Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-03-30
ECLI:NL:RBOVE:2026:1661
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/2389 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres (hierna te noemen: [eiseres] ) en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap , verweerder (hierna: de minister) (gemachtigde: M. Santing). Samenvatting 1.1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van [eiseres] om een nieuwe aanspraak op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000). [eiseres] is het niet eens met de afwijzing van haar aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de minister terecht heeft geweigerd om aan [eiseres] een nieuwe aanspraak op studiefinanciering toe te kennen. 1.2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister terecht aan [eiseres] geen nieuwe aanspraak op studiefinanciering heeft toegekend. [eiseres] krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2.1. Met het besluit van 6 juni 2025 heeft de minister aan [eiseres] geen nieuwe aanspraak op studiefinanciering toegekend. Met het bestreden besluit van 29 juli 2025 op het bezwaar van [eiseres] is de minister bij de weigering van de nieuwe aanspraak op studiefinanciering gebleven. 2.2. [eiseres] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.3. De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiseres] en de gemachtigde van de minister. De moeder van een vriendin van [eiseres] was ook aanwezig. 2.4. [eiseres] heeft tijdens de zitting een pleitnotitie overgelegd. De minister heeft gedurende een week de gelegenheid gekregen om hierop te reageren. De minister heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. Beoordeling door de rechtbank Feiten 3.1. [eiseres] is geboren op [geboortedatum] 2001. In 2018 is zij gestart met de HBO-bacheloropleiding Human Resource Management (HRM) aan de [school]. Zij is per 31 augustus 2022 gestopt met deze opleiding. Zij heeft hiervoor geen diploma behaald. In september 2022 is [eiseres] begonnen met de HBO-bacheloropleiding Vormgeving bij ArtEZ. In de periode september 2018 tot en met augustus 2022 heeft [eiseres] studiefinanciering ontvangen. 3.2. Met een besluit van 2 augustus 2022 heeft de minister aan [eiseres] gemeld dat zij vanaf 1 september 2022 het maximale aantal maanden prestatiebeurs voor haar opleiding heeft verbruikt, dat zij vanaf die datum geen aanvullende beurs meer krijgt en dat ze nog maximaal 24 maanden recht heeft op een reisvoorziening. In dat besluit staat ook dat deze voorzieningen worden omgezet in een gift als [eiseres] op tijd haar diploma haalt. Verder is in dat besluit aan [eiseres] medegedeeld dat ze nog maximaal 36 maanden kon lenen. [eiseres] ontving tot en met augustus 2025 een lening en een collegegeldkrediet. Met een besluit van 19 oktober 2025 heeft de minister aan [eiseres] vanaf september 2025 tot en met december 2025 geen lening en geen collegegeldkrediet meer toegekend, omdat zij de volledige duur studiefinanciering voor een ho-opleiding al heeft verbruikt. 3.3. [eiseres] heeft op 24 maart 2025 een nieuwe aanspraak op studiefinanciering aangevraagd. Deze aanvraag heeft geleid tot de besluitvorming, zoals vermeld onder ‘Procesverloop’. Standpunten van partijen Standpunt minister 4. De minister heeft aan [eiseres] geen nieuwe aanspraak op studiefinanciering toegekend, omdat het verzoek niet wordt ondersteund door de onderwijsinstelling en omdat de minister niet is gebleken dat sprake is van een tijdens de opleiding gekregen, verergerde of manifesterende handicap of chronische ziekte die maakt dat de opleiding niet binnen een redelijke termijn afgerond kon worden. 4.1. De onderwijsinstelling [school] ondersteunt het verzoek van [eiseres] niet. [eiseres] doorliep tijdens haar huidige opleiding een tweede revalidatietraject. Dit ging niet zomaar en de weg daar naartoe was lang. [eiseres] merkte dat zij ook tijdens de beter passende opleiding werd belemmerd in haar dagelijkse leven met studie, schoolwerk en haar bijbaan. Haar klachten namen toe en er ontstonden nieuwe klachten. [eiseres] heeft dit verder laten onderzoeken bij diverse medisch specialisten, maar daar kwam niets nieuws uit, zodat opnieuw een revalidatietraject is ingezet. 5.6. [eiseres] wijst erop dat het verloop van fibromyalgie schommelt. Het is onvoorspelbaar en kan verergeren wanneer sociale of fysieke aspecten veranderen. [eiseres] is ervan overtuigd dat de studie HRM en de bijhorende stages hebben bijgedragen aan verergering van haar klachten en dat dat er uiteindelijk voor heeft gezorgd dat een nieuw revalidatietraject nodig was. De impact van de fysieke klachten door fibromyalgie op de mentale gezondheid van [eiseres] is enorm. Ook omdat zij zich nergens gehoord voelde. Uiteindelijk werkte dat door in de fysieke toestand van [eiseres] tot op het moment dat het niet meer ging. [eiseres] deed op school haar best. Dat ging ten koste van haar gezondheid. [eiseres] wilde zichzelf bewijzen en graag goed presteren. Zij wilde graag binnen het plaatje passen en voldoen aan de eisen van haar studie en alles wat daarmee te maken had. Achteraf heeft [eiseres] zichzelf enorm tekortgedaan. Ze had veel eerder op de rem moeten trappen, maar daar zeker ook ondersteuning van school bij moeten krijgen. 5.7. [eiseres] vindt het logisch dat uit het verslag van CIR van 19 september 2023 niet is op te maken dat haar klachten tijdens de opleiding HRM van september 2018 tot en met september 2022 zijn verergerd, waardoor zij de opleiding moest beëindigen. Het verslag is immers niet geschreven om te dienen als bewijs in deze procedure. [eiseres] wijst erop dat een revalidatietraject pas wordt ingezet als alle andere onderzoeken zijn afgerond en behandelingen geen positief effect hebben gehad. Ook het huisartsenjournaal is niet geschreven met het doel duidelijk te maken dat de klachten van [eiseres] zijn toegenomen. Ook al ervaart [eiseres] een toename van haar klachten, zij gaat daarmee niet regelmatig naar de huisarts. [eiseres] is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat ze moet zien te leven met een kwetsbare gezondheid. De huisarts heeft wel goed zicht op de beperkingen en fysieke klachten van [eiseres] . Het bleek voor [eiseres] niet mogelijk om zelf een onafhankelijke arts in te schakelen die zou kunnen rapporteren over de causaliteit tussen de verergering van haar gezondheidsklachten en het niet afronden van de HRM-opleiding en de onmogelijkheid om in het HRM-werkveld te werken. [eiseres] is van mening dat [school] een onafhankelijk arts had moeten inschakelen. 5.8. Als chronisch zieke jonge student zonder steunend netwerk staat [eiseres] vaker in de kou. Ze ervaart weinig steun vanuit de maatschappij. Ze loopt tegen veel muren van onbegrip aan, wat maakt dat zij zich vaak eenzaam voelt. [eiseres] heeft weinig steun ervaren en moest veel zelf uitzoeken en zij wist te weinig van de mogelijkheden om hulp in te schakelen. Dat dit voor haar eigen rekening en risico komt vindt [eiseres] wrang. Zij wil zich ontwikkelen tot iemand die zoveel mogelijk financieel onafhankelijk kan zijn. 5.9. [eiseres] merkt op, dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle vanaf 1 april 2022 aan haar studietoeslag heeft toegekend, omdat sprake is van een structurele medische beperking waardoor zij niet in staat is om naast haar studie arbeid te verrichten. Als [eiseres] vanaf 1 september 2025 geen recht meer heeft op studiefinanciering, kan zij ook geen aanspraak meer maken op studietoeslag. Feitelijk heeft [eiseres] dan geen inkomsten meer om in haar levensonderhoud te voorzien en om haar studie te kunnen bekostigen. [eiseres] vindt het cru dat de gemeente Zwolle haar structurele medische beperking erkent en haar ond In 2022 heeft [eiseres] zich uitgeschreven bij [school] en zich aansluitend in september 2022 ingeschreven bij ArtEZ, waar zij in juni 2023 de propedeuse voor de Bachelor HBO Vormgeving heeft behaald. De decanen betwisten niet dat sprake is van een medische aandoening, maar afgaande op de feiten en de overgelegde gegevens is de onderwijsinstelling van mening dat [eiseres] niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet in staat zou zijn de studie af te ronden binnen een redelijke termijn. [eiseres] heeft niet aangetoond dat haar medische aandoening van invloed is geweest op haar eerdere studievoortgang. Evenmin hebben de decanen een directe causaliteit kunnen vaststellen tussen de klachten en beperkingen enerzijds en de onmogelijkheid van [eiseres] om in de toekomst de studie HRM af te ronden en een baan in het HRM-werkveld uit te kunnen oefenen anderzijds. 7.3. In het dossier bevindt zich een brief van 19 juli 2017 van een revalidatiearts van Vogellanden. Uit deze brief blijkt dat [eiseres] toen is behandeld voor chronische pijnklachten van het houdings- en bewegingsapparaat, vooral de benen. [eiseres] had tijdens het revalidatietraject geleerd hoe zij de klachten kon voorkomen en verminderen, en deed dit inmiddels met succes. Dit leidde tot minder klachten. Ook zit in het dossier een rapport van 19 september 2023 van CIR. Hierin staat dat bij [eiseres] al 10 jaar sprake is van pijnklachten, dat zij in 2017 een revalidatietraject heeft gehad bij de Vogellanden voor chronische pijn en dat de pijn hierna alleen maar is toegenomen en ervoor zorgde dat [eiseres] niet goed meer kon functioneren. [eiseres] heeft er in dit revalidatietraject aan gewerkt haar beperkingen te verminderen. Door haar gedrag aan te passen kwam ze tot een betere zelfzorg. [eiseres] had echter nog verdere hulp nodig. Vandaar adviseerde CIR nog psychologische begeleiding. Het dossier bevat ook een brief van 23 december 2024 van reumatoloog dr. [reumatoloog] . Hierin staat dat [eiseres] al langer bekend is met een chronisch pijn syndroom en dat zij voldoet aan de criteria voor fibromyalgie. 7.4. Uit wat [eiseres] in haar brief van 21 januari 2025 aan de studentendecaan schrijft leidt de rechtbank af dat [eiseres] vooral tijdens haar stage bij TeachR van augustus 2021 tot en met november 2021 geconfronteerd werd met haar beperkingen. Tijdens die stage merkte [eiseres] dat de lichamelijke en psychische klachten van de afgelopen 3,5 studiejaren opstapelden en dit resulteerde erin dat zij thuis kwam te zitten. De klachten van [eiseres] waren enorm toegenomen. Het lukte haar niet meer om haar taken op stage en in haar privéleven uit te voeren. Zij ervoer voornamelijk pijn in haar rug, schouders en heupen. Het vele zitten achter een computer zorgde ervoor dat dit niet meer ging en dat de dagen te lang waren. [eiseres] realiseerde zich dat dit niet tijdelijk was, maar dat dit een opeenstapeling was van de afgelopen 3,5 jaar en dat haar beste periode hierin de periode van de minor was. [eiseres] realiseerde zich dat HRM-werk voor haar lichaam niet het juiste beroep noch werkveld is. Stoppen terwijl [eiseres] bijna haar diploma had voelde als een bizarre keuze. Maar ze voelde ook dat door dit werk te doen haar pijn alleen maar erger zou worden. Waar ze tijdens de revalidatie enorm hard voor had gewerkt en veel dingen voor had gelaten zou daardoor voor niets zijn geweest. [eiseres] zag geen andere optie dan te stoppen met de HRM-opleiding en te beginnen met een nieuwe studie die haar op termijn een baan zou opleveren die passend is bij haar fysieke beperkingen. In het huisartsenjournaal is op 30 november 2021 vermeld dat [eiseres] heel moe was, geen energie had en veel huilde. Hierdoor had zij ook geen energie meer voor school of stage. In het huisartsenjournaal staat dat [eiseres] met haar huisarts heeft besproken dat zij 3,5 jaar geleden een verkeerde studiekeuze voor een HRM-opleiding heeft gemaakt en dat ze graag interieur architectuur wilde doen, waar ze een minor in