Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-02-07
ECLI:NL:RBOVE:2024:669
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,418 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/285826 / HA ZA 22-326
Vonnis van 7 februari 2024
in de zaak van
1 [eiseres 1] ,
te [woonplaats 1] ,2. [eiseres 2],
te [woonplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiseressen] c.s.,
advocaat: mr. M.J.E.C. Camps te Enschede,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
te [woonplaats 3] ,2. [gedaagde 2],
te [woonplaats 4] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] c.s.,
advocaat: mr. A.J.W. Bovenmars-Wilmink te Enschede.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 12 juli 2023,
de akte van [eiseressen] c.s. van 1 november 2023,
de akte van [gedaagden] c.s. van 27 december 2023,
e-mails van [eiseressen] c.s. van 10 en 15 januari 2024,
een e-mail van [gedaagden] c.s. van 15 januari 2024 en
een e-mail van de rechtbank aan partijen van 16 januari 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald op vandaag.
2De samenvatting
2.1.
[eiseressen] c.s. is bij tussenvonnis van deze rechtbank opgedragen om bewijs te leveren. De rechtbank oordeelt dat zij daarin niet is geslaagd: uit de door [eiseressen] c.s. overgelegde verklaring van een psychiater kan niet worden afgeleid dat bij de erflater op 28 september 2021 sprake was van een geestesstoornis, dat de stoornis een redelijke waardering van zijn bij die handelingen betrokken belangen belette dan wel dat de betreffende verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan en dat de erflater op dat moment niet in staat was om zijn wil te bepalen en te uiten. Het verzoek van [eiseressen] c.s. om nader bewijs te mogen leveren wordt afgewezen: de beurt om bewijs te leveren is voorbij en dat geldt voor alle partijen. De vorderingen worden afgewezen met veroordeling van [eiseressen] c.s. in de proceskosten.
3De verdere beoordeling
3.1.
De rechtbank blijft bij hetgeen in het tussenvonnis van 12 juli 2023 is overwogen tenzij daar expliciet van wordt afgeweken. Gelet hierop blijven de stellingen van [eiseressen] c.s. ten aanzien van de familieafspraak, de notaris, de wilsgebreken, de onrechtmatige daad/ongerechtvaardigde verrijking/strijd met de redelijkheid en billijkheid en de inschrijving van het vonnis in het testamentregister hier onbesproken en wordt verwezen naar het tussenvonnis.
3.2.
Bij dat tussenvonnis heeft de rechtbank [eiseressen] c.s. opgedragen om bewijs te leveren omtrent de wilsbekwaamheid van de erflater op 28 september 2021 door overlegging van een medische verklaring waaruit blijkt:
-1. dat bij de erflater op dat moment sprake was van een geestesstoornis
-2. dat de stoornis een redelijke waardering van zijn bij die handelingen betrokken belangen belette dan wel dat de betreffende verklaring onder invloed van de stoornis is gedaan en
-3. dat de erflater op dat moment niet in staat was om zijn wil te bepalen en te uiten.
3.3.
[eiseressen] c.s. heeft bij akte van 1 november 2023 bewijs geleverd. [gedaagden] c.s. heeft daar bij antwoordakte van 27 december 2023 op gereageerd.
3.4.
[eiseressen] c.s. heeft na de akte en de antwoordakte bij e-mails van 10 en 15 januari 2024 verzocht om een mondelinge behandeling te bepalen om daar van partij-deskundige drs. [naam] , alsmede huisarts [huisarts] en hoofdverpleegkundige [hoofdverpleegkundige] hun mening te vernemen omtrent de vermoede wilsonbekwaamheid/verwardheden en het palliatieve sedatietraject.
3.5.
[gedaagden] c.s. heeft hier bij e-mail van 15 januari 2024 bezwaar tegen gemaakt.
3.6.
De rechtbank ziet geen reden om de door [eiseressen] c.s. genoemde personen te horen. Als [eiseressen] c.s. bedoelt om deze personen als onderdeel van bewijslevering te horen, is het verzoek te laat gedaan nu zij al bij akte van 1 november 2023 de gelegenheid heeft genomen om bewijs te leveren en toen niet aan de orde heeft gesteld dat nadere bewijslevering zou volgen. Daarna was de beurt aan [gedaagden] c.s. die heeft gereageerd op de inhoud van het door [eiseressen] c.s. overgelegde bewijs en die geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om tegenbewijs te leveren.
3.7.
Na de antwoordakte was de mogelijkheid om bewijs te leveren voor beide partijen afgerond en is vonnis bepaald.
3.8.
Als [eiseressen] c.s. bedoelt de genoemde personen als deskundigen te horen, valt dit niet onder de bewijsopdracht van [eiseressen] c.s., welke bewijsopdracht bestond uit het overleggen van een medische verklaring.
3.9.
De rechtbank zal hierna acht slaan op het bewijs dat [eiseressen] c.s. bij akte van
1 november 2023 heeft overgelegd en beoordelen in hoeverre [eiseressen] c.s. is geslaagd in de bewijsopdracht.
Bewijslevering
3.10.
[eiseressen] c.s. heeft in de akte van 1 november 2023 voor het bewijs verwezen naar:
- een als productie 11 overgelegde lijst met vragen aan drs. [naam] ,
- een als productie 12 overgelegde verklaring van drs. [naam] van 20 oktober 2023 met daarin antwoorden op deze vragen en
- een als productie 13 overgelegde persoonlijke verklaring van eiseres onder 1.
3.11.
De rechtbank constateert dat de verklaring van drs. [naam] geen conclusie bevat ten aanzien van hetgeen als bewijsopdracht is gegeven. De verklaring van drs. [naam] vermeldt daarover:
‘Bij bewusteloosheid, ernstige intoxicatie met sedativa en uitgesproken delier is sprake van wilsonbekwaamheid voor het geven van een informed consent.
(…)
De vraag is hoe bij het opstellen van het testament de wilsbekwaamheid getoetst is. Is er een delier uitgesloten? Dit is erg belangrijk in de beoordeling van het testament.’
Het stellen van betreffende vraag is iets anders dan het beantwoorden daarvan. Nu in de verklaring van drs. [naam] geen antwoord wordt gegeven op in de bewijsopdracht vervatte vragen aan [eiseressen] c.s. en nadere medische stukken niet zijn overgelegd, kan op basis van dit bewijs niet worden vastgesteld dat het testament van erflater van 28 september 2021 onder invloed van een wilsgebrek tot stand is gekomen.
3.12.
In haar verklaring refereert drs. [naam] aan een gesprek dat zij met eiseres onder 1 heeft gehad op 27 september 2023. Het bevreemdt de rechtbank ten zeerste dat drs. [naam] een gesprek met één van de partijen heeft gehad zonder de aanwezigheid van de andere partijen in deze procedure. In hoeverre dit gevolgen zou hebben gehad voor de waarde van de verklaring kan buiten beschouwing blijven gelet op de beoordeling van de inhoud van de verklaring van drs. [naam] .
3.13.
[eiseressen] c.s. heeft nog verwezen naar een verklaring van eiseres onder 1. Aan deze verklaring zal de rechtbank voorbij gaan nu niet valt in te zien dat zij op grond van haar achtergrond als fysiotherapeut deskundig is op het gebied van wilsbekwaamheid.
Conclusie
3.14.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiseressen] c.s. met het geleverde bewijs niet voldaan aan de bewijsopdracht. De vorderingen zullen worden afgewezen.
Gelet hierop is de conclusie dat het testament van 28 september 2021 geldend is en dat de nalatenschap van de erflater volgens dit testament moet worden afgewikkeld.
3.15.
[eiseressen] c.s. krijgt ongelijk en zal daarom hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van [gedaagden] c.s. als volgt vastgesteld:- griffierecht € 314,00
- salaris advocaat € 1.535,00 (2,50 punten x € 614,00)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)Totaal: € 2.022,00
3.16.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden aangesproken om het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Dictum
De rechtbank
4.1.
wijst de vorderingen van [eiseres 1] en [eiseres 2] af,
4.2.
veroordeelt [eiseres 1] en [eiseres 2] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] c.s. tot dit vonnis vastgesteld op € 2.022,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eiseres 1] en [eiseres 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 4.2. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2024.