Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-10-29
ECLI:NL:RBOVE:2025:6259
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
749 tokens
Dictum
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: 339939 KG RK 25-495
Dictum
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker tot wraking,
advocaat: mr. J.O.A.N. de Vries te Utrecht
Procesverloop
1.1.
In de strafzaak tegen verzoeker onder parketnummer 08-045037-23 heeft in de vroege middag van 15 oktober 2025 een openbare terechtzitting plaatsgevonden. De behandeling ter zitting is geëindigd met een vonnis dat de politierechter mr. R.G.J. Gehring rond 13.30 uur heeft uitgesproken.
1.2.
De raadsvrouw van verzoeker heeft op 15 oktober 2025 om 16.30 uur (namens verzoeker) een verzoek tot wraking van mr. Gehring ingediend. Dit verzoek heeft zij op
20 oktober 2025 om 17.39 uur gecorrigeerd.
1.3.
De wrakingskamer doet het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting af.
Beoordeling
2.1.
De wrakingskamer zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek en overweegt daartoe als volgt.
2.2.
Wraking is een verzoek om een voor de behandeling van de zaak aangewezen rechter te doen vervangen door een andere rechter vanwege partijdigheid of de daartoe gewekte indruk. Een verzoek tot wraking kan in beginsel in elke stand van de procedure worden gedaan. Een wrakingsverzoek moet echter wel worden ingediend vóórdat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd (Hoge Raad 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977). De wrakingskamer kan het verzoek tot wraking zonder behandeling ter zitting aanstonds ongegrond of niet-ontvankelijk verklaren indien het verzoek is ingediend na het tijdstip waarop in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
2.3.
Tijdens de zitting van 15 oktober 2025 heeft mr. Gehring, nadat hij de mondelinge behandeling van de strafzaak van verzoeker had afgerond en gesloten, mondeling uitspraak gedaan rond 13.30 uur, dit alles in aanwezigheid van de raadsvrouw van verzoeker. Het wrakingsverzoek dateert van 15 oktober 2025 om 16.30 uur. Reeds omdat het wrakingsverzoek is ingediend na de uitspraak zal verzoeker, zonder mondelinge behandeling, niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek op grond van artikel 5 lid 2 sub d van het Wrakingsprotocol. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer daarom niet toe.
Dictum
3.1.
De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking
Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, E. Venekatte en B.C. van Haren in tegenwoordigheid van de griffier en in openbaar uitgesproken op 29 oktober 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.