Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-02-24
ECLI:NL:RBOVE:2026:1045
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,017 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1045 text/xml public 2026-03-06T16:19:50 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-02-24 ak_25_1198 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1045 text/html public 2026-03-06T16:19:15 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1045 Rechtbank Overijssel , 24-02-2026 / ak_25_1198 Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke toewijzing van het verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (de Woo) van eiser door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (de NVWA) namens de minister. Eiser is het niet eens met de gedeeltelijke toewijzing en stelt dat er meer documenten moeten zijn dan door de minister is overgelegd. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de uitgevoerde zoekslag voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De stelling van de minister dat er verder geen stukken meer onder hem berusten, komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. Eiser heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dan ook ongegrond. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1198 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], wonende te [woonplaats], hierna [eiser] en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, hierna de minister (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke toewijzing van het verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (hierna: de Woo) van [eiser] door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (de NVWA) namens de minister. [eiser] is het niet eens met de gedeeltelijke toewijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de uitgevoerde zoekslag voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De stelling van de minister dat er verder geen stukken meer onder hem berusten, komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. [eiser] heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is dan ook ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. [eiser] heeft op 30 mei 2023 een Woo-verzoek ingediend bij de minister (de NVWA) waarin hij verzoekt om openbaarmaking van informatie met betrekking tot de inbeslagname op 9 mei 2017 door de NVWA van een tiental melkkoeien op het voormalige melkveebedrijf van [eiser]. Hij verzoekt daarbij om openbaarmaking van alle correspondentie in de vorm van e-mails, telefoonverslagen, verslagen van gesprekken en vergaderingen, sms- en appcontact en alle andere vormen van communicatie in aanloop naar, tijdens en na afloop van de inbeslagname, van onder meer de volgende partijen: het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de LNV), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: de RVO), de NVWA, de Stichting Controle Orgaan Kwaliteitszaken (hierna: het COKZ), de gemeente Haaksbergen, de politie en het Openbaar Ministerie. 4. Wegens het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek heeft [eiser] op 18 juli 2023 de minister in gebreke gesteld. 5. Op 9 augustus 2023 heeft [eiser] vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek van 30 mei 2023. 6. Op 7 september 2023 heeft de minister alsnog beslist op zijn Woo-verzoek. In het besluit van 7 september 2023 wijst de minister het verzoek om openbaarmaking af omdat er geen documenten zijn gevonden die onder de reikwijdte van het verzoek vallen. 7. Bij uitspraak van 18 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep van 9 augustus 2023 wegens het niet tijdig beslissen op het verzoek van [eiser] niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het beroep doorgezonden naar de minister om te behandelen als bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 7 september 2023. 8. Bij brief van 8 augustus 2024 heeft [eiser] zijn gronden van bezwaar ingediend bij de minister. 9. Bij besluit van 27 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister het door [eiser] gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 7 september 2023 herroepen en het Woo-verzoek gedeeltelijk toegewezen. In een nadere zoekslag heeft de minister 29 documenten aangetroffen die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. De minister heeft deze 29 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Een deel van de informatie maakt de minister niet openbaar wegens eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo). Vier documenten heeft de minister geweigerd openbaar te maken omdat deze niet onder de reikwijdte van de Woo vallen, nu deze documenten integraal onderdeel uitmaken van een strafrechtelijk procesdossier. 10. [eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van 10 januari 2026 heeft hij zijn beroepsgronden aangevuld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 11. De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 12. [eiser] heeft geen gronden naar voren gebracht tegen de gedeeltelijke weigering om informatie openbaar te maken wegens eerbieding van de persoonlijke levenssfeer en de weigering om informatie te verstrekken omdat dit buiten de reikwijdte van de Woo valt. Het beroep beperkt zich dan ook tot de vraag of de minister de zoekslag naar documenten zorgvuldig heeft verricht en voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van [eiser] voor zover deze zien op de toepassing van de Woo Het beroep 13. [eiser] stelt zich – samengevat – op het standpunt dat er meer informatie moet zijn dan de minister heeft overgelegd bij het bestreden besluit. De 29 documenten die gedeeltelijk openbaar zijn gemaakt, waren allemaal al bekend bij [eiser]. Volgens [eiser] volgt uit de inbeslagname van de dieren in 2017, de terugkoop door hemzelf en de wijziging van de diercode door de RVO dat de NVWA meerdere keren heeft gehandeld in strijd met de wet. Opvallend is dat juist informatie en documenten hierover niet openbaar worden gemaakt. Het gaat hierbij volgens [eiser] onder meer over beleidstukken. 14. De minister stelt zich op het standpunt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om de documenten te vinden die onder het Woo-verzoek vallen, maar dat de door [eiser] verzochte aanvullende informatie niet aanwezig is. De beoordeling 15. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. 16. Ter zitting heeft de minister toegelicht hoe de zoekslag heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het Woo-verzoek van [eiser] en zijn bezwaarschrift. Bij de NVWA is een speciaal team ‘openbaarmakingen’ dat Woo-verzoeken behandelt. Dit team heeft naar aanleiding van het door [eiser] gedane Woo-verzoek en de toelichting die hij heeft gegeven in de bezwaarfase, bij de betrokken afdelingen (inspectie en handhaving) de vraag uitgezet om relevante documenten en informatie te verzamelen. Daarbij is onder meer gezocht op het (voormalig) adres van [eiser] en de betrokken inspecteurs van de NVWA. Uit deze zoekslag zijn de 29 gedeeltelijk openbaar gemaakte documenten naar voren gekomen. 17. De stelling van de minister dat er niet meer documenten onder hem berusten, komt de rechtbank voldoende geloofwaardig voor. [eiser] heeft met de enkele stelling dat er meer documenten moeten zijn het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. 18.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1045 text/xml public 2026-03-09T10:55:30 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-02-24 ak_25_1198 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1045 text/html public 2026-03-06T16:19:15 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1045 Rechtbank Overijssel , 24-02-2026 / ak_25_1198 Beroep n.a.v. beslissing op verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). Beroep ongegrond. De minister heeft de uitgevoerde zoekslag voldoende inzichtelijk gemaakt. De stelling van de minister dat er verder geen stukken meer onder hem berusten, komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1198 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], wonende te [woonplaats], hierna [eiser] en de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, hierna de minister (gemachtigde: [gemachtigde]). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke toewijzing van het verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid (hierna: de Woo) van [eiser] door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (de NVWA) namens de minister. [eiser] is het niet eens met de gedeeltelijke toewijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister de uitgevoerde zoekslag voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De stelling van de minister dat er verder geen stukken meer onder hem berusten, komt de rechtbank niet ongeloofwaardig voor. [eiser] heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. [eiser] krijgt dus geen gelijk en het beroep is dan ook ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 3. [eiser] heeft op 30 mei 2023 een Woo-verzoek ingediend bij de minister (de NVWA) waarin hij verzoekt om openbaarmaking van informatie met betrekking tot de inbeslagname op 9 mei 2017 door de NVWA van een tiental melkkoeien op het voormalige melkveebedrijf van [eiser]. Hij verzoekt daarbij om openbaarmaking van alle correspondentie in de vorm van e-mails, telefoonverslagen, verslagen van gesprekken en vergaderingen, sms- en appcontact en alle andere vormen van communicatie in aanloop naar, tijdens en na afloop van de inbeslagname, van onder meer de volgende partijen: het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de LNV), de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: de RVO), de NVWA, de Stichting Controle Orgaan Kwaliteitszaken (hierna: het COKZ), de gemeente Haaksbergen, de politie en het Openbaar Ministerie. 4. Wegens het uitblijven van een besluit op zijn Woo-verzoek heeft [eiser] op 18 juli 2023 de minister in gebreke gesteld. 5. Op 9 augustus 2023 heeft [eiser] vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op zijn Woo-verzoek van 30 mei 2023. 6. Op 7 september 2023 heeft de minister alsnog beslist op zijn Woo-verzoek. In het besluit van 7 september 2023 wijst de minister het verzoek om openbaarmaking af omdat er geen documenten zijn gevonden die onder de reikwijdte van het verzoek vallen. 7. Bij uitspraak van 18 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep van 9 augustus 2023 wegens het niet tijdig beslissen op het verzoek van [eiser] niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het beroep doorgezonden naar de minister om te behandelen als bezwaarschrift gericht tegen het besluit van 7 september 2023. 8. Bij brief van 8 augustus 2024 heeft [eiser] zijn gronden van bezwaar ingediend bij de minister. 9. Bij besluit van 27 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister het door [eiser] gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 7 september 2023 herroepen en het Woo-verzoek gedeeltelijk toegewezen. In een nadere zoekslag heeft de minister 29 documenten aangetroffen die onder de reikwijdte van het Woo-verzoek vallen. De minister heeft deze 29 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Een deel van de informatie maakt de minister niet openbaar wegens eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo). Vier documenten heeft de minister geweigerd openbaar te maken omdat deze niet onder de reikwijdte van de Woo vallen, nu deze documenten integraal onderdeel uitmaken van een strafrechtelijk procesdossier. 10. [eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij brief van 10 januari 2026 heeft hij zijn beroepsgronden aangevuld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 11. De rechtbank heeft het beroep op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser] en de gemachtigde van de minister. Beoordeling door de rechtbank 12. [eiser] heeft geen gronden naar voren gebracht tegen de gedeeltelijke weigering om informatie openbaar te maken wegens eerbieding van de persoonlijke levenssfeer en de weigering om informatie te verstrekken omdat dit buiten de reikwijdte van de Woo valt. Het beroep beperkt zich dan ook tot de vraag of de minister de zoekslag naar documenten zorgvuldig heeft verricht en voldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van [eiser] voor zover deze zien op de toepassing van de Woo Het beroep 13. [eiser] stelt zich – samengevat – op het standpunt dat er meer informatie moet zijn dan de minister heeft overgelegd bij het bestreden besluit. De 29 documenten die gedeeltelijk openbaar zijn gemaakt, waren allemaal al bekend bij [eiser]. Volgens [eiser] volgt uit de inbeslagname van de dieren in 2017, de terugkoop door hemzelf en de wijziging van de diercode door de RVO dat de NVWA meerdere keren heeft gehandeld in strijd met de wet. Opvallend is dat juist informatie en documenten hierover niet openbaar worden gemaakt. Het gaat hierbij volgens [eiser] onder meer over beleidstukken. 14. De minister stelt zich op het standpunt dat zij zich voldoende heeft ingespannen om de documenten te vinden die onder het Woo-verzoek vallen, maar dat de door [eiser] verzochte aanvullende informatie niet aanwezig is. De beoordeling 15. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is wanneer een bestuursorgaan stelt dat na onderzoek is gebleken dat een bepaald document niet of niet meer onder hem berust en een dergelijke mededeling niet ongeloofwaardig voorkomt, het in beginsel aan degene die om informatie verzoekt om aannemelijk te maken dat, in tegenstelling tot de uitkomsten van het onderzoek door het bestuursorgaan, een bepaald document toch onder dat bestuursorgaan berust. 16. Ter zitting heeft de minister toegelicht hoe de zoekslag heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het Woo-verzoek van [eiser] en zijn bezwaarschrift. Bij de NVWA is een speciaal team ‘openbaarmakingen’ dat Woo-verzoeken behandelt. Dit team heeft naar aanleiding van het door [eiser] gedane Woo-verzoek en de toelichting die hij heeft gegeven in de bezwaarfase, bij de betrokken afdelingen (inspectie en handhaving) de vraag uitgezet om relevante documenten en informatie te verzamelen. Daarbij is onder meer gezocht op het (voormalig) adres van [eiser] en de betrokken inspecteurs van de NVWA. Uit deze zoekslag zijn de 29 gedeeltelijk openbaar gemaakte documenten naar voren gekomen. 17. De stelling van de minister dat er niet meer documenten onder hem berusten, komt de rechtbank voldoende geloofwaardig voor. [eiser] heeft met de enkele stelling dat er meer documenten moeten zijn het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. 18. Voor zover [eiser] betoogt dat sprake moet zijn van een beleid bij de NVWA en dat stukken en informatie over dit beleid aanwezig moet zijn, overweegt de rechtbank als volgt.