Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-03-24
ECLI:NL:RBOVE:2026:1603
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,414 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1603 text/xml public 2026-03-31T11:08:18 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-24 11929380 \ CV EXPL 25-1898 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1603 text/html public 2026-03-26T12:55:49 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1603 Rechtbank Overijssel , 24-03-2026 / 11929380 \ CV EXPL 25-1898 Herstelvonnis. In het vonnis van 17 februari 2026 was de huurder wel in deze procedure verschenen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 11929380 \ CV EXPL 25-1898 Verbetervonnis van 24 maart 2026 in de zaak van AEGON LEVENSVERZEKERING N.V. , gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage, eisende partij, hierna te noemen: de verhuurder, gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de huurder, procederend in persoon. 1 Het verzoek tot verbetering 1.1. Op 26 februari 2026 heeft Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders namens de verhuurder de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 17 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens de verhuurder is de huurder in deze procedure wel verschenen. Echter staat in het vonnis opgenomen dat de huurder niet is verschenen. Daarnaast heeft de verhuurder naar voren gebracht dat in rechtsoverweging 2.5. van het vonnis wordt uitgegaan van een onjuiste huurachterstand. De huurachterstand wordt gebaseerd op productie 12, terwijl uit de akte van 10 februari 2026 duidelijk blijkt dat de huurachterstand moet worden gebaseerd op productie 11, aldus de verhuurder. 1.2. De kantonrechter heeft de huurder in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. De huurder wel of niet verschenen 2.2. De kantonrechter oordeelt dat in de kop van het vonnis van 17 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Uit het dossier blijkt dat de huurder op de rolzitting van 21 oktober 2025 is verschenen om verweer te voeren. Dat betekent dat in tegenstelling tot wat is opgenomen in het vonnis van 17 februari 2026 dat de huurder wel in deze procedure is verschenen. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis met betrekking tot het verschijnen van de huurder dan ook toewijzen als volgt. De huurachterstand 2.3. Dat is anders voor het verzoek tot verbetering van de toegewezen huurachterstand in het vonnis van 17 februari 2026. De kantonrechter oordeelt dat hier geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Er is in dit geval geen sprake van een vergissing. Uit rechtsoverweging 2.2. van het vonnis van 17 februari 2026 blijkt dat de kantonrechter voor de beoordeling van het huurachterstand uitgaat van de oorspronkelijke huurprijs. De verhuurder heeft bij haar akte van 10 februari 2026 als productie 12 een complete herberekening overgelegd met de oorspronkelijke huurprijs. Van deze herberekening is de kantonrechter in rechtsoverweging 2.5 uitgegaan. Productie 11 waarnaar de verhuurder verwijst in de brief van 26 februari 2026 is een herberekening van de huurachterstand conform het indexatiebeding. Bovenstaande betekent dat de kantonrechter het verzoek tot verbetering van het vonnis met betrekking tot de toegewezen huurachterstand onder rechtsoverweging 2.5. dan ook zal afwijzen. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. bepaalt dat de kop van het vonnis van het op 17 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat “ [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de huurder, niet verschenen.” wordt gewijzigd in “ [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de huurder, procederende in persoon.”, 3.2. bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 24 maart 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 17 februari 2026, 3.3. verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 17 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen, 3.4. wijst het meer of anders verzochte af. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026. (ak)
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1603 text/xml public 2026-03-31T11:08:18 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-24 11929380 \ CV EXPL 25-1898 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1603 text/html public 2026-03-26T12:55:49 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1603 Rechtbank Overijssel , 24-03-2026 / 11929380 \ CV EXPL 25-1898 Herstelvonnis. In het vonnis van 17 februari 2026 was de huurder wel in deze procedure verschenen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 11929380 \ CV EXPL 25-1898 Verbetervonnis van 24 maart 2026 in de zaak van AEGON LEVENSVERZEKERING N.V. , gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage, eisende partij, hierna te noemen: de verhuurder, gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de huurder, procederend in persoon. 1 Het verzoek tot verbetering 1.1. Op 26 februari 2026 heeft Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders namens de verhuurder de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 17 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens de verhuurder is de huurder in deze procedure wel verschenen. Echter staat in het vonnis opgenomen dat de huurder niet is verschenen. Daarnaast heeft de verhuurder naar voren gebracht dat in rechtsoverweging 2.5. van het vonnis wordt uitgegaan van een onjuiste huurachterstand. De huurachterstand wordt gebaseerd op productie 12, terwijl uit de akte van 10 februari 2026 duidelijk blijkt dat de huurachterstand moet worden gebaseerd op productie 11, aldus de verhuurder. 1.2. De kantonrechter heeft de huurder in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren. [gedaagde] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2 De beoordeling 2.1. Op grond van artikel 31 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing. De huurder wel of niet verschenen 2.2. De kantonrechter oordeelt dat in de kop van het vonnis van 17 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Uit het dossier blijkt dat de huurder op de rolzitting van 21 oktober 2025 is verschenen om verweer te voeren. Dat betekent dat in tegenstelling tot wat is opgenomen in het vonnis van 17 februari 2026 dat de huurder wel in deze procedure is verschenen. De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis met betrekking tot het verschijnen van de huurder dan ook toewijzen als volgt. De huurachterstand 2.3. Dat is anders voor het verzoek tot verbetering van de toegewezen huurachterstand in het vonnis van 17 februari 2026. De kantonrechter oordeelt dat hier geen sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Er is in dit geval geen sprake van een vergissing. Uit rechtsoverweging 2.2. van het vonnis van 17 februari 2026 blijkt dat de kantonrechter voor de beoordeling van het huurachterstand uitgaat van de oorspronkelijke huurprijs. De verhuurder heeft bij haar akte van 10 februari 2026 als productie 12 een complete herberekening overgelegd met de oorspronkelijke huurprijs. Van deze herberekening is de kantonrechter in rechtsoverweging 2.5 uitgegaan. Productie 11 waarnaar de verhuurder verwijst in de brief van 26 februari 2026 is een herberekening van de huurachterstand conform het indexatiebeding. Bovenstaande betekent dat de kantonrechter het verzoek tot verbetering van het vonnis met betrekking tot de toegewezen huurachterstand onder rechtsoverweging 2.5. dan ook zal afwijzen. 3 De beslissing De kantonrechter 3.1. bepaalt dat de kop van het vonnis van het op 17 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat “ [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de huurder, niet verschenen.” wordt gewijzigd in “ [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen: de huurder, procederende in persoon.”, 3.2. bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 24 maart 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 17 februari 2026, 3.3. verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 17 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen, 3.4. wijst het meer of anders verzochte af. Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026. (ak)