Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-03-27
ECLI:NL:RBOVE:2026:2251
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Zwolle Parketnummers: 84.106621-23, 84.106626-23, 84.231525-23, 84.165239-25, 84.166160-23 Bezwaarschriftnummers: 25/032225, 25/032229, 25/032231, 25/032233, 25/032226 Beschikking van de meervoudige raadkamer op het bezwaarschrift op grond van artikel 182, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [bedrijf 1] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats 1] , en [bedrijf 2] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats 2] , en [bedrijf 3] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats 3] , en [bedrijf 4] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats 4] , en [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] . hierna: de verdachten, allen domicilie kiezende ten kantore van de raadsman mr. F.J.M. Kobossen, De Mul Zegger Advocaten, kantoorhoudende aan de H.W. Iordensweg 1-A te (7391 KA) Twello, hierna: de raadsman. 1 Het verloop van de procedure De bezwaarschriften op grond van artikel 182, zesde lid, Sv dateren van 12 december 2025 en zijn op diezelfde datum op de griffie van de rechtbank ontvangen. De bezwaarschriften zijn behandeld op de niet-openbare zitting van de raadkamer van 13 maart 2026. Bij deze behandeling zijn de gemachtigde raadsman en de officier van justitie gehoord. De raadkamer heeft kennisgenomen van: de voormelde bezwaarschriften, met bijlagen; de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken van het dossier van de strafzaak tegen verdachten; de beschikking van de rechter-commissaris van 31 oktober 2024 op de vordering op grond van 181 Sv; de beschikking van de rechter-commissaris van 2 december 2025 op het verzoek op grond van artikel 182 Sv; de conclusie van de officier van justitie van 8 januari 2026; de door de raadsman en de officier van justitie gegeven toelichting in raadkamer. 2 De beschikking van de rechter-commissaris De verdediging heeft de rechter-commissaris op 15 oktober 2025 per e-mailbericht verzocht onderzoekshandelingen te verrichten, bestaande uit: het horen van [getuige] ; het horen van [naam] , het horen van [verbalisant] (verbalisant); het horen van [verdachte] (verdachte). De rechter-commissaris heeft daarna bij beschikking van 2 december 2025 de onderzoekshandeling onder 1 toegewezen en de onderzoekshandelingen onder 2, 3 en 4 afgewezen. Het bezwaar van de verdediging richt zich tegen de afgewezen onderzoekshandelingen. 3 De bevoegdheid De rechtbank Overijssel is bevoegd van het bezwaarschrift kennis te nemen. 4 De standpunten Het standpunt van de raadsman De raadsman heeft op de zitting de hiervoor onder 2, 3 en 4 verzochte onderzoekshandelingen gehandhaafd. Het bezwaar dient volgens hem gegrond te worden verklaard en genoemde onderzoekshandelingen moeten worden toegewezen. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft op de zitting de inhoud van de schriftelijke conclusie gehandhaafd. Het bezwaar moet volgens de officier van justitie ongegrond worden verklaard. 5 De ontvankelijkheid De raadkamer overweegt op grond van de stukken en van wat in raadkamer naar voren is gebracht over de ontvankelijkheid van bezwaar het volgende. De raadkamer stelt als feiten en omstandigheden vast dat de rechter-commissaris in het onderzoek Haring op 31 oktober 2024 op vordering van de officier van justitie (op grond van 181 Sv) heeft beslist tot het horen van [getuige] als getuige. Deze persoon is uiteindelijk op 7 mei 2025 als getuige gehoord. Dit verhoor heeft in afwezigheid van mr. Kobossen (of een andere advocaat) plaatsgevonden. Ook stelt de raadkamer vast dat de officier van justitie bij brief van 31 juli 2025 aan de raadsman heeft medegedeeld, voor zover relevant, dat het Openbaar Ministerie voornemens is de verdachten te dagvaarden voor de meervoudige strafkamer van de rechtbank Overijssel voor de strafbare feiten zoals opgenomen in de bij die brief gevoegde concept-tenlastelegging. De raadsman heeft in raadkamer bevestigd dat hij, zoals ook volgt uit zijn e-mail aan het Functioneel Parket van 19 augustus 20