Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-02-22
ECLI:NL:RBOVE:2024:948
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,788 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.282993.23 (P)
Datum vonnis: 22 februari 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats],
postadres is de [woonplaats],
nu verblijvende in de P.I. Lelystad te Lelystad.
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
8 februari 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. L.A. Korfker, advocaat in IJmuiden, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte een drietal kledingstukken heeft gestolen bij de Zeeman in Zwolle.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 27 oktober 2023 te Zwolleeen jas en/of een trainingsbroek en/of een sweater, althans een hoeveelheid
kleding, in elk geval enig(e) (winkel)goed(eren) (ter waarde ad € 39,97), dat/die
geheel of ten dele aan Zeeman (Dobbe nr. 65), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen.
3De bewijsmotivering
3.1
Beoordeling
De rechtbank is overeenkomstig de standpunten van de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte op 27 oktober 2023 drie kledingstukken bij de Zeeman in Zwolle heeft weggenomen zonder te betalen.
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
1. het proces-verbaal van de zitting van 8 februari 2024, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;
2. het proces-verbaal van aangifte door [aangever] van 27 oktober 2023, pagina’s 5 en 6.
3.2
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 27 oktober 2023 te Zwolle een jas, een trainingsbroek en een sweater, ter waarde van € 39,97, die aan Zeeman (Dobbe nr. 65) toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
het misdrijf: diefstal.
5De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.
6De op te leggen straf of maatregel
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte met toepassing van artikel 38m Sr zal worden veroordeeld tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft een alternatieve afdoeningsmogelijkheid bepleit , zoals bijvoorbeeld het verlenen van een zorgmachtiging. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit de ISD-maatregel voorwaardelijk op te leggen, dan wel een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal bij de Zeeman. Diefstal is een ergerlijke vorm van criminaliteit die voor de betrokkene leidt tot overlast en financiële schade. Daarbij veroorzaakt het gevoelens van onrust en onveiligheid bij de slachtoffers en ook in bredere zin in de samenleving. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich kennelijk heeft laten leiden door de zucht naar financieel gewin en zich niets aangetrokken aan de overlast die hij veroorzaakt en gevoelens van onveiligheid die hij anderen laat ervaren.
De persoon van verdachte
Uit het strafblad van verdachte van 19 januari 2024 blijkt dat verdachte zich al jarenlang schuldig maakt aan vooral vermogensdelicten.
De rechtbank heeft voor wat betreft de persoon van verdachte kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Tactus verslavingszorg van 11 januari 2024. Hieruit komt naar voren dat verdachte bekend is met ernstige psychiatrische- en verslavingsproblematiek, waardoor hij geregeld met politie en justitie in aanraking komt. In 2021 is verdachte gediagnosticeerd met een andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Er is sprake van instabiliteit op vrijwel alle leefgebieden en er zijn geen beschermende factoren aanwezig. Verdachte staat dan ook al enige tijd bekend als zeer actieve veelpleger. Vanuit het Zorg en Veiligheidshuis is de afgelopen jaren het levensloop team betrokken geweest. Zij hebben geprobeerd om door middel van een outreachende aanpak en een lange adem, passende begeleiding en zorg te bieden aan verdachte. De zorgmijdende houding van verdachte heeft er echter voor gezorgd dat zij geen grip op hem hebben kunnen krijgen en hem tot op heden niet voldoende hebben kunnen helpen. Verdachte krijgt hierdoor geen adequate zorg voor zijn psychiatrische- en verslavingsproblematiek en het ontbreekt aan stabiele huisvesting en dagbesteding. Omdat verdachte vaak recidiveert, raakt hij vaak gedetineerd en hierdoor valt zijn uitkering vaak weg, waardoor er momenteel ook geen sprake is van inkomen. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog.
De reclassering ziet geen andere optie dan het opleggen van de ISD-maatregel om te pogen een gedragsverandering te bewerkstelligen en de overlast die verdachte veroorzaakt terug te dringen. Een ambulante behandeling of een klinische behandeling in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf of maatregel wordt, met oog op de omvangrijke problematiek, onvoldoende stringent geacht. Volgens de reclassering en de betrokken hulpverlening kan er binnen een ISD-maatregel getracht worden verdachte in structuur te krijgen. Het levensloop team zal gedurende de ISD-maatregel nauw betrokken blijven en werken aan contact opbouw. Er kan nieuwe diagnostiek worden uitgevoerd, zodat verdachte kan worden toe geleid naar een passende kliniek. Vanuit daar kan verdachte mogelijk worden ingesteld op de juiste medicatie en kan hem passende behandeling worden geboden. Bij een (mogelijke) terugval heeft verdachte dan ook de mogelijkheid om binnen detentie terug te stabiliseren.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het ‘Advies indicatieoverleg NIFP’ van
7 november 2023, waarin het NIFP concludeert dat zij geen contra-indicaties ziet voor het opleggen van een ISD-maatregel.
De straf of maatregel
De rechtbank onderschrijft de conclusie van de reclassering dat de problematiek van verdachte maakt dat hij hulp, begeleiding en behandeling nodig heeft en dat oplegging van de ISD-maatregel daarom is aangewezen.
Aan de vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel, zoals gesteld in artikel 38m Sr, is voldaan. Het bewezen verklaarde feit is een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Verdachte is in de vijf jaar voorafgaand aan het thans door hem gepleegde feit veelvuldig veroordeeld, onder meer tenminste driemaal voor misdrijven tot een vrijheidsbenemende straf. Die betreffende veroordelingen zijn onherroepelijk en de onderhavige bewezenverklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen.
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: diefstal;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
maatregel
- legt aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee (2) jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. ter Riet, voorzitter, mr. J. de Ruiter en
mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2024.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2023499021. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.