Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-05-23
ECLI:NL:RBOVE:2025:3326
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,402 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3120
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres,
gemachtigde: M. Deliboyraz,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),
gemachtigde: mr. C. Lubberts.
Procesverloop
1.1
Bij besluit van 23 november 2023 (primair besluit) heeft het UWV de Wajong-aanvraag van eiseres afgewezen.
1.2
Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar ingesteld. Op 22 juli 2024 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar.
1.3
Bij besluit van 28 augustus 2024 heeft het UWV eiseres de maximale dwangsom van
€ 1.442,- toegekend in verband met het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
1.4
Bij besluit van 15 oktober 2024 (bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De rechtbank acht het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede gericht tegen het besluit van 15 oktober 2024.
1.5
Eiseres heeft aanvullende gronden ingediend. Het UWV heeft daarop gereageerd met een verweerschrift.
1.6
De rechtbank heeft het beroep op 27 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
Totstandkoming van het besluit
2. Eiseres, geboren op [geboortedatum] , heeft het UWV op 18 juli 2022 verzocht haar op grond van de Wajong een indicatie banenafspraak toe te kennen. Deze is eiseres toegekend bij besluit van 20 juli 2022. Op 28 juli 2023 heeft eiseres het UWV verzocht haar arbeidsvermogen te beoordelen en haar een Wajong-uitkering toe te kennen. Daarbij heeft zij vermeld dat zij beperkt is, omdat zij vaak gewrichtspijn heeft door familiaire mediterrane koorts (FMF). Er is medische informatie meegestuurd van met name de kinderarts en de huisarts. Eiseres volgt een opleiding op [opleiding] met begeleiding.
Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder ‘Procesverloop’.
Standpunten van partijen
3.1
Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres vanaf 28 juli 2023, de aanvraagdatum, geen recht heeft op een Wajong-uitkering, omdat eiseres arbeidsvermogen heeft. Het UWV heeft verwezen naar de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De verzekeringsarts bezwaar en beroep vindt dat eiseres vier uur per dag en één uur aaneengesloten kan werken. Ook is er vanuit medisch oogpunt geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres niet over basale werknemersvaardigheden beschikt. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is ook van mening dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt. Ook vindt hij dat eiseres de taak 'plaatsen van onderdelen op een printplaat' kan doen.
3.2
Eiseres stelt dat zij duurzaam niet beschikt over arbeidsvermogen. Zij heeft diverse ernstige medische aandoeningen, waaronder FMF, anemie, artritis, gewrichtspijnen (ALK), depressie en een licht verstandelijk handicap. Deze aandoeningen brengen substantiële beperkingen met zich mee, zowel fysiek als psychisch.
Het UWV heeft aangevoerd dat haar beperkingen niet goed in kaart zijn gebracht. Een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) ontbreekt. Hiermee heeft het UWV de eigen standaarden en richtlijnen, zoals beschreven in het rapport over duurzaam benutbare mogelijkheden, niet nageleefd.
Eiseres wordt door onaangekondigde aanvallen bedlegerig en afhankelijk in de zelfverzorging. Na een aanval kan sprake zijn van langdurige vermoeidheid of pijn. Onaangekondigde aanvallen kunnen ervoor zorgen dat de werknemer onverwacht niet in staat is om te werken, wat de planning en continuïteit van werkprocessen verstoort. Ook kan een plotselinge aanval in sommige werkomgevingen niet alleen voor de werknemer zelf, maar ook voor collega's gevaar opleveren. Hiermee is geen rekening gehouden.
Eiseres acht zich met haar beperkingen niet in staat de geselecteerde taak uit te voeren, zich aan afspraken met een werkgever te houden, een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag, dan wel twee uur per dag tegen minimumloon te werken. Dit is duurzaam, aangezien het een gegeven is dat een realistisch vooruitzicht op verbetering ontbreekt. Eiseres heeft een brief van 8 augustus 2024 van kinderarts prof. dr. [deskundige] (hierna: [deskundige] ) in geding gebracht. Hieruit blijkt volgens eiseres dat haar situatie zorgwekkend is. Eiseres stelt dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft als gevolg van haar wisselende belastbaarheid en omdat verbetering binnen drie maanden niet wordt verwacht.
3.3
Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Het UWV heeft hierbij gewezen op het rapport van 17 februari 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
Beoordeling
4.1
Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, onder en aanhef a, Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Op grond van het vierde lid van dit wetsartikel wordt onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.
4.2
In artikel 1a, eerste lid, Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten is bepaald dat de betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als hij:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
4.3
Bij de beoordeling maakt het UWV gebruik van de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het ‘Compendium Participatiewet’ vastgesteld.
4.4
Het is vaste rechtspraak dat de SMBA-methode aanvaardbaar is als ondersteunend systeem bij de beoordeling of iemand mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft volgens de Wajong.
Beoordeling
5. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht de Wajong-aanvraag van eiseres heeft afgewezen, omdat zij volgens het UWV op 12 juli 2023, de dag dat zij achttien jaar is geworden, arbeidsvermogen had. De rechtbank doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep slaagt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Arbeidsvermogen
6. De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek te kort schiet en dat onvoldoende is gemotiveerd dat bij eiseres met ingang van 12 juli 2023 geen sprake was van ‘geen benutbare mogelijkheden’. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
6.1
De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts in zijn rapport van 21 april 2024 heeft geconcludeerd dat eiseres vanwege haar enorme verzuim nu geen arbeidsvermogen heeft. Volgens de voormalige mentor van eiseres lag het verzuim in het schooljaar 2022 - 2023 rond de 65%. Uit gegevens van school blijkt dat het de vier jaren daarvoor rond de 16% lag. Daarbij heeft de verzekeringsarts vermeld: "Bij telefonisch contact met de voormalige mentor van cliënt op 25 maart blijkt dat haar schatting van de afwezigheid van cliënt zo'n 60-70% is. Cliënt krijgt een keer in de maand medicatie geïnjecteerd en verzuimt een tot twee weken daarvoor al. Op de dag van de injectie is zij afwezig, daarna doet zij het maximaal een week goed waarna ze steeds minder goed bij de les is en uiteindelijk helemaal afhaakt en niet meer op school komt."
Ook heeft de verzekeringsarts verwezen naar de brief van kinderarts [deskundige] van 6 maart 2024 naar aanleiding van het spreekuurbezoek op 22 februari 2024. Daarin vermeldt die arts dat eiseres meldt dat ze erg veel verzuimt op school. Eiseres heeft ongeveer twee keer per week buikpijn en gewrichtspijn, maar geen koorts. De duur is ongeveer één à twee dagen.
6.2
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapport van 1 oktober 2024 geconcludeerd dat er geen sprake is van geen benutbare mogelijkheden. Het schoolverzuim van eiseres zou aanvankelijk rond de 16% hebben gelegen en daarna ineens zijn opgelopen tot circa 65%. Echter, een verzuimoverzicht van dit extreme verzuim is niet aanwezig en zoals tijdens de hoorzitting door gemachtigde is aangegeven heeft school het verzuim niet goed bijgehouden, waardoor hierover geen betrouwbare gegevens te achterhalen zijn. Los daarvan is de medische problematiek ook niet van dien aard dat het aannemelijk is dat het frequente thuisblijven van eiseres steeds medisch noodzakelijk is te achten. Dat blijkt ook uit het schrijven van [deskundige] . Tot slot is het ook erg onwaarschijnlijk dat het verzuim in een jaar tijd zo fors toenam, terwijl de medische aandoening van eiseres niet wezenlijk is gewijzigd.
6.3
De rechtbank ziet niet in waarom niet aannemelijk zou zijn dat in het schooljaar 2022 – 2023 sprake is geweest van een ziekteverzuim van 65%, zoals gemeld door de voormalige mentor van eiseres. Eiseres heeft gesteld dat het ziekteverzuim inmiddels 90% bedraag. Dit wordt bevestigd door de medische informatie. In de brief van 6 mei 2024 heeft kinderarts [deskundige] vermeld dat eiseres geen baantje heeft en sinds februari al niet naar school is geweest en ook al een tijd niet naar stage is geweest.
6.4
Ter zitting heeft het UWV naar voren gebracht dat het hoge verzuim niet past in een vrijwel ongewijzigd ziektebeeld. Dit doet echter geen afbreuk aan het vorenstaande, omdat niet kan worden gesteld, gelet op de gegevens in het medische dossier, dat het ziektebeeld onveranderd is gebleven. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat uit informatie van kinderarts [deskundige] blijkt dat in 2019 sprake was van een complete remissie onder canakinumab, waarop de colchicinedosis is gereduceerd. Uit de informatie van maart 2024 naar aanleiding van een bezoek aan de polikliniek op 22 februari 2024 en de brief van 6 mei 2024 van kinderarts [deskundige] blijkt dat met dezelfde medicatie inmiddels sprake is van een actief ziektebeeld. Volgens de anamnese houdt eiseres veel last van haar knieën met roodheid en zwelling. Vooral 's nachts, 's ochtends kan zij dan niet lopen van de pijn. Dit treedt één tot twee keer per week op ondanks canakinumab één keer per vier weken en colchicine. [deskundige] spreekt van Colchicine-resistente FMF.
6.5
Gelet op het ziekteverzuim van eiseres en het inmiddels actieve ziektebeeld, is de rechtbank van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende heeft gemotiveerd waarom, in afwijking van de primaire verzekeringsarts, aangenomen zou moeten worden dat eiseres thans over benutbare mogelijkheden beschikt. Gelet op de voorhanden zijnde medische informatie en het gegeven dat de primaire verzekeringsarts op basis van het medische beeld van eiseres reeds had vastgesteld dat momenteel geen sprake is van benutbare mogelijkheden, is de rechtbank van oordeel dat ervan moet worden uitgegaan dat eiseres, op de datum van haar 18e verjaardag, geen benutbare mogelijkheden heeft. De vervolgvraag is of deze situatie ook duurzaam is.
Duurzaamheid
6.6
Vervolgens blijft over de vraag of het ontbreken van benutbare mogelijkheden duurzaam is. Hierover heeft de verzekeringsarts in zijn rapport van 21 april 2024 overwogen dat eiseres bij een goede therapietrouw aanmerkelijk minder klachten en verzuim zal hebben. De niet optimale therapietrouw zou samen kunnen hangen met de leeftijdsfase waarin eiseres zit en haar (zeer) lichte verstandelijke beperking waardoor ze de gevolgen van haar handelen minder goed kan overzien. Daarin zou zij echter wel leerbaar moeten zijn. Volgens de specialist zijn niet alle klachten die eiseres heeft te verklaren vanuit de aandoening waarmee ze al bekend is. Er is een bijkomende diagnose gesteld waarvoor behandeling nog opgestart moet worden en waardoor verbetering te verwachten is.
6.7
Ter zitting heeft eiseres naar voren gebracht dat zij als gevolg van haar ziekte en het medicatiegebruik kampt met spraak- en geheugenverlies. Zij vergeet de medicatie in te nemen. De verzekeringsarts heeft in zijn rapport vermeld dat het korte- en lange-termijn geheugen normaal imponeert. Uit het rapport blijkt echter dat de verzekeringsarts over deze klachten geen informatie heeft opgevraagd bij de behandelende sector. Er is niet nagevraagd of deze klachten van invloed zijn op de therapietrouw. Ook is niet nagevraagd in hoeverre structurele verbetering van de huidige situatie verwacht mag worden, als eiseres de medicatie niet zou vergeten. Hiermee is onvoldoende gemotiveerd dat eiseres arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
Conclusie
7. Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit van 15 oktober 2024 onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet berust op een deugdelijke motivering. Het bestreden besluit is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb.
8. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen om een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen, de zogeheten 'bestuurlijke lus'. De rechtbank ziet aanleiding om van deze mogelijkheid gebruik te maken, om te voorkomen dat eiseres in nieuwe langdurige procedures verzeild zal raken. Het UWV zal haar conclusies nader moeten motiveren. Het ligt in de rede dat zij daarbij de verzekeringsarts bezwaar en beroep nader laat rapporteren.
De rechtbank acht het aangewezen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alsnog de informatie genoemd in 6.7 opvraagt bij de behandelaren van eiseres, in het bijzonder bij kinderarts [deskundige] . Aan de hand van die informatie zal de verzekeringsarts bezwaar en beroep nader moeten onderzoeken en beoordelen of sprake is van een te verwachten verbetering in de therapietrouw en of in dat geval structurele verbeteringen zijn te verwachten van (de gevolgen van) haar ziekte en wat daarvan dan de gevolgen voor de duurzaamheid van de beperkingen van eiseres zijn. Het UWV kan het gebrek herstellen met een aanvullende motivering, of met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit.
9. De rechtbank zal de termijn waarbinnen het UWV het gebrek kan herstellen bepalen op acht weken. Als het UWV hiervan geen gebruik wil maken, dan dient zij dit binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen. Als het UWV wel gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het UWV. Daarna zal de rechtbank in beginsel zonder tweede zitting einduitspraak doen.
10. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak. Dat laatste betekent ook dat zij over de vergoeding van het griffierecht en de proceskosten nu nog geen beslissing neemt.
Dictum
De rechtbank:
- stelt het UWV in de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen binnen acht weken na verzending van deze tussenuitspraak, met inachtneming van hetgeen in deze tussenuitspraak is overwogen;
- draagt het UWV op om, als geen gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen, dat binnen twee weken na verzending van deze tussenuitspraak aan de rechtbank mee te delen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van
W. Veldman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.
Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 29 april 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1033.