Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-07-15
ECLI:NL:RBOVE:2025:4715
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
10,988 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familie en Jeugd
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.184428.24 (P)
Datum vonnis: 15 juli 2025
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen de minderjarige:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats],
hierna te noemen: [verdachte] of verdachte.
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de met gesloten deuren gehouden terechtzittingen van 30 juni 2025 en van 1 juli 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat in Borne, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Parketnummer 08.184428.24
primair
samen met anderen heeft geprobeerd om met geweld of bedreiging met geweld
[slachtoffer] te dwingen zijn wiet en/of geld af te geven
en/of
samen met anderen heeft geprobeerd om met geweld of bedreiging met geweld
[slachtoffer] te beroven;
subsidiair
medeplichtig is aan de poging van de medeverdachten om met geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen zijn wiet en/of geld af te geven
en/of
medeplichtig is aan de poging van de medeverdachten om met geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer] te beroven.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van wiet en/of hasj, althans van een hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool, althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
en/of
hij op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om wiet en/of hasj, althans een hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool,
althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering
van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van wiet en/of hasj, althans een
hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n),
door met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool, althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op de uitkijk te staan en/of door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere medeverdachte(n) (per telefoon/WhatsApp) door te geven dat die [slachtoffer] eraan komt
en/of
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om wiet en/of hasj, althans een hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool, althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de
Beoordeling
3.3.1
Het primair tenlastegelegde
Aan [verdachte] is een poging tot een zogenoemde ripdeal in een cumulatief/alternatieve variant tenlastegelegd, namelijk – kort gezegd – een poging tot afpersing en/of een poging tot diefstal met geweld.
De officier van justitie en de raadsvrouw hebben het standpunt ingenomen dat sprake is van een poging tot afpersing. [verdachte] heeft bekend dat hij op 3 juni 2024 samen met anderen heeft geprobeerd een gewapende overval (een zogenoemde ripdeal) te plegen op [slachtoffer].
De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke gang van zaken, zoals die uit de bewijsmiddelen naar voren komt, naar de uiterlijke verschijningsvorm moet worden beschouwd als zo zeer te zijn gericht op de voltooiing van een geplande ripdeal, dat het niet anders kan dan dat dit ook daadwerkelijk de bedoeling was. De rechtbank overweegt daarbij dat wat betreft de bewezenverklaring en de juridische kwalificatie daarvan gelet op de cumulatief/alternatieve tenlastelegging, de poging tot diefstal met geweld in vereniging en de poging tot afpersing in vereniging zodanig verwant aan elkaar zijn, dat in het midden kan blijven op welke van de beide delicten het opzet van [verdachte] was gericht.
De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van de cumulatief/alternatief tenlastegelegde poging tot diefstal met geweld in vereniging en/of de poging tot afpersing in vereniging.
Medeplegen
Anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat sprake is van het primair tenlastegelegde medeplegen. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
Voorafgaand aan het feit hebben de medeverdachten Délano [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], de broer van [verdachte], uitgebreid overleg gepleegd over de te plegen ripdeal. [verdachte] wist naar eigen zeggen van het op handen zijnde plan af en hij heeft op eigen initiatief aan zijn broer gevraagd of hij mee mocht doen. [verdachte] wist ook dat er een koevoet en een mes zouden worden meegenomen. [verdachte] is samen met de anderen op de avond van de beoogde ripdeal vanaf het pand van Bolletje in de richting van het treinstation gefietst, waar [verdachte] - zoals van tevoren was afgesproken - is blijven wachten tot de dealer op het station zou arriveren. Na aankomst van de bewuste dealer heeft [verdachte] de anderen gewaarschuwd dat deze in aantocht was.
[verdachte] is er van het begin tot het einde bij. Voorafgaand aan het feit is hij op de hoogte van de plannen, hij gaat samen met de medeverdachten naar de afgesproken plek. Hij heeft bovendien zelf om een actieve deelnemende rol gevraagd die hij vervolgens ook heeft gekregen en heeft uitgevoerd. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het primair tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Conclusie
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het primair cumulatief/alternatief tenlastegelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 30 juni 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv;
2.
Het proces-verbaal van verbalisant J.M. Rode van 4 juni 2024 op pagina 54 e.v.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
Parketnummer 08.184428.24
primair
hij op 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van wiet en/of hasj en/of een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde met opzet - een afspraak met die [slachtoffer] hebben gemaakt en- zich vervolgens naar de plek van die afspraak hebben begeven en- daarbij bivakmutsen hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en- een mes en een koevoet en een gasalarmpistool hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en- al dan niet met voornoemde wapens achter die [slachtoffer] aan zijn gerend en/of die [slachtoffer] hebben achtervolgd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
en/of
hij op 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om wiet en/of hasj en/of een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer], toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen
voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet- een afspraak met die [slachtoffer] hebben gemaakt en- zich vervolgens naar de plek van die afspraak hebben begeven en- daarbij bivakmutsen hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en- een mes en een koevoet en een gasalarmpistool hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en- al dan niet met voornoemde wapens achter die [slachtoffer] aan zijn gerend en/of die [slachtoffer] hebben achtervolgd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 08.184428.24 primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
08.184428.24 primair
het misdrijf: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
en/of
het misdrijf: poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
5De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.
6De op te leggen straf of maatregel
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een werkstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen jeugddetentie waarbij de dagen die verdachte in voorarrest heeft gezeten van de werkstraf moeten worden afgetrokken.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat gezien de minimale bijdrage van [verdachte] aan het geheel en de gevolgen die het feit tot nu toe al heeft gehad te weten reclasseringstoezicht, een contactverbod met vrienden en het verblijf op het arrestantencomplex in Borne, kan worden volstaan met een voorwaardelijke werkstraf.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Het feit
[verdachte] heeft samen met anderen geprobeerd om een ernstig strafbaar feit te plegen. Samen met zijn vrienden en zijn broer heeft [verdachte] geprobeerd om een wietdealer van zijn voorraad en zijn geld te beroven. Voorzien van bivakmutsen, een mes, een koevoet en een gaspistool zijn de verdachten naar een wat afgelegen parkeergarage vertrokken, de plek waar met de dealer was afgesproken. [verdachte] bleef zoals vooraf afgesproken op het station om de dealer op te wachten en de anderen te waarschuwen zodra de dealer in aantocht was. Op het moment dat de dealer, die [verdachte] passeerde en de mededaders naderde, de situatie niet vertrouwde en het op een rennen zette, zetten de mededaders – met de gezichtsbedekkende kleding nog altijd voor en de wapens nog in hun handen, zichtbaar voor de toevallige voorbijgangers – de achtervolging in. Dat de dealer uiteindelijk is ontsnapt aan deze zogeheten ripdeal heeft hij te danken aan zijn eigen oplettendheid en niet aan verdachten. Dat het gebleven is bij een poging doet dan ook niets af aan het gegeven dat de verdachten wederom een gewelddadig en ernstig feit wilden plegen waarbij zij volledig voorbij zijn gegaan aan de mogelijke gevolgen en enkel oog hadden voor hun eigen gewin, wiet en snel geld. Dat dit feit door deze jonge verdachten uitgebreid is voorbesproken en dat zij goed voorbereid en voorzien van wapens en bivakmutsen op pad zijn gegaan, baart de rechtbank zorgen. En dat [verdachte] bij het plegen van dit feit een actieve en weloverwogen rol heeft vervuld, rekent de rechtbank hem aan.
Documentatie
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 13 januari 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Verdachte is een zogenoemde first offender.
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 08.184428.24 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
08.184428.24 primair
het misdrijf: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
en/of
het misdrijf: poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 08.184428.24 primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 40 (veertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A. Flos en mr. G.M.J. Vijftigschild, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2025.
Mr. Vijftigschild is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familie en Jeugd
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.184428.24 (P)
Datum vonnis: 15 juli 2025
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen de minderjarige:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats],
hierna te noemen: [verdachte] of verdachte.
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de met gesloten deuren gehouden terechtzittingen van 30 juni 2025 en van 1 juli 2025.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat in Borne, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Parketnummer 08.184428.24
primair
samen met anderen heeft geprobeerd om met geweld of bedreiging met geweld
[slachtoffer] te dwingen zijn wiet en/of geld af te geven
en/of
samen met anderen heeft geprobeerd om met geweld of bedreiging met geweld
[slachtoffer] te beroven;
subsidiair
medeplichtig is aan de poging van de medeverdachten om met geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen zijn wiet en/of geld af te geven
en/of
medeplichtig is aan de poging van de medeverdachten om met geweld of bedreiging met geweld [slachtoffer] te beroven.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van wiet en/of hasj, althans van een hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n) met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool, althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
en/of
hij op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om wiet en/of hasj, althans een hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer]
, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool,
althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering
van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van wiet en/of hasj, althans een
hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n),
door met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool, althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door op de uitkijk te staan en/of door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere medeverdachte(n) (per telefoon/WhatsApp) door te geven dat die [slachtoffer] eraan komt
en/of
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer anderen op of omstreeks 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om wiet en/of hasj, althans een hoeveelheid verdovende middelen en/of een geldbedrag, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of
gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet
- een afspraak met die [slachtoffer] heeft/hebben gemaakt en/of
- zich (vervolgens) naar de plek van die afspraak heeft/hebben begeven en/of
- ( daarbij) bivakmutsen heeft/hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en/of
- een mes en/of een koevoet en/of een vuurwapen en/of een gasalarmpistool, althans een of meerdere wapens, heeft/hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en/of
- ( al dan niet met voornoemde wapens) achter die [slachtoffer] aan is/zijn gerend en/of die [slachtoffer] heeft/hebben achtervolgd, terwijl de
Beoordeling
3.3.1
Het primair tenlastegelegde
Aan [verdachte] is een poging tot een zogenoemde ripdeal in een cumulatief/alternatieve variant tenlastegelegd, namelijk – kort gezegd – een poging tot afpersing en/of een poging tot diefstal met geweld.
De officier van justitie en de raadsvrouw hebben het standpunt ingenomen dat sprake is van een poging tot afpersing. [verdachte] heeft bekend dat hij op 3 juni 2024 samen met anderen heeft geprobeerd een gewapende overval (een zogenoemde ripdeal) te plegen op [slachtoffer].
De rechtbank is van oordeel dat de feitelijke gang van zaken, zoals die uit de bewijsmiddelen naar voren komt, naar de uiterlijke verschijningsvorm moet worden beschouwd als zo zeer te zijn gericht op de voltooiing van een geplande ripdeal, dat het niet anders kan dan dat dit ook daadwerkelijk de bedoeling was. De rechtbank overweegt daarbij dat wat betreft de bewezenverklaring en de juridische kwalificatie daarvan gelet op de cumulatief/alternatieve tenlastelegging, de poging tot diefstal met geweld in vereniging en de poging tot afpersing in vereniging zodanig verwant aan elkaar zijn, dat in het midden kan blijven op welke van de beide delicten het opzet van [verdachte] was gericht.
De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van de cumulatief/alternatief tenlastegelegde poging tot diefstal met geweld in vereniging en/of de poging tot afpersing in vereniging.
Medeplegen
Anders dan de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat sprake is van het primair tenlastegelegde medeplegen. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.
Voorafgaand aan het feit hebben de medeverdachten Délano [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], de broer van [verdachte], uitgebreid overleg gepleegd over de te plegen ripdeal. [verdachte] wist naar eigen zeggen van het op handen zijnde plan af en hij heeft op eigen initiatief aan zijn broer gevraagd of hij mee mocht doen. [verdachte] wist ook dat er een koevoet en een mes zouden worden meegenomen. [verdachte] is samen met de anderen op de avond van de beoogde ripdeal vanaf het pand van Bolletje in de richting van het treinstation gefietst, waar [verdachte] - zoals van tevoren was afgesproken - is blijven wachten tot de dealer op het station zou arriveren. Na aankomst van de bewuste dealer heeft [verdachte] de anderen gewaarschuwd dat deze in aantocht was.
[verdachte] is er van het begin tot het einde bij. Voorafgaand aan het feit is hij op de hoogte van de plannen, hij gaat samen met de medeverdachten naar de afgesproken plek. Hij heeft bovendien zelf om een actieve deelnemende rol gevraagd die hij vervolgens ook heeft gekregen en heeft uitgevoerd. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het primair tenlastegelegde medeplegen bewezen.
Conclusie
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het primair cumulatief/alternatief tenlastegelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
1.
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 30 juni 2025, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv;
2.
Het proces-verbaal van verbalisant J.M. Rode van 4 juni 2024 op pagina 54 e.v.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
Parketnummer 08.184428.24
primair
hij op 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van wiet en/of hasj en/of een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde met opzet - een afspraak met die [slachtoffer] hebben gemaakt en- zich vervolgens naar de plek van die afspraak hebben begeven en- daarbij bivakmutsen hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en- een mes en een koevoet en een gasalarmpistool hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en- al dan niet met voornoemde wapens achter die [slachtoffer] aan zijn gerend en/of die [slachtoffer] hebben achtervolgd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
en/of
hij op 3 juni 2024 te Almelo tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om wiet en/of hasj en/of een geldbedrag, dat geheel of ten dele aan [slachtoffer], toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen
voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met dat opzet- een afspraak met die [slachtoffer] hebben gemaakt en- zich vervolgens naar de plek van die afspraak hebben begeven en- daarbij bivakmutsen hebben opgezet en/of over zijn/hun hoofd gedragen en- een mes en een koevoet en een gasalarmpistool hebben meegenomen en/of gedragen en/of getoond en- al dan niet met voornoemde wapens achter die [slachtoffer] aan zijn gerend en/of die [slachtoffer] hebben achtervolgd,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 08.184428.24 primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
08.184428.24 primair
het misdrijf: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
en/of
het misdrijf: poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
5De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.
6De op te leggen straf of maatregel
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft oplegging gevorderd van een werkstraf van 40 uren subsidiair 20 dagen jeugddetentie waarbij de dagen die verdachte in voorarrest heeft gezeten van de werkstraf moeten worden afgetrokken.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft betoogd dat gezien de minimale bijdrage van [verdachte] aan het geheel en de gevolgen die het feit tot nu toe al heeft gehad te weten reclasseringstoezicht, een contactverbod met vrienden en het verblijf op het arrestantencomplex in Borne, kan worden volstaan met een voorwaardelijke werkstraf.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Het feit
[verdachte] heeft samen met anderen geprobeerd om een ernstig strafbaar feit te plegen. Samen met zijn vrienden en zijn broer heeft [verdachte] geprobeerd om een wietdealer van zijn voorraad en zijn geld te beroven. Voorzien van bivakmutsen, een mes, een koevoet en een gaspistool zijn de verdachten naar een wat afgelegen parkeergarage vertrokken, de plek waar met de dealer was afgesproken. [verdachte] bleef zoals vooraf afgesproken op het station om de dealer op te wachten en de anderen te waarschuwen zodra de dealer in aantocht was. Op het moment dat de dealer, die [verdachte] passeerde en de mededaders naderde, de situatie niet vertrouwde en het op een rennen zette, zetten de mededaders – met de gezichtsbedekkende kleding nog altijd voor en de wapens nog in hun handen, zichtbaar voor de toevallige voorbijgangers – de achtervolging in. Dat de dealer uiteindelijk is ontsnapt aan deze zogeheten ripdeal heeft hij te danken aan zijn eigen oplettendheid en niet aan verdachten. Dat het gebleven is bij een poging doet dan ook niets af aan het gegeven dat de verdachten wederom een gewelddadig en ernstig feit wilden plegen waarbij zij volledig voorbij zijn gegaan aan de mogelijke gevolgen en enkel oog hadden voor hun eigen gewin, wiet en snel geld. Dat dit feit door deze jonge verdachten uitgebreid is voorbesproken en dat zij goed voorbereid en voorzien van wapens en bivakmutsen op pad zijn gegaan, baart de rechtbank zorgen. En dat [verdachte] bij het plegen van dit feit een actieve en weloverwogen rol heeft vervuld, rekent de rechtbank hem aan.
Documentatie
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 13 januari 2025. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Verdachte is een zogenoemde first offender.
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 08.184428.24 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
08.184428.24 primair
het misdrijf: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
en/of
het misdrijf: poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 08.184428.24 primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 40 (veertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
opheffing bevel voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A. Flos en mr. G.M.J. Vijftigschild, (kinder)rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2025.
Mr. Vijftigschild is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.