Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-04-07
ECLI:NL:RBOVE:2026:1865
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1385 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres, hierna: [eiseres] (gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen) en De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur , verweerder, hierna: de minister (gemachtigden: mr. E.J.H. Jansen en mr. B. de Haan). Samenvatting Deze uitspraak gaat over een door de minister aan [eiseres] opgelegde boete van € 1.500,- voor overtreding van de meststoffenwetgeving. Volgens de minister is in strijd met de regels geen gebruik gemaakt van het digitale systeem real time Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (hierna: rVDM). [eiseres] is het niet eens met deze boete. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de boete terecht is opgelegd. Het beroep is dus ongegrond . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 1. Bij besluit van 11 december 2024 heeft de minister een boete ter hoogte van € 1.500,- aan [eiseres] opgelegd. Met het bestreden besluit van 8 april 2025 op het bezwaar van [eiseres] is de minister bij dat besluit gebleven. 1.1. [eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.2. De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigden van de minister deelgenomen. [eiseres] en haar gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de beroepen met de zaaknummers 25/1267, 25/1237, 25/1500 en 25/1733. In de zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank Aanleiding 2. [eiseres] is een erkend intermediair en transporteur van dierlijke meststoffen. 2.1. Met ingang van 1 januari 2023 dient bij het vervoer van dierlijke meststoffen in Nederland gebruik te worden gemaakt van een digitaal systeem. Dit heet rVDM. Dit digitale systeem vervangt het papieren vervoersbewijs dierlijke meststoffen dat hiervoor de basis vormde voor de verantwoording van de meststromen. Voor import en export van dierlijke mest is de oude werkwijze van kracht gebleven tot 1 juni 2023. Vanaf die datum is ook voor het grensoverschrijdend vervoer het rVDM-systeem verplicht. 2.2. Er is een overgangsperiode ingesteld tot 1 maart 2023, waarin zowel het oude als het nieuwe systeem gebruikt konden worden. Na deze datum is het gebruik van rVDM volledig verplicht gesteld. 2.3. Door het rVDM-systeem worden gegevens over het mesttransport door de minister ingewonnen. Zowel de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) als de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kunnen aan de hand van deze gegevens beoordelen of een bedrijf zich aan de gestelde regels over mesttransport, gebruiksnormen, mestverwerkingsplicht en verantwoordingsplicht heeft gehouden. 2.4. Per e-mailbericht van 9 januari 2024 is [eiseres] geïnformeerd over de rVDM Offline app bij het vervoer van dierlijke mest. In dit bericht is vermeld dat [eiseres] bij storingen nog het papieren vervoersbewijs dierlijke meststoffen gebruikte en dat dat vanaf 1 januari 2024 niet meer kan. In plaats daarvan moet de rVDM Offline app gebruikt worden. 2.5. De minister heeft in een brief van 26 februari 2024 aan [eiseres] aandachtspunten rVDM 2024 vermeld. Ook hierin is onder meer aangegeven dat vanaf 1 januari 2024 bij storingen de rVDM Offline app wordt gebruikt om vervoer aan te melden. Het papieren vervoersbewijs dierlijke meststoffen mag alleen nog worden gebruikt als er storing is bij e-CertNL én in de Offline app. 2.6. De minister heeft een overzicht van de NVWA ontvangen en daaropvolgend een controle uitgevoerd. Uit deze controle is gebleken dat [eiseres] gebruik heeft gemaakt van papieren vervoersbewijzen dierlijke meststoffen met de nummers [nummer 1] en [nummer 2] en dat zij als vervoerder op 6 september 2024 voor deze vrachten geen gebruik heeft gemaakt van rVDM. 2.7. De minister heeft op 17 september 2024 aan [eiseres] laten weten voornemens te zijn een boete ter hoogte van € 3.000,- op te leggen in verband met deze overtreding. 2.8. Vervolgens is de minister overgegaan tot de besluitvorming zoals beschreven onder Procesverloop. Het bestreden besluit 3. De minister heeft aan [eiseres] een boete van € 1.500,- opgelegd. Bij het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen moet rVDM worden gebruikt en [eiseres] heeft als vervoerder op 6 september 2024 voor twee vrachten geen gebruik gemaakt van rVDM. [eiseres] heeft gebruik gemaakt van papieren vervoersbewijzen dierlijke meststoffen met de nummers [nummer 1] en [nummer 2] . Overwogen is dat als er sprake is van een storing bij het aanmelden van vervoer van mest, dan gebruik dient te worden gemaakt van de offline app. Volgens de minister was er op 6 september 2024 sprake van een storing van het elektronische systeem rVDM, maar niet van een storing van de offline app. De minister heeft het boetebedrag verlaagd, omdat bij één controle meerdere keren dezelfde overtreding is gezien. Volgens de minister heeft [eiseres] voldoende tijd gehad om zich aan te passen aan het nieuwe systeem en is er geen aanleiding de boete verder te matigen. Overwegingen Relevante bepalingen 4. Op grond van artikel 51, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (hierna: Uitvoeringsbesluit) wordt bij het vervoer van dierlijke meststoffen gebruik gemaakt van een door de minister beschikbaar gesteld systeem. In artikel 51, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit is een opsomming opgenomen van gegevens die zien op elke afzonderlijke fase in het vervoer van dierlijke meststoffen en die ten behoeve van het systeem, bedoeld in het eerste lid, langs elektronische weg worden verstrekt. 4.1. In artikel 72c van het Uitvoeringsbesluit is bepaald dat in geval van overtreding van artikel 51, eerste lid, de bestuurlijke boete voor de vervoerder € 1.500 bedraagt. 4.2. In artikel 1, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (hierna: Uitvoeringsregeling) is bepaald dat in deze regeling onder rVDM wordt verstaan: systeem voor het vervoer van dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 51, eerste lid, van het besluit. 4.3. In artikel 69m van de Uitvoeringsregeling is bepaald dat indien en voor zover er sprake is van een situatie waarin geen netwerkverbinding aanwezig is dan wel indien rVDM tijdelijk niet beschikbaar is, gebruik wordt gemaakt van een software-applicatie als bedoeld in artikel 52, tweede lid, onderdeel a, van het besluit om gegevens vast te leggen. Artikel 69m van de Uitvoeringsregeling is in werking getreden op 1 januari 2024. Herhaling gronden van bezwaar 5. De minister is in het bestreden besluit op de gronden van bezwaar ingegaan. Voor zover [eiseres] geen redenen heeft aangevoerd waarom de weerlegging van de gronden van bezwaar in het bestreden besluit onjuist is, bestaat met de enkele verwijzing naar de gronden van bezwaar geen aanleiding voor vernietiging van het bestreden besluit. Overtreding? 6. De rechtbank stelt voorop dat de bewijslast van de overtreding, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, rust op de minister als het bestuursorgaan dat de boete heeft opgelegd. De minister moet daarom het bewijs leveren dat [eiseres] de genoemde bepaling uit de meststoffenwetgeving heeft overtreden en moet daartoe de feiten deugdelijk vaststellen. 6.1. De minister heeft vastgesteld dat [eiseres] gebruik heeft gemaakt van papieren vervoersbewijzen dierlijke meststoffen met nummer [nummer 1] en nummer [nummer 2] . Zij heeft als vervoerder op 6 september 2024 voor deze vrachten geen gebruik gemaakt van het rVDM. 6.2. [eiseres] heeft zich op het standpunt gesteld dat de minister geen deugdelijk onderzoek heeft gedaan. Verder was sprake van overmacht en heeft [eiseres] in papieren vorm de problemen het hoofd geboden. Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt naar de mening van [eiseres] . 6.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister afdoende bewijs geleverd dat [eiseres] de meststoffenwetgeving heeft overtreden door geen gebruik te maken van rVDM op 6 september 2024 voor twee vrachten.