Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-01-26
ECLI:NL:RBOVE:2026:1813
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,464 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1813 text/xml public 2026-04-07T14:48:47 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-01-26 NL:TZ:2502507:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1813 text/html public 2026-04-07T14:48:13 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1813 Rechtbank Overijssel , 26-01-2026 / NL:TZ:2502507:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp, afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Zwolle Rekestnummer: NL:TZ:2502507:R-RK Vonnis van maandag 26 januari 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1] verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van 12 januari 2026, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker]; - de heer [naam], [bedrijf 1] B.V. 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. 3.3. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 11 april 2025, zijnde de datum waarop het nul-aanbod is gedaan aan de schuldeisers. De rechtbank dient onder andere te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. [verzoeker] heeft tijdens het minnelijk traject geen betaalde arbeid verricht en heeft niet of nauwelijks sollicitatie-activiteiten verricht, omdat haar gezinssituatie de mogelijkheden daartoe volgens haar beperkt. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er gronden voor (volledige) ontheffing van de inspanningsplicht bestonden tijdens het minnelijk traject, zodat de inspanningsplicht tijdens het minnelijk traject op [verzoeker] heeft gerust. Nu [verzoeker] niet aan deze inspanningsplicht heeft voldaan, wijst de rechtbank de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], laatstelijk handelend onder de handelsnaam [bedrijf 2], laatstelijk gevestigd aan de [adres 1], laatstelijk ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK-nummer]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak; 4.3. wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af ; 4.4. benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis; 4.5. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.6. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.7. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.8. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1813 text/xml public 2026-04-07T14:48:47 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-01-26 NL:TZ:2502507:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1813 text/html public 2026-04-07T14:48:13 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1813 Rechtbank Overijssel , 26-01-2026 / NL:TZ:2502507:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp, afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Zwolle Rekestnummer: NL:TZ:2502507:R-RK Vonnis van maandag 26 januari 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1] verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van 12 januari 2026, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker]; - de heer [naam], [bedrijf 1] B.V. 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij zij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft zij een schuldenlast die zij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [verzoeker] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. 3.3. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 11 april 2025, zijnde de datum waarop het nul-aanbod is gedaan aan de schuldeisers. De rechtbank dient onder andere te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht heeft voldaan. [verzoeker] heeft tijdens het minnelijk traject geen betaalde arbeid verricht en heeft niet of nauwelijks sollicitatie-activiteiten verricht, omdat haar gezinssituatie de mogelijkheden daartoe volgens haar beperkt. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er gronden voor (volledige) ontheffing van de inspanningsplicht bestonden tijdens het minnelijk traject, zodat de inspanningsplicht tijdens het minnelijk traject op [verzoeker] heeft gerust. Nu [verzoeker] niet aan deze inspanningsplicht heeft voldaan, wijst de rechtbank de rechtbank het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], laatstelijk handelend onder de handelsnaam [bedrijf 2], laatstelijk gevestigd aan de [adres 1], laatstelijk ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK-nummer]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf de dag van de uitspraak; 4.3. wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af ; 4.4. benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis; 4.5. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.6. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.7. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.8. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.