Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-02-05
ECLI:NL:RBOVE:2025:5320
Civiel recht
Eerste aanleg - meervoudig
8,996 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/307431 / HA ZA 23-470
Vonnis van 5 februari 2025
in de zaak van
UDEA B.V.,
gevestigd te Veghel,
eisende partij,
hierna te noemen: Udea,
advocaat: mrs. J.F. Koenders en R.G. Varkevisser,
tegen
FUDURA B.V.,
gevestigd te Zwolle,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Fudura,
advocaat: mrs. M.A. Kerkdijk en M. van Nee.
1De zaak in het kort
Udea en Fudura zijn het niet met elkaar eens over de vraag of Fudura haar verplichtingen tegenover Udea goed is nagekomen. Udea en Fudura hebben afgesproken dat Fudura het elektriciteitsverbruik van Udea meet en registreert.
Als gevolg van het verkeerd om aansluiten van de draden voor de meetinstallatie bij Udea door een monteur van Fudura, heeft Fudura de door Udea verbruikte elektra niet goed geregistreerd in het Centraal Aansluitingen Register. Hierdoor hebben Enexis en Eneco onjuiste facturen verzonden aan Udea. Nadat Fudura het verbruik had gecorrigeerd, heeft Udea naheffingen ontvangen van Enexis en Eneco. Udea meent dat Fudura een fout heeft gemaakt en dat zij daarom aansprakelijk is voor de door haar geleden schade, bestaande uit de naheffingen.
De rechtbank is van oordeel dat Fudura aansprakelijk is voor de door Udea geleden schade en dat zij verplicht is 90% van de door Udea geleden schade te vergoeden. De overige 10% van de geleden schade komt voor rekening van Udea zelf, omdat zij voor dat deel eigen schuld heeft aan het ontstaan van de schade. De rechtbank kan de schade van Udea (nog) niet vaststellen en zal partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de gestelde schade. De rechtbank legt dat uit.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 12 oktober 2023;
- de akte vermeerdering eis met producties van Udea van 17 januari 2024;
- de conclusie van antwoord met producties van 13 maart 2024;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de akte houdende overlegging producties van Udea met producties 38 tot en met 40;
- de aanvullende producties 4 en 5 van Fudura;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 juli 2024 met de spreekaantekeningen die door beide partijen zijn overgelegd;
- de akte met producties van Udea van 16 oktober 2024;
- de antwoordakte van Fudura van 30 oktober 2024.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Udea exploiteert onder andere een biologische groothandel in voedings- en genotmiddelen. Fudura is een door TenneT TSO B.V. erkende meetverantwoordelijke in de zin van de Meetcode Elektriciteit.
2.2.
Udea heeft in Veghel een nieuw centraal distributiecentrum gebouwd dat zij medio 2019 in gebruik heeft genomen. Op die locatie is Udea grootverbruiker van elektriciteit en als zodanig verplicht een meetverantwoordelijke in te schakelen voor het meten en valideren van haar stroomverbruik.
2.3.
Udea en Fudura hebben op 16 november 2018 een meetovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst staat onder andere:
“Omschrijving leveringen en werkzaamheden
Hierbij bieden wij u de volgende producten en diensten:
[…]
Leveren en plaatsen van een meter elektriciteit 1 tot 2MW (2x)
Leveren en plaatsen van een indirecte brutoproductiemeter (2x)
Meetverantwoordelijkheid en meetdiensten
Fudura verleent als erkend meetbedrijf aan Huurder meetdiensten met inachtneming van de wettelijke verplichtingen die zij heeft vanuit haar taak als meetverantwoordelijke met betrekking tot onder meer het beheer, onderhoud en uitlezen van de elektriciteitsmeter(s) […] van Huurder.”
Op de overeenkomst tussen partijen zijn de Algemene Voorwaarden 2017 van toepassing verklaard. In de Algemene Voorwaarden staat onder andere:
“Werkzaamheden
Alle voorkomende activiteiten om te komen tot de realisering van de per product overeengekomen prestatie.
[…]
Artikel 5
Verplichtingen van de Opdrachtgever
5.1
De opdrachtgever verleent aan Fudura de nodige medewerking bij de toepassing en de uitvoering van het bepaalde in of krachtens deze Algemene Voorwaarden en de controle op de naleving ervan, en wel in het bijzonder door:
a) Fudura zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van alle gegevens, voorvallen en wijzigingen in de omstandigheden die voor de uitvoering van de overeenkomst van belang kunnen zijn, waaronder door hem waargenomen of vermoede schade, gebreken of onregelmatigheden.
[…]
Artikel 12
Schade en aansprakelijkheid
12.1
Fudura is jegens Opdrachtgever niet aansprakelijk voor schade, waaronder mede begrepen zaak-, personen- en bedrijfsschade, die ontstaat door of ten gevolge van de Werkzaamheden.
12.2
Het in het vorige lid gestelde lijdt uitzondering ingeval schade ontstaat als gevolg van opzet of grove schuld van Fudura, zijn werknemers of daarmee gelijk te stellen ondergeschikten.
12.3
Indien op Fudura in weerwil van lid 1 van dit artikel enige aansprakelijkheid mocht rusten, dan is deze aansprakelijkheid altijd beperkt tot vergoeding van de schade voor de kosten van de aanpassing van het ontwerp of advies en de kosten van het herstel van gebreken en van de door die gebreken rechtstreeks veroorzaakte schade, een en ander met een maximum van de in de Overeenkomst overeengekomen vergoeding.
[…]
Artikel 19
Slotbepalingen
[…]
19.5
Wijzigingen in de Algemene Voorwaarden en Productvoorwaarden treden in werking dertig dagen na de dag waarop de wijzigingen aan Opdrachtgever zijn medegedeeld.”
2.4.
Udea heeft in het distributiecentrum twee zware elektriciteitsaansluitingen laten aanleggen met EAN-nummers eindigend op ‘[nummer]’ en ‘[nummer]’. Udea heeft voor de aansluitingen een aansluit- en transportovereenkomst gesloten met Enexis Netbeheer B.V. (‘Enexis’). Daarnaast heeft Udea een leveranciersovereenkomst gesloten met Eneco Zakelijk B.V. (‘Eneco’). Udea is met Enexis overeengekomen dat zij niet mag terugleveren aan het net. Enexis heeft daarom in het Centraal Aansluitingen Register (CAR) opgenomen dat Udea beschikt over zuivere leveringsaansluitingen.
2.5.
Fudura heeft op 11 maart 2019 twee meetinrichtingen geplaatst bij voornoemde elektriciteitsaansluitingen. Beide meetinrichtingen hebben twee uitgangen. De ene uitgang exporteert het netto verbruik, zijnde het verbruik minus de eigen opwek. De andere uitgang exporteert de aan het net teruggeleverde stroom. Op aansluiting [nummer] zijn de zonnepanelen en de koelinstallatie van Udea aangesloten. Op aansluiting [nummer] is de mechanische bedrijfsvoering aangesloten, zoals het magazijn en het opladen van de heftrucks. Udea heeft afgezien van de overeengekomen brutoproductiemeters, dus die zijn door Fudura niet geplaatst.
2.6.
Op 14 juni 2019 heeft Udea bij Fudura een storing gemeld in aansluiting [nummer] met de omschrijving ‘verkeerd om aangesloten’. Op 17 juni 2019 heeft een monteur van Fudura bij Udea aansluiting [nummer] gecontroleerd en geconstateerd dat de uitgangen verkeerd om waren aangesloten met als gevolg dat verbruik werd geregistreerd als teruglevering en andersom. De monteur heeft de uitgangen vervolgens omgedraaid. De monteur heeft ook de uitgangen van aansluiting [nummer] gecontroleerd. Daarbij werd wel teruglevering gemeten, maar geen verbruik. Aangezien Udea zuivere leveringsaansluitingen heeft, heeft de monteur de conclusie getrokken dat de gemeten teruglevering feitelijk verbruik moest zijn en dat de uitgangen ook bij [nummer] verkeerd om waren aangesloten. Daarom heeft de monteur de uitgangen bij aansluiting [nummer] ook omgedraaid. Na de werkzaamheden heeft de monteur een communicatiecontrole uitgevoerd waarbij gecontroleerd is of de gemeten hoeveelheid stroom ter plaatse overeenkomt met wat de administratief medewerker op afstand kan zien. De overige door de Meetcode Elektriciteit voorgeschreven controles die binnen een maand uitgevoerd moeten worden, zijn voltooid op 19 oktober 2020.
2.7.
Op 7 maart 2022 heeft Fudura opnieuw een monteur naar de aansluitingen van Udea laten kijken. Tijdens deze controle bleek dat de uitgangen van aansluitingen [nummer] verkeerd om waren aangesloten en dat dus teruglevering werd geregistreerd als verbruik en andersom.
2.8.
Over de periode 17 juni 2019 tot en met 7 maart 2022 zijn de meetgegevens van aansluiting [nummer] van Udea bij Fudura omgekeerd geregistreerd, namelijk een verbruik van 22.476 kWh en teruglevering van 5.532.085,5 kWh. Door Udea is echter 5.532.085,5 kWh verbruikt en 22.476 kWh teruggeleverd. Fudura heeft de correcte gegevens op 1 april 2022 ingestuurd naar het CAR. Op basis van de registratie van de werkelijke gegevens in het CAR heeft Udea op 11 juli 2022 een factuur van Eneco van € 656.092,13 inclusief btw en op 2 augustus 2022 een factuur van Enexis van € 86.698,00 inclusief btw ontvangen.
2.9.
Udea heeft Fudura op 2 december 2022 aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden schade, bestaande uit de facturen van Enexis en Eneco. Daarnaast heeft Udea DNV Energy Systems (‘DNV’) ingeschakeld om als deskundige onderzoek te doen naar de gang van zaken.
3Wat vorderen partijen?
Wat vordert Udea?
3.1.
Udea vordert een verklaring van recht dat Fudura is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen of dat zij onrechtmatig heeft gehandeld tegenover Udea. Ook wil Udea dat Fudura wordt veroordeeld tot betaling van € 742.790,13 aan Udea ter vergoeding van de door haar geleden schade.
Beoordeling
4.1.
Om te kunnen beoordelen of Fudura aansprakelijk is voor de door Udea gestelde geleden schade moet de rechtbank verschillende vragen beantwoorden. De rechtbank zal eerst vaststellen welke Algemene Voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Vervolgens zal de rechtbank beoordelen of Fudura is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen als opdrachtnemer. Daarna komt aan de orde of het exoneratiebeding uit de Algemene Voorwaarden van toepassing is en blijft, en of Udea zelf heeft bijgedragen aan het ontstaan van de gestelde schade. Ten slotte zal de rechtbank in gaan op de vraag of Udea schade heeft geleden.
De Algemene Voorwaarden 2017 van Fudura zijn van toepassing
4.2.
Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden 2017 van Fudura van toepassing. Deze Algemene Voorwaarden zijn bij de totstandkoming van de overeenkomst van toepassing verklaard en overhandigd.
4.3.
Fudura heeft gesteld dat de Algemene Voorwaarden 2019 van toepassing zijn, maar dat heeft zij onvoldoende onderbouwd. Op grond van artikel 19.5 van de Algemene Voorwaarden 2017 zijn gewijzigde voorwaarden van toepassing 30 dagen nadat hiervan mededeling is gedaan aan Udea. Udea heeft gemotiveerd betwist dat zij een mededeling over de Algemene Voorwaarden 2019 en de Algemene Voorwaarden 2020 heeft ontvangen. Fudura heeft met een screenshot van haar eigen systeem en een Excel-bestand onderbouwd dat zij de brieven over de voorwaarden wel aan Udea heeft verzonden, maar deze onderbouwing is onvoldoende. Op het screenshot is te zien dat de brieven zijn vermeld, maar daarop is niet te zien dat deze daadwerkelijk zijn verstuurd en wanneer. In het Excel-bestand is ook de brief te zien, maar ook hiervoor geldt dat niet zichtbaar is dat en wanneer deze is verzonden. Op de overeenkomst zijn daarom de oorspronkelijk overeengekomen voorwaarden uit 2017 van toepassing.
Fudura heeft niet de zorg van een goed opdrachtnemer in acht genomen
4.4.
Udea en Fudura hebben een overeenkomst van opdracht met elkaar gesloten. Fudura is in opdracht van Udea verantwoordelijk voor het onderhoud, beheer en uitlezen van de meetinrichtingen. De gegevens die Fudura verzamelt registreert zij in het CAR en op basis van die gegevens brengen Eneco en Enexis kosten in rekening bij Udea.
4.5.
Fudura is verplicht de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Deze zorgplicht bestaat onder meer uit het naleven van de Meetcode Elektriciteit. Op grond van die Meetcode moet Fudura ervoor zorgen dat de door haar beheerde meetinrichtingen naar behoren worden geïnstalleerd, naar behoren functioneren en goed worden onderhouden. De zorgplicht van Fudura beperkt zich echter niet tot het naleven van de Meetcode. De gegevens die Fudura verzamelt, registreert zij in het CAR. Op basis daarvan worden facturen verzonden door Eneco en Enexis. Deze partijen vertrouwen erop dat de door Fudura geregistreerde gegevens juist zijn en daar zitten ook direct consequenties voor de verbruiker aan. Alleen de meetverantwoordelijke, in dit geval Fudura, is belast met het correct registreren van de verbruiksgegevens in het CAR. Udea heeft daar zelf geen toegang toe. Het behoort daarom tot de zorgplicht van Fudura om te zorgen voor de juistheid en de betrouwbaarheid van de geregistreerde gegevens. Hieronder valt niet alleen de juistheid van de cijfers, maar ook de juistheid van het ‘etiket’ dat de cijfers krijgen, zoals ‘verbruik’ en ‘teruglevering’.
4.6.
Fudura is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar hiervoor benoemde zorgplicht. Partijen zijn het erover eens dat de monteur op 17 juni 2019 ten onrechte de uitgangen van aansluiting [nummer] heeft omgedraaid. Door de uitgangen om te draaien werd sinds 17 juni 2019 het verbruik geregistreerd als teruglevering en andersom. Het handelen van de monteur is een tekortkoming die kan worden toegerekend aan Fudura. Fudura heeft gesteld dat de conclusie van de monteur een logische conclusie is. De rechtbank is het niet met Fudura eens. Van de monteur mocht verwacht worden dat hij op de hoogte was van het bedrijf van Udea. Op zijn minst mocht van de monteur verwacht worden dat hij wist dat er zonnepanelen op het dak van het distributiecentrum aanwezig waren en dat deze waren aangesloten op aansluiting [nummer]. Er werd door Udea dus stroom opgewekt. Aangezien de meetinrichtingen en de aansluitingen teruglevering fysiek niet beperken, bestaat het risico dat wordt teruggeleverd en wel in het geval dat meer wordt opgewekt dan wordt verbruikt. De monteur had met dit risico rekening moeten houden, ongeacht de afspraken tussen Udea en Enexis. Dat geldt te meer nu op aansluiting [nummer] weinig stroom werd verbruikt, omdat de koelinstallatie nog niet (volledig) in gebruik was. Vervolgens heeft Fudura deze fout van de monteur gedurende bijna drie jaar niet ontdekt. Gelet op haar zorgplicht had zij deze fout wel moeten ontdekken. Dat de controles die door de Meetcode worden voorgeschreven deze fout mogelijk niet aan het licht hadden gebracht, doet hier niet aan af. De zorgplicht van Fudura reikt verder dan het naleven van de Meetcode, zodat van haar verwacht kan worden dat zij ook andere controles uitvoert om eventuele onjuistheden en fouten uit te sluiten. Dit geldt juist ook in situaties waarin werkzaamheden aan de meetinrichting zijn verricht en eerdere storingen zijn gemeld. Fudura kan bijvoorbeeld de door DNV voorgestelde plausibiliteitscontrole uitvoeren.
4.7.
Kortom, Fudura heeft als opdrachtnemer onvoldoende zorgvuldig gehandeld bij de nakoming van haar verplichtingen uit de meetovereenkomst met Udea. In beginsel is zij daarom verplicht de schade te vergoeden die Udea als gevolg van de onzorgvuldigheid van Fudura leidt.
Het exoneratiebeding uit de Algemene Voorwaarden is van toepassing, maar is in dit geval onredelijk bezwarend
4.8.
Op grond van artikel 12.1 van de Algemene Voorwaarden is Fudura niet aansprakelijk voor schade van Udea die het gevolg is van ‘Werkzaamheden’. Partijen zijn het niet met elkaar eens over de vraag of de door Udea gestelde schade veroorzaakt is door ‘Werkzaamheden’ of niet.
4.9.
De rechtbank is van oordeel dat het exoneratiebeding in dit geval wel van toepassing is. ‘Werkzaamheden’ zijn volgens de Algemene Voorwaarden ‘alle voorkomende activiteiten om te komen tot de realisering van de per product overeengekomen prestatie’. Deze definitie is breed. Uitleg hiervan brengt naar het oordeel van de rechtbank mee dat de handelingen van de monteur en de controles van Fudura vallen onder de term ‘Werkzaamheden’. Fudura heeft zich immers tegenover Udea verplicht meetinrichtingen aan te leggen, te controleren, te beheren, te onderhouden, en het verbruik te registreren in het CAR. De handelingen van de monteur zijn gericht op reparatie en onderhoud van deze meetinrichtingen. Ook de controles door Fudura en het registreren van het verbruik zijn handelingen die zien op het voltooien van de overeengekomen prestatie. Beperking van de definitie van ‘Werkzaamheden’ door verwijzing naar de definitie van Product en het al dan niet gebruik van hoofdletters, zoals door Udea betoogd, past niet binnen een logische uitleg van de overeenkomst. Het exoneratiebeding uit artikel 12.1 van de Algemene Voorwaarden is dus van toepassing op de door Udea gestelde ontstane schade. Fudura is niet aansprakelijk voor deze schade, tenzij deze het gevolg is van opzet of grove schuld van Fudura of het beding onredelijk bezwarend is.
4.10.
Hoewel het handelen van de monteur vreemd is en het gebrek aan betere controle door Fudura onnauwkeurig, is van opzet geen sprake en zijn deze fouten niet zodanig dat sprake is van grove schuld.
Dictum
De rechtbank
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 19 februari 2025 voor het nemen van een akte door Udea over wat is vermeld in rechtsoverweging 4.22., waarna Fudura op de rol van twee weken daarna een antwoordakte kan nemen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels, mr. M.A.M. Essed en mr. M. Scheeper en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2025.
Zie artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Vergelijk artikel B3.3.2.21 van de Meetcode Elektriciteit.
Beoordeling
Udea heeft onvoldoende onderbouwd dat er bijkomende omstandigheden zijn die maken dat het handelen van Fudura moet worden gekwalificeerd als grove schuld.
4.11.
Udea heeft wel voldoende onderbouwd gesteld dat het exoneratiebeding uit de Algemene Voorwaarden in dit geval onredelijk bezwarend is. Fudura heeft daar onvoldoende tegenover gezet. Het exoneratiebeding ziet feitelijk op alle activiteiten die Fudura onderneemt en dus ook op nagenoeg alle schade die daardoor ontstaat, terwijl zij een grote verantwoordelijkheid draagt. Gelet op die verantwoordelijkheid mag van haar verwacht worden dat zij maatregelen neemt om fouten te voorkomen, zoals het voorlichten van haar monteurs en het inbouwen van een vangnet in haar systemen. Dat heeft zij echter nagelaten. De monteurs zijn kennelijk niet op de hoogte van de bedrijfsvoering van de klanten. Gedetailleerde kennis is niet vereist, maar kennis over de aan- of afwezigheid van zonnepanelen mag wel worden verwacht. Ter zitting heeft Fudura verklaart dat haar systemen wel een vangnet hebben voor de situatie dat geen verbruik wordt geregistreerd. In dat geval wordt de betreffende aansluiting gesignaleerd en op een lijst gezet voor controle. De systemen hebben echter geen vangnet voor het geval ten onrechte (veel) teruglevering wordt geregistreerd, terwijl het om zuivere leveringsaansluitingen gaat. Door het gebrek aan kennis bij de monteur en het gebrek aan een vangnet in het systeem is gedurende een zeer lange periode de fout in dit geval niet ontdekt, terwijl dat niet had gehoeven. Dat de schade op grond van een algemene voorwaarde in dit geval geheel voor rekening van Udea zou blijven, acht de rechtbank onredelijk bezwarend.
4.12.
Gelet op het voorgaande blijft het exoneratiebeding in dit geval dus buiten toepassing en is Fudura aansprakelijk voor de door Udea ten gevolge van de fout van Fudura geleden schade.
Het ontstaan van de gestelde schade is deels te wijten aan eigen schuld
4.13.
Fudura heeft gesteld dat het ontstaan van de gestelde schade te wijten is aan eigen schuld Van Udea. Fudura noemt drie redenen. In de eerste plaats had Udea zelf moeten controleren of haar verbruik klopt. Zij kent immers haar bedrijfsvoering en weet wat het verwachte verbruik is. In de tweede plaats heeft Udea in strijd gehandeld met haar afspraken met Enexis door terug te leveren terwijl zij dat niet mocht. (De monteur van) Fudura hoefde er geen rekening mee te houden dat Udea haar afspraken niet zou nakomen. Ten slotte heeft Udea afgezien van de brutoproductiemeters. Hierdoor werd niet ter plaatse gemeten hoeveel stroom werd opgewekt.
4.14.
Udea heeft voorafgaand aan het in gebruik nemen van het pand een inschatting laten maken van haar verbruik. DENC Netherlands B.V (‘DENC’) heeft in haar rapport van 28 november 2019 opgenomen dat het verwachte verbruik van Udea in het nieuwe pand 50,3 kWh/m2 per jaar is. Aangezien het om een bruto vloeroppervlakte van 31.978 m2 gaat, is het verwachte verbruik volgens DENC dus 1.608.493,4 kWh per jaar. Udea heeft aangevoerd dat volgens de energierekeningen die zij ontving het totale verbruik in de relevante periode per jaar ongeveer uitkwam op dit verwachte verbruik. Zij heeft dus niet kunnen ontdekken dat er een fout in aansluiting [nummer] zat en heeft dus geen eigen schuld aan het ontstaan van de schade, aldus Udea.
4.15.
De rechtbank is van oordeel dat Udea onvoldoende gemotiveerd heeft betwist dat zij de fout zelf eerder had kunnen ontdekken. Uit de energierekeningen blijkt weliswaar dat het totale verbruik van beide aansluitingen in het jaar 2021 rond het voorspelde verbruik ligt, maar op de energierekeningen is het verbruik van de aansluitingen los te zien. Dat verbruik is als volgt:
Maand
Aansluiting [nummer] (Kwh)
Aansluiting [nummer] (kwh)
juni 2019
20.499
16.780
juli 2019
8.180
19.267
augustus 2019
539
44.157
september 2019
80
58.925
oktober 2019
7
72.725
november 2019
1
73.872
december 2019
0
76.205
januari 2020
0
78.550
februari 2020
1
83.294
maart 2020
225
92.078
april 2020
359
94.430
mei 2020
73
100.626
juni 2020
89
95.896
juli 2020
3
95.047
augustus 2020
4
93.421
september 2020
11
94.494
oktober 2020
7
107.937
november 2020
Beoordeling
0
131.382
december 2020
0
127.889
januari 2021 & februari 2021
10
249.217
maart 2021
36
139.101
april 2021
120
129.558
mei 2021
194
130.207
juni 2021
95
133.218
juli 2021
1
142.180
augustus 2021
28
144.165
september 2021
7
141.602
oktober 2021
5
151.832
november 2021
1
152.320
december 2021
0
148.560
januari 2022
2
150.073
februari 2022
2
132.868
maart 2022
192.795
152.604
Uit voorgaand overzicht blijkt dat het verbruik dat is gemeten op aansluiting [nummer] na de werkzaamheden van de monteur in juni 2019 is gekelderd en een aantal maanden zelfs nihil is geweest. Udea heeft verklaard dat op aansluiting [nummer] de koelinstallatie en de zonnepanelen zijn aangesloten, maar dat zij met Enexis heeft afgesproken dat zij niet kan terugleveren omdat de verwachting was dat de opgewekte stroom niet genoeg zou zijn om de koelinstallatie van de benodigde stroom te voorzien. Dat het gemeten verbruik op aansluiting [nummer] met name in de wintermaanden 0 zou zijn, terwijl dan doorgaans nauwelijks stroom wordt opgewekt door het gebrek aan zonlicht had Udea moeten opvallen. Te meer aangezien het verbruik van aansluiting [nummer] de eerste jaren gestaag is gestegen. Dat Udea de fout in aansluiting [nummer] niet had kunnen ontdekken omdat het totale verbruik het verwachte verbruik benaderde, is daarom te kort door de bocht.
4.16.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat Udea deels eigen schuld heeft aan het ontstaan van de schade door niet kritischer te zijn op het gemeten verbruik van aansluiting [nummer]. De rechtbank is echter ook van oordeel dat de meeste verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de schade ligt bij de professional die wordt ingeschakeld om het verbruik correct te meten, dus bij Fudura. Fudura had de fout sneller moeten en kunnen ontdekken door het werk van de monteur te controleren, terwijl Udea de schade hooguit had kunnen beperken, maar niet kunnen voorkomen. Dat leidt ertoe dat Fudura voor het grootste deel van de schade verantwoordelijk moet worden gehouden. De verhouding waarin de tekortkoming van Fudura en het handelen van Udea hebben bijgedragen aan de schade stelt de rechtbank gelet op het voorgaande vast op 75% voor Fudura en 25% voor Udea.
4.17.
De rechtbank ziet in de tekortkoming van Fudura echter ook aanleiding om deze verdeling op grond van de billijkheid te veranderen. Zoals hiervoor overwogen heeft Fudura een van haar kernverplichtingen geschonden met vergaande gevolgen voor de gebruiker. Udea had weliswaar zorgvuldiger haar facturen kunnen controleren, maar aangezien zij Fudura als professionele partij had ingeschakeld om het verbruik correct te meten is het begrijpelijk dat zij dit, mede gelet op de opstartende fase van het bedrijf en het verwachte verbruik, niet heeft gedaan. De ernst van de tekortkoming van Fudura ten opzichte van de tot op zekere hoogte te begrijpen nalatigheid van Udea maakt dat de rechtbank de verdeling van de vergoedingsplicht naar billijkheid vaststelt op 90% voor Fudura en 10% voor Udea.
4.18.
De overige door Fudura gestelde omstandigheden maken niet dat Udea meer eigen schuld heeft aan het ontstaan van de gestelde schade. Het enkele feit dat Udea met Enexis heeft afgesproken dat zij niet mag terugleveren, rechtvaardigt niet de conclusie van de monteur dat de aansluiting verkeerd om zou zijn aangesloten. De afspraak met Enexis staat los van de verplichtingen van Fudura. De monteur had kunnen weten dat er zonnepanelen op het dak lagen en de monteur wist dat bij deze installatie zowel levering als teruglevering mogelijk was. Als de monteur al twijfelde, had hij bij Udea navraag kunnen en moeten doen. Dat Udea heeft afgezien van een brutoproductiemeter is een eigen keuze en een dergelijke meter is geen vereiste bij teruglevering. Dat Udea niet voor de meter heeft gekozen, maakt daarom niet dat zij (deels) verantwoordelijk moet worden gehouden voor het ontstaan van de door haar gestelde schade.
4.19.
Kortom, gelet op het voorgaande heeft Udea tot op zekere hoogte eigen schuld aan het ontstaan van de gestelde schade. Als gevolg van deze eigen schuld is Fudura, mede gelet op de billijkheid, gehouden om 90% van de gestelde schade te vergoeden en niet het volledige bedrag.
Partijen mogen zich uitlaten over de gestelde schade
4.20.
Udea heeft gesteld dat zij schade heeft geleden door het handelen van Fudura en dat die schade bestaat uit de alsnog door Enexis en Eneco in rekening gebrachte kosten. Zij kan deze kosten niet meer doorbelasten aan haar klanten en moet die dus zelf dragen. Bovendien heeft Udea de kans verloren om de kosten door te belasten. Er is dus in ieder geval sprake van kansschade. Fudura heeft de gestelde schade van Udea gemotiveerd betwist.
4.21.
Van kansschade is naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval geen sprake.