Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-01-30
ECLI:NL:RBOVE:2024:504
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,001 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
locatie Zwolle
team familie- en jeugdrecht
zaaknummer: C/08/305197 / FA RK 23-2910
beschikking van 25 januari 2024
inzake
[de moeder]
, verder te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
en
[de vader]
, verder te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 2],
verzoekers,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman.
1Het procesverloop
1.1.
De vader en de moeder hebben in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de hierna vermelde minderjarige, op 3 november 2023 een verzoekschrift ingediend, ertoe strekkende dat de rechtbank een last tot wijziging voornamen geeft.
1.2.
De rechtbank heeft op 10 januari 2024 met na te noemen minderjarige
gesproken.
1.3.
Gelet op de inhoud van de stukken en van het jeugdgesprek, heeft de rechtbank afgezien van een mondelinge behandeling.
1.4.
De beschikking is bepaald op heden.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Tijdens die relatie is geboren het volgende minderjarige kind:
[het kind]
, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008.
De vader heeft de minderjarige erkend en oefent gezamenlijk met de moeder het gezag uit over de minderjarige.
3Het verzoek
3.1.
De verzoekers hebben verzocht de voornamen van de minderjarige “[naam 2]” te wijzigen in de voornamen “[naam 1]”.
3.2.
Verzoekers hebben het verzoek onderbouwd. De inhoud van het verzoek geldt als hier herhaald en ingelast.
Beoordeling
4.1.
Ingevolge artikel 1:4, lid 4, eerste en tweede volzin, Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijziging van de voornaam worden gelast door de rechtbank. De wijziging geschiedt doordat van de beschikking waarin die wijziging is gelast, een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW.
4.2.
De rechtbank overweegt dat voornamen een middel zijn om personen binnen hun
familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Daarom vallen voornamen onder het begrip ‘privéleven en familie- en gezinsleven’ in de zin van artikel 8 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Voor een wijziging van de voornaam zoals verzocht dient voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Het persoonlijk belang van de betrokkene dient afgewogen te worden tegen het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in namen. Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging in het privéleven en familie- en gezinsleven oplevert, is de mate van ongemak of overlast die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornamen te voeren.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat verzoekers en de minderjarige genoegzaam aannemelijk hebben gemaakt dat zij een zwaarwichtig belang hebben bij de verzochte wijziging van de voornamen van de minderjarige. De verzoekers hebben hun verzoek voldoende gemotiveerd gesteld en onderbouwd.
Zo stellen zij dat zij per abuis de roepnaam die de minderjarige gebruikt, niet hebben vermeld bij de aangifte van zijn geboorte. Hoewel zij dit betreurden, hebben zij geen stappen ondernomen om deze omissie te herstellen en alsnog de roepnaam van de minderjarige te formaliseren. Wel is de minderjarige vanaf zijn geboorte [naam 1] genoemd, waardoor deze naam onlosmakelijk is verbonden met zijn identiteit. Dat het verzoek tot voornaamswijziging nu wel wordt gedaan, heeft te maken met het feit dat de minderjarige nu steeds meer te maken krijgt met officiële aangelegenheden waarbij de officiële namen moeten worden gebruikt. In 2024 zal de minderjarige eindexamen doen en zowel verzoekers als de minderjarige zouden graag zien dat de naam [naam 1] op zijn diploma wordt vermeld.
De minderjarige heeft verklaard dat hij zichzelf altijd [naam 1] noemt en dat hij vindt dat deze naam bij hem past en de namen [naam 2] niet. Hij wist aanvankelijk ook niet dat hij de namen [naam 2] draagt en hij heeft er last van als hij zo wordt aangesproken, omdat die namen niet bij hem passen. Bij de geboorte van zijn vader twijfelden zijn grootouders of zijn vader [naam 3] of [naam 1] genoemd zou worden en toen is gekozen voor [naam 3]. Daarom werd de minderjarige [naam 1] genoemd. Hoewel de minderjarige de namen [naam 2] niet mooi vindt, wil hij deze wel behouden omdat hij vernoemd is naar zijn vader die deze namen ook draagt.
4.4.
De rechtbank is van oordeel dat de door de verzoekers en de minderjarige genoemde feiten en omstandigheden zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in namen. Kennelijk is het altijd de bedoeling geweest om de minderjarige [naam 1] te noemen en is het aan een vergissing van de ouders te wijten dat dit niet geformaliseerd is. De minderjarige identificeert zich met de naam [naam 1] en heeft er last van als hij bij officiële aangelegenheden niet als zodanig wordt aangesproken en dat hij in die gevallen niet de door hem gewenste voornaam kan voeren. De rechtbank is van oordeel dat dit voldoende grond geeft om de naam [naam 1] aan de voornamen van de minderjarige toe te voegen. Nu de door de verzoekers gewenste voornamen geoorloofd zijn naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW, zal de rechtbank het verzoek toewijzen.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
gelast wijziging van de voornamen van [het kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2008, in die zin dat deze na wijziging zullen luiden: [naam 1];
5.2.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Meppel de latere vermelding aan de geboorteakte van het jaar 2008, nummer [nummer], toe te voegen.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van der Hoeven en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2024 in tegenwoordigheid van P.J. Soldaat, griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.