Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-08-07
ECLI:NL:RBOVE:2024:7029
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,637 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/314628 / HA ZA 24-206
Vonnis van 7 augustus 2024
in de zaak van
STICHTING MEDISCH SPECTRUM TWENTE,
te Enschede,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: MST,
advocaat: mr. M. Franke,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
SOLIX TECHNOLOGIES INC.,
te Santa Clare (Verenigde Staten van Amerika),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: Solix,
advocaat: mr. J.C. Vreugdenhil.
1Samenvatting
1.1.
MST en Solix hebben in 2021 drie overeenkomsten met elkaar gesloten: een Licentieovereenkomst, Statement of Work (hierna: SOW) I en SOW II. Solix vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het geschil kennis te nemen voor zover het de SOW II betreft. Solix stelt dat het forumkeuzebeding in de Licentieovereenkomst namelijk niet van toepassing is op de SOW II. MST voert verweer. Volgens haar moet de SOW II als aanvulling op de Licentieovereenkomst worden gezien en is het forumkeuzebeding daar ook op van toepassing.
1.2.
De rechtbank oordeelt dat de SOW I en SOW II moeten worden aangemerkt als aanvulling op de Licentieovereenkomst en dat MST mocht verwachten dat het forumkeuzebeding ook op de SOW I en SOW II van toepassing is. Het incident wordt afgewezen.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de akte overlegging producties, - de conclusie van antwoord tevens incidentele conclusie houdende onbevoegdheid met producties, - de conclusie van antwoord in het incident.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
MST was van plan om in december 2021 een nieuw elektronisch patiëntendossier (EPD) live te laten gaan. Daarmee kon zij afscheid nemen van diverse applicaties. Niet alle gegevens uit de applicaties konden echter worden overgezet naar het nieuwe EPD. MST is daarom op zoek gegaan naar een archiveringsoplossing voor de betreffende data.
3.2.
MST is met Solix in gesprek gegaan over het gebruik van de software applicatie van Solix – het Solix Common Data Platform (SCDP) – als archiveringsoplossing.
3.3.
Op 2 augustus 2021 hebben partijen een Master Software License Agreement gesloten. Deze Licentieovereenkomst ziet op het gebruik van de SCDP software door MST.
3.4.
Op 9 september 2021 hebben partijen de Statement of Work I gesloten. De SOW I ziet op de installatie en configuratie van de SCDP software in de MST-omgeving.
3.5.
Op 9 en 22 september 2021 hebben partijen de Statement of Work II ondertekend. De SOW II ziet op de inrichting van de omgeving en de migratie van de data van zes MST-applicaties naar de SCDP software in de MST-omgeving.
Geschil
4.1.
MST vordert in de hoofdzaak – samengevat en primair – een verklaring voor recht dat de Licentieovereenkomst, SOW I en SOW II buitengerechtelijk zijn ontbonden, terugbetaling van het door haar aan Solix betaalde bedrag van € 228.934,00, betaling van een bedrag van € 78.219,71 aan schadevergoeding en betaling van de buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en wettelijke rente.
4.2.
Solix vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het geschil voor zover het de SOW II betreft, met veroordeling van MST in de kosten van het incident. Solix stelt dat het forumkeuzebeding uit de Licentieovereenkomst niet van toepassing is op de SOW II, omdat er sprake is van separate zelfstandige overeenkomsten. Zij stelt dat niet de rechtbank Overijssel, maar de rechter in de staat Delaware bevoegd is om het geschil met betrekking tot de SOW II te beoordelen, omdat Solix – als gedaagde partij in de hoofdzaak – gevestigd is in Delaware. Zij beroept zich daarbij op artikel 99 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en artikel 4 lid 1 van de EEX-verordening (Brussel I-bis).
4.3.
MST voert verweer. Volgens haar is de SOW II een aanvulling op de Licentieovereenkomst en zijn de voorwaarden uit de Licentieovereenkomst – waaronder het forumkeuzebeding – daarom ook van toepassing op de SOW II. De rechtbank is volgens haar dan ook bevoegd om alle vorderingen in de hoofdzaak te beoordelen.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Rechtsmacht
5.1.
In artikel 6 van de EEX-verordening staat dat als de verweerder geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, de bevoegdheid in elke lidstaat wordt geregeld door de wetgeving van die lidstaat, onverminderd artikel 18, lid 1, artikel 21, lid 2, en de artikelen 24 en 25.
5.2.
Solix is gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika. Dat zijn geen lidstaten van de Europese Unie. Of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft, moet daarom in beginsel worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse recht, namelijk het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Artikel 25 van de EEX-verordening is echter wel van toepassing. Dit artikel ziet op de situatie dat partijen een forumkeuze hebben gemaakt.
Forumkeuze
5.3.
In artikel 25, aanhef en onder a, van de EEX-verordening staat dat als partijen, ongeacht hun woonplaats, in een schriftelijke overeenkomst een gerecht van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn of zullen ontstaan, dit gerecht bevoegd is, tenzij de overeenkomst naar het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen.
5.4.
Partijen zijn het erover eens dat zij een schriftelijke forumkeuze hebben gemaakt op grond waarvan de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, bevoegd is om te oordelen over geschillen met betrekking tot de Licentieovereenkomst. In artikel 14.1 van de Licentieovereenkomst staat namelijk:
“This Agreement shall be construed, governed and determined by the laws of Netherlands. All disputes will be resolved by the competent court in Almelo, The Netherlands.”
5.5.
In de SOW II (net als in de SOW I) is geen forumkeuzebeding opgenomen. Volgens vaste jurisprudentie moeten overeenkomsten echter niet alleen worden uitgelegd op basis van hun letterlijke bewoordingen, maar komt het ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij daarover redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (het Haviltex-criterium).
Is de forumkeuze ook van toepassing op de (SOW I en) SOW II?
5.6.
In artikel 2 van de Licentieovereenkomst staat (onderstreping door de rechtbank):
“LICENSOR may provide Implementation Services and Software Maintenance & Support services, subject to execution of a Master Consulting Service Agreement and/or the Software Maintenance and Support Agreement by LICENSEE. The services referred under this Agreement shall be related to the Licensed Program which LICENSEE acquires by virtue of this Agreement.
Any services acquired from LICENSOR are bid separately from such program licenses, and LICENSEE may acquire services or such licenses without acquiring the other
.”
5.7.
Diensten (‘services’) van Solix worden dus apart aangeboden van software licenties. Volgens Solix moet hieruit worden afgeleid dat de SOW II – die ziet op de migratie van data naar de SCDP software – als een separate zelfstandige overeenkomst moet worden aangemerkt. Dit betekent volgens haar dat het forumkeuzebeding uit de Licentieovereenkomst niet op de SOW II van toepassing is.
5.8.
De rechtbank volgt Solix niet in haar stelling. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit dit artikel slechts dat Solix naast de licentie diensten aanbiedt en dat het dus ook mogelijk is om alleen een licentie af te sluiten zonder diensten of om alleen diensten af te nemen zonder een licentie. Dat betekent echter nog niet dat wanneer zowel een licentie als diensten worden afgenomen, deze overeenkomsten volledig los van elkaar moeten worden gezien.
5.9.
MST voert aan dat de SOW I en SOW II juist moeten worden gezien als een aanvulling op de Licentieovereenkomst. In artikel 14.5 van de Licentieovereenkomst staat namelijk (onderstreping door de rechtbank):
“This License constitutes the complete agreement between the parties. It is expressly agreed that the terms of this License supersede all prior or contemporaneous agreements, representations or understandings, written or oral, concerning the subject matter of this License. This License may not be modified or amended except in a writing signed by a duly authorized representative of each party. No other act, document, usage or custom shalt be deemed to amend or modify this License.
Any Purchase Order which is signed by authorized representatives of the parties and that includes specific reference to this Agreement shall be considered a supplement to this License. To the extent that the terms of any such Purchase Order or any other supplement to this Agreement conflict with the terms of this Agreement, this Agreement shall control. (…)”
Elke “Purchase Order” die is ondertekend door bevoegde vertegenwoordigers van partijen en die specifiek verwijst naar de Licentieovereenkomst moet dus worden aangemerkt als een aanvulling op de licentie. Indien de voorwaarden van de Purchase Order in strijd zijn met de voorwaarden van de Licentieovereenkomst, dan prevaleert de Licentieovereenkomst.
5.10.
Volgens MST zijn de SOW I en SOW II aan te merken als Purchase Order. Het begrip Purchase Order staat gedefinieerd in annexure-I (een bijlage bij de Licentieovereenkomst), onder i:
“i) “Purchase Order” means the document the form as provided by the LICENSEE to the LICENSOR. The Purchase Order may describe the Licensed Program and Services, if any, set forth the specific tasks to be performed by each party, the fees and payment terms, and the anticipated project start and end dates.”
Onder Purchase Order moet dus worden verstaan documenten verschaft door MST aan Solix, waarin een beschrijving kan staan van de gelicentieerde software en diensten, de specifieke taken die partijen moeten uitvoeren, de vergoedingen en betalingsvoorwaarden en de verwachte start- en einddata van het project.
5.11.
Volgens MST blijkt uit de “Abstract” op pagina 1 van de SOW I en SOW II dat deze overeenkomsten zijn aan te merken als Purchase Order. In de SOW I staat namelijk:
“This document describes the Objectives, Scope, Approach, Project Organization, Timelines, lnvestment, and Assumptions for the successful implementation of Solix CDP software.”
En in de SOW II staat:
“This document describes the Objectives, Scope, Approach, Project Organization, Timelines, lnvestment, and Assumptions for the successful implementation of Solix Common Data Platform software.”
Volgens de samenvatting van de overeenkomsten beschrijven deze documenten dus de doelstellingen, reikwijdte, aanpak, projectorganisatie, tijdlijnen, investeringen en aannames voor de succesvolle implementatie van de SCDP software.
5.12.
De rechtbank stelt voorop dat Solix enkel betoogt dat zij niet bevoegd is om kennis te nemen van het geschil voor zover dat ziet op SOW II. Dat is opvallend, nu SOW I evenmin een forumkeuzebeding bevat, maar Solix deze rechtbank kennelijk wel bevoegd acht kennis te nemen van het geschil voor zover dat ziet op SOW I (en de Licentieovereenkomst). Daarnaast overweegt de rechtbank als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank mocht MST uit de hiervoor genoemde artikelen afleiden dat de SOW I en SOW II zijn aan te merken als een aanvulling op de Licentieovereenkomst.
Beoordeling
6.1.
Solix heeft de rechtbank verzocht om – als de rechtbank zich bevoegd acht om te oordelen over geschillen met betrekking tot de SOW II – haar in de gelegenheid te stellen om zich uit te laten over enkele specifieke punten die verband houden met de vorderingen van MST met betrekking tot de SOW II. De rechtbank overweegt dat Solix reeds heeft geconcludeerd voor antwoord en om die reden slechts een korte akte (maximaal vijf pagina’s) zal worden toegestaan, uitsluitend met betrekking tot de SOW II. De rechtbank zal de zaak naar de rol van 4 september 2024 verwijzen voor het nemen van een akte hierover door Solix.
6.2.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De rechtbank
in het incident
7.1.
wijst de vordering af,
7.2.
veroordeelt Solix in de proceskosten van € 598,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Solix niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet zij € 90,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
in de hoofdzaak
7.3.
verwijst de zaak naar de rol van 4 september 2024 voor het nemen van een korte akte door Solix over de vorderingen van MST met betrekking tot de SOW II,
7.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2024.