ECLI:NL:RBOVE:2026:163
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/821 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres, gemachtigde: [gemachtigde 1], en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), gemachtigde: [gemachtigde 2]. Samenvatting In deze zaak gaat het om de vraag of het UWV, in verband met de vaststelling van een Ziektewetuitkering, bij de berekening van het dagloon over de referteperiode naast het loon uit dienstbetrekking ook de in die periode verkregen Ziektewetuitkering moet meerekenen. De rechtbank komt tot het oordeel dat het UWV bij de berekening het dagloon op grond van artikel 15 Ziektewet terecht alleen is uitgegaan van het loon dat werkneemster ontving tijdens het dienstverband waaruit de ziekte is ontstaan, en niet tevens van de Ziektewetuitkering die zij tijdens dat dienstverband ook nog ontving. Procesverloop 1.1 Bij besluit van 17 september 2024 heeft het UWV eiseres meegedeeld dat zij recht heeft op ziekengeld naar aanleiding van haar ziekmelding per 29 januari 2024. Het dagloon is daarbij vastgesteld op € 105,74. 1.2 Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar aangetekend. Met het bestreden besluit van 16 januari 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dit besluit gebleven. 1.3 Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4 De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV. Totstandkoming van het besluit 2.1 Eiseres is werkzaam geweest in dienst van TalentCare. Zij heeft zich daar op 29 januari 2024 ziek gemeld. Doordat haar arbeidsovereenkomst bij TalentCare in maart 2023 van rechtswege afliep, is eiseres ziek uit dienst gegaan. Zij heeft vervolgens een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) ontvangen. 2.2 Eiseres is vervolgens in dienst getreden bij Stichting Isala Klinieken (hierna: Isala) om te re-integreren in de functie van arts-assistent niet in opleiding. Omdat het dienstverband is gestart met als doel om te kunnen re-integreren, is er in eerste instantie een beperkte arbeidsduur overeengekomen. Dit is steeds uitgebreid naar uiteindelijk 36 uur per week. Tussen eiseres en Isala zijn in de achtereenvolgende periodes arbeidsovereenkomsten met de aangegeven arbeidsduur gesloten. Van 6 juli tot 24 juli 2023: 8 uur per week, van 24 juli tot 16 oktober 2023: 12 uur per week, van 16 oktober tot 23 oktober 2023: 16 uur per week en van 23 oktober tot 30 oktober 2023: 20 uur per week. Vanaf 30 oktober 2023 heeft eiseres 36 uur per week gewerkt. Op 25 oktober 2023 heeft eiseres zich hersteld gemeld bij het UWV voor haar eerdere werk. 2.3 Op 3 januari 2024 en daarna op 29 januari 2024 was eiseres in het geheel niet meer in staat haar werkzaamheden te verrichten. Zij heeft zich ziek gemeld bij Isala. Nadat de arbeidsovereenkomst van eiseres bij Isala afliep per 1 maart 2024 is aan eiseres een ZW-uitkering toegekend. Daarbij heeft besluitvorming ten aanzien van de hoogte van het dagloon plaatsgevonden, zoals vermeld onder "Procesverloop". Standpunten van partijen 3.1 Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat de hoogte van het dagloon van de uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) juist is vastgesteld op € 105,74. Voor de vaststelling van het dagloon gaat het UWV alleen uit van het dienstverband bij Stichting Isala Klinieken en niet van de tijdens dat dienstverband ontvangen ZW-uitkering. 3.2 Eiseres stelt dat haar dagloon te laag is vastgesteld. Zij meent dat het UWV ten onrechte de door haar ontvangen ZW-uitkering gedurende haar dienstverband niet heeft meegenomen in de berekening van het dagloon van de ZW-uitkering met ingang van 1 maart 2024. Eiseres heeft daarbij gewezen op artikel 14, eerste lid, van de ZW en artikel 16, tweede lid, onder a, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv). Onder loon in de zin van de ZW vallen ook uitkeringen op grond van een werknemersverzekering, zoals de ZW. Eiseres stelt dat zij onevenredig benadeeld is. Ondanks haar OCD, waarvoor zij tot op heden in behandeling is, heeft zij actief gere-integreerd en deelgenomen aan de arbeidsmarkt. Eiseres voelt zich gestraft door haar proactieve houding ten aanzien van haar re-integratie en het bijdragen aan de samenleving. Dit kan volgens eiseres niet de bedoeling zijn van de wetgever en is in strijd met de redelijkheid en billijkheid. 3.3 Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Het UWV deelt niet het standpunt van eiseres dat voor de vaststelling van het ZW-dagloon artikel 14 van de ZW als uitgangspunt moet worden genomen. Artikel 15 van de ZW is het uitgangspunt voor het vaststellen van het ZW-dagloon. Dit is wettelijk bepaald. Uit dit artikel blijkt duidelijk dat voor de berekening van het ZW-dagloon alleen de inkomsten worden meegerekend van het dienstverband waaruit de ziekte is ontstaan. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2A van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (het Dagloonbesluit). Het UWV heeft hierbij verwezen naar rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB). Wettelijk kader 4.1 Op grond van artikel 14, eerste lid, van de ZW verstaat de ZW onder loon het loon in de zin van hoofdstuk 3 van de Wfsv 4.2 Artikel 15, eerste lid, van de ZW bepaalt dat voor de berekening van het ziekengeld waarop op grond van deze wet recht bestaat als dagloon wordt beschouwd 1/261 deel van het loon dat de werknemer in de periode van één jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ongeschiktheid tot werken als bedoeld in artikel 19, eerste of tweede lid, is ingetreden, verdiende in de dienstbetrekking waaruit hij door ziekte ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid, doch ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wfsv, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur, onder meer wanneer de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, korter heeft geduurd dan het jaar, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van de vaststelling van het dagloon, bedoeld in het eerste lid, en de herziening ervan nadere en zo nodig afwijkende regels worden gesteld. Beoordeling door de rechtbank 5. In geschil is of het UWV het ZW-dagloon van eiseres per 1 maart 2024 juist heeft vastgesteld. De rechtbank beoordeeld het beroep naar aanleiding van wat eiseres in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres niet slaagt en overweegt hiertoe als volgt. 5.1 De rechtbank stelt vast dat het UWV uitvoering heeft gegeven aan de bepalingen in de ZW en het Dagloonbesluit door bij de vaststelling van het dagloon van eiseres alleen rekening te houden met het loon dat eiseres heeft ontvangen uit de dienstbetrekking bij Isala. Dit is immers bepaald in artikel 15 van de ZW. In dit artikel is bepaald dat bij de vaststelling van het dagloon alleen rekening wordt gehouden met het loon dat de werknemer verdiende in de dienstbetrekking waaruit hij door ziekte ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid. 5.2 In artikel 14, eerste lid, van de ZW in samenhang met artikel 16, tweede lid, onder a, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) volgt weliswaar dat onder loon in de zin van de ZW ook uitkeringen vallen op grond van een werknemersverzekering, zoals de ZW, maar voor de vaststelling van het dagloon wordt in artikel 15 van de ZW uitdrukkelijk bepaald dat het dient te gaan om loon uit de dienstbetrekking waaruit de betrokkene door ziekte ongeschikt is geworden. Ter zitting heeft het UWV toegelicht dat met een ZW-uitkering uit dit laatste dienstverband wel rekening wordt gehouden, maar niet met een ZW-uitkering die werd ontvangen uit een eerder dienstverband. De ZW-uitkering die eiseres heeft ontvangen uit de dienstbetrekking bij TalentCare dient daarom niet te worden betrokken bij de dagloonberkening.