het evenement wordt via geluidsboxen versterkte muziek afgespeeld door een DJ en daarnaast speelt een blaaskapel zes keer een set nummers van ongeveer vijftien minuten per set. 3.3 Deze zaak gaat alleen over de evenementenvergunning. 3.4 In het primaire besluit heeft de burgemeester de gevraagde evenementenvergunning aan [derde belanghebbende] verleend. In die vergunning heeft de burgemeester meerdere voorschriften opgenomen. Beoordelingskader voor het verlenen van een evenementenvergunning 4. Artikel 2:25, eerste lid, van de APV bepaalt dat het verboden is zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Artikel 1:8 van de APV luidt als volgt: 1. Een vergunning of ontheffing kan in ieder geval worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 3. Voor een vergunning voor een evenement en alle overige voor het evenement benodigde vergunningen en ontheffingen geldt in afwijking van de in lid twee gestelde termijn een termijn van twaalf weken. Het bestreden besluit 5. In het bestreden besluit heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat de evenementenvergunning terecht aan [derde belanghebbende] is verleend, omdat geen van de weigerings-gronden uit artikel 1:8 van de APV in dit geval van toepassing is. Daaraan heeft de burgemeester onder meer ten grondslag gelegd dat in de bestreden evenementenvergunning op basis van de ‘Beleidsnota geluid bij evenementen in de gemeente Dinkelland’ maximale geluidsnormen zijn opgenomen die gelijk zijn aan de geluidsnormen die zijn opgenomen in eerdere evenementenvergunningen die aan [derde belanghebbende] zijn verleend voor soortgelijke evenementen. In de uitspraak van 13 september 2024 heeft de rechtbank daarover al geoordeeld dat de in de evenementenvergunning opgenomen geluidsvoorschriften niet onredelijk zijn. Verder heeft de burgemeester in het bestreden besluit onder meer overwogen dat de rechtbank in die uitspraak ook heeft geoordeeld dat eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan geen weigeringsgrond is voor een evenementenvergunning. De beroepsgronden van [eiseres] 6. [eiseres] voert aan dat [derde belanghebbende] elk jaar meerdere evenementen zoals de Bokbiermiddag organiseert en dat dat soort repeterende evenementen volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Het terrein van [derde belanghebbende] is namelijk geen evenemententerrein. Volgens [eiseres] is het verlenen van alleen een evenementenvergunning voor het Bokbiermiddag-evenement daarom niet genoeg en is daarvoor ook een omgevingsvergunning nodig. Ook mag volgens [eiseres] niet via het verlenen van een APV-vergunning worden toegestaan dat de geluidsbelasting afkomstig van het terras van [derde belanghebbende] wordt verhoogd. In Deurningen is één evenemententerrein aanwezig en volgens [eiseres] wordt het perceel van [derde belanghebbende] door de verleende evenementen-vergunning feitelijk omgezet in een tweede evenemententerrein. Dat is teveel. In het bestreden besluit heeft de burgemeester er ten onrechte geen rekening mee gehouden dat de Bokbiermiddag in strijd met het bestemmingsplan is en de evenementenvergunning is niet mede bedoeld om die strijdigheid weg te nemen. [eiseres] ondervindt overlast van (het lawaai van) het evenement en haar leefmilieu wordt teveel aangetast door het evenement. Beoordeling van het beroep 7.1 De rechtbank merkt allereerst op dat [eiseres] hoger beroep heeft ingesteld tegen de hiervoor genoemde uitspraak van de rechtbank van 13 september 2024, over de evenementenvergunning die de burgemeester voor het Weizenmiddag-evenement in 2023 aan [derde belanghebbende] heeft verleend. Op de zitting hebben partijen verklaard dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) het hoger beroep op 5 januari 2026 op een zitting heeft behandeld.
Volledig
Op 20 maart 2026, toen de zitting bij de rechtbank in deze zaak plaatsvond, had de Afdeling nog geen uitspraak op het hoger beroep gedaan. Tijdens de zitting heeft de rechtbank met partijen de mogelijkheid besproken dat zij de uitspraak van de Afdeling op het hoger beroep van [eiseres] afwacht, voordat zij in deze zaak uitspraak doet. [eiseres] stemde daar niet mee in. De rechtbank heeft daarna het onderzoek gesloten. Een eventuele uitspraak van de Afdeling op het hoger beroep van [eiseres] ná het sluiten van het onderzoek in deze zaak, laat de rechtbank daarom buiten beschouwing. 7.2 De rechtbank stelt vast dat de voornaamste beroepsgrond van [eiseres] is dat de evenementenvergunning niet had mogen worden verleend, omdat het Bokbiermiddag-evenement volgens haar in strijd is met het bestemmingsplan. Over deze beroepsgrond heeft de rechtbank al geoordeeld in de door de burgemeester genoemde uitspraak van 13 september 2024 en de rechtbank ziet geen reden om daarover in deze uitspraak anders te oordelen. Eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan en/of het ontbreken van een omgevingsvergunning daarvoor staan niet genoemd in artikel 1:8 van de APV en vormen dus geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning. Het is vaste rechtspraak dat louter ruimtelijke belangen niet aan verlening van de evenementen-vergunning in de weg kunnen staan. Deze beroepsgrond slaagt niet. 7.3 Voor zover [eiseres] heeft aangevoerd dat zij zoveel overlast van het evenement ondervindt dat de burgemeester de evenementenvergunning wegens strijd met de openbare orde of de openbare veiligheid had moeten weigeren, heeft zij dat onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt. In de uitspraak van 13 september 2024 heeft de rechtbank al geoordeeld dat de geluidsvoorschriften in de evenementenvergunning niet onredelijk zijn en ook op dat punt ziet de rechtbank geen reden om daarover nu anders te oordelen. Wat [eiseres] aanvoert over de gevreesde (geluids)overlast van het Bokbiermiddag-evenement, leidt dan ook niet tot het oordeel dat de burgemeester de evenementenvergunning op grond van één van de criteria uit artikel 1:8, eerste lid, van de APV had moeten weigeren. 7.4 Ter zitting heeft [eiseres] nog verwezen naar twee rapporten van geluidmetingen die zij heeft overgelegd in het beroep met zaaknummer ZWO 25/1513, dat de rechtbank ook op 20 maart 2026 op zitting heeft behandeld. Die rapporten gaan echter over andere evenementen dan het Bokbiermiddag-evenement. De rechtbank ziet in die rapporten geen reden om te oordelen dat de geluidsvoorschriften in de evenementenvergunning waar het in deze zaak om gaat onredelijk zijn. Als blijkt dat die geluidsvoorschriften worden overtreden, is dat een kwestie van handhaving. 7.5 Verder heeft [eiseres] op de zitting nog gesteld dat de verlening van de evenementenvergunning in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Die stelling heeft zij echter niet of nauwelijks onderbouwd en die stelling slaagt daarom niet. Het verzoek om daarover prejudiciële vragen te stellen, dat [eiseres] op de zitting heeft gedaan, wijst de rechtbank af. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. [eiseres] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.J.H. Bijleveld, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Uitspraak van de rechtbank op het beroep van [eiseres] tegen de evenementenvergunning die de burgemeester aan [derde belanghebbende] heeft verleend voor het organiseren van het Weizenmiddag-evenement in 2023, zaaknummer ZWO 23/1369, ECLI:NL:RBOVE:2024:4783. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2028.
Volledig
Op 20 maart 2026, toen de zitting bij de rechtbank in deze zaak plaatsvond, had de Afdeling nog geen uitspraak op het hoger beroep gedaan. Tijdens de zitting heeft de rechtbank met partijen de mogelijkheid besproken dat zij de uitspraak van de Afdeling op het hoger beroep van [eiseres] afwacht, voordat zij in deze zaak uitspraak doet. [eiseres] stemde daar niet mee in. De rechtbank heeft daarna het onderzoek gesloten. Een eventuele uitspraak van de Afdeling op het hoger beroep van [eiseres] ná het sluiten van het onderzoek in deze zaak, laat de rechtbank daarom buiten beschouwing. 7.2 De rechtbank stelt vast dat de voornaamste beroepsgrond van [eiseres] is dat de evenementenvergunning niet had mogen worden verleend, omdat het Bokbiermiddag-evenement volgens haar in strijd is met het bestemmingsplan. Over deze beroepsgrond heeft de rechtbank al geoordeeld in de door de burgemeester genoemde uitspraak van 13 september 2024 en de rechtbank ziet geen reden om daarover in deze uitspraak anders te oordelen. Eventuele strijdigheid van een evenement met het bestemmingsplan en/of het ontbreken van een omgevingsvergunning daarvoor staan niet genoemd in artikel 1:8 van de APV en vormen dus geen weigeringsgrond voor een evenementenvergunning. Het is vaste rechtspraak dat louter ruimtelijke belangen niet aan verlening van de evenementen-vergunning in de weg kunnen staan. Deze beroepsgrond slaagt niet. 7.3 Voor zover [eiseres] heeft aangevoerd dat zij zoveel overlast van het evenement ondervindt dat de burgemeester de evenementenvergunning wegens strijd met de openbare orde of de openbare veiligheid had moeten weigeren, heeft zij dat onvoldoende onderbouwd en aannemelijk gemaakt. In de uitspraak van 13 september 2024 heeft de rechtbank al geoordeeld dat de geluidsvoorschriften in de evenementenvergunning niet onredelijk zijn en ook op dat punt ziet de rechtbank geen reden om daarover nu anders te oordelen. Wat [eiseres] aanvoert over de gevreesde (geluids)overlast van het Bokbiermiddag-evenement, leidt dan ook niet tot het oordeel dat de burgemeester de evenementenvergunning op grond van één van de criteria uit artikel 1:8, eerste lid, van de APV had moeten weigeren. 7.4 Ter zitting heeft [eiseres] nog verwezen naar twee rapporten van geluidmetingen die zij heeft overgelegd in het beroep met zaaknummer ZWO 25/1513, dat de rechtbank ook op 20 maart 2026 op zitting heeft behandeld. Die rapporten gaan echter over andere evenementen dan het Bokbiermiddag-evenement. De rechtbank ziet in die rapporten geen reden om te oordelen dat de geluidsvoorschriften in de evenementenvergunning waar het in deze zaak om gaat onredelijk zijn. Als blijkt dat die geluidsvoorschriften worden overtreden, is dat een kwestie van handhaving. 7.5 Verder heeft [eiseres] op de zitting nog gesteld dat de verlening van de evenementenvergunning in strijd is met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Die stelling heeft zij echter niet of nauwelijks onderbouwd en die stelling slaagt daarom niet. Het verzoek om daarover prejudiciële vragen te stellen, dat [eiseres] op de zitting heeft gedaan, wijst de rechtbank af. Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat [eiseres] geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. [eiseres] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, in aanwezigheid van mr. P.J.H. Bijleveld, griffier. Uitgesproken in het openbaar op griffier de rechter is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Uitspraak van de rechtbank op het beroep van [eiseres] tegen de evenementenvergunning die de burgemeester aan [derde belanghebbende] heeft verleend voor het organiseren van het Weizenmiddag-evenement in 2023, zaaknummer ZWO 23/1369, ECLI:NL:RBOVE:2024:4783. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2028.