Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-10-17
ECLI:NL:RBOVE:2024:5348
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,419 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.118332.24 (P)
Datum vonnis: 17 oktober 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1989 in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan de [adres] .
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
3 oktober 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. B. Kurvers, advocaat in 's-Hertogenbosch, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 16 juli 2024, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: een bedrag van € 22.000,00 heeft witgewassen;
feit 2: een vuurwapen met munitie voorhanden heeft gehad;
feit 3: munitie voorhanden heeft gehad.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
hij op of omstreeks 6 april 2024, te Enter, gemeente Wierden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
(van) een hoeveelheid geld (te weten € 22.000,-(tweeëntwintigduizend), althans een of meer voorwerpen
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt
terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat die hoeveelheid geld voornoemd - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;
2
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 maart 2024 tot en met 6 april 2024 te ‘s-Hertogenbosch en/of te Enter, gemeente Wierden, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk ACP, type 32, kaliber 9 mm en/of
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 5(vijf) kogelpatronen, kaliber 7,65 mm S&B,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of munitie
voorhanden heeft/hebben gehad;
3
hij op of omstreeks 8 april 2024 te 's-Hertogenbosch , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
3 (drie) kogelpatronen. Sellier & Bellot 7,65 Br van het kaliber 7,65mm
en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
7 (zeven) kogelpatronen, Sellier & Bellot 9Mm M van het kaliber 9mm
voorhanden heeft/hebben gehad.
3De bewijsmotivering
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich met betrekking tot de bewijsvraag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Beoordeling
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, behalve de onderdelen die ertoe strekken dat verdachte de feiten 1 en 3 tezamen en in vereniging heeft gepleegd.
Nu verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen (op grond van artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering).De bewijsmiddelen bestaan uit:
het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 oktober 2024, voor zover inhoudend de bekennende verklaring van verdachte;
het proces-verbaal van bevindingen met nummer PL0600-2024155262-7, pagina’s 14 en 15;
het proces-verbaal onderzoek wapen met nummer PL0600-202455615-60, pagina’s 88 tot en met 90;
het proces-verbaal onderzoek munitie met nummer PL0600-2024155252-50, pagina 95;
het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] met nummer PL0600-2024155262-17, pagina 178;
het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] met nummer PL0600-2024155262-27, pagina 183.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1
hij op 6 april 2024, te Enter, gemeente Wierden, een hoeveelheid geld (te weten € 22.000,00 (tweeëntwintigduizend)), voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte, wist dat die hoeveelheid geld voornoemd - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;
2
hij in de periode van 19 maart 2024 tot en met 6 april 2024 te ‘s-Hertogenbosch en te Enter, gemeente Wierden, tezamen en in vereniging met een ander
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk ACP, type 32, kaliber 9 mm en
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 5 (vijf) kogelpatronen, kaliber 7,65 mm S&B,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en munitie voorhanden heeft gehad;
3
hij omstreeks 8 april 2024 te 's-Hertogenbosch , munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 3 (drie) kogelpatronen Sellier & Bellot 7,65 Br van het kaliber 7,65mm en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
7 (zeven) kogelpatronen, Sellier & Bellot 9mm M van het kaliber 9mm voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf: witwassen;
feit 2
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 3
het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
5De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.
6De op te leggen straf of maatregel
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van elf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de volgende bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld die de reclassering heeft geadviseerd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, zodat verdachte niet opnieuw gedetineerd raakt. De verdediging kan zich verenigen met het opleggen van de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden, behalve het locatiegebod met elektronische monitoring.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft met een ander een vuurwapen met munitie voorhanden gehad. Ten tijde van zijn aanhouding had verdachte het vuurwapen geladen en binnen handbereik aanwezig, en daarmee voor direct gebruik gereed, in een auto op de openbare weg. Daarnaast heeft verdachte ook nog munitie voorhanden gehad in een kluis in zijn woning. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie brengt in zijn algemeenheid een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt bovendien in de samenleving tot gevoelens van onveiligheid. De ervaring leert dat het voorhanden hebben van wapens ook vaak leidt tot het gebruik ervan. Tegen het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie moet daarom streng worden opgetreden. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van € 22.000,00. Met witwassen wordt de criminele herkomst van geld verhuld en daarmee aan het zicht van de opsporingsautoriteiten onttrokken. Daarmee draagt witwassen bij aan de instandhouding van criminaliteit en ondermijning in de samenleving. Daarnaast vormt witwassen een aantasting van de legale economie en wordt daarmee het vertrouwen in het handelsverkeer geschaad.
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 18 juli 2024. Hieruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, maar niet voor overtreding van de Wet wapens en munitie of voor witwassen. De rechtbank zal, op de voet van het bepaalde in artikel 63 Sr, rekening houden met een eerdere veroordeling van verdachte.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de adviezen van de reclassering. De reclassering rapporteert dat sprake is van onbehandelde verslavingsproblematiek in combinatie met psychische problemen en een instabiele thuissituatie. Het risico op recidive wordt als hoog ingeschat. Verdachte heeft zich in het verleden onvoldoende aan voorwaarden en afspraken gehouden. Toch ziet de reclassering nog mogelijkheden om door middel van behandeling en begeleiding tot gedragsverandering te komen. De reclassering adviseert om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor het bezit van vuurwapens en munitie en voor witwassen. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op wat er in vergelijkbare zaken aan straf wordt opgelegd.
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1,
het misdrijf: witwassen;
feit 2,
het misdrijf: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
feit 3,
het misdrijf: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 (elf) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de
proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
- zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij Novadic-Kentron reclassering op het adres Rompertsebaan 12 in ’s-Hertogenbosch. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- meewerkt aan diagnostiek en zich laat behandelen door een door de reclassering nog nader te bepalen zorgverlener, gedurende de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Bij een terugval in middelengebruik of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal verdachte zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling;
- geen harddrugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod zolang de reclassering dit nodig acht. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- geen alcohol gebruikt en meewerkt aan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) om dit alcoholverbod te controleren, zolang de reclassering dit nodig acht. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd;
- op geen enkele wijze contact opneemt en/of onderhoudt met [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum 2] 1992 in [geboorteplaats 2] , zo lang de reclassering dit nodig acht;
- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
de in beslag genomen voorwerpen
- gelast de teruggave van het in beslag genomen contante geldbedrag van € 1.225,00 (PL0600-2024155320-G3188352) aan verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. M.W. Eshuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2024.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024155262. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.