Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-01-13
ECLI:NL:RBOVE:2026:1817
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,281 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1817 text/xml public 2026-04-07T15:00:48 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-01-13 NL:TZ:2502466:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1817 text/html public 2026-04-07T15:00:36 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1817 Rechtbank Overijssel , 13-01-2026 / NL:TZ:2502466:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp en verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: NL:TZ:2502466:R-RK Vonnis van dinsdag 13 januari 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1] verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst de verzoeken toe. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van dinsdag 6 januari 2026, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker]; - de heer [naam] van [bedrijf] V.O.F. 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.3. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 28 november 2024, zijnde de datum waarop de schuldregelingsovereenkomst is getekend. In verband met beslag op de uitkering van [verzoeker] kon er niet worden gespaard voor de gezamenlijke schuldeisers. [verzoeker] ontvangt een Wajonguitkering en verblijft in een Awbz-instelling op basis van een 24-uursindicatie. De rechtbank is van oordeel dat het minnelijk traject niet start bij het tekenen van de schuldregelingsovereenkomst maar bij het doen van het aanbod aan schuldeisers. Dat is in het geval van [verzoeker] op 10 maart 2025. De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht heeft voldaan. De rechtbank concludeert dat [verzoeker] tijdens het minnelijk traject wegens volledige arbeidsongeschiktheid niet aan de inspanningsplicht hoefde te voldoen. Voorts concludeert de rechtbank dat uit hoofde van beslag de volledige spaarcapaciteit is afgedragen zodat aan de verplichting tot maximaal afdragen conform de berekening van het vrij te laten bedrag is voldaan. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden bepaald op 10 maart 2025. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 10 maart 2025 ; 4.3. benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers; 4.4. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.5. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.6. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.7. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1817 text/xml public 2026-04-07T15:00:48 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-01-13 NL:TZ:2502466:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1817 text/html public 2026-04-07T15:00:36 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1817 Rechtbank Overijssel , 13-01-2026 / NL:TZ:2502466:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp en verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: NL:TZ:2502466:R-RK Vonnis van dinsdag 13 januari 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1] verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst de verzoeken toe. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van dinsdag 6 januari 2026, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker]; - de heer [naam] van [bedrijf] V.O.F. 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.3. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 28 november 2024, zijnde de datum waarop de schuldregelingsovereenkomst is getekend. In verband met beslag op de uitkering van [verzoeker] kon er niet worden gespaard voor de gezamenlijke schuldeisers. [verzoeker] ontvangt een Wajonguitkering en verblijft in een Awbz-instelling op basis van een 24-uursindicatie. De rechtbank is van oordeel dat het minnelijk traject niet start bij het tekenen van de schuldregelingsovereenkomst maar bij het doen van het aanbod aan schuldeisers. Dat is in het geval van [verzoeker] op 10 maart 2025. De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht heeft voldaan. De rechtbank concludeert dat [verzoeker] tijdens het minnelijk traject wegens volledige arbeidsongeschiktheid niet aan de inspanningsplicht hoefde te voldoen. Voorts concludeert de rechtbank dat uit hoofde van beslag de volledige spaarcapaciteit is afgedragen zodat aan de verplichting tot maximaal afdragen conform de berekening van het vrij te laten bedrag is voldaan. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden bepaald op 10 maart 2025. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 10 maart 2025 ; 4.3. benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers; 4.4. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.5. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.6. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.7. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen te Almelo door mr. M.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.