Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-03-13
ECLI:NL:RBOVE:2026:1428
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,041 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1428 text/xml public 2026-03-20T12:00:25 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-13 C/08/324397 / FA RK 24-2850 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Zwolle Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1428 text/html public 2026-03-17T13:06:51 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1428 Rechtbank Overijssel , 13-03-2026 / C/08/324397 / FA RK 24-2850 Afwijzing verzoek vaststellen omgangsregeling. Vader wijst hulpverlening en begeleiding radicaal af. RECHTBANK OVERIJSSEL Familie- en Jeugdrecht Locatie Zwolle Zaaknummer: C/08/324397 / FA RK 24-2850 Beschikking van 13 maart 2026 in de zaak van [de vader] , verder te noemen: de vader, met een briefadres in [woonplaats 1] , verzoeker, advocaat: mr. I. Mercanoglu, en [de moeder] , verder te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 2] , belanghebbende, advocaat: mr. E. Baldan. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De rechtbank heeft bij beschikking van 25 februari 2025 de beslissing over de omgangsregeling aangehouden in afwachting van het raadsonderzoek. 1.2. De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de volgende stukken: een op 8 oktober 2025 binnengekomen rapport van de raad voor de kinderbescherming, verder te noemen: de raad, van diezelfde datum; een op 23 oktober 2025 binnengekomen F9-formulier van mr. Baldan van diezelfde datum. 1.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 11 februari 2026 met na te noemen minderjarige [minderjarige] gesproken. 1.4. De mondelinge behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting van 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, telefonisch bijgestaan door haar advocaat, [naam 1] en [naam 2] namens de raad. 2 De feiten 2.1. Voor de feiten wordt verwezen naar genoemde beschikking van 25 februari 2025. 3 De verdere beoordeling Het wettelijk criterium 3.1. Ingevolge artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen of degene die in nauwe persoonlijk betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang, alsmede een onderling getroffen omgangsregeling, wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 3.2. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechter dient bij zijn beslissing alle omstandigheden van het geval in acht te nemen. Het advies van de raad 3.3. De raad adviseert om het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af te wijzen en op dit moment geen omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] . De raad stelt hiertoe dat [minderjarige] zich bevindt in een loyaliteitsconflict tussen zijn ouders en dat het niet gelukt is hem hieruit te halen. [minderjarige] is er stellig in dat hij geen contact wil met zijn vader buiten de moskee om. Hulpverlening heeft hier nog geen verandering in kunnen brengen doordat de vader daaraan weigert mee te werken. De raad acht het op dit moment niet in het belang van [minderjarige] om hem te dwingen tot contact met zijn vader op andere momenten dan op zondag in de moskee. Wel ziet de raad mogelijkheden om daar naar toe te werken en dat wordt [minderjarige] en de vader ook gegund. Hiervoor is hulpverlening en begeleiding voor beide ouders noodzakelijk. De ouders moeten allebei werken aan het beëindigen van de conflicten tussen hen om de loyaliteitsproblemen bij [minderjarige] weg te nemen. Op deze manier kan op een veilige en verantwoorde manier gewerkt worden aan contactherstel tussen [minderjarige] en zijn vader. De raad adviseert het verzoek van de vader daarom af te wijzen. [minderjarige] en de vader kunnen elkaar nog blijven zien op de zondagen in de moskee. [minderjarige] vindt het contact op deze manier fijn en ziet zijn vader graag in de moskee. Hij heeft in een gesprek met de raad verteld dit contact graag te willen behouden. De raad ziet hier daarom geen belemmeringen in voor [minderjarige] . Het standpunt van de vader 3.4. De vader kan zich niet verenigen met het advies van de raad en handhaaft zijn primaire verzoek tot het vaststellen van een wekelijkse onbegeleide omgangsregeling op zaterdag en zondagmiddag. Door en namens de vader wordt gesteld dat het raadsadvies onnavolgbaar is. De vader ziet geen enkele reden waarom hij en [minderjarige] geen contact met elkaar kunnen hebben buiten de moskee om. De vader heeft [minderjarige] nooit iets misdaan, dwingt hem niet tot contact en hij is ook nooit een slechte vader voor hem geweest. Het contact in de moskee verloopt goed en de vader wil ook leuke activiteiten met [minderjarige] ondernemen. De raad heeft niet onderzocht in hoeverre de mening van [minderjarige] over het contact oprecht is nu hij zich bevindt in een loyaliteitsconflict en daarbij geen vrije wil kan vormen over het contact volgens vader. Dat alleen onder toezicht en middels begeleiding gewerkt en uitvoering kan worden gegeven aan een omgangsregeling is niet aanvaardbaar voor de vader. Hij zit daar niet op te wachten en staat ook niet open voor enige vorm van hulp en ondersteuning. Indien geen invulling wordt gegeven aan zijn wens tot het vaststellen van een regeling, ziet de vader af van verder contact met [minderjarige] . Hij kan de huidige gang van zaken waarbij hij [minderjarige] niet meer ziet dan enkel in de moskee niet accepteren. Deze vorm van contact is voor hem vernederend. Als zijn primaire verzoek niet wordt toegewezen vraagt de vader subsidiair dat zijn verzoek helemaal wordt afgewezen. Het standpunt van de moeder 3.5. De moeder staat achter het advies van de raad. Zij zou het voor [minderjarige] wel teleurstellend vindend als de vader afziet van de bezoekmomenten in de moskee. [minderjarige] wil dat contact behouden en de moeder gunt [minderjarige] en de vader dat ook. Zij benadrukt dat de vader geen slechte vader is en dat hij altijd een goede band met [minderjarige] gehad heeft, maar benadrukt ook dat [minderjarige] niet op een uitgebreidere wijze contact wil met zijn vader en dat die angst- en onveiligheidsgevoelens niet zomaar zijn ontstaan. [minderjarige] heeft daar tijd voor nodig. De moeder staat het contact tussen hen niet in de weg maar vindt het wel belangrijk dat de vader verantwoordelijkheid neemt en rekening houdt met wat [minderjarige] nodig heeft zodat zijn emotionele en fysieke veiligheid gewaarborgd blijft. Zij wil voorkomen dat [minderjarige] door de weigerachtige opstelling van vader dan wel door het forceren van contact terugvalt in zijn oude gedragspatronen. [minderjarige] heeft een zware periode achter de rug gehad en is met moeite en hulp er bovenop gekomen. De moeder wenst [minderjarige] dat niet opnieuw toe. Zij acht het vaststellen van een omgangsregeling niet in het belang van [minderjarige] en verzoekt het raadsadvies op te volgen. De moeder is hierbij bereid mee te werken aan hulpverlening. Het oordeel 3.6. De rechtbank zal het advies van de raad opvolgen en het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling afwijzen. Zij legt hierna uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen. 3.7. De raad heeft naar aanleiding van het onderzoek geadviseerd geen omgangsregeling vast te stellen. De rechtbank sluit zich daarbij aan. Een uitbreiding van de bestaande informele gang van zaken van enig kort contact rondom [minderjarige] koranlessen is niet mogelijk zolang de vader elke vorm van begeleiding of hulpverlening radicaal afwijst. Het zonder vangnetten opbouwen van contact, zoals de vader vraagt, doet geen recht aan de behoeften van [minderjarige] en zal zijn gevoelens van angst en onveiligheid jegens de vader enkel vergroten. Dat laatste zou hem nu ontegenzeggelijk schaden. Bij de huidige stand van zaken is het vastleggen van een regeling daarom niet haalbaar. De rechtbank zal, met overname van het raadsadvies, het verzoek van de vader afwijzen en geen contactregeling vaststellen.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1428 text/xml public 2026-03-20T12:00:25 2026-03-17 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-13 C/08/324397 / FA RK 24-2850 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Zwolle Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1428 text/html public 2026-03-17T13:06:51 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1428 Rechtbank Overijssel , 13-03-2026 / C/08/324397 / FA RK 24-2850 Afwijzing verzoek vaststellen omgangsregeling. Vader wijst hulpverlening en begeleiding radicaal af. RECHTBANK OVERIJSSEL Familie- en Jeugdrecht Locatie Zwolle Zaaknummer: C/08/324397 / FA RK 24-2850 Beschikking van 13 maart 2026 in de zaak van [de vader] , verder te noemen: de vader, met een briefadres in [woonplaats 1] , verzoeker, advocaat: mr. I. Mercanoglu, en [de moeder] , verder te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 2] , belanghebbende, advocaat: mr. E. Baldan. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. De rechtbank heeft bij beschikking van 25 februari 2025 de beslissing over de omgangsregeling aangehouden in afwachting van het raadsonderzoek. 1.2. De rechtbank heeft daarna kennisgenomen van de volgende stukken: een op 8 oktober 2025 binnengekomen rapport van de raad voor de kinderbescherming, verder te noemen: de raad, van diezelfde datum; een op 23 oktober 2025 binnengekomen F9-formulier van mr. Baldan van diezelfde datum. 1.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft op 11 februari 2026 met na te noemen minderjarige [minderjarige] gesproken. 1.4. De mondelinge behandeling van de zaak is voortgezet ter zitting van 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de vader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, telefonisch bijgestaan door haar advocaat, [naam 1] en [naam 2] namens de raad. 2 De feiten 2.1. Voor de feiten wordt verwezen naar genoemde beschikking van 25 februari 2025. 3 De verdere beoordeling Het wettelijk criterium 3.1. Ingevolge artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen of degene die in nauwe persoonlijk betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang, alsmede een onderling getroffen omgangsregeling, wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 3.2. De rechter neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. De rechter dient bij zijn beslissing alle omstandigheden van het geval in acht te nemen. Het advies van de raad 3.3. De raad adviseert om het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling af te wijzen en op dit moment geen omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] . De raad stelt hiertoe dat [minderjarige] zich bevindt in een loyaliteitsconflict tussen zijn ouders en dat het niet gelukt is hem hieruit te halen. [minderjarige] is er stellig in dat hij geen contact wil met zijn vader buiten de moskee om. Hulpverlening heeft hier nog geen verandering in kunnen brengen doordat de vader daaraan weigert mee te werken. De raad acht het op dit moment niet in het belang van [minderjarige] om hem te dwingen tot contact met zijn vader op andere momenten dan op zondag in de moskee. Wel ziet de raad mogelijkheden om daar naar toe te werken en dat wordt [minderjarige] en de vader ook gegund. Hiervoor is hulpverlening en begeleiding voor beide ouders noodzakelijk. De ouders moeten allebei werken aan het beëindigen van de conflicten tussen hen om de loyaliteitsproblemen bij [minderjarige] weg te nemen. Op deze manier kan op een veilige en verantwoorde manier gewerkt worden aan contactherstel tussen [minderjarige] en zijn vader. De raad adviseert het verzoek van de vader daarom af te wijzen. [minderjarige] en de vader kunnen elkaar nog blijven zien op de zondagen in de moskee. [minderjarige] vindt het contact op deze manier fijn en ziet zijn vader graag in de moskee. Hij heeft in een gesprek met de raad verteld dit contact graag te willen behouden. De raad ziet hier daarom geen belemmeringen in voor [minderjarige] . Het standpunt van de vader 3.4. De vader kan zich niet verenigen met het advies van de raad en handhaaft zijn primaire verzoek tot het vaststellen van een wekelijkse onbegeleide omgangsregeling op zaterdag en zondagmiddag. Door en namens de vader wordt gesteld dat het raadsadvies onnavolgbaar is. De vader ziet geen enkele reden waarom hij en [minderjarige] geen contact met elkaar kunnen hebben buiten de moskee om. De vader heeft [minderjarige] nooit iets misdaan, dwingt hem niet tot contact en hij is ook nooit een slechte vader voor hem geweest. Het contact in de moskee verloopt goed en de vader wil ook leuke activiteiten met [minderjarige] ondernemen. De raad heeft niet onderzocht in hoeverre de mening van [minderjarige] over het contact oprecht is nu hij zich bevindt in een loyaliteitsconflict en daarbij geen vrije wil kan vormen over het contact volgens vader. Dat alleen onder toezicht en middels begeleiding gewerkt en uitvoering kan worden gegeven aan een omgangsregeling is niet aanvaardbaar voor de vader. Hij zit daar niet op te wachten en staat ook niet open voor enige vorm van hulp en ondersteuning. Indien geen invulling wordt gegeven aan zijn wens tot het vaststellen van een regeling, ziet de vader af van verder contact met [minderjarige] . Hij kan de huidige gang van zaken waarbij hij [minderjarige] niet meer ziet dan enkel in de moskee niet accepteren. Deze vorm van contact is voor hem vernederend. Als zijn primaire verzoek niet wordt toegewezen vraagt de vader subsidiair dat zijn verzoek helemaal wordt afgewezen. Het standpunt van de moeder 3.5. De moeder staat achter het advies van de raad. Zij zou het voor [minderjarige] wel teleurstellend vindend als de vader afziet van de bezoekmomenten in de moskee. [minderjarige] wil dat contact behouden en de moeder gunt [minderjarige] en de vader dat ook. Zij benadrukt dat de vader geen slechte vader is en dat hij altijd een goede band met [minderjarige] gehad heeft, maar benadrukt ook dat [minderjarige] niet op een uitgebreidere wijze contact wil met zijn vader en dat die angst- en onveiligheidsgevoelens niet zomaar zijn ontstaan. [minderjarige] heeft daar tijd voor nodig. De moeder staat het contact tussen hen niet in de weg maar vindt het wel belangrijk dat de vader verantwoordelijkheid neemt en rekening houdt met wat [minderjarige] nodig heeft zodat zijn emotionele en fysieke veiligheid gewaarborgd blijft. Zij wil voorkomen dat [minderjarige] door de weigerachtige opstelling van vader dan wel door het forceren van contact terugvalt in zijn oude gedragspatronen. [minderjarige] heeft een zware periode achter de rug gehad en is met moeite en hulp er bovenop gekomen. De moeder wenst [minderjarige] dat niet opnieuw toe. Zij acht het vaststellen van een omgangsregeling niet in het belang van [minderjarige] en verzoekt het raadsadvies op te volgen. De moeder is hierbij bereid mee te werken aan hulpverlening. Het oordeel 3.6. De rechtbank zal het advies van de raad opvolgen en het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling afwijzen. Zij legt hierna uit hoe zij tot deze beslissing is gekomen. 3.7. De raad heeft naar aanleiding van het onderzoek geadviseerd geen omgangsregeling vast te stellen. De rechtbank sluit zich daarbij aan. Een uitbreiding van de bestaande informele gang van zaken van enig kort contact rondom [minderjarige] koranlessen is niet mogelijk zolang de vader elke vorm van begeleiding of hulpverlening radicaal afwijst. Het zonder vangnetten opbouwen van contact, zoals de vader vraagt, doet geen recht aan de behoeften van [minderjarige] en zal zijn gevoelens van angst en onveiligheid jegens de vader enkel vergroten. Dat laatste zou hem nu ontegenzeggelijk schaden. Bij de huidige stand van zaken is het vastleggen van een regeling daarom niet haalbaar. De rechtbank zal, met overname van het raadsadvies, het verzoek van de vader afwijzen en geen contactregeling vaststellen.