Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-11-19
ECLI:NL:RBOVE:2025:6738
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,702 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/338416 / HA ZA 25-307
Vonnis in incident van 19 november 2025
in de zaak van
[verweerder] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [verweerder] ,
advocaat: mr. J.A. Huijgen,
tegen
[eiser]
,
te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. M. van Heeren.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 14 april 2025 met producties;
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring van [eiser] van
29 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord in het incident tot oproeping in vrijwaring van [verweerder] van
5 november 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Geschil
In de hoofdzaak
2.1.
In de hoofdzaak vordert [verweerder] van [eiser] , kort samengevat, levering van de onroerende zaak aan de [adres] te [adres] [vestigingsplaats] (hierna te noemen: het pand) met een dwangsom en betaling van een boete van 3% van de koopsom voor iedere dag vanaf 13 april 2025 tot de dag dat het pand alsnog aan [verweerder] wordt geleverd. Daarnaast vordert [verweerder] betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten, waaronder ook de kosten van het conservatoir beslag.
2.2.
[verweerder] heeft daartoe, kort samengevat, naar voren gebracht dat [eiser] , ondanks een ingebrekestelling, de leveringsverplichting van het pand te [vestigingsplaats] op grond van een tussen partijen gesloten koopovereenkomst niet nakomt. Omdat onaannemelijk is dat [eiser] zijn leveringsverplichting vrijwillig zal nakomen, vordert [verweerder] ook een dwangsom als prikkel voor nakoming. Verder heeft [verweerder] gesteld dat zij de boete vordert op grond van artikel 11.3 van de koopovereenkomst.
2.3.
[eiser] voert verweer.
In het incident
2.4.
[eiser] vordert dat hem wordt toegestaan [makelaar] B.V. en de heer [Makelaar 2] in vrijwaring op te roepen.
2.5.
Hiertoe heeft [eiser] onder andere het volgende naar voren gebracht. [eiser] is eigenaar van het pand. [eiser] heeft op of omstreeks 18 maart 2023 een opdracht tot dienstverlening aan [makelaar] verstrekt. De heer
[Makelaar 2] is de (behandelend) makelaar, aldus [eiser] . Deze opdracht hield volgens [eiser] in dat [Makelaar 2] zou bemiddelen bij het verhuren of verkopen van het pand.
Verder heeft [eiser] gesteld dat [Makelaar 2] op 6 december 2024 een koopovereenkomst tegen een koopprijs van € 440.000,00 is aangegaan met [bedrijf 2] , terwijl hij daartoe niet bevoegd was. In een bodemprocedure tussen [eiser] en [bedrijf 2] is door de rechtbank echter geoordeeld dat tussen deze partijen een (mondelinge) koopovereenkomst tot stand is gekomen voor het pand en dat [eiser] het pand aan [bedrijf 2] moet leveren. [eiser] heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. Daarnaast heeft [eiser] gesteld dat via bemiddeling van [Makelaar 2] op 10 december 2024 ook een koopovereenkomst met [verweerder] tot stand is gekomen voor het pand. De consequentie is dat het pand twee keer is verkocht en dat [eiser] altijd tegen de een of de ander schadeplichtig is. Ook al krijgt [eiser] gelijk in hoger beroep, want dan heeft [eiser] niet tijdig geleverd aan [verweerder] , aldus [eiser] . [eiser] heeft gesteld dat [Makelaar 2] op geen enkel moment heeft gewaarschuwd voor een (eventuele) dubbele verkoop van het pand. [eiser] stelt dan ook dat [Makelaar 2] daarom (ernstig) toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van opdracht tot dienstverlening. De heer [Makelaar 2] is als makelaar (ernstig) toerekenbaar tekortgeschoten en heeft zelf onrechtmatig tegen [eiser] gehandeld door te bemiddelen bij de dubbele verkoop. [Makelaar 2] en de heer [Makelaar 2] hebben zich volstrekt niet gedragen als redelijk bekwaam en redelijk handelend makelaar/adviseur, aldus [eiser] . Volgens [eiser] is [Makelaar 2] aansprakelijk voor alle schade die [eiser] door het foutieve handelen van [Makelaar 2] , althans de heer [Makelaar 2] , zal lijden en daarom wenst [eiser] zowel [makelaar] als de heer [Makelaar 2] in vrijwaring op te roepen.
2.6.
[verweerder] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
In het incident:
3.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] voldoende gesteld om te rechtvaardigen dat hem wordt toegestaan om [makelaar] B.V. en [Makelaar 2] in vrijwaring op te roepen. De vordering zal dan ook worden toegewezen.
3.2.
[eiser] zal worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kosten aan de zijde van [verweerder] zullen worden begroot op nihil, omdat zij zich niet heeft verweerd tegen het incident.
In de hoofdzaak:
3.3.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van de conclusie van antwoord door [eiser] .
3.4.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank
In het incident:
4.1.
staat [eiser] toe om [makelaar] B.V., gevestigd en kantoorhoudende te [adres makelaar] en [Makelaar 2] , wonende te [adres makelaar 2] in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de civiele terechtzitting van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, team kanton en handelsrecht op woensdag 17 december 2025, teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden;
4.2.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op nihil;
In de hoofdzaak:
4.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 17 december 2025, teneinde [eiser] in staat te stellen te concluderen voor antwoord;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025. (ak)