Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-03-10
ECLI:NL:RBOVE:2026:1278
RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo Zaaknummer : 11900992 \ CV EXPL 25-1742 Vonnis van 10 maart 2026 in de zaak van de besloten vennootschap [eiseres] B.V. ,gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen [eiseres] , gemachtigde: mr. Th. Van Wijngaarden, gerechtsdeurwaarder te Ommen, tegen [gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf] ,wonende te [woonplaats] , gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] , gemachtigde: mr. J. Nijland, advocaat te Borne. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de conclusie van antwoord, - de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald, - de mondelinge behandeling van 10 februari 2026. Partijen zijn op de mondelinge behandeling verschenen, bijgestaan door hun gemachtigden. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Partijen hebben op 22 mei 2024 een huurkoopovereenkomst (financiële leaseovereenkomst) gesloten terzake een Mercedes Benz met kenteken [kenteken] (hierna ook: de auto). De looptijd van deze overeenkomst is 60 maanden. De totale leaseprijs bedraagt € 53.527,80 (inclusief de kredietvergoeding van € 10.027,80). De maandelijkse leasetermijn bedroeg bij aanvang van de huurkoopovereenkomst € 892,13 uiterlijk te betalen de 22e van elke maand. 2.2. Blijkens de afstandsverklaring van 31 juli 2025 heeft [eiseres] de huurkoopovereenkomst met [gedaagde] per die datum beëindigd en heeft [gedaagde] de auto ingeleverd bij AVS (de gemachtigde van [eiseres] ). 2.3. Bij creditfactuur van 15-08-2025 heeft [eiseres] een bedrag van € 21.695,00 gecrediteerd aan [gedaagde] vanwege de verkoopopbrengst van de auto. 3 Het geschil 3.1. [eiseres] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: - [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te voldoen een bedrag van € 19.282,52, vermeerderd met de rente van 1,5% per maand over € 18.211,64, vanaf 19 september 2025 tot aan de dag der algehele voldoening toe en kosten rechtens. 3.2. [eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan zijn betalingsverplichting uit hoofde van huurkoopovereenkomst en dit grond is om de overeenkomst te ontbinden. 3.3. [gedaagde] heeft erkend dat er een achterstand is ontstaan bij de betaling van de maandelijks verschuldigde leasetermijnen. Wel meent hij, op hierna te bespreken gronden, dat het onredelijk is dat hij nog een bedrag van ongeveer € 22.000,00 moet betalen. 4 De beoordeling Gedaagde heeft niet als consument gehandeld 4.1. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] niet als consument heeft gehandeld. [eiseres] heeft gesteld dat sprake is van zakelijke lease en [gedaagde] heeft dit niet weersproken. De gevolgen van de ontbinding van de huurkoopovereenkomst 4.2. Tussen partijen staat niet ter discussie dat zij een huurkoopovereenkomst hebben gesloten voor de auto. [gedaagde] heeft erkend dat een betalingsachterstand is ontstaan. 4.3. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] door het niet (tijdig) betalen van diverse leasetermijnen is tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen uit de huurkoopovereenkomst. Hij was op grond van de huurkoopovereenkomst en artikel 3 van de algemene voorwaarden verplicht om de leasetermijnen op tijd te betalen. 4.4. Het niet betalen is een tekortkoming. Die tekortkoming levert, krachtens de algemene voorwaarden en het bepaalde in artikel 6:265 lid 1 BW, in dit geval beginsel een grond op voor ontbinding. [eiseres] mocht de overeenkomst dan ook (buitengerechtelijk) ontbinden. [gedaagde] is overigens op 31 juli 2025 ook akkoord gegaan met de beëindiging van de overeenkomst. 4.5. In artikel 11 van de algemene voorwaarden staan de gevolgen van een dergelijke beëindiging (ontbinding) beschreven. Bij zo een beëindiging mag [eiseres] onder meer de onbetaalde termijnen en het totaal van de toekomstige termijnen opeisen. Ook verkoopt [eiseres] de auto, waarna zij de netto-opbrengst van die verkoop verrekend met het