Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-03-03
ECLI:NL:RBOVE:2026:1134
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,089 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1134 text/xml public 2026-03-06T12:00:15 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-03 11969813 \ CV EXPL 25-3368 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1134 text/html public 2026-03-04T10:42:42 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1134 Rechtbank Overijssel , 03-03-2026 / 11969813 \ CV EXPL 25-3368 De stichtingen vorderen om B2 Groep te veroordelen tot betaling van meerdere bedragen ter zake premies te betalen. B2 Groep vordert dat de rechtbank haar toestaat om een persoon in vrijwaring te dagvaarden. De stichtingen hebben geen bezwaar tegen deze vordering. De rechtbank wijst de vordering van B2 Groep toe en verwijst voor de vorderingen van de stichtingen naar de civiele rolzitting van dinsdag 31 maart 2026, teneinde B2 Groep in staat te stellen te concluderen voor antwoord. RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 11969813 \ CV EXPL 25-3368 Vonnis in incident van 3 maart 2026 In de zaak van 1. de stichting Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf , statutair gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: stichting OOM; 2. de stichting Stichting Sociaal Fonds Metaal en Technische Bedrijfstakken , statutair gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: stichting SFM; 3. de stichting Stichting Regeling Vervroegd Uittreden Metaal en Techniek , statutair gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, hiern te noemen: stichting RVU; 4. de naamloze vennootschap N.V. Schadeverzekering Metaal en Technische Bedrijfstakken , gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage, hierna te noemen: N.V. Schade; eisende partijen in de hoofdzaak en gedaagde partijen in het incident, hierna gezamenlijk te noemen: de Stichtingen c.s., gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus, verbonden aan Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, kantoorhoudende te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B2 GROEP B.V. , gevestigd en kantoorhoudende te Enschede, gedaagde partij in de hoofdzaak en eisende partij in het incident, hierna te noemen: B2 Groep, gemachtigde: mr. D.P. Kant, advocaat te Capelle aan den IJssel. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 november 2025; - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van B2 Groep; - de antwoord conclusie in het incident van de Stichtingen c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten met betrekking tot de stichting OOM 2.1. B2 Groep is werkgever in de bedrijfstak als bedoeld in de Collectieve arbeidsovereenkomst Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf 2020-2024, hierna: de cao, zijnde elke natuurlijk- of rechtspersoon die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in de cao, dan wel een onderneming, die op grond daarvan -na voorafgaand verzoek en onder te stellen voorwaarden- toegelaten wordt deel te nemen in de regeling van de stichting OOM. B2 Groep is aan OOM op grond van de toepasselijke statuten een bijdrage verschuldigd over elke dag, waarover loon wordt ontvangen. met betrekking tot de stichting SFM 2.2 B2 Groep is werkgever in de bedrijfstak als bedoeld in de Collectieve arbeidsovereenkomst Werkgeversbijdrage Sociaal Fonds Metaal en Technische bedrijfstakken, zijnde elke natuurlijk- of rechtspersoon die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in de cao, dan wel een onderneming, die op grond daarvan -na voorafgaand verzoek en onder te stellen voorwaarden- toegelaten wordt deel te nemen in de regeling van de stichting SFM. B2 Groep is aan SFM op grond van de toepasselijke statuten een bijdrage verschuldigd over elke dag, waarover loon wordt ontvangen. met betrekking tot de stichting RVU 2.3. B2 Groep is werkgever in de bedrijfstak als bedoeld in de Collectieve arbeidsovereenkomst Regeling Vervroegd Uittreden Metaal en Techniek 2023-2027, zijnde elke natuurlijk- of rechtspersoon die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in de cao, dan wel een onderneming, die op grond daarvan -na voorafgaand verzoek en onder te stellen voorwaarden- toegelaten wordt deel te nemen in de regeling van de stichting RVU. B2 Groep is aan RVU op grond van de toepasselijke statuten een bijdrage verschuldigd over elke dag, waarover loon wordt ontvangen. met betrekking tot NV Schade 2.4. Bij besluiten van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 januari 2019 (Stcrt d.d. 18-01-2019, nr. 2826) tot algemeen verbindendverklaring van de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Aanvullend Invaliditeitspensioen Metaal en Techniek (hierna verder te noemen CAO-AvIM) en van 30 januari 2023 (Stcrt d.d. 30-01-2023, nr. 158) tot wijziging van het besluit tot algemeen verbindenendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Aanvullend Invaliditeitspensioen Metaal en Techniek, is de CAO-AvIM algemeen verbindend verklaard, bij eerstgenoemd besluit tot en met 31 december 2023. De besluiten zullen hierna samen verder worden genoemd: ‘AVV’. Op grond van de bepalingen van de bij AVV gewijzigde CAO-AvIM kent B2 Groep verplicht aan de bij haar in dienst zijnde werknemers een aanspraak toe op een Aanvullend Invaliditeitspensioen, een en ander zoals bepaald in het Uitkeringsreglement. Dit Aanvullend Invaliditeitspensioen is ten behoeve van B2 Groep verzekerd bij N.V. Schade, zoals bedoeld in de CAD-AvIM. Ingevolge de bepalingen van de CAO-AvIM heeft NV. Schade aan B2 Groep een bijdrage of bijdragen opgelegd voor het Aanvullend Invaliditeitspensioen WGA en het Aanvullend Invaliditeitspensioen WIA. 3 Het geschil in de hoofdzaak : 3.1. In deze procedure wordt gevorderd om B2 Groep te veroordelen te betalen aan: OOM, ter zake premie een bedrag van € 705,72, SFM, ter zake premie een bedrag van € 259,19, RVU, ter zake premie een bedrag van € 323,96, NV Schade, ter zake premie een bedrag van € 705,72 , totaal € 2.098,76, te vermeerderen met een bedrag van € 209,88 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 41,75 aan wettelijke rente vanaf de verzuimdatum tot 5 november 2025. in het incident : 3.2. B2 Groep vordert dat kantonrechter haar toestaat [naam], handelend onder de naam Oqto Adviseurs, kantoorhoudende te Haaksbergen aan de Elektrostraat 3, in vrijwaring te dagvaarden tegen een door de kantonrechter te bepalen terechtzitting, ten einde op de eis in vrijwaring te antwoorden. 3.3. De Stichtingen c.s. hebben geen bezwaar tegen de vordering van B2 Groep om [naam] in vrijwaring op te roepen en refereren zich aangaande die oproeping in vrijwaring aan het oordeel van de kantonrechter. Zij vorderen wel dat B2 Groep wordt veroordeeld in de kosten van het incident. 4 De beoordeling In het incident 4.1 Naar het oordeel van de kantonrechter heeft B2 Groep voldoende gesteld om te rechtvaardigen dat haar wordt toegestaan om M. Teulink in vrijwaring op te roepen. De vordering zal dan ook worden toegewezen. 4.2. Groep 2B zal worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het incident. De kosten aan de zijde van de Stichtingen c.s. zullen worden begroot op nihil, omdat zij zich niet hebben verweerd tegen de vordering in het incident en zich hebben gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. In de hoofdzaak : 4.3. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van de conclusie van antwoord door B2 Groep. 4.4. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter: In het incident : 5.1. Staat B2 Groep toe om [naam], handelend onder de naam Oqto Adviseurs, kantoorhoudende te 7483 PG Haaksbergen aan de Elektrostraat 3, in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de civiele terechtzitting van de rechtbank Overijssel, afdeling civiel, team kanton en handelsrecht, locatie Enschede op dinsdag 31 maart 2026 te 10.00 uur , om op de eis in vrijwaring te antwoorden. 5.2. Veroordeelt B2 Groep in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de gedaagde partijen begroot op nihil. In de hoofdzaak : 5.3.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1134 text/xml public 2026-03-06T12:00:15 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-03 11969813 \ CV EXPL 25-3368 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1134 text/html public 2026-03-04T10:42:42 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1134 Rechtbank Overijssel , 03-03-2026 / 11969813 \ CV EXPL 25-3368 De stichtingen vorderen om B2 Groep te veroordelen tot betaling van meerdere bedragen ter zake premies te betalen. B2 Groep vordert dat de rechtbank haar toestaat om een persoon in vrijwaring te dagvaarden. De stichtingen hebben geen bezwaar tegen deze vordering. De rechtbank wijst de vordering van B2 Groep toe en verwijst voor de vorderingen van de stichtingen naar de civiele rolzitting van dinsdag 31 maart 2026, teneinde B2 Groep in staat te stellen te concluderen voor antwoord. RECHTBANK OVERIJSSEL Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Enschede Zaaknummer : 11969813 \ CV EXPL 25-3368 Vonnis in incident van 3 maart 2026 In de zaak van 1. de stichting Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf ,statutair gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: stichting OOM; 2. de stichting Stichting Sociaal Fonds Metaal en Technische Bedrijfstakken ,statutair gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: stichting SFM; 3. de stichting Stichting Regeling Vervroegd Uittreden Metaal en Techniek ,statutair gevestigd en kantoorhoudende te ’s-Gravenhage, hiern te noemen: stichting RVU; 4. de naamloze vennootschap N.V. Schadeverzekering Metaal en Technische Bedrijfstakken ,gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage, hierna te noemen: N.V. Schade; eisende partijen in de hoofdzaak en gedaagde partijen in het incident, hierna gezamenlijk te noemen: de Stichtingen c.s., gemachtigde: mr. J.J.F. de Geus, verbonden aan Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders, kantoorhoudende te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B2 GROEP B.V. ,gevestigd en kantoorhoudende te Enschede, gedaagde partij in de hoofdzaak en eisende partij in het incident, hierna te noemen: B2 Groep, gemachtigde: mr. D.P. Kant, advocaat te Capelle aan den IJssel. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 november 2025; - de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van B2 Groep; - de antwoord conclusie in het incident van de Stichtingen c.s. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten met betrekking tot de stichting OOM 2.1. B2 Groep is werkgever in de bedrijfstak als bedoeld in de Collectieve arbeidsovereenkomst Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf 2020-2024, hierna: de cao, zijnde elke natuurlijk- of rechtspersoon die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in de cao, dan wel een onderneming, die op grond daarvan -na voorafgaand verzoek en onder te stellen voorwaarden- toegelaten wordt deel te nemen in de regeling van de stichting OOM. B2 Groep is aan OOM op grond van de toepasselijke statuten een bijdrage verschuldigd over elke dag, waarover loon wordt ontvangen. met betrekking tot de stichting SFM 2.2 B2 Groep is werkgever in de bedrijfstak als bedoeld in de Collectieve arbeidsovereenkomst Werkgeversbijdrage Sociaal Fonds Metaal en Technische bedrijfstakken, zijnde elke natuurlijk- of rechtspersoon die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in de cao, dan wel een onderneming, die op grond daarvan -na voorafgaand verzoek en onder te stellen voorwaarden- toegelaten wordt deel te nemen in de regeling van de stichting SFM. B2 Groep is aan SFM op grond van de toepasselijke statuten een bijdrage verschuldigd over elke dag, waarover loon wordt ontvangen. met betrekking tot de stichting RVU 2.3. B2 Groep is werkgever in de bedrijfstak als bedoeld in de Collectieve arbeidsovereenkomst Regeling Vervroegd Uittreden Metaal en Techniek 2023-2027, zijnde elke natuurlijk- of rechtspersoon die in Nederland door één of meer werknemers arbeid doet verrichten als bedoeld in de cao, dan wel een onderneming, die op grond daarvan -na voorafgaand verzoek en onder te stellen voorwaarden- toegelaten wordt deel te nemen in de regeling van de stichting RVU. B2 Groep is aan RVU op grond van de toepasselijke statuten een bijdrage verschuldigd over elke dag, waarover loon wordt ontvangen. met betrekking tot NV Schade 2.4. Bij besluiten van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 januari 2019 (Stcrt d.d. 18-01-2019, nr. 2826) tot algemeen verbindendverklaring van de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Aanvullend Invaliditeitspensioen Metaal en Techniek (hierna verder te noemen CAO-AvIM) en van 30 januari 2023 (Stcrt d.d. 30-01-2023, nr. 158) tot wijziging van het besluit tot algemeen verbindenendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst Aanvullend Invaliditeitspensioen Metaal en Techniek, is de CAO-AvIM algemeen verbindend verklaard, bij eerstgenoemd besluit tot en met 31 december 2023. De besluiten zullen hierna samen verder worden genoemd: ‘AVV’. Op grond van de bepalingen van de bij AVV gewijzigde CAO-AvIM kent B2 Groep verplicht aan de bij haar in dienst zijnde werknemers een aanspraak toe op een Aanvullend Invaliditeitspensioen, een en ander zoals bepaald in het Uitkeringsreglement. Dit Aanvullend Invaliditeitspensioen is ten behoeve van B2 Groep verzekerd bijN.V. Schade, zoals bedoeld in de CAD-AvIM. Ingevolge de bepalingen van de CAO-AvIM heeft NV. Schade aan B2 Groep een bijdrage of bijdragen opgelegd voor het Aanvullend Invaliditeitspensioen WGA en het Aanvullend Invaliditeitspensioen WIA. 3 Het geschil in de hoofdzaak : 3.1. In deze procedure wordt gevorderd om B2 Groep te veroordelen te betalen aan: OOM, ter zake premie een bedrag van € 705,72, SFM, ter zake premie een bedrag van € 259,19, RVU, ter zake premie een bedrag van € 323,96, NV Schade, ter zake premie een bedrag van € 705,72 , totaal € 2.098,76, te vermeerderen met een bedrag van € 209,88 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 41,75 aan wettelijke rente vanaf de verzuimdatum tot 5 november 2025. in het incident : 3.2. B2 Groep vordert dat kantonrechter haar toestaat [naam], handelend onder de naam Oqto Adviseurs, kantoorhoudende te Haaksbergen aan de Elektrostraat 3, in vrijwaring te dagvaarden tegen een door de kantonrechter te bepalen terechtzitting, ten einde op de eis in vrijwaring te antwoorden. 3.3. De Stichtingen c.s. hebben geen bezwaar tegen de vordering van B2 Groep om [naam] in vrijwaring op te roepen en refereren zich aangaande die oproeping in vrijwaring aan het oordeel van de kantonrechter. Zij vorderen wel dat B2 Groep wordt veroordeeld in de kosten van het incident. 4 De beoordeling In het incident 4.1 Naar het oordeel van de kantonrechter heeft B2 Groep voldoende gesteld om te rechtvaardigen dat haar wordt toegestaan om M. Teulink in vrijwaring op te roepen. De vordering zal dan ook worden toegewezen. 4.2. Groep 2B zal worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten in het incident. De kosten aan de zijde van de Stichtingen c.s. zullen worden begroot op nihil, omdat zij zich niet hebben verweerd tegen de vordering in het incident en zich hebben gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter. In de hoofdzaak : 4.3. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van de conclusie van antwoord door B2 Groep. 4.4. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 5 De beslissing De kantonrechter: In het incident : 5.1. Staat B2 Groep toe om [naam], handelend onder de naam Oqto Adviseurs, kantoorhoudende te 7483 PG Haaksbergen aan de Elektrostraat 3, in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de civiele terechtzitting van de rechtbank Overijssel, afdeling civiel, team kanton en handelsrecht, locatie Enschede op dinsdag 31 maart 2026 te 10.00 uur , om op de eis in vrijwaring te antwoorden. 5.2. Veroordeelt B2 Groep in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de gedaagde partijen begroot op nihil. In de hoofdzaak : 5.3.