Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-14
ECLI:NL:RBOVE:2026:2030
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,039 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2030 text/xml public 2026-04-17T12:00:24 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-14 11973172 \ CV EXPL 25-3400 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2030 text/html public 2026-04-14T14:28:05 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2030 Rechtbank Overijssel , 14-04-2026 / 11973172 \ CV EXPL 25-3400 Achmea vordert betaling van een premieachterstand van gedaagde, te vermeerderen met rente en kosten. Gedaagde betwist de vordering, omdat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ook is gedaagde het niet eens met de proceskosten, omdat hij pas door de dagvaarding op de hoogte is geraakt van de procedure. De kantonrechter wijst de vorderingen van Achmea toe. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 11973172 \ CV EXPL 25-3400 Vonnis van 14 april 2026 in de zaak van ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , handelend onder de naam Centraal Beheer Achmea , te Apeldoorn, eisende partij, hierna te noemen: Achmea, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf 1] , tevens handelend onder de naam [bedrijf 2] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 24 oktober 2025 met producties; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek tevens houdende akte vermeerdering van eis met producties; - de conclusie van dupliek met producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De samenvatting 2.1. Achmea vordert betaling van een premieachterstand van [gedaagde], te vermeerderen met rente en kosten. [gedaagde] betwist de vordering, omdat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ook is [gedaagde] het niet eens met de proceskosten, omdat hij pas door de dagvaarding op de hoogte is geraakt van de procedure. 2.2. De kantonrechter wijst de vorderingen van Achmea toe. Hierna wordt uitgelegd waarom. 3 De feiten 3.1. [gedaagde] heeft een bedrijf onder de naam ‘[bedrijf 1]’. In die hoedanigheid heeft hij een zakelijke verzekeringsovereenkomst gesloten met Achmea om zijn bedrijfsauto te verzekeren. De polis is op 1 februari 2023 ingegaan, tegen automatische verlenging met een jaar. De maandpremie bedroeg € 110,80 inclusief assurantiebelasting. 3.2. Op de verzekeringspolis staat als adres: [het oude adres] (hierna: het oude adres). [gedaagde] heeft zijn adres in de GBA per 1 april 2023 gewijzigd naar: [het nieuwe adres] (hierna: het nieuwe adres). 3.3. [gedaagde] heeft vanaf april 2023 een achterstand in de maandelijkse premie laten ontstaan. Achmea heeft [gedaagde] op 18 april 2023 een eerste betalingsherinnering gestuurd voor de premie over de maand april 2023, gericht aan het oude adres van [gedaagde]. Daarna heeft Achmea op 9 en 23 mei 2023 betalingsherinneringen gestuurd naar het nieuwe adres. 3.4. [gedaagde] heeft de premieachterstand niet betaald. Daarop heeft Achmea de verzekeringsovereenkomst met [gedaagde] per 15 november 2023 opgezegd. Zij heeft haar vordering tot betaling van de premieachterstand, die tot dat moment was opgelopen tot een bedrag van € 716,51, ter incasso overgedragen aan Syncasso. Syncasso heeft vervolgens op 18 december 2023 een aantal aanmaningen gestuurd naar het oude adres van [gedaagde]. Vanaf 6 februari 2024 heeft Syncasso [gedaagde] meerdere keren aangemaand op het nieuwe adres. 3.5. Vervolgens heeft Syncasso op 26 september 2025 [gedaagde] gedagvaard op zijn oude adres. Die zaak is op 2 oktober 2025 ingetrokken, waarna Syncasso op 24 oktober 2025 alsnog een dagvaarding heeft uitgebracht op het nieuwe adres van [gedaagde]. 4 Het geschil 4.1. Achmea vordert – samengevat en na eisvermeerdering – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 948,01, vermeerderd met rente en kosten. 4.2. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist de vordering van Achmea, omdat de specificatie onduidelijk is. Daarnaast voert hij verweer tegen de proceskosten. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Betaling premieachterstand 5.1. Achmea vordert, na eisvermeerdering, een hoofdsom van € 775,60 aan premieachterstand. Achmea heeft deze vordering onderbouwd met het polisblad waarop te zien is dat de maandelijkse premie € 110,80 bedraagt. Verder heeft Achmea een overzicht ingebracht met de vanaf 1 februari 2023 te betalen maandelijkse premies en welk bedrag [gedaagde] te weinig aan premies heeft betaald. 5.2. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de specificatie van de premieachterstand, die Achmea bij conclusie van repliek heeft ingebracht, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord eerst aangegeven het eens te zijn met de vordering van Achmea. Daarna heeft [gedaagde], bij conclusie van dupliek, gesteld dat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ter onderbouwing heeft hij gewezen op een e-mail van Achmea van 24 oktober 2023, waarin Achmea [gedaagde] vraagt om een premieachterstand van € 221,60 te betalen, en dat Achmea [gedaagde] daar op 18 april 2023 en op 9 mei 2023 voor heeft aangeschreven. De kantonrechter erkent dat deze e-mail vragen kan oproepen, maar uit deze e-mail blijkt niet dat Achmea uitdrukkelijk afstand doet van de rest van de premieachterstand. Bovendien heeft [gedaagde] niet uitgelegd op welke punten de specificatie van Achmea onduidelijk is. Als hij het oneens is met de specificatie, dan ligt het op zijn weg om uit te leggen op welke punten die specificatie tekortschiet. Als [gedaagde] meent dat de vordering van Achmea om die of een andere reden (gedeeltelijk) moet worden afgewezen, is het aan hem om precies duidelijk te maken waarom. Dat heeft hij niet gedaan. Dat heeft tot gevolg dat de kantonrechter de vordering tot betaling van de premieachterstand van € 775,60 zal toewijzen. Wettelijke (handels)rente 5.3. Achmea vordert vergoeding van de wettelijke rente over (onder meer) de premieachterstand, zonder aan te geven welke wettelijke rente zij bedoelt te vorderen. De kantonrechter zal de in artikel 6:119a BW bedoelde rente over de premieachterstand toewijzen, omdat aan alle daarin neergelegde voorwaarden is voldaan. Er is namelijk sprake van vertraging in de betaling van een geldsom, die voortvloeit uit een handelsovereenkomst (maandelijkse premies uit een zakelijke verzekeringsovereenkomst tussen twee partijen die handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf). De wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW wordt toegewezen over de hoofdsom van € 716,51 (dat is de hoofdsom waarover vóór de eisvermeerdering de rente wordt gevorderd, nu de eisvermeerdering niet mede op het rentedeel zag), te rekenen vanaf 22 februari 2024. Dat is de datum waarop de betalingstermijn in de eerste correcte aanmaning van Syncasso (van 6 februari 2024) aan het nieuwe adres van [gedaagde] is verstreken. De ‘meegevorderde’ wettelijke rente van € 101,45 wordt niet afzonderlijk toegewezen, omdat de rente anders dubbelop wordt toegewezen. Dat geldt ook voor de (kennelijk) gevorderde wettelijke rente over de ‘meegevorderde’ rente. Buitengerechtelijke incassokosten 5.4. Achmea vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Achmea heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Achmea heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Achmea heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Achmea geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 130,05 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Proceskosten 5.5. [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de proceskosten.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2030 text/xml public 2026-04-17T12:00:24 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-14 11973172 \ CV EXPL 25-3400 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2030 text/html public 2026-04-14T14:28:05 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2030 Rechtbank Overijssel , 14-04-2026 / 11973172 \ CV EXPL 25-3400 Achmea vordert betaling van een premieachterstand van gedaagde, te vermeerderen met rente en kosten. Gedaagde betwist de vordering, omdat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ook is gedaagde het niet eens met de proceskosten, omdat hij pas door de dagvaarding op de hoogte is geraakt van de procedure. De kantonrechter wijst de vorderingen van Achmea toe. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 11973172 \ CV EXPL 25-3400 Vonnis van 14 april 2026 in de zaak van ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V. , handelend onder de naam Centraal Beheer Achmea , te Apeldoorn, eisende partij, hierna te noemen: Achmea, gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf 1] , tevens handelend onder de naam [bedrijf 2] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 24 oktober 2025 met producties; - de conclusie van antwoord; - de conclusie van repliek tevens houdende akte vermeerdering van eis met producties; - de conclusie van dupliek met producties. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De samenvatting 2.1. Achmea vordert betaling van een premieachterstand van [gedaagde], te vermeerderen met rente en kosten. [gedaagde] betwist de vordering, omdat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ook is [gedaagde] het niet eens met de proceskosten, omdat hij pas door de dagvaarding op de hoogte is geraakt van de procedure. 2.2. De kantonrechter wijst de vorderingen van Achmea toe. Hierna wordt uitgelegd waarom. 3 De feiten 3.1. [gedaagde] heeft een bedrijf onder de naam ‘[bedrijf 1]’. In die hoedanigheid heeft hij een zakelijke verzekeringsovereenkomst gesloten met Achmea om zijn bedrijfsauto te verzekeren. De polis is op 1 februari 2023 ingegaan, tegen automatische verlenging met een jaar. De maandpremie bedroeg € 110,80 inclusief assurantiebelasting. 3.2. Op de verzekeringspolis staat als adres: [het oude adres] (hierna: het oude adres). [gedaagde] heeft zijn adres in de GBA per 1 april 2023 gewijzigd naar: [het nieuwe adres] (hierna: het nieuwe adres). 3.3. [gedaagde] heeft vanaf april 2023 een achterstand in de maandelijkse premie laten ontstaan. Achmea heeft [gedaagde] op 18 april 2023 een eerste betalingsherinnering gestuurd voor de premie over de maand april 2023, gericht aan het oude adres van [gedaagde]. Daarna heeft Achmea op 9 en 23 mei 2023 betalingsherinneringen gestuurd naar het nieuwe adres. 3.4. [gedaagde] heeft de premieachterstand niet betaald. Daarop heeft Achmea de verzekeringsovereenkomst met [gedaagde] per 15 november 2023 opgezegd. Zij heeft haar vordering tot betaling van de premieachterstand, die tot dat moment was opgelopen tot een bedrag van € 716,51, ter incasso overgedragen aan Syncasso. Syncasso heeft vervolgens op 18 december 2023 een aantal aanmaningen gestuurd naar het oude adres van [gedaagde]. Vanaf 6 februari 2024 heeft Syncasso [gedaagde] meerdere keren aangemaand op het nieuwe adres. 3.5. Vervolgens heeft Syncasso op 26 september 2025 [gedaagde] gedagvaard op zijn oude adres. Die zaak is op 2 oktober 2025 ingetrokken, waarna Syncasso op 24 oktober 2025 alsnog een dagvaarding heeft uitgebracht op het nieuwe adres van [gedaagde]. 4 Het geschil 4.1. Achmea vordert – samengevat en na eisvermeerdering – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 948,01, vermeerderd met rente en kosten. 4.2. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist de vordering van Achmea, omdat de specificatie onduidelijk is. Daarnaast voert hij verweer tegen de proceskosten. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Betaling premieachterstand 5.1. Achmea vordert, na eisvermeerdering, een hoofdsom van € 775,60 aan premieachterstand. Achmea heeft deze vordering onderbouwd met het polisblad waarop te zien is dat de maandelijkse premie € 110,80 bedraagt. Verder heeft Achmea een overzicht ingebracht met de vanaf 1 februari 2023 te betalen maandelijkse premies en welk bedrag [gedaagde] te weinig aan premies heeft betaald. 5.2. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de specificatie van de premieachterstand, die Achmea bij conclusie van repliek heeft ingebracht, onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord eerst aangegeven het eens te zijn met de vordering van Achmea. Daarna heeft [gedaagde], bij conclusie van dupliek, gesteld dat de specificatie van Achmea onduidelijk is. Ter onderbouwing heeft hij gewezen op een e-mail van Achmea van 24 oktober 2023, waarin Achmea [gedaagde] vraagt om een premieachterstand van € 221,60 te betalen, en dat Achmea [gedaagde] daar op 18 april 2023 en op 9 mei 2023 voor heeft aangeschreven. De kantonrechter erkent dat deze e-mail vragen kan oproepen, maar uit deze e-mail blijkt niet dat Achmea uitdrukkelijk afstand doet van de rest van de premieachterstand. Bovendien heeft [gedaagde] niet uitgelegd op welke punten de specificatie van Achmea onduidelijk is. Als hij het oneens is met de specificatie, dan ligt het op zijn weg om uit te leggen op welke punten die specificatie tekortschiet. Als [gedaagde] meent dat de vordering van Achmea om die of een andere reden (gedeeltelijk) moet worden afgewezen, is het aan hem om precies duidelijk te maken waarom. Dat heeft hij niet gedaan. Dat heeft tot gevolg dat de kantonrechter de vordering tot betaling van de premieachterstand van € 775,60 zal toewijzen. Wettelijke (handels)rente 5.3. Achmea vordert vergoeding van de wettelijke rente over (onder meer) de premieachterstand, zonder aan te geven welke wettelijke rente zij bedoelt te vorderen. De kantonrechter zal de in artikel 6:119a BW bedoelde rente over de premieachterstand toewijzen, omdat aan alle daarin neergelegde voorwaarden is voldaan. Er is namelijk sprake van vertraging in de betaling van een geldsom, die voortvloeit uit een handelsovereenkomst (maandelijkse premies uit een zakelijke verzekeringsovereenkomst tussen twee partijen die handelen in de uitoefening van beroep of bedrijf). De wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW wordt toegewezen over de hoofdsom van € 716,51 (dat is de hoofdsom waarover vóór de eisvermeerdering de rente wordt gevorderd, nu de eisvermeerdering niet mede op het rentedeel zag), te rekenen vanaf 22 februari 2024. Dat is de datum waarop de betalingstermijn in de eerste correcte aanmaning van Syncasso (van 6 februari 2024) aan het nieuwe adres van [gedaagde] is verstreken. De ‘meegevorderde’ wettelijke rente van € 101,45 wordt niet afzonderlijk toegewezen, omdat de rente anders dubbelop wordt toegewezen. Dat geldt ook voor de (kennelijk) gevorderde wettelijke rente over de ‘meegevorderde’ rente. Buitengerechtelijke incassokosten 5.4. Achmea vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Achmea heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Achmea heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Achmea heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Achmea geen ondernemer is, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 130,05 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Proceskosten 5.5. [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de proceskosten.