Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-02-10
ECLI:NL:RBOVE:2025:777
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
9,368 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11481476 CV EXPL 25-83
Vonnis in kort geding van 10 februari 2025
in de zaak van
de stichting WBO WONEN,
gevestigd te Oldenzaal,
eisende partij,
hierna te noemen: WBO,
gemachtigde: mr. R.F.A. Rorink,
tegen
[bewindvoerder] , h.o.d.n. [bedrijf] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan
[gedaagde]
,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de nagezonden 21 en 22 producties van WBO,- de mondelinge behandeling van 27 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Feiten
2.1.
WBO verhuurt met ingang van 2 mei 2024 aan [gedaagde] een woning aan de [adres] .
2.2.
[gedaagde] woont in het gehuurde samen met haar partner de heer [partner van gedaagde] .
2.3.
Op de huurovereenkomst zijn van toepassing de Algemene Huurvoorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte.
Daarin is bepaald:
De algemene verplichtingen van huurder
Artikel 6
(…)
6.3.
Huurder zal het gehuurde, inclusief de eventueel daarbij behorende tuin en alle verdere aanhorigheden, gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.
(…)
6.8.
Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren, gebrek aan onderhoud van eventueel bijbehorende tuin en verdere aanhorigheden, of door derden die zich vanwege huurder in het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.
Daarnaast dient huurder zich als goed huurder te gedragen richting medewerkers van verhuurder en/of door verhuurder ingehuurde derden. Fysiek of verbaal geweld, agressiviteit, dan wel ander wangedrag leidt tot passende (juridische) maatregelen jegens huurder, die kunnen leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst.
2.4.
WBO ontvangt op 9 augustus 2024 per e-mail klachten over [gedaagde] en [partner van gedaagde] van verschillende buren.
Klager 1
Ik wil bij deze een klacht indienen over overlast. Vanmorgen waren de bewoners van het huurhuis [adres] enorm hard aan het schreeuwen. Ik hoorde ze al om 5.00 en 5.30 heb ik de politie gebeld hierover. Deze zijn ook langs geweest maar nadat ze waren vertrokken begonnen ze zo weer. Dit is in een week tijd al de derde keer dat het daar zo te keer gaat en ook lang door gaat.
Klager 2
(…) Jullie hebben daar een stel geplaatst die midden in de nacht, smorgens en zelfs overdag hoorde ik ik werk overdag en heb geen zin om geregeld wakker te worden van hun geschreeuw en geklapper van deuren en gaat niet minder worden de hele buurt heeft er last van en kinderen hoeven niet te horen dat z’n vrouw een k…h… is en nog veel meer politie is al paar keer geweest het was een hele rustige straat
Klager 3
(…) Deze mensen zijn hier sinds kort komen wonen en maken enorme overlast in de buurt. Door het geschreeuw van meneer en ook mevrouw zijn wij al 2 weken wakker geschreeuwd. Meneer is heel grof gebekt en onze kinderen zijn er bang voor. Dhr stond vanmorgen om 7 uur op de badkamer te schreeuwen/schelden tegen zijn vrouw. Er word met spullen gegooid en heel hard met de deuren gesmeten. Dit kan zo niet langer doorgaan met deze mensen hier in de buurt. Er zitten nachten bij dat ze rond 3 uur snachts al beginnen met schelden en schreeuwen. Onze voortuin grenst aan hun achtertuin dit nog met een wandelpad ertussen en nog gaat het zo hard dat wij worden wakker geschreeuwd. Ik ben ook erg bang dat deze man zijn vrouw een keer wat aandoet. Wij horen glas vallen en hoor dingen omvallen. Hopelijk wordt hier snel actie ondernomen voordat het echt fout gaat in die woning.
2.5.
Op 11 augustus 2024 hebben 12 buren hun handtekening gezet onder een brief die is gestuurd aan [gedaagde] en haar partner [partner van gedaagde] .
Wij hebben al enkele weken
MEERDERE
keren
snachts overlast
van jullie gehad. Ook vanmorgen iets over 6 (11 aug. 24) hoorden wij het weer. Wij vragen u beleefd en dringend tussen 22:00 en 7:00 rekening te houden met de
nacht rust van anderen
(daar bedoelen we mee: geen geschreeuw, schelden naar elkaar, slaan met deuren, bonken, geen luidruchtig gepraat, en alles wat verder tot overlast leid) Alleen ondertekend door de buren uit de buurt die meerdere keren van jullie overlast hebben gehad en/of door jullie gedrag wakker zijn geworden.
2.6.
Op 11, 12 en 14 augustus 2024 heeft WBO ook weer per e-mail klachten ontvangen van buren.
Klager 1
Op 11 augustus rond 6.30 uur was het weer raak op de [adres] Weer veel geschreeuw geschel We krijgen totaal geen nachtrust zo Aub zet ze eruit
Klager 2
(…) Wat mij opvalt is dat ze geen enkel rekening houden met het feit dat het tussen 23:00 en 7:00 stil dient te zijn i.v.m. recht op nachtrust. Juist binnen die tijdstippen wordt het meeste lawaai geproduceerd, dit betreft de laatste weken hardop schreeuwen met overslaande stem. In de nacht van zaterdag op zondag was het ook weer raak, toen ze begonnen te schreeuwen om 5:00, dit heb ik ook gemeld bij de politie.
Klager 3
(…)
De politie is nogmaals gebeld. Dhr bedreigd zijn buurjongen vanmorgen met dat hij een groot probleem zou krijgen. Wij wonen met de kinderen achter deze mensen maar dit is niet te doen. De kinderen schrikken hiervan.
2.7.
WBO heeft op 14 augustus 2024 een afspraak gemaakt met [gedaagde] om in gesprek te gaan over de overlast meldingen. [gedaagde] heeft de afspraak afgezegd.
2.8.
In een brief van 15 augustus 2024 aan [gedaagde] schrijft WBO dat zij klachten ontvangt terzake geluidsoverlast, schreeuwen vanuit de woning, gooien met deuren en bedreigen van mensen in de woonomgeving. [gedaagde] wordt dringend verzocht een einde te maken aan de overlast.
2.9.
De wijkconsulent van WBO heeft de brief op 15 augustus 2024 bezorgd bij de
[adres] . In een verslag schrijft hij: (…) Vervolgens werd ik de woning binnen gelaten door meneer. Hij had een grote plant in de woning staan. Die ruikt naar hennep maar geen hennep plant is. Kunnen we niks mee. Dat werd het eerste gespreksonderwerp. Hij trok er een stuk plant af en werd enorm agressief. Hij ging neus aan neus staan en hard schreeuwen dat ik de woning uit moest. Ik probeerde op rustige manier nog te communiceren dat ik kom om wat te bespreken. Hij bleef enorm agressief schreeuwen en sommeren de woning te verlaten. Ik heb vervolgens de woning verlaten en ben teruggereden naar kantoor.
2.10.
In een brief van 15 augustus 2024 heeft WBO aan [gedaagde] geschreven:
Op 15 augustus 2024 is er vanuit uw woning door een persoon een dreigende houding naar mijn collega geuit. En dit is voor ons onacceptabel. (…) WBO Wonen accepteert niet dat medewerkers door u worden beledigd en bedreigd, hetzij op enige andere wijze ernstig worden belemmerd bij de uitvoering van hun werkzaamheden.
Geschil
3.1.
WBO vordert primair – dat de voorzieningenrechter de bewindvoerder veroordeelt om het pand aan [adres] te ontruimen. Subsidiair vordert WBO om aan gedaagde, als bewindvoerder van [gedaagde] , bij wijze van ordemaatregel een gedragsaanwijzing op te leggen. Tevens vordert WBO om gedaagde, als bewindvoerder van [gedaagde] , te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
WBO legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Al een maand na het begin van de huurovereenkomst – in juni 2024 - zijn de eerste klachten binnengekomen van omwonenden. [gedaagde] en haar partner [partner van gedaagde] veroorzaken dag en nacht overlast door scheldpartijen, gooien met spullen en slaan met de deuren. Omwonenden zijn bang dat de heer [partner van gedaagde] mevrouw [gedaagde] iets aan zal doen. Alle pogingen om de overlast te laten stoppen zijn op niets uitgelopen. Soms is het een paar weken rustig maar vroeg of laat begint de overlast weer. Een medewerker van WBO wonen heeft zelf ook ervaren hoe agressief [partner van gedaagde] kan schreeuwen, toen hij een waarschuwingsbrief kwam bezorgen. Verschillende schriftelijke waarschuwingen van zowel WBO als de advocaat hebben geen langdurig effect. De voortdurende overlast duurt nu langer dan een half jaar en het is duidelijk dat [gedaagde] niet in staat is haar gedrag aan te passen. Zij lijkt nergens iets van aan te trekken. Er zijn geen lichtpuntjes en de enige oplossing om een einde te maken aan de overlast is ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert afwijzing van de vorderingen van WBO, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van WBO in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert het volgende aan. Het is niet in het belang van [gedaagde] als zij nu de woning moet ontruimen. [gedaagde] heeft psychische problemen, maar zij verwacht haar emoties in de toekomst onder controle te kunnen houden. Er is zicht op hulp en verbetering, want [gedaagde] gebruikt nu weer de juiste medicijnen. Bovendien was [gedaagde] na de verhuizing van slag omdat de trap erg bleek te kraken. De buren hadden er last van en daarom bleven [gedaagde] en [partner van gedaagde] zo laat op dat hun en dag- en nachtritme werd omgedraaid, met alle gevolgen van dien. Nu heeft WBO toegezegd dat er een nieuwe trap wordt geplaatst. [gedaagde] en [partner van gedaagde] doen hun best om de overlast te laten verdwijnen; met ingang van het nieuwe jaar hebben zij besloten geen harddrugs te gebruiken. Daarnaast is [gedaagde] bezig hulp te zoeken in de vorm van individuele begeleiding door Ambulante Zorg Twente. De aanvraag is al lang geleden gedaan, maar door wachttijden is er pas kortgeleden bericht van WMO gekomen dat de aanvraag is goedgekeurd. Zij en [partner van gedaagde] willen graag nog een kans. Zij hebben ook kennisgemaakt met de buren en de contacten zijn goed.
Beoordeling
4.1.
In een zaak als de onderhavige dient te worden beoordeeld of er sprake is van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] die een ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Bij toewijzing van een vordering tot een zeer ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel als ontruiming in kort geding dient terughoudendheid te worden betracht, gelet op de waarborgen waarmee de wet de rechten van huurders van woonruimte omkleedt. Voor toewijzing van een dergelijke vordering zal dan ook slechts plaats zijn als deze vooruit loopt op een vonnis in een bodemprocedure waarbij met een grote mate van waarschijnlijkheid eveneens de ontruiming zal worden bevolen, terwijl bovendien sprake moet zijn van een zodanig ernstige tekortkoming en van een zodanig spoedeisend belang dat de beslissing in de bodemzaak niet kan worden afgewacht.
4.2.
Het vereiste spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vorderingen en hetgeen WBO daaromtrent gesteld heeft, aanwezig. Dit betekent dat de vorderingen van WBO inhoudelijk kunnen worden behandeld.
4.3.
[gedaagde] betwist niet dat omwonenden hebben geklaagd bij WBO over overlast in de maanden juni, augustus, september, oktober, november, december 2024 en januari 2025. Ook betwist zij niet dat er vanuit de woning van [gedaagde] en [partner van gedaagde] vaak geschreeuw, gescheld, gebonk en slaan met deuren te horen is, ook ‘s-nachts.
De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de stukken en uit hetgeen is besproken op de zitting is gebleken dat de meldingen veelal het gevolg zijn van langdurige ruzies tussen [gedaagde] en [partner van gedaagde] . Doordat de ruzies ook vaak ‘s-nachts plaatsvinden wordt de nachtrust van omwonenden verstoord. Wat het aanhoren van de ruzies voor de omwonenden extra belastend maakt is dat het geregeld zo hoog oploopt, dat omwonenden vrezen dat [gedaagde] en [partner van gedaagde] elkaar iets aandoen. Veelzeggend in dat verband is het feit dat verschillende keren de politie is gebeld en meermaals een ambulance is opgeroepen. Behalve door schreeuwen en schelden wordt geluidsoverlast veroorzaakt door bonkende geluiden en met de deuren slaan.
De steeds terugkerende ruziegeluiden, ook ’s-nachts, moeten worden beschouwd als overlast voor de omwonenden. Buren hebben [gedaagde] en [partner van gedaagde] herhaaldelijk gevraagd om rekening met hen te houden en op zijn minst de nachtrust te respecteren, maar dat heeft geen resultaat gehad. Ook de brieven en het huisbezoek van WBO hebben kennelijk weinig indruk gemaakt. Een gemaakte afspraak op kantoor van WBO werd afgezegd. En hoewel niet is betwist dat de brieven met waarschuwingen en sommaties van de gemachtigde van WBO zijn ontvangen, hebben ook die brieven geen blijvend effect, want als er al sprake is van enkele rustige weken begint de overlast daarna opnieuw.
4.4.
De kantonrechter oordeelt in kort geding dat het waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure tot ontbinding van de overeenkomst wordt beslist wegens overlast. Overlast levert een tekortkoming op die de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt.
4.5.
Het belang van [gedaagde] en [partner van gedaagde] om woonruimte te behouden weegt tegen dit alles niet op. [gedaagde] heeft deze woning in mei 2024 gekregen en bijna vanaf het begin wordt er overlast veroorzaakt. Zij heeft genoeg waarschuwingen gekregen om haar gedrag aan te passen, maar ondanks alle waarschuwingen en sommaties komen er steeds weer nieuwe klachten. Zelfs nadat de dagvaarding is betekend, en het voor [gedaagde] en [partner van gedaagde] dus duidelijk was wat er op het spel stond, is er weer een melding gedaan van overlast: ‘Ook gisteren nacht weer raak op 22 januari Tegen 1.30 uur veel geschreeuw ruzie met deuren slaan bonken Dit heeft alles te maken met drugs’ Dat de bewoners in staat zijn hun gedrag onder controle te houden is dus niet waarschijnlijk.
Ter zitting is wel gesteld dat er nu eindelijk op korte termijn hulpverlening zal komen, maar dat is op geen enkele manier onderbouwd. Ook is niet duidelijk in welk kader die hulp is aangevraagd en zal worden verleend. Het staat dus niet vast dat door hulpverlening een einde zal komen aan de overlast. De enkele mededeling dat [gedaagde] nu weer de juiste medicatie gebruikt (ook weer zonder onderbouwing) geeft ook geen enkele garantie dat dingen anders zullen worden. Dat met de reparatie van de krakende trap een einde zal komen aan de overlast acht de voorzieningenrechter ook niet waarschijnlijk.
4.9.
De gevorderde ontruiming zal dus worden toegewezen. Omdat er al veel waarschuwingen en sommaties zijn geweest is er geen reden voor een langere ontruimingstermijn dan gevorderd, dus dat wordt twee weken na betekening van dit vonnis.
4.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en daarom moet [bewindvoerder] , in de hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WBO worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
958,45
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [bewindvoerder] , h.o.d.n. [bedrijf] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van WBO zijn, en de sleutels af te geven aan WBO,
5.2.
veroordeelt [bewindvoerder] , h.o.d.n. [bedrijf] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde] in de proceskosten van € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2025.
Inleiding
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11481476 CV EXPL 25-83
Vonnis in kort geding van 10 februari 2025
in de zaak van
de stichting WBO WONEN,
gevestigd te Oldenzaal,
eisende partij,
hierna te noemen: WBO,
gemachtigde: mr. R.F.A. Rorink,
tegen
[bewindvoerder] , h.o.d.n. [bedrijf] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan
[gedaagde]
,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de nagezonden 21 en 22 producties van WBO,- de mondelinge behandeling van 27 januari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Feiten
2.1.
WBO verhuurt met ingang van 2 mei 2024 aan [gedaagde] een woning aan de [adres] .
2.2.
[gedaagde] woont in het gehuurde samen met haar partner de heer [partner van gedaagde] .
2.3.
Op de huurovereenkomst zijn van toepassing de Algemene Huurvoorwaarden huurovereenkomst zelfstandige woonruimte.
Daarin is bepaald:
De algemene verplichtingen van huurder
Artikel 6
(…)
6.3.
Huurder zal het gehuurde, inclusief de eventueel daarbij behorende tuin en alle verdere aanhorigheden, gebruiken en onderhouden zoals het een goed huurder betaamt.
(…)
6.8.
Huurder dient ervoor zorg te dragen dat aan omwonenden geen overlast of hinder wordt veroorzaakt door huurder, huisgenoten, huisdieren, gebrek aan onderhoud van eventueel bijbehorende tuin en verdere aanhorigheden, of door derden die zich vanwege huurder in het gehuurde of in de gemeenschappelijke ruimten bevinden.
Daarnaast dient huurder zich als goed huurder te gedragen richting medewerkers van verhuurder en/of door verhuurder ingehuurde derden. Fysiek of verbaal geweld, agressiviteit, dan wel ander wangedrag leidt tot passende (juridische) maatregelen jegens huurder, die kunnen leiden tot beëindiging van de huurovereenkomst.
2.4.
WBO ontvangt op 9 augustus 2024 per e-mail klachten over [gedaagde] en [partner van gedaagde] van verschillende buren.
Klager 1
Ik wil bij deze een klacht indienen over overlast. Vanmorgen waren de bewoners van het huurhuis [adres] enorm hard aan het schreeuwen. Ik hoorde ze al om 5.00 en 5.30 heb ik de politie gebeld hierover. Deze zijn ook langs geweest maar nadat ze waren vertrokken begonnen ze zo weer. Dit is in een week tijd al de derde keer dat het daar zo te keer gaat en ook lang door gaat.
Klager 2
(…) Jullie hebben daar een stel geplaatst die midden in de nacht, smorgens en zelfs overdag hoorde ik ik werk overdag en heb geen zin om geregeld wakker te worden van hun geschreeuw en geklapper van deuren en gaat niet minder worden de hele buurt heeft er last van en kinderen hoeven niet te horen dat z’n vrouw een k…h… is en nog veel meer politie is al paar keer geweest het was een hele rustige straat
Klager 3
(…) Deze mensen zijn hier sinds kort komen wonen en maken enorme overlast in de buurt. Door het geschreeuw van meneer en ook mevrouw zijn wij al 2 weken wakker geschreeuwd. Meneer is heel grof gebekt en onze kinderen zijn er bang voor. Dhr stond vanmorgen om 7 uur op de badkamer te schreeuwen/schelden tegen zijn vrouw. Er word met spullen gegooid en heel hard met de deuren gesmeten. Dit kan zo niet langer doorgaan met deze mensen hier in de buurt. Er zitten nachten bij dat ze rond 3 uur snachts al beginnen met schelden en schreeuwen. Onze voortuin grenst aan hun achtertuin dit nog met een wandelpad ertussen en nog gaat het zo hard dat wij worden wakker geschreeuwd. Ik ben ook erg bang dat deze man zijn vrouw een keer wat aandoet. Wij horen glas vallen en hoor dingen omvallen. Hopelijk wordt hier snel actie ondernomen voordat het echt fout gaat in die woning.
2.5.
Op 11 augustus 2024 hebben 12 buren hun handtekening gezet onder een brief die is gestuurd aan [gedaagde] en haar partner [partner van gedaagde] .
Wij hebben al enkele weken
MEERDERE
keren
snachts overlast
van jullie gehad. Ook vanmorgen iets over 6 (11 aug. 24) hoorden wij het weer. Wij vragen u beleefd en dringend tussen 22:00 en 7:00 rekening te houden met de
nacht rust van anderen
(daar bedoelen we mee: geen geschreeuw, schelden naar elkaar, slaan met deuren, bonken, geen luidruchtig gepraat, en alles wat verder tot overlast leid) Alleen ondertekend door de buren uit de buurt die meerdere keren van jullie overlast hebben gehad en/of door jullie gedrag wakker zijn geworden.
2.6.
Op 11, 12 en 14 augustus 2024 heeft WBO ook weer per e-mail klachten ontvangen van buren.
Klager 1
Op 11 augustus rond 6.30 uur was het weer raak op de [adres] Weer veel geschreeuw geschel We krijgen totaal geen nachtrust zo Aub zet ze eruit
Klager 2
(…) Wat mij opvalt is dat ze geen enkel rekening houden met het feit dat het tussen 23:00 en 7:00 stil dient te zijn i.v.m. recht op nachtrust. Juist binnen die tijdstippen wordt het meeste lawaai geproduceerd, dit betreft de laatste weken hardop schreeuwen met overslaande stem. In de nacht van zaterdag op zondag was het ook weer raak, toen ze begonnen te schreeuwen om 5:00, dit heb ik ook gemeld bij de politie.
Klager 3
(…)
De politie is nogmaals gebeld. Dhr bedreigd zijn buurjongen vanmorgen met dat hij een groot probleem zou krijgen. Wij wonen met de kinderen achter deze mensen maar dit is niet te doen. De kinderen schrikken hiervan.
2.7.
WBO heeft op 14 augustus 2024 een afspraak gemaakt met [gedaagde] om in gesprek te gaan over de overlast meldingen. [gedaagde] heeft de afspraak afgezegd.
2.8.
In een brief van 15 augustus 2024 aan [gedaagde] schrijft WBO dat zij klachten ontvangt terzake geluidsoverlast, schreeuwen vanuit de woning, gooien met deuren en bedreigen van mensen in de woonomgeving. [gedaagde] wordt dringend verzocht een einde te maken aan de overlast.
2.9.
De wijkconsulent van WBO heeft de brief op 15 augustus 2024 bezorgd bij de
[adres] . In een verslag schrijft hij: (…) Vervolgens werd ik de woning binnen gelaten door meneer. Hij had een grote plant in de woning staan. Die ruikt naar hennep maar geen hennep plant is. Kunnen we niks mee. Dat werd het eerste gespreksonderwerp. Hij trok er een stuk plant af en werd enorm agressief. Hij ging neus aan neus staan en hard schreeuwen dat ik de woning uit moest. Ik probeerde op rustige manier nog te communiceren dat ik kom om wat te bespreken. Hij bleef enorm agressief schreeuwen en sommeren de woning te verlaten. Ik heb vervolgens de woning verlaten en ben teruggereden naar kantoor.
2.10.
In een brief van 15 augustus 2024 heeft WBO aan [gedaagde] geschreven:
Op 15 augustus 2024 is er vanuit uw woning door een persoon een dreigende houding naar mijn collega geuit. En dit is voor ons onacceptabel. (…) WBO Wonen accepteert niet dat medewerkers door u worden beledigd en bedreigd, hetzij op enige andere wijze ernstig worden belemmerd bij de uitvoering van hun werkzaamheden.
Geschil
3.1.
WBO vordert primair – dat de voorzieningenrechter de bewindvoerder veroordeelt om het pand aan [adres] te ontruimen. Subsidiair vordert WBO om aan gedaagde, als bewindvoerder van [gedaagde] , bij wijze van ordemaatregel een gedragsaanwijzing op te leggen. Tevens vordert WBO om gedaagde, als bewindvoerder van [gedaagde] , te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
WBO legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Al een maand na het begin van de huurovereenkomst – in juni 2024 - zijn de eerste klachten binnengekomen van omwonenden. [gedaagde] en haar partner [partner van gedaagde] veroorzaken dag en nacht overlast door scheldpartijen, gooien met spullen en slaan met de deuren. Omwonenden zijn bang dat de heer [partner van gedaagde] mevrouw [gedaagde] iets aan zal doen. Alle pogingen om de overlast te laten stoppen zijn op niets uitgelopen. Soms is het een paar weken rustig maar vroeg of laat begint de overlast weer. Een medewerker van WBO wonen heeft zelf ook ervaren hoe agressief [partner van gedaagde] kan schreeuwen, toen hij een waarschuwingsbrief kwam bezorgen. Verschillende schriftelijke waarschuwingen van zowel WBO als de advocaat hebben geen langdurig effect. De voortdurende overlast duurt nu langer dan een half jaar en het is duidelijk dat [gedaagde] niet in staat is haar gedrag aan te passen. Zij lijkt nergens iets van aan te trekken. Er zijn geen lichtpuntjes en de enige oplossing om een einde te maken aan de overlast is ontruiming van het gehuurde.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert afwijzing van de vorderingen van WBO, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van WBO in de kosten van deze procedure. [gedaagde] voert het volgende aan. Het is niet in het belang van [gedaagde] als zij nu de woning moet ontruimen. [gedaagde] heeft psychische problemen, maar zij verwacht haar emoties in de toekomst onder controle te kunnen houden. Er is zicht op hulp en verbetering, want [gedaagde] gebruikt nu weer de juiste medicijnen. Bovendien was [gedaagde] na de verhuizing van slag omdat de trap erg bleek te kraken. De buren hadden er last van en daarom bleven [gedaagde] en [partner van gedaagde] zo laat op dat hun en dag- en nachtritme werd omgedraaid, met alle gevolgen van dien. Nu heeft WBO toegezegd dat er een nieuwe trap wordt geplaatst. [gedaagde] en [partner van gedaagde] doen hun best om de overlast te laten verdwijnen; met ingang van het nieuwe jaar hebben zij besloten geen harddrugs te gebruiken. Daarnaast is [gedaagde] bezig hulp te zoeken in de vorm van individuele begeleiding door Ambulante Zorg Twente. De aanvraag is al lang geleden gedaan, maar door wachttijden is er pas kortgeleden bericht van WMO gekomen dat de aanvraag is goedgekeurd. Zij en [partner van gedaagde] willen graag nog een kans. Zij hebben ook kennisgemaakt met de buren en de contacten zijn goed.
Beoordeling
4.1.
In een zaak als de onderhavige dient te worden beoordeeld of er sprake is van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] die een ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Bij toewijzing van een vordering tot een zeer ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel als ontruiming in kort geding dient terughoudendheid te worden betracht, gelet op de waarborgen waarmee de wet de rechten van huurders van woonruimte omkleedt. Voor toewijzing van een dergelijke vordering zal dan ook slechts plaats zijn als deze vooruit loopt op een vonnis in een bodemprocedure waarbij met een grote mate van waarschijnlijkheid eveneens de ontruiming zal worden bevolen, terwijl bovendien sprake moet zijn van een zodanig ernstige tekortkoming en van een zodanig spoedeisend belang dat de beslissing in de bodemzaak niet kan worden afgewacht.
4.2.
Het vereiste spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vorderingen en hetgeen WBO daaromtrent gesteld heeft, aanwezig. Dit betekent dat de vorderingen van WBO inhoudelijk kunnen worden behandeld.
4.3.
[gedaagde] betwist niet dat omwonenden hebben geklaagd bij WBO over overlast in de maanden juni, augustus, september, oktober, november, december 2024 en januari 2025. Ook betwist zij niet dat er vanuit de woning van [gedaagde] en [partner van gedaagde] vaak geschreeuw, gescheld, gebonk en slaan met deuren te horen is, ook ‘s-nachts.
De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de stukken en uit hetgeen is besproken op de zitting is gebleken dat de meldingen veelal het gevolg zijn van langdurige ruzies tussen [gedaagde] en [partner van gedaagde] . Doordat de ruzies ook vaak ‘s-nachts plaatsvinden wordt de nachtrust van omwonenden verstoord. Wat het aanhoren van de ruzies voor de omwonenden extra belastend maakt is dat het geregeld zo hoog oploopt, dat omwonenden vrezen dat [gedaagde] en [partner van gedaagde] elkaar iets aandoen. Veelzeggend in dat verband is het feit dat verschillende keren de politie is gebeld en meermaals een ambulance is opgeroepen. Behalve door schreeuwen en schelden wordt geluidsoverlast veroorzaakt door bonkende geluiden en met de deuren slaan.
De steeds terugkerende ruziegeluiden, ook ’s-nachts, moeten worden beschouwd als overlast voor de omwonenden. Buren hebben [gedaagde] en [partner van gedaagde] herhaaldelijk gevraagd om rekening met hen te houden en op zijn minst de nachtrust te respecteren, maar dat heeft geen resultaat gehad. Ook de brieven en het huisbezoek van WBO hebben kennelijk weinig indruk gemaakt. Een gemaakte afspraak op kantoor van WBO werd afgezegd. En hoewel niet is betwist dat de brieven met waarschuwingen en sommaties van de gemachtigde van WBO zijn ontvangen, hebben ook die brieven geen blijvend effect, want als er al sprake is van enkele rustige weken begint de overlast daarna opnieuw.
4.4.
De kantonrechter oordeelt in kort geding dat het waarschijnlijk is dat in een bodemprocedure tot ontbinding van de overeenkomst wordt beslist wegens overlast. Overlast levert een tekortkoming op die de ontbinding en ontruiming rechtvaardigt.
4.5.
Het belang van [gedaagde] en [partner van gedaagde] om woonruimte te behouden weegt tegen dit alles niet op. [gedaagde] heeft deze woning in mei 2024 gekregen en bijna vanaf het begin wordt er overlast veroorzaakt. Zij heeft genoeg waarschuwingen gekregen om haar gedrag aan te passen, maar ondanks alle waarschuwingen en sommaties komen er steeds weer nieuwe klachten. Zelfs nadat de dagvaarding is betekend, en het voor [gedaagde] en [partner van gedaagde] dus duidelijk was wat er op het spel stond, is er weer een melding gedaan van overlast: ‘Ook gisteren nacht weer raak op 22 januari Tegen 1.30 uur veel geschreeuw ruzie met deuren slaan bonken Dit heeft alles te maken met drugs’ Dat de bewoners in staat zijn hun gedrag onder controle te houden is dus niet waarschijnlijk.
Ter zitting is wel gesteld dat er nu eindelijk op korte termijn hulpverlening zal komen, maar dat is op geen enkele manier onderbouwd. Ook is niet duidelijk in welk kader die hulp is aangevraagd en zal worden verleend. Het staat dus niet vast dat door hulpverlening een einde zal komen aan de overlast. De enkele mededeling dat [gedaagde] nu weer de juiste medicatie gebruikt (ook weer zonder onderbouwing) geeft ook geen enkele garantie dat dingen anders zullen worden. Dat met de reparatie van de krakende trap een einde zal komen aan de overlast acht de voorzieningenrechter ook niet waarschijnlijk.
4.9.
De gevorderde ontruiming zal dus worden toegewezen. Omdat er al veel waarschuwingen en sommaties zijn geweest is er geen reden voor een langere ontruimingstermijn dan gevorderd, dus dat wordt twee weken na betekening van dit vonnis.
4.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en daarom moet [bewindvoerder] , in de hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde] proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WBO worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
958,45
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [bewindvoerder] , h.o.d.n. [bedrijf] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van WBO zijn, en de sleutels af te geven aan WBO,
5.2.
veroordeelt [bewindvoerder] , h.o.d.n. [bedrijf] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [gedaagde] in de proceskosten van € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, te vermeerderen met de kosten van betekening,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2025.