Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-02-02
ECLI:NL:RBOVE:2026:2051
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,145 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2051 text/xml public 2026-04-15T11:11:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-02-02 C/08/344063 / JE RK 26-120 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2051 text/html public 2026-04-15T11:11:12 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2051 Rechtbank Overijssel , 02-02-2026 / C/08/344063 / JE RK 26-120 De moeder verblijft met baby in moeder-kindhuis. MUHP verleent voor verblijf in accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs (zijnde moeder-kindhuis) om te waarborgen dat de moeder met de baby in het moeder-kindhuis blijft. RECHTBANK OVERIJSSEL Familie- en Jeugdrecht Locatie Zwolle Zaaknummer: C/08/344063 / JE RK 26-120 (ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing) C/08/344312 / JE RK 26-151 (voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing) Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , hierna te noemen de raad, gevestigd te Zwolle, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1], advocaat: mr. D. Beuving, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2], Jeugdbescherming Overijssel, de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te Zwolle. De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering , de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari 2026, tegelijk met het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing bekend onder zaaknummer: C/08/344312 / JE RK 26-151. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door mr. Beuving; de vader; - [naam 1] namens de Raad; [naam 2] namens de GI; [naam 3] en [naam 4] namens het Leger des Heils. 1.3. Daarna heeft de kinderrechter nog kennis genomen van een op 4 februari 2026 binnengekomen aanvullend verzoekschrift tot een machtiging uithuisplaatsing met bijlage. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.2. [minderjarige] verblijft elders. 2.3. Bij beschikking van 29 januari 2026 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Overijssel met ingang van 29 januari 2026 tot 5 februari 2026. 2.4. Bij die beschikking is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van jeugdhulpaanbieder 24-uurs met ingang van 29 januari 2026 tot 5 februari 2026. 3 Het verzoek De raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek verwijst de raad naar de overgelegde stukken. Tijdens de mondelinge behandeling ter zitting heeft de raad het verzoek aangevuld en verzocht tevens een machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] te verlenen in een accommodatie van jeugdhulpaanbieder 24-uurs voor de duur van drie maanden, welk verzoekschrift op 4 februari 2026 uiteindelijk door de raad bij de rechtbank is ingediend. Ter toelichting heeft de raad tijdens de mondelinge behandeling verder nog aangevoerd dat met ingang van de ondertoezichtstelling de spoedmaatregelen beëindigd kunnen worden. Gezien wordt dat de moeder de afgelopen dagen mooie stappen maakt. De moeder wordt steeds zekerder in de verzorging van [minderjarige], ze werkt mee en volgt de adviezen op. De zorgen van de kraamzorg zijn inmiddels weggenomen. Dat heeft de kraamhulp bevestigd. Afgesproken is dat [minderjarige] vanaf vandaag ’s nachts bij de moeder is met cameratoezicht. De moeder heeft hiermee ingestemd. De rol van de vader van [minderjarige] is nog onduidelijk. Gezien wordt wel dat de vader de moeder (negatief) beïnvloed. De vader doet ook bepaalde uitspraken naar de raad die niet helpend zijn. Binnen de ondertoezichtstelling zal ook gekeken moeten worden naar de rol van de vader, nu hij niet de biologisch vader is van [minderjarige] en eerder heeft aangegeven geen rol voor zichzelf te zien bij de opvoeding van [minderjarige]. De raad heeft een machtiging uithuisplaatsing verzocht om te waarborgen dat de moeder en [minderjarige] in het moeder-kind huis blijven. Het risico dat de moeder toch nog wegloopt acht de raad op dit moment nog te groot. 4 De standpunten 4.1. De moeder heeft aangevoerd dat het goed gaat met moeder en [minderjarige] in het moeder-kind huis. De moeder is blij dat [minderjarige] nu ook in de nachten bij haar mag verblijven. De moeder stemt in met het cameratoezicht. De moeder zal zeker hulp vragen als dat nodig is. Zowel de moeder als [minderjarige] doen het goed. Dat hebben ook de medewerkers van het moeder-kind huis en de kraamhulp geconstateerd. Ze zien een zorgzame en lieve moeder. De moeder wil samen met [minderjarige] bij Twents geluk blijven en niet elders. De advocaat van de moeder heeft namens de moeder verzocht een machtiging af te geven voor Twents Geluk in plaats van een machtiging in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder om te voorkomen dat [minderjarige] wordt verplaatst. Voorts wordt verzocht de ondertoezichtstelling voor de duur van een half jaar te verlenen. De moeder gaat er vanuit dat ze na een half jaar zelfstandig voor [minderjarige] kan zorgen. 4.2. De vader heeft desgevraagd gezegd dat hij een rol in het leven van [minderjarige] wil spelen. Hij zal de moeder met alle liefde ondersteunen, ook als de moeder van hem zou gaan scheiden. De vader wil in de toekomst graag contact met [minderjarige]. Als de moeder toch ergens anders gaat wonen dan wil hij [minderjarige] graag opzoeken bij de moeder thuis. 4.3. De GI heeft aangevoerd dat [minderjarige] het goed doet. Ze groeit goed. De GI is nog maar kort betrokken, maar ziet ook dat het beter gaat. De GI merkt nog op dat de raad heeft verzocht om [minderjarige] onder toezicht te stellen van het Leger des Heils. 5 De beoordeling In zaaknummer: C/08/344063 / JE RK 26-120 (ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing) 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] is een kwetsbare baby van 12 dagen oud. Zij is geboren met een laag geboortegewicht (2 kg) en is volledig afhankelijk van haar opvoeders. De moeder van [minderjarige] kent een belast verleden met traumatische ervaringen waar zij dagelijks last van heeft. Zij is (daardoor) psychisch kwetsbaar. Verder zijn er zorgen over het middelengebruik van de moeder. Daarnaast staat de relatie tussen de ouders onder druk. [minderjarige] is niet de biologische dochter van de vader, maar hij is wel haar juridische vader, omdat de vader en de moeder met elkaar zijn gehuwd. Onduidelijk is of de ouders van [minderjarige] bij elkaar blijven of gaan scheiden. 5.3. [minderjarige] heeft extra verzorging nodig van haar verzorgers. Zij heeft verzorgers nodig die dag en nacht beschikbaar zijn, die haar de benodigde basale verzorging kunnen bieden en die niet belemmerd worden door persoonlijke problematiek. De moeder en [minderjarige] verblijven op dit moment in het moeder-kind huis Twents geluk. Na een stroeve start wordt gezien dat de moeder volledig meewerkt en de adviezen opvolgt. De moeder vindt het naar eigen zeggen prettig in het moeder-kind huis en ze is blij met de mensen die er werken. Positief is dat de moeder nu bereid is om in het moeder-kind huis te blijven. 5.4.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2051 text/xml public 2026-04-15T11:11:49 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-02-02 C/08/344063 / JE RK 26-120 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2051 text/html public 2026-04-15T11:11:12 2026-04-15 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2051 Rechtbank Overijssel , 02-02-2026 / C/08/344063 / JE RK 26-120 De moeder verblijft met baby in moeder-kindhuis. MUHP verleent voor verblijf in accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs (zijnde moeder-kindhuis) om te waarborgen dat de moeder met de baby in het moeder-kindhuis blijft. RECHTBANK OVERIJSSEL Familie- en Jeugdrecht Locatie Zwolle Zaaknummer: C/08/344063 / JE RK 26-120 (ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing) C/08/344312 / JE RK 26-151 (voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging tot uithuisplaatsing) Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing in de zaak van de Raad voor de Kinderbescherming , hierna te noemen de raad, gevestigd te Zwolle, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2026 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1], advocaat: mr. D. Beuving, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2], Jeugdbescherming Overijssel, de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te Zwolle. De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering , de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari 2026, tegelijk met het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing bekend onder zaaknummer: C/08/344312 / JE RK 26-151. Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door mr. Beuving; de vader; - [naam 1] namens de Raad; [naam 2] namens de GI; [naam 3] en [naam 4] namens het Leger des Heils. 1.3. Daarna heeft de kinderrechter nog kennis genomen van een op 4 februari 2026 binnengekomen aanvullend verzoekschrift tot een machtiging uithuisplaatsing met bijlage. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.2. [minderjarige] verblijft elders. 2.3. Bij beschikking van 29 januari 2026 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de Stichting Jeugdbescherming Overijssel met ingang van 29 januari 2026 tot 5 februari 2026. 2.4. Bij die beschikking is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een accommodatie van jeugdhulpaanbieder 24-uurs met ingang van 29 januari 2026 tot 5 februari 2026. 3 Het verzoek De raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ter onderbouwing van het verzoek verwijst de raad naar de overgelegde stukken. Tijdens de mondelinge behandeling ter zitting heeft de raad het verzoek aangevuld en verzocht tevens een machtiging tot uithuisplaatsing voor [minderjarige] te verlenen in een accommodatie van jeugdhulpaanbieder 24-uurs voor de duur van drie maanden, welk verzoekschrift op 4 februari 2026 uiteindelijk door de raad bij de rechtbank is ingediend. Ter toelichting heeft de raad tijdens de mondelinge behandeling verder nog aangevoerd dat met ingang van de ondertoezichtstelling de spoedmaatregelen beëindigd kunnen worden. Gezien wordt dat de moeder de afgelopen dagen mooie stappen maakt. De moeder wordt steeds zekerder in de verzorging van [minderjarige], ze werkt mee en volgt de adviezen op. De zorgen van de kraamzorg zijn inmiddels weggenomen. Dat heeft de kraamhulp bevestigd. Afgesproken is dat [minderjarige] vanaf vandaag ’s nachts bij de moeder is met cameratoezicht. De moeder heeft hiermee ingestemd. De rol van de vader van [minderjarige] is nog onduidelijk. Gezien wordt wel dat de vader de moeder (negatief) beïnvloed. De vader doet ook bepaalde uitspraken naar de raad die niet helpend zijn. Binnen de ondertoezichtstelling zal ook gekeken moeten worden naar de rol van de vader, nu hij niet de biologisch vader is van [minderjarige] en eerder heeft aangegeven geen rol voor zichzelf te zien bij de opvoeding van [minderjarige]. De raad heeft een machtiging uithuisplaatsing verzocht om te waarborgen dat de moeder en [minderjarige] in het moeder-kind huis blijven. Het risico dat de moeder toch nog wegloopt acht de raad op dit moment nog te groot. 4 De standpunten 4.1. De moeder heeft aangevoerd dat het goed gaat met moeder en [minderjarige] in het moeder-kind huis. De moeder is blij dat [minderjarige] nu ook in de nachten bij haar mag verblijven. De moeder stemt in met het cameratoezicht. De moeder zal zeker hulp vragen als dat nodig is. Zowel de moeder als [minderjarige] doen het goed. Dat hebben ook de medewerkers van het moeder-kind huis en de kraamhulp geconstateerd. Ze zien een zorgzame en lieve moeder. De moeder wil samen met [minderjarige] bij Twents geluk blijven en niet elders. De advocaat van de moeder heeft namens de moeder verzocht een machtiging af te geven voor Twents Geluk in plaats van een machtiging in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder om te voorkomen dat [minderjarige] wordt verplaatst. Voorts wordt verzocht de ondertoezichtstelling voor de duur van een half jaar te verlenen. De moeder gaat er vanuit dat ze na een half jaar zelfstandig voor [minderjarige] kan zorgen. 4.2. De vader heeft desgevraagd gezegd dat hij een rol in het leven van [minderjarige] wil spelen. Hij zal de moeder met alle liefde ondersteunen, ook als de moeder van hem zou gaan scheiden. De vader wil in de toekomst graag contact met [minderjarige]. Als de moeder toch ergens anders gaat wonen dan wil hij [minderjarige] graag opzoeken bij de moeder thuis. 4.3. De GI heeft aangevoerd dat [minderjarige] het goed doet. Ze groeit goed. De GI is nog maar kort betrokken, maar ziet ook dat het beter gaat. De GI merkt nog op dat de raad heeft verzocht om [minderjarige] onder toezicht te stellen van het Leger des Heils. 5 De beoordeling In zaaknummer: C/08/344063 / JE RK 26-120 (ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing) 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] is een kwetsbare baby van 12 dagen oud. Zij is geboren met een laag geboortegewicht (2 kg) en is volledig afhankelijk van haar opvoeders. De moeder van [minderjarige] kent een belast verleden met traumatische ervaringen waar zij dagelijks last van heeft. Zij is (daardoor) psychisch kwetsbaar. Verder zijn er zorgen over het middelengebruik van de moeder. Daarnaast staat de relatie tussen de ouders onder druk. [minderjarige] is niet de biologische dochter van de vader, maar hij is wel haar juridische vader, omdat de vader en de moeder met elkaar zijn gehuwd. Onduidelijk is of de ouders van [minderjarige] bij elkaar blijven of gaan scheiden. 5.3. [minderjarige] heeft extra verzorging nodig van haar verzorgers. Zij heeft verzorgers nodig die dag en nacht beschikbaar zijn, die haar de benodigde basale verzorging kunnen bieden en die niet belemmerd worden door persoonlijke problematiek. De moeder en [minderjarige] verblijven op dit moment in het moeder-kind huis Twents geluk. Na een stroeve start wordt gezien dat de moeder volledig meewerkt en de adviezen opvolgt. De moeder vindt het naar eigen zeggen prettig in het moeder-kind huis en ze is blij met de mensen die er werken. Positief is dat de moeder nu bereid is om in het moeder-kind huis te blijven. 5.4.
Volledig
De kinderrechter geeft de moeder mee dat zij de komende tijd moet laten zien dat zij betrouwbaar is en kan samenwerken met de hulpverlening en zich houdt aan de afspraken die met haar worden gemaakt. Die afspraken zijn bedoeld om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. Hoewel de moeder zichtbaar veel van [minderjarige] houdt en het beste met haar voor heeft, heeft de kinderrechter er op dit moment nog onvoldoende vertrouwen in dat zij voldoende bereid en in staat is om binnen een afzienbare termijn onder eigen verantwoordelijkheid de zorgen in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen. Daar komt bij dat er ook nog veel onduidelijkheid bestaat over de relatie van de ouders en de rol van de vader in de verzorging en opvoeding van [minderjarige]. 5.5. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Beuving namens de moeder verzocht de ondertoezichtstelling voor de duur van een half jaar te verlenen. Hier ziet de kinderrechter geen aanleiding voor. Ondanks de positieve stappen die door de moeder zijn gezet, moet er de komende tijd veel gebeuren. De kinderrechter heeft, gelet op de complexe situatie, niet de verwachting dat de ouders in staat zijn over een half jaar volledig zelf voor [minderjarige] te kunnen zorgen. De kinderrechter stelt [minderjarige] daarom onder toezicht voor de duur van een jaar. 5.6. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b BW. De kinderrechter vindt dat [minderjarige] op dit moment niet thuis kan wonen. De zorgen zijn daarvoor te groot. Voor [minderjarige] is op dit moment 24-uurs toezicht nodig en dat kan niet in de thuissituatie worden gegeven. Hoewel de moeder op dit moment instemt met een verblijf bij Twents Geluk is de kinderrechter met de raad van oordeel dat het risico dat de moeder toch wegloopt op dit moment nog te groot, gelet op haar tot voor kort nog zeer ambivalente houding ten opzichte van een verblijf in een moeder-kind huis. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom uithuisplaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs, zijnde het moeder-kind huis Twents Geluk, voor de duur van drie maanden. 5.7. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. In zaaknummer C/08/344312 / JE RK 25-151 (de voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing) 5.8. Op basis van de stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken heeft de kinderrechter geconstateerd dat de voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing bij beschikking van 29 januari 2026 terecht zijn verleend. Nu er echter reguliere verzoeken tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn ingediend en deze verzoeken zijn behandeld en zullen worden toegewezen zal de kinderrechter de bespreking van deze verzoeken verder achterwege laten. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 2 februari 2026 tot 2 februari 2027; 6.2. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs (zijnde het moeder-kind huis Twents Geluk) met ingang van 2 februari 2026 voor de duur van drie maanden, te weten tot 2 mei 2026; 6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. C.W. Couperus - van Kooten, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Pol als griffier, en op schrift gesteld op 12 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW.
Volledig
De kinderrechter geeft de moeder mee dat zij de komende tijd moet laten zien dat zij betrouwbaar is en kan samenwerken met de hulpverlening en zich houdt aan de afspraken die met haar worden gemaakt. Die afspraken zijn bedoeld om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] weg te nemen. Hoewel de moeder zichtbaar veel van [minderjarige] houdt en het beste met haar voor heeft, heeft de kinderrechter er op dit moment nog onvoldoende vertrouwen in dat zij voldoende bereid en in staat is om binnen een afzienbare termijn onder eigen verantwoordelijkheid de zorgen in de ontwikkeling van [minderjarige] weg te nemen. Daar komt bij dat er ook nog veel onduidelijkheid bestaat over de relatie van de ouders en de rol van de vader in de verzorging en opvoeding van [minderjarige]. 5.5. De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Beuving namens de moeder verzocht de ondertoezichtstelling voor de duur van een half jaar te verlenen. Hier ziet de kinderrechter geen aanleiding voor. Ondanks de positieve stappen die door de moeder zijn gezet, moet er de komende tijd veel gebeuren. De kinderrechter heeft, gelet op de complexe situatie, niet de verwachting dat de ouders in staat zijn over een half jaar volledig zelf voor [minderjarige] te kunnen zorgen. De kinderrechter stelt [minderjarige] daarom onder toezicht voor de duur van een jaar. 5.6. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b BW. De kinderrechter vindt dat [minderjarige] op dit moment niet thuis kan wonen. De zorgen zijn daarvoor te groot. Voor [minderjarige] is op dit moment 24-uurs toezicht nodig en dat kan niet in de thuissituatie worden gegeven. Hoewel de moeder op dit moment instemt met een verblijf bij Twents Geluk is de kinderrechter met de raad van oordeel dat het risico dat de moeder toch wegloopt op dit moment nog te groot, gelet op haar tot voor kort nog zeer ambivalente houding ten opzichte van een verblijf in een moeder-kind huis. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom uithuisplaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs, zijnde het moeder-kind huis Twents Geluk, voor de duur van drie maanden. 5.7. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. In zaaknummer C/08/344312 / JE RK 25-151 (de voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing) 5.8. Op basis van de stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling is besproken heeft de kinderrechter geconstateerd dat de voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing bij beschikking van 29 januari 2026 terecht zijn verleend. Nu er echter reguliere verzoeken tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn ingediend en deze verzoeken zijn behandeld en zullen worden toegewezen zal de kinderrechter de bespreking van deze verzoeken verder achterwege laten. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering met ingang van 2 februari 2026 tot 2 februari 2027; 6.2. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder 24-uurs (zijnde het moeder-kind huis Twents Geluk) met ingang van 2 februari 2026 voor de duur van drie maanden, te weten tot 2 mei 2026; 6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. C.W. Couperus - van Kooten, kinderrechter, in aanwezigheid van J. Pol als griffier, en op schrift gesteld op 12 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:255 BW.