Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-07
ECLI:NL:RBOVE:2026:1862
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,061 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1862 text/xml public 2026-04-10T12:00:09 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-07 ak_25_1484 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1862 text/html public 2026-04-08T13:14:20 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1862 Rechtbank Overijssel , 07-04-2026 / ak_25_1484 Wet open overheid. Verzoek om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op Weerselo als mogelijke locatie voor de plaatsing van een munitieopslag in het kader van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. De minister heeft voldoende informatie openbaar gemaakt. Beroep ongegrond. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1484 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, en de minister van Defensie, verweerder, hierna: de minister. Samenvatting Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister op het verzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo). Eiser heeft de minister verzocht om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op Weerselo als mogelijke locatie voor de plaatsing van een munitieopslag in het kader van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (hierna: NPRD). De minister heeft deze informatie deels openbaar gemaakt. Eiser is het niet eens met dit besluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister voldoende informatie openbaar heeft gemaakt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Procesverloop 1. Eiser heeft een verzoek op grond van de Woo ingediend. De minister heeft op dit verzoek beslist met het besluit van 7 november 2024. 1.1. Met het bestreden besluit van 10 april 2025 heeft de minister het besluit van 7 november 2024 deels herroepen en aanvullende documenten (deels) openbaar gemaakt. 1.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de minister waren aanwezig: kolonel [naam 1] (programmamanager NPRD), mr. [naam 2], (juridisch bestuurlijk adviseur) en [naam 3] (teammanager Woo). Beoordeling door de rechtbank Aanleiding 2. Eiser heeft op 18 augustus 2024 een Woo-verzoek bij de minister ingediend en – samengevat weergegeven – gevraagd om informatie over Weerselo als mogelijke locatie voor de plaatsing van een munitieopslag in het kader van het NPRD. 2.1. Uit het primaire besluit volgt dat de minister een zoekslag in de digitale archiefsystemen heeft gemaakt naar de gevraagde informatie. Deze zoekslag heeft 26 documenten opgeleverd die inhoudelijk zijn beoordeeld. De minister heeft besloten om de documenten 1 tot en met 22 en 24 gedeeltelijk openbaar te maken. De documenten 23, 25 en 26 zijn reeds openbaar, waardoor de Woo daarop niet van toepassing is. 2.2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en hangende bezwaar verzocht om een voorlopige voorziening. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de voorzieningenrechter dit verzoek afgewezen. 2.3. Vervolgens heeft de minister het bestreden besluit genomen. Het bestreden besluit 3. Uit het bestreden besluit volgt dat de minister een aanvullende zoekslag heeft verricht naar ontbrekende documenten naar aanleiding van het bezwaarschrift van eiser en wat is besproken tijdens de hoorzitting. Deze zoekslag heeft 18 aanvullende documenten opgeleverd, waarvan één buiten de reikwijdte van het verzoek valt voor wat betreft de periode. De documenten 1, 2, 3, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 15 en 16 zijn deels openbaar gemaakt. Document 4 is volledig openbaar gemaakt en de documenten 8, 14 en 18 zijn niet openbaar gemaakt. De documenten 5 en 17 zijn reeds openbaar en vallen daarom volgens de minister niet onder de reikwijdte van de Woo. Bij de deels openbaar gemaakte documenten zijn de persoonsgegevens van medewerkers en derden op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo niet openbaar gemaakt. Verder heeft de minister bij drie documenten toepassing gegeven aan artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, en artikel 5.2, eerste lid, van de Woo. Het gaat hierbij om documenten met betrekking tot de beoordeling van grootschalige munitieopslag en de notulen MER trechtersessie. Deze documenten zijn niet of deels niet openbaar gemaakt. Overwegingen 4. De rechtbank stelt vast dat de minister Antea Group (hierna: Antea) de opdracht heeft gegeven een plan-MER op te stellen voor het NPRD. 5. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat de opdrachtverlening aan Antea en de opdrachtaanvaarding van Antea ten onrechte niet openbaar zijn gemaakt. Volgens eiser is het niet plausibel dat deze documenten er niet zouden zijn. Een extern onderzoeksbureau voert namelijk geen werkzaamheden uit zonder schriftelijk verleende opdracht(en) met beschrijving van een werkwijze en werkinstructies. Volgens eiser zou met de openbaarmaking van deze documenten de werkwijze met de GIS-analyse openbaar worden. 5.1. Ter zitting is duidelijk geworden dat eiser hiermee de openbaarmaking van de brongegevens, die ten grondslag hebben gelegen aan de door Antea uitgevoerde GIS-analyse, beoogt. 6. In het verweerschrift heeft de minister wat betreft deze opdrachtverlening toegelicht dat er geen specifieke opdracht is geweest tot het uitvoeren van een GIS-analyse. Deze informatie is dus niet in documenten gevat en bestaat dus niet. Dit geldt ook voor de brongegevens van de GEO data. 6.1. De minister heeft op de zitting nader toegelicht dat de brongegevens waarop Antea zich heeft gebaseerd niet in documenten zijn vervat en ook niet in een opdrachtverlening staan. De minister heeft juist beoogd om niet te sturen en Antea onafhankelijk het werk te laten doen. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau stonden uitsluitingscriteria, maar dat is openbare informatie. Antea heeft verder algemene brongegevens gebruikt. De minister weet niet welke brongegevens daarbij exact zijn gebruikt. 7. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan de Afdeling niet ongeloofwaardig voorkomt, zal worden betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht. 8. De toelichtingen van de minister in het verweerschrift en ter zitting over het niet aanwezig zijn van documenten met de door eiser aangehaalde brongegevens komen de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. De rechtbank acht het plausibel dat de minister niet over documenten met de brongegevens beschikt die Antea heeft gebruikt voor de gemaakte analyses. Het is dan aan eiser om aannemelijk te maken dat documenten met deze gegevens toch bij de minister berusten. Hierin is eiser naar het oordeel van de rechtbank niet geslaagd. Deze beroepsgrond slaagt niet. Document 12 en 14 9. Ter zitting is duidelijk geworden dat eiser met hetgeen in het beroepschrift is gesteld over artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo en de documenten 12 en 14 heeft gedoeld op de openbaarmaking van de achterliggende brongegevens. De rechtbank verwijst in dit kader naar wat hiervoor over het bestaan van deze brongegevens is overwogen. Verder merkt de rechtbank nog op dat op 23 mei 2025 het ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie is vastgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer. Als bijlage is hierbij het bijbehorende plan-MER gepubliceerd, waarin onder andere de objectieve selectiecriteria en de gegevens zijn vermeld op basis waarvan locaties voor de behoeftestellingen van Defensie zijn gewogen, beoordeeld en gekozen. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1862 text/xml public 2026-04-10T12:00:09 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-07 ak_25_1484 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1862 text/html public 2026-04-08T13:14:20 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1862 Rechtbank Overijssel , 07-04-2026 / ak_25_1484 Wet open overheid. Verzoek om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op Weerselo als mogelijke locatie voor de plaatsing van een munitieopslag in het kader van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. De minister heeft voldoende informatie openbaar gemaakt. Beroep ongegrond. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1484 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], uit [woonplaats], eiser, en de minister van Defensie, verweerder, hierna: de minister. Samenvatting Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister op het verzoek van eiser op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo). Eiser heeft de minister verzocht om openbaarmaking van documenten die betrekking hebben op Weerselo als mogelijke locatie voor de plaatsing van een munitieopslag in het kader van het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (hierna: NPRD). De minister heeft deze informatie deels openbaar gemaakt. Eiser is het niet eens met dit besluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister voldoende informatie openbaar heeft gemaakt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Procesverloop 1. Eiser heeft een verzoek op grond van de Woo ingediend. De minister heeft op dit verzoek beslist met het besluit van 7 november 2024. 1.1. Met het bestreden besluit van 10 april 2025 heeft de minister het besluit van 7 november 2024 deels herroepen en aanvullende documenten (deels) openbaar gemaakt. 1.2. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de minister waren aanwezig: kolonel [naam 1] (programmamanager NPRD), mr. [naam 2], (juridisch bestuurlijk adviseur) en [naam 3] (teammanager Woo). Beoordeling door de rechtbank Aanleiding 2. Eiser heeft op 18 augustus 2024 een Woo-verzoek bij de minister ingediend en – samengevat weergegeven – gevraagd om informatie over Weerselo als mogelijke locatie voor de plaatsing van een munitieopslag in het kader van het NPRD. 2.1. Uit het primaire besluit volgt dat de minister een zoekslag in de digitale archiefsystemen heeft gemaakt naar de gevraagde informatie. Deze zoekslag heeft 26 documenten opgeleverd die inhoudelijk zijn beoordeeld. De minister heeft besloten om de documenten 1 tot en met 22 en 24 gedeeltelijk openbaar te maken. De documenten 23, 25 en 26 zijn reeds openbaar, waardoor de Woo daarop niet van toepassing is. 2.2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en hangende bezwaar verzocht om een voorlopige voorziening. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de voorzieningenrechter dit verzoek afgewezen. 2.3. Vervolgens heeft de minister het bestreden besluit genomen. Het bestreden besluit 3. Uit het bestreden besluit volgt dat de minister een aanvullende zoekslag heeft verricht naar ontbrekende documenten naar aanleiding van het bezwaarschrift van eiser en wat is besproken tijdens de hoorzitting. Deze zoekslag heeft 18 aanvullende documenten opgeleverd, waarvan één buiten de reikwijdte van het verzoek valt voor wat betreft de periode. De documenten 1, 2, 3, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 15 en 16 zijn deels openbaar gemaakt. Document 4 is volledig openbaar gemaakt en de documenten 8, 14 en 18 zijn niet openbaar gemaakt. De documenten 5 en 17 zijn reeds openbaar en vallen daarom volgens de minister niet onder de reikwijdte van de Woo. Bij de deels openbaar gemaakte documenten zijn de persoonsgegevens van medewerkers en derden op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo niet openbaar gemaakt. Verder heeft de minister bij drie documenten toepassing gegeven aan artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, en artikel 5.2, eerste lid, van de Woo. Het gaat hierbij om documenten met betrekking tot de beoordeling van grootschalige munitieopslag en de notulen MER trechtersessie. Deze documenten zijn niet of deels niet openbaar gemaakt. Overwegingen 4. De rechtbank stelt vast dat de minister Antea Group (hierna: Antea) de opdracht heeft gegeven een plan-MER op te stellen voor het NPRD. 5. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat de opdrachtverlening aan Antea en de opdrachtaanvaarding van Antea ten onrechte niet openbaar zijn gemaakt. Volgens eiser is het niet plausibel dat deze documenten er niet zouden zijn. Een extern onderzoeksbureau voert namelijk geen werkzaamheden uit zonder schriftelijk verleende opdracht(en) met beschrijving van een werkwijze en werkinstructies. Volgens eiser zou met de openbaarmaking van deze documenten de werkwijze met de GIS-analyse openbaar worden. 5.1. Ter zitting is duidelijk geworden dat eiser hiermee de openbaarmaking van de brongegevens, die ten grondslag hebben gelegen aan de door Antea uitgevoerde GIS-analyse, beoogt. 6. In het verweerschrift heeft de minister wat betreft deze opdrachtverlening toegelicht dat er geen specifieke opdracht is geweest tot het uitvoeren van een GIS-analyse. Deze informatie is dus niet in documenten gevat en bestaat dus niet. Dit geldt ook voor de brongegevens van de GEO data. 6.1. De minister heeft op de zitting nader toegelicht dat de brongegevens waarop Antea zich heeft gebaseerd niet in documenten zijn vervat en ook niet in een opdrachtverlening staan. De minister heeft juist beoogd om niet te sturen en Antea onafhankelijk het werk te laten doen. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau stonden uitsluitingscriteria, maar dat is openbare informatie. Antea heeft verder algemene brongegevens gebruikt. De minister weet niet welke brongegevens daarbij exact zijn gebruikt. 7. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) volgt dat wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene is die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. Bij de beoordeling of een stelling van een bestuursorgaan de Afdeling niet ongeloofwaardig voorkomt, zal worden betrokken op welke wijze het onderzoek is verricht. 8. De toelichtingen van de minister in het verweerschrift en ter zitting over het niet aanwezig zijn van documenten met de door eiser aangehaalde brongegevens komen de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. De rechtbank acht het plausibel dat de minister niet over documenten met de brongegevens beschikt die Antea heeft gebruikt voor de gemaakte analyses. Het is dan aan eiser om aannemelijk te maken dat documenten met deze gegevens toch bij de minister berusten. Hierin is eiser naar het oordeel van de rechtbank niet geslaagd. Deze beroepsgrond slaagt niet. Document 12 en 14 9. Ter zitting is duidelijk geworden dat eiser met hetgeen in het beroepschrift is gesteld over artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder i, van de Woo en de documenten 12 en 14 heeft gedoeld op de openbaarmaking van de achterliggende brongegevens. De rechtbank verwijst in dit kader naar wat hiervoor over het bestaan van deze brongegevens is overwogen. Verder merkt de rechtbank nog op dat op 23 mei 2025 het ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie is vastgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer. Als bijlage is hierbij het bijbehorende plan-MER gepubliceerd, waarin onder andere de objectieve selectiecriteria en de gegevens zijn vermeld op basis waarvan locaties voor de behoeftestellingen van Defensie zijn gewogen, beoordeeld en gekozen. Conclusie en gevolgen 10. Het beroep is ongegrond.