Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-04-09
ECLI:NL:RBOVE:2025:2435
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,128 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11605021 CV EXPL 25-794
Vonnis in kort geding van 9 april 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: mr. M.B. Bollen,
tegen
[gedaagde], h.o.d.n. [bedrijf],
wonende en zaakdoende te [woonplaats 2],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling d.d. 9 april 2025;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijn en formaliteiten in acht genomen.
2.2.
[eiser] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt:
binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan de [adres] te ontruimen, in goede staat op te leveren en deze vervolgens ontruimd te houden onder afgifte van de sleutels;
tot betaling aan [eiser] van de huurachterstand tot en met 28 februari 2025 van
€ 6.420,00, € 900,00 aan opeisbare contractuele boetes en vermeerderd met de contractuele boete van € 300,00 per maand of gedeelte daaarvan ingaande op de eerste dag van elke betrokken betalingsperiode; in de proceskosten en nakosten.
2.3.
De vordering komt de kantonrechter voldoende spoedeisend en niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen met inachtneming van het navolgende. Voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst van partijen,
vanwege de huurachterstand en de daardoor ontstane toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde], zal worden ontbonden en [gedaagde] zal worden veroordeeld tot ontruiming van de bedrijfsruimte en betaling van de huurachterstand vermeerderd met de opeisbare contractuele boetes.
De gevorderde contractuele boete van € 300,00 ingaande op de eerste dag van elke betrokken betalingsperiode zal evenwel worden afgewezen nu die boete nog niet opeisbaar is en het op voorhand niet vaststaat dat [gedaagde] een dergelijke boete verschuldigd zal worden.
De ontruimingstermijn zal daarbij, conform landelijk beleid, vastgesteld worden op zes weken na betekening van dit vonnis.
2.4.
[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 257,00
- salaris gemachtigde € 543,00
- nakosten € 135,00
totaal € 1.080,45
Dictum
De kantonrechter, recht doende in kort geding,
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen zes weken na betekening van dit vonnis de bedrijfsruimte aan de [adres] met al degenen die en al hetgeen dat zich daarin of daarop bevinden respectievelijk bevindt te ontruimen, in goede staat op te leveren en deze vervolgens ontruimd te houden onder afgifte van de sleutels,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 6.420,00 aan [eiser] ter zake achterstallige huur tot en met februari 2025, vermeerderd met € 900,00 aan opeisbare contractuele boete,
3.3.
veroordeelt Leelang in de proceskosten van € 1.080,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de wettelijke rente hierover betalen,
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
3.5.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, op 9 april 2025.