Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-09-30
ECLI:NL:RBOVE:2024:5104
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,347 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Toezicht - Bewindsbureau
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer : 11183075 BH VERZ 24-2912
dossiernummer : BM 16050datum : 30 september 2024
Ambtshalve beschikking in de zaak van:
[rechthebbende]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962
wonende [woonplaats]
hierna te noemen: rechthebbende
over wiens vermogen bewindvoerder is:
Budgetondersteuning Nederland B.V. postadres: [adres 1][adres 1]hierna te noemen: BON
Procesverloop
1.1
Vanwege termijnoverschrijdingen in meerdere dossiers voor indiening van diverse stukken en na het versturen van herinneringen aan BON , heeft een medewerker van het bewindsbureau op 8 december 2023 contact opgenomen met de rechtbank Noord-Holland, de standplaatshouder van BON . Hieruit bleek dat de rechtbank Noord-Holland termijnafspraken heeft gemaakt met BON voor de indiening van stukken. Zo heeft BON uitstel gekregen voor de indiening van de vijfjaarlijkse evaluaties tot 1 januari 2024 en voor de rekening- en verantwoordingen over het jaar 2022 tot 29 februari 2024. Vervolgens heeft de rechtbank Noord-Holland die laatste termijn op verzoek van BON vanwege ziekteverzuim verlengd tot 20 maart 2024. De kantonrechter van de rechtbank Overijssel heeft besloten deze afspraken te volgen voor de Overijsselse dossiers.
1.2
Naar aanleiding van de controle van de rekening- en verantwoordingen over het jaar 2022 zijn er veel vragen gesteld aan BON . In bijna alle dossiers is niet binnen de gestelde termijn gereageerd.
1.3
Vanwege de achterstanden en de aard van de bevindingen is BON opgeroepen om te verschijnen ter zitting van 22 juli 2024 bij de rechtbank Overijssel. Namens BON zijn mevrouw [naam 1] , teammanager, en mevrouw [naam 2] , bestuurder, verschenen. Ter zitting is het algemeen functioneren van BON besproken. Tevens zijn alle rechthebbenden waarvan diens vermogen op dat moment onder bewind stond bij BON uitgenodigd om te verschijnen ter zitting. De rechthebbenden hebben hun ervaringen met BON als bewindvoerder ten overstaan van BON en de kantonrechter gedeeld. In individuele gevallen is daarnaast beoordeeld of de bewinden nog moesten voortduren en zijn deze, daar waar de grondslag voor het bewind ontbrak, opgeheven.
Feiten
2.1
Bij beschikking van 7 februari 2020 is een bewind ingesteld over het vermogen van rechthebbende wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden. Nu is BON bewindvoerder.
Beoordeling
3.1
De kantonrechter is belast met het toezicht op het gevoerde bewind en dient er actief op toe te zien dat een curator, bewindvoerder en mentor, in algemene zin, uitvoering geeft aan zijn taken. Bij onder meer de controle van de rekening- en verantwoordingen toetst de kantonrechter of die taak naar behoren wordt vervuld. Bij de controle van de door BON overgelegde rekening- en verantwoordingen zijn onregelmatigheden geconstateerd. De kantonrechter heeft om die reden onderzocht of BON de belangen van haar cliënten op een deugdelijke manier behartigt en zo niet, of haar ontslag is gerechtvaardigd wegens gewichtige redenen als bedoeld in artikel 1:448 lid 2 BW. In dit onderzoek zijn ook de dossiers betrokken waarvan BON in 2024 nog bewindvoerder was, maar die vanwege diverse redenen inmiddels zijn opgeheven. BON is thans nog bewindvoerder over de vermogens van zes rechthebbenden in Overijssel. BON heeft nog meer zaken die vallen onder het toezicht van andere rechtbanken, maar deze uitspraak heeft alleen betrekking op de Overijsselse dossiers.
3.2
Ter zitting van 22 juli 2024 heeft de kantonrechter de geconstateerde tekortkomingen aan BON voorgehouden en opgemerkt dat geen sprake is van een enkele fout, maar dat in vrijwel alle lopende dossiers één of meer fouten zijn geconstateerd. De kantonrechter zal de bevindingen van een aantal dossiers bespreken. Deze bevindingen zijn dus slechts een greep uit alle bevindingen.
Bevindingen rekening- en verantwoordingen
3.3
In het dossier BM 15657 is aan BON onder meer gevraagd waarom rechthebbende in 2022 geen bijzondere bijstand heeft ontvangen voor de bewindvoerderskosten, terwijl BON haar beloning in dat jaar wel bij rechthebbende in rekening heeft gebracht. In haar reactie laat BON enkel het volgende weten: “De bijzondere bijstand is in 2022 helaas niet aangevraagd”.
Rechthebbende heeft gelet op zijn inkomen en vermogen echter wel recht op bijzondere bijstand. Hoewel BON verzuimd heeft bijzondere bijstand aan te vragen, heeft zij rechthebbende hiervoor niet gecompenseerd. In plaats daarvan heeft zij summier antwoord gegeven, zonder daarbij een voorstel te doen tot vergoeding van de schade. De kantonrechter vindt het kwalijk dat BON haar fout niet (uit eigen beweging) rechtzet door de schade aan rechthebbende te vergoeden, zelfs niet nadat zij hierop is gewezen.
3.4
In het dossier BM 16050 is geen bijzondere bijstand aangevraagd voor de bewindvoerderskosten over de periode van 1 februari 2023 tot en met 30 september 2023. In de beschikking van de gemeente van 12 december 2023 tot toekenning van bijzondere bijstand over de periode daaraan voorafgaand staat het volgende:
“Uw bewindvoerder heeft de bijzondere bijstand op 5 december 2023 bij ons aangevraagd. U vorige toekenning liep tot en met 31 januari 2023. Bij grote uitzondering kunnen wij kosten tot maximaal 8 weken voor aanvraagdatum beoordelen. Er moet dan een goede reden zijn waarom de aanvraag niet eerder is ingediend. Uw bewindvoerder heeft geen goede reden aangegeven. Omdat wij vinden dat u niet de dupe mag worden van het verzuim van aanvragen van uw bewindvoerder maken wij deze uitzondering. Daardoor kunnen wij de kosten met terugwerkende kracht per 1 oktober 2023 vergoeden. Wij vinden dat de bewindvoerder de periode 1 februari 2023 tot en met 30 september 2023 niet bij u in rekening mag brengen. Uw bewindvoerder heeft verzuimd de aanvraag te doen, ook nadat wij hen daar meerdere keren op hebben gewezen. U kan en mag hier niet de dupe van zijn, volgens ons. Uw bewindvoerder heeft ondertussen ook per mail (d.d. 24 november 2023) bevestigd dat zij deze kosten voor hun rekening zullen nemen.”
Uit de rekening en verantwoording over 2023 is echter niet gebleken dat BON deze kosten al vergoed heeft, terwijl zij haar beloning 2023 wel maandelijks heeft geïnd. Over het verzuim van de aanvraag voor bijzondere bijstand werd door BON enkel het volgende opgemerkt: “Over de periode van februari tot en met september 2023 is er geen bijzondere bijstand ontvangen”. Hoewel dit wel op de weg van BON had gelegen, wordt niet ingegaan op het waarom en hoe. Evenmin is gebleken dat BON rechthebbende heeft gecompenseerd voor de schade. Overigens heeft rechthebbende onder meer hierover in zijn brief van 22 september 2023 ook al geklaagd bij BON , welke brief door rechthebbende ter kennisgeving aan de rechtbank is gezonden.
3.5
In het dossier BM 18423 heeft BON verzuimd tijdig bijzondere bijstand aan te vragen voor de bewindvoerderskosten, waardoor rechthebbende over de periode van 21 juni 2022 tot en met 31 augustus 2022 bijzondere bijstand is misgelopen voor in totaal € 379,03. BON was bewindvoerder per 21 juni 2022, maar heeft de aanvraag bijzondere bijstand pas op 18 oktober 2022 gedaan. Weliswaar heeft BON de schade aan rechthebbende vergoed, maar dit is pas in januari 2024 gebeurd, ongeveer anderhalf jaar nadat rechthebbende schade heeft geleden.
3.6
In de rekening en verantwoording over de jaren 2022 en 2023 is in dossier BM 16722 opgemerkt dat rechthebbende niet in staat is om het verslag te begrijpen en te beoordelen en dat het verslag niet is besproken met rechthebbende. De kantonrechter is echter naar aanleiding van de zitting van 22 juli 2024 waar rechthebbende is verschenen van oordeel dat rechthebbende wel in staat is om het verslag te beoordelen. De kantonrechter vindt het zorgelijk dat BON de rekening- en verantwoordingen niet heeft besproken met rechthebbende.
3.7
In het dossier BM 15573 is in de eindrekening en verantwoording over de periode van 1 juli 2022 tot en met 1 februari 2024 door BON opgemerkt dat het minnelijke schuldentraject met schone lei is geëindigd per 1 maart 2023. Dit betekent dat rechthebbende vanaf dat moment niet meer het hogere schuldentarief is verschuldigd aan BON , maar in plaats daarvan het lagere reguliere tarief. BON heeft het hogere schuldentarief echter wel bijna een jaar lang ten onrechte geïnd bij rechthebbende. Pas op verzoek van het bewindsbureau heeft BON op 28 maart 2024 het verschil tussen het reguliere en het hogere schuldentarief van in totaal € 408,02 aan rechthebbende terugbetaald.
3.8
In het dossier BM 16054 is opgevallen dat in de periode van 1 juli 2022 tot en met 31 december 2022 veel dubbele, onnodige of onjuiste betalingen zijn verricht aan onder meer Vitens, Interpolis, Zilveren Kruis en de woningstichting. Weliswaar zijn de betalingen teruggestort, maar dit getuigt niet van zorgvuldig financieel beheer.
Niet reageren/bereikbaarheid
3.9 Gebleken is dat BON regelmatig niet (tijdig) reageert op brieven van de rechtbank. Evenmin vraagt zij uitstel. Zo reageert BON pas nadat zij hierover twee brieven heeft ontvangen op een door rechthebbende ingediend opheffingsverzoek in het dossier BM 15572. Als dan wordt besloten om een proefperiode in te stellen tot 1 april 2024 en BON wordt verzocht zich uit te laten over die proefperiode, reageert BON niet. Op 19 april 2024 wordt aan BON nogmaals per brief om haar reactie verzocht. Omdat niet wordt gereageerd, wordt vervolgens opnieuw een brief verstuurd aan BON op 22 mei 2024. Vervolgens stuurt rechthebbende op 24 mei 2024 een e-mailbericht naar de rechtbank, dat zij moeite heeft om haar bewindvoerder te bereiken en dat een factuur niet is betaald. Bij brief van 29 mei 2024 reageert BON dat het bewind kan worden opgeheven, maar zij laat zich niet uit over het verloop van de proefperiode. Vervolgens belt een medewerker van het bewindsbureau naar BON op 3 juni 2024 met de vraag waarom zij niet gereageerd heeft op onze brieven en waarom BON zich niet uitlaat over de proefperiode. Ook houdt zij BON de inhoud van het e-mailbericht van rechthebbende voor.
Conclusie
3.12
De kantonrechter dient te beoordelen of BON op grond van artikel 1:448 lid 2 BW ambtshalve dient te worden ontslagen wegens gewichtige redenen. De kantonrechter neemt een dergelijke beslissing niet lichtvaardig. Van belang is dat de geconstateerde tekortkomingen een totaalbeeld geven van het functioneren van de bewindvoerder.
3.13
In het merendeel van de dossiers die lopen bij de rechtbank Overijssel heeft BON verzaakt haar taak als bewindvoerder naar behoren uit te voeren en dat heeft in meerdere dossiers geleid tot schade. Typerend zijn de dossiers waarin BON verzuimd heeft (tijdig) bijzondere bijstand aan te vragen of waarin langdurig maandelijks het verkeerde tarief door BON in rekening is gebracht. Eveneens is kenmerkend in deze dossiers dat de schade niet door BON zelf wordt opgemerkt, maar dat zij de schade pas vergoedt, nadat zij hier op wordt geattendeerd. Deze zaken geven blijk van onzorgvuldig financieel beheer en zijn ernstig te noemen, te meer omdat de mensen die in aanmerking komen voor bijzondere bijstand vaak al een krap budget hebben. Verder is gebleken dat BON niet of niet tijdig reageert op brieven van de rechtbank en dat zij in één dossier voor twee zittingen is opgeroepen en op beide zittingen zonder tegenbericht niet is verschenen. BON miskent hiermee de rol van de kantonrechter en geeft geen gevolg aan de in de artikel 1:436 lid 5 BW opgelegde verplichting om te verschijnen.
Daarnaast is sprake van structurele achterstanden in het aanleveren van gegevens, zoals ook uit het procesverloop blijkt. Hierdoor kan de kantonrechter geen adequaat toezicht houden. Tevens laat de (telefonische) bereikbaarheid van BON te wensen over.
3.14
De kantonrechter heeft hierdoor geen vertrouwen meer in BON . Immers is het vertrouwen in een bewindvoerder essentieel. De bewindvoerder behartigt namelijk de belangen van een zeer kwetsbare doelgroep en de bevindingen geven een weinig vertrouwenwekkend beeld. De kantonrechter komt daarom tot de conclusie dat BON wegens gewichtige redenen als bedoeld in artikel 1:448 lid 2 BW moet worden ontslagen in alle bij deze rechtbank lopende dossiers. Vanwege de aard van het ontslag zal de kantonrechter niet meegaan in het voorstel van BON om de dossiers bij een zusterorganisatie onder te brengen.
3.15
Desgevraagd heeft [bedrijf] B.V., [adres 2] , zich bereid verklaard om tot opvolgend bewindvoerder te worden benoemd.
3.16
BON zal worden vrijgesteld van de verplichting om eindrekening en -verantwoording af te leggen. Het belang van een vlotte overdracht van de dossiers naar de opvolgend bewindvoerder gaat boven het belang van het afleggen van de eindrekening en -verantwoording. Indien BON ervoor kiest om eindrekening en -verantwoording af te leggen dan mag zij hiervoor geen kosten in rekening brengen gelet op de reden van het ontslag.
3.17
De kantonrechter zal tevens bepalen dat BON de intakekosten moet vergoeden die rechthebbenden als gevolg van de wijziging moeten voldoen aan de opvolgend bewindvoerder. De reden voor ontslag en benoeming van een opvolgend bewindvoerder is immers geheel toe te rekenen aan de handelwijze van BON , waarbij in meerdere dossiers sprake is van schade zoals hiervoor genoemd. De kantonrechter is van oordeel dat BON aansprakelijk is voor de vergoeding van die nog te lijden schade. Dit geldt ook voor de gevallen waarin de rechthebbenden mogelijk via de bijzondere bijstand de intakekosten vergoed zouden krijgen. De opvolgend bewindvoerder dient dan ook in die gevallen aan de gemeente te melden dat de kantonrechter heeft bepaald dat BON de intakekosten moet vergoeden. Doorslaggevend is dat de intakekosten niet zouden zijn gemaakt indien BON niet in haar taken zou zijn tekortgeschoten en niet zou zijn ontslagen (zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 oktober 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:8994).
Dictum
De kantonrechter:
ontslaat ambtshalve Budgetondersteuning Nederland B.V., postadres: [adres 1] , met ingang van 1 oktober 2024, als bewindvoerder;
bepaalt dat geen eindrekening en -verantwoording hoeft te worden afgelegd;
benoemt met ingang van 1 oktober 2024 [bedrijf] B.V.,
[adres 2] , tot opvolgend bewindvoerder;
- gelast BON het papieren en digitale dossier van rechthebbende, alle elektronische en/of digitale gegevensdragers waarop zich gegevens van rechthebbende bevinden en alle inlogcodes en wachtwoorden die toegang bieden tot gegevens van rechthebbende over te dragen aan de opvolgend bewindvoerder;
bepaalt dat de opvolgend bewindvoerder voor zijn/haar (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van de rechthebbende mag brengen;
bepaalt dat BON de intakekosten van de opvolgend bewindvoerder dient te vergoeden aan rechthebbende.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.J.S. Groeneveld - Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2024, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden.
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.