Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-02-21
ECLI:NL:RBOVE:2024:920
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,111 tokens
Dictum
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/09/309948 KG RK 24-64
Dictum
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.
Procesverloop
1.1.
In de strafzaken tegen verzoeker onder de parketnummers 08-111219-21 en 08-085145-21 heeft op 9 februari 2024 een openbare terechtzitting plaatsgevonden, alwaar mr. P.M.F. Schreurs als politierechter zitting had.
1.2.
Bij gelegenheid van de behandeling ter terechtzitting heeft verzoeker een mondeling verzoek tot wraking van mr. Schreurs gedaan, zoals blijkt uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 februari 2024.
1.3.
Mr. Schreurs heeft bij ongedateerde brief, door de wrakingskamer ontvangen op
15 februari 2024, laten weten niet te berusten in de wraking.
Beoordeling
2.1.
Aan het verzoek tot wraking legt verzoeker het volgende ten grondslag:
‘Ik mag geen vragen stellen en ik mag niet reageren op het requisitoir van de officier van justitie. Dit is vooringenomenheid van de rechter. Dit is niet aanvaardbaar.’
2.2.
De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek van verzoeker kennelijk ongegrond verklaren en overweegt daartoe als volgt.
2.3.
De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter partijdig is of dat deze die indruk bij verzoeker heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van verzoeker, maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van verzoeker op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege zijn aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat de rechter vooringenomen is.
2.4.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 februari 2024 volgt dat de politierechter de zaak heeft aangehouden, omdat verzoeker heeft aangegeven dat hij
onvoldoende voorbereidingstijd heeft gehad. Daarbij heeft de politierechter verzoeker in overweging gegeven contact op te nemen met zijn advocaat, die aan de rechtbank had bericht niet gemachtigd te zijn om de verdediging te voeren, omdat hij geen contact met zijn cliënt had kunnen krijgen. Uit het feit dat verzoeker naar aanleiding van deze aanhoudingsbeslissing geen vragen mocht stellen, volgt naar het oordeel van de wrakingskamer niet dat de rechter vooringenomen is. Het gevolg van de aanhoudingsbeslissing is namelijk dat de zaak op dat moment niet inhoudelijk wordt behandeld. Dat wat de officier van justitie tijdens de terechtzitting naar voren heeft gebracht, was geen requisitoir maar een reactie op het niet-ontvankelijkheidsverweer van verzoeker. De inhoudelijke behandeling heeft dus niet plaatsgevonden. De rechter heeft tijdens de terechtzitting ook aan verzoeker uitgelegd dat gezocht wordt naar een nieuwe zittingsdatum en dat verzoeker op de volgende zitting in de gelegenheid wordt gesteld om vragen te stellen en inhoudelijk te reageren op de zaak.
2.5.
Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechter vooringenomen is.
2.6.
Dit maakt naar het oordeel van de wrakingskamer dat het verzoek kennelijk ongegrond moet worden verklaard.
2.7.
Een mondelinge behandeling blijft achterwege, omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek zoals genoemd in artikel 5 lid 2 onder a van het
wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel.
Dictum
De wrakingskamer:
3.1.
verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. A. van Holten, A.H. Margadant en M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.J. de Jong en in openbaar uitgesproken op 21 februari 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.