Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-10-14
ECLI:NL:RBOVE:2025:6125
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,471 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11600940 \ CV EXPL 25-916
Vonnis van 14 oktober 2025
in de zaak van
MKB-AFVAL.NL B.V.,
te Alkmaar,
eisende partij,
hierna te noemen: MKB-Afval,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.,
tegen
1
[gedaagde 1],
te [woonplaats 1],
2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 2],
3. DE VENNOOTSCHAP ONDER FIRMA [gedaagde 3],
te [vestigingsplaats],
alle procederend in persoon,
gedaagde partijen,
hierna gezamenlijk ook te noemen: [gedaagden].
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 12 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
De beide heren [gedaagden] zijn de vennoten van de vennootschap onder firma [gedaagde 3]. MKB-Afval en de v.o.f. hebben op 7 april 2020 een overeenkomst gesloten voor de duur van 24 maanden. Deze overeenkomst is automatisch verlengd. De overeenkomst hield in dat gedaagden op zes locaties de beschikking kregen over afvalcontainers die door MKB-Afval werden geleegd. Volgens MKB-Afval moeten gedaagden de facturen voor de maanden juli, augustus en september 2024 voor een bedrag
€ 659,94 nog aan haar betalen. MKB-Afval heeft in deze procedure gevorderd om gedaagden, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke handelsrente van € 38,06, de buitengerechtelijke incassokosten van € 98,99 en met veroordeling van gedaagden in de proceskosten (inclusief nakosten).
2.2.
Gedaagden zijn het hier niet mee eens. Volgens gedaagden hoeven zij de facturen niet te betalen omdat de ledigingen niet goed werden uitgevoerd. Hierom hebben gedaagden de overeenkomst per 1 september 2024 opgezegd. Gedaagden hebben daarnaast nog een tegenvordering ingediend.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Gedaagden moeten de facturen betalen
3.1.
Beide partijen beroepen zich op opschorting. Want gedaagden hebben de betalingen opgeschort omdat zij menen dat MKB-Afval de ledigingen niet goed heeft uitgevoerd. MKB-Afval heeft op haar beurt aangevoerd de ledigingen in juni en augustus te hebben opgeschort omdat gedaagden de facturen van mei en juli 2024 niet hebben betaald. De vraag is dus of die opschortingen gerechtvaardigd waren.
3.2.
De kantonrechter oordeelt hierover als volgt. Als het juist is - wat [gedaagden] stelt en MKB-afval betwist – dat MKB-Afval is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, had [gedaagden] MKB-Afval de gelegenheid moeten geven binnen een redelijke termijn de door gedaagden gestelde gebreken weg te nemen. Dat heeft [gedaagden] niet gedaan, waardoor er sprake is van schuldeisersverzuim aan de kant van gedaagden. Zij heeft namelijk MKB-Afval belet om de ledigingen alsnog uit te voeren. Partijen hebben per mail wel contact gehad om de gemiste ledigingen uit te voeren, maar gedaagden hebben hier niet aan meegewerkt. Ook hebben zij niet aangegeven of onderbouwd waarom zij menen dat MKB-Afval de ledigingen niet goed hebben uitgevoerd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagden] zelfs bevestigd dat hij heeft gezegd dat MKB-Afval de containers niet meer hoeft te ledigen en hij heeft per 1 september 2024 een nieuwe overeenkomst gesloten met een andere partij die containers beschikbaar stelt en die deze ledigt. Daarentegen heeft MKB-Afval tijdens de mondelinge behandeling met het overgelegde ledigingenschema gesteld en onderbouwd dat zij haar verplichtingen uit de overeenkomst is nagekomen.
3.3.
In de wet is bepaald dat er geen bevoegdheid tot opschorting bestaat voor zover de nakoming van de verbintenis van de wederpartij – in dit geval het ledigen van de containers – wordt verhinderd door schuldeisersverzuim (artikel 6:54 onder a BW). Immers, de schuldenaar – in dit geval MKB-Afval – kan dan niet worden aangerekend dat zij haar verbintenis niet nakomt. Dit betekent dat gedaagden de facturen voor de maanden juli en augustus 2024 moeten betalen. Daarnaast staat vast dat gedaagden de overeenkomst per 1 september 2024 hebben opgezegd. Tussen partijen is een opzegtermijn van één maand afgesproken. Dit blijkt uit artikel 10.3 van de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden. De overeenkomst tussen MKB-Afval en gedaagden eindigde dus op 30 september 2024. Gedaagden moeten daarom ook voor de maand september 2024 betalen.
Conclusie
3.4.
Gedaagden moeten de facturen van juli, augustus en september 2024 voor in totaal een bedrag van € 659,94 betalen.
De tegenvordering van gedaagden wordt afgewezen
3.5.
Gedaagden hebben een tegenvordering ingediend van € 3.750,00. Gedaagden voeren hiertoe aan dat dit de kosten zijn voor de extra begeleidingsuren die zijn ingezet om de cliënten te ondersteunen en kalmeren nadat zij geconfronteerd werden met overvolle en stinkende containers.
3.6.
MKB-Afval heeft de vordering op de mondelinge behandeling betwist. De vordering is volgens MKB-Afval niet toegelicht en feitelijk onvoldoende onderbouwd. Gedaagden had de vordering volgens haar bijvoorbeeld moeten onderbouwen met medische verklaringen.
3.7.
De kantonrechter volgt de stelling van MKB-afval en voor zover al sprake zou zijn van schade aan de kant van gedaagden is onvoldoende komen vast te staan dat die is veroorzaakt door een toerekenbare tekortkoming van MKB-Afval. De kantonrechter wijst de tegenvordering van gedaagden dan ook af.
Gedaagden moeten de bijkomende kosten betalen
3.8.
MKB-Afval vordert de wettelijke handelsrente. De rente wordt toegewezen, omdat MKB-Afval genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en gedaagden dat niet hebben betwist.
3.9.
MKB-Afval vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 98,99 worden toegewezen.
Gedaagden moeten de proceskosten betalen
3.10.
Gedaagden moeten de proceskosten betalen, omdat zij ongelijk krijgen (artikel 27 Rv). De proceskosten van MKB-Afval worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
358,20
- griffierecht
€
340,00
- salaris gemachtigde
€
270,00
(2 punten × € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.035,70
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
3.11.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat MKB-Afval dat eist en gedaagden daar niet op hebben gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk om aan MKB-Afval te betalen € 796,99, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 659,94 vanaf de dag der dagvaarding tot die der algehele voldoening,
4.2.
veroordeelt gedaagden in de proceskosten van € 1.035,70, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagden niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.