Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-09-26
ECLI:NL:RBOVE:2024:4972
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,478 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.267560.20 (P)
Datum vonnis: 26 september 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [woonplaats] .
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 september 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. U. Ural, advocaat in Enschede , naar voren is gebracht. De verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1
(primair) al dan niet samen met anderen in de uitoefening van een beroep of bedrijf hennep heeft geteeld of aanwezig heeft gehad, dan wel (subsidiair) dat verdachte daaraan medeplichtig is;
Feit 2
(primair) al dan niet samen met anderen, stroom heeft gestolen door middel van braak of verbreking, dan wel (subsidiair) dat verdachte daaraan medeplichtig is.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1.
hij op of omstreeks 15 juni 2020, in de gemeente [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet in de
uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of
bewerkt en/of verwerkt, althans opzettelijk heeft vervaardigd, in elk geval opzettelijk
aanwezig heeft gehad, (te weten in perceel [adres 1] , althans in of op een bedrijf
en/of op een bedrijfsperceel op of aan de [adres 1] ), een
hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende
hennep, te weten (ongeveer) 1.042 hennepplanten, althans een (groot) aantal
hennepplanten en/of delen van hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld
op de bij de Opiumwet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,
vijfde lid van die wet;
terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een
middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen
krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de
bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (, te
weten (ongeveer 1.042 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
terzake dat een of meer onbekend(e) (gebleven) perso(o)n(en) op of omstreeks 15
juni 2020, in de gemeente [plaats] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, althans opzettelijk heeft/hebben vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad, (te weten in perceel [adres 1] , althans in of op een bedrijf of bedrijfsperceel/-pand op of aan de [adres 1] ), een hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, te weten (ongeveer) 1.042 hennepplanten, althans een (groot) aantal
hennepplanten en/of delen van hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld
op de bij de Opiumwet behorende lijst II; terwijl dit gepleegde feit (mede) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (, te weten (ongeveer) 1.042 hennepplanten, althans meer dan 200 hennepplanten), tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte toen daar
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of
inlichtingen heeft verstrekt door dat perceel, alhans dad bedrijf of
bedrijfsperceel/-pand voor het kweken van die hennepplanten ter beschikking te
stellen en/of te verhuren aan die onbekend(e) (gebleven) perso(o)n(en);
2.
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot
en met 15 juni 2020,
te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met
het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft/hebben weggenomen een
hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan
verdachte en/of verdachte’s mededader(s), waarbij verdachte en/of verdachte’s
mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft
en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben
gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door een of meer
(ijk)zegel(s) en/of het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of
verwijderen en/of (vervolgens) een elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of
buitenzijde, in elk geval buiten de meter om, te maken);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
terzake dat een of meer onbekend(e) (gebleven) perso(o)n(en) op een of meer
tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 15 juni
2020,
te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met
het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft/hebben weggenomen een
hoeveelheid stroom/elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan Enexis B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan die
onbekend(e) (gebleven) perso(o)n(en) en/of aan verdachte en/of verdachte’s
mededader(s), waarbij die onbekend(e) (gebleven) perso(o)n(en) zich de toegang
tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen
goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,
verbreking en/of inklimming (door een of meer (ijk)zegel(s) en/of het deksel van de
elektriciteitsmeter te verbreken en/of verwijderen en/of (vervolgens) een
elektriciteitsaansluiting aan de boven- en/of buitenzijde, in elk geval buiten de
meter om, te maken,
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte en/of verdachte's
mededader(s) toen daar opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest en/of opzettelijk
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verstrekt door (de
elektriciteitsinstallatie in/van) dat perceel, alhans dat bedrijf of
bedrijfsperceel/-pand voor het kweken van die hennepplanten ter beschikking te
stellen en/of te verhuren aan die onbekend(e) (gebleven) perso(o)n(en).
3De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Overwegingen
Verdachte heeft verklaard dat hij de loods heeft onderverhuurd aan anderen en dat hij niet betrokken is bij de hennepkwekerij. Hij heeft deze personen naar eigen zeggen ontmoet in een café, hij heeft geen huurcontract opgesteld en de huur ontving hij contant in een envelop, bij hem thuis bezorgd. Verdachte heeft geen namen willen noemen en heeft naar zijn zeggen ook geen contactgegevens van deze personen, zoals een telefoonnummer. De verklaring van verdachte over de onbekende onderhuurders vindt op geen enkele wijze steun in het dossier en heeft ook niet op een andere wijze handen en voeten gekregen terwijl verdachte de huurder is van het pand, de huur betaalde en ook het energiecontract op zijn naam stond. De rechtbank acht daarom deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig.
De rechtbank is gelet op het vooroverwogene van oordeel dat verdachte in de loods aan de [adres 1] opzettelijk een grote hoeveelheid hennepplanten heeft geteeld.
Overwegingen
Uit het dossier blijkt dat bij de aangetroffen hennepkwekerij gebruik is gemaakt van illegaal afgetapte elektriciteit. De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte opzettelijk hennep heeft geteeld, verdachte ook de elektriciteit op illegale wijze heeft verkregen voor in ieder geval een periode van 18 weken voor de datum 15 juni 2020. Deze 18 weken is gebaseerd op één eerdere oogst (groeicyclus van 10 weken) en de leeftijd van de planten op 15 juni 2020 (8 weken).
Voor het illegale verkrijgen van die elektriciteit is een elektriciteitskabel aangelegd buiten de elektriciteitsmeter om. Om die aan te leggen is het noodzakelijk de verzegeling van de aansluitkast te verbreken, hetgeen ook is gebleken. De rechtbank is daarom van oordeel verdachte de elektriciteit door middel van verbreking heeft afgenomen.
Medeplegen feit 1 en 2
De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten bevat om vast te stellen dat er bij het telen van de hennepplanten dan wel de diefstal van elektriciteit, sprake was van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en een of meer anderen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het medeplegen.
4.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op
of omstreeks
15 juni 2020, in de gemeente [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet in de
uitoefening van een beroep of bedrijf,
opzettelijk heeft geteeld
en/of bereid en/of
bewerkt en/of verwerkt, althans opzettelijk heeft vervaardigd, in elk geval opzettelijk
aanwezig heeft gehad
, (te weten in een pand aan de [adres 1] )
, althans in of op een bedrijf
en/of op een bedrijfsperceel op of aan de [adres 1] )
, een
hoeveelheid
/hoeveelheden
van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende
hennep, te weten
(ongeveer)
1.042 hennepplanten,
althans een (groot) aantal
hennepplanten en/of delen van hennepplanten,
zijnde hennep een middel vermeld
op de bij de Opiumwet behorende lijst II
dan wel aangewezen krachtens artikel 3a,
vijfde lid van die wet
;
terwijl dit gepleegde feit (
mede
) betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een
middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,
dan wel aangewezen
krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet
, welke hoeveelheid meer bedraagt dan de
bij algemene maatregel van bestuur bepaalde hoeveelheid van een middel (te
weten
(ongeveer
1.042 hennepplanten,
althans meer dan 200 hennepplanten)
;
2 .
hij
op een of meer tijdstip(pen)
in
of omstreeks
de periode van 1 september 2019 tot
en met 15 juni 2020,
te [plaats] ,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)
met
het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft/
hebben
weggenomen een
hoeveelheid stroom/elektriciteit,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele
toebehorende aan Enexis B.V.,
in elk geval aan een ander of anderen dan aan
verdachte en/of verdachte’s mededader(s),
waarbij verdachte
en/of verdachtes
mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft
en/of de
/het weg te nemen goed
(eren)
onder zijn/
hun
bereik heeft/
hebben
gebracht door middel van
braak,
verbreking van
en/of inklimming (doo
r een
of meer
(ijk)zegel
(s)
en
/of
het deksel van de elektriciteitsmeter te verbreken en
/of
verwijderen en/
of (vervolgens)
een elektriciteitsaansluiting
aan de boven- en/of
buitenzijde, in elk geval
buiten de meter om, te maken.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging
5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet (Ow) en artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten en uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 2
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
6De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
7De op te leggen straf of maatregel
7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het bewezen verklaarde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren.
7.2
Het standpunt van de verdediging
Nu de raadsman integrale vrijspraak van het tenlastegelegde heeft bepleit, heeft hij geen standpunt ingenomen over de op te leggen straf of maatregel. Desgevraagd heeft hij naar voren gebracht dat verdachte in staat wordt geacht om een taakstraf uit te voeren.
7.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich niet alleen schuldig gemaakt aan de teelt van een grote hoeveelheid hennepplanten, maar ook aan diefstal van elektriciteit ten behoeve van die hennepplanten.
Beoordeling
Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit (de diefstal van elektriciteit) rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet voldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 14.451,63 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 15 juni 2020.
8.5
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit (diefstal) is toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 107 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
9De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op die hiervoor genoemde wetsartikelen en op basis van artikel 22c, 22d en 57 Sr.
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel;
feit 2
het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en 2 primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 160 (honderdzestig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen;
Schadevergoeding
- wijst de vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. toe tot een bedrag van
€ 14.451,63 (bestaande uit materiële schade)
- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 14.451,63, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2020;
- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 14.451,63, (zegge: veertienduizendvierhonderdeenenvijftig euro en drieënzestig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 107 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I. Piksen, voorzitter, mr. E. Venekatte en
mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockotter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2024.
Mr. Schreurs is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2020274670. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Een proces-verbaal van bevindingen (pag. 1) van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 15 juni 2020, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op maandag 15 juni 2020 ontving ik in de ochtend een mail van MMA via collega [verbalisant 3]
met de volgende inhoud:
"Hennepkwekerij in [plaats] . In een loods/schuur, welke te benaderen is via een
paadje aan de [adres 1] in [plaats] is een hennepkwekerij in werking c.q. in werking
geweest. Het toegangspaadje met afgesloten hek ligt tussen de achtertuin van
[adres 2] en de [plaats] Schoolvereniging aan de [adres 1] (coördinaten
[coördinaten] ). De schuur/loods, waar tot voor kort een brommend geluid te
horen was, is eigendom van een tuinmeubelbedrijf [bedrijf] , [adres 3]
."
2.
Een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] van 16 juni 2020 (pag. 4-6), onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op maandag 15 juni 2020 omstreeks 13:40 uur stelde ik naar aanleiding van
een afzonderlijk opgemaakte proces verbaal van 1e bevindingen een onderzoek in op
[adres 1] om vast te stellen of deze informatie kon worden bevestigd.
Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was.
Het pand betreft een Hal/loods/opslagplaats.
Kweekruimte 1
In totaal stonden er 507 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was
ongeveer 100 cm. Per m2 stonden er 10 planten.
De kweekbedden waren gevuld met teelaarde.
In totaal hingen er in de kweekruimte 36 assimilatielampen.
Alle hennepplanten werden door middel van een irrigatiesysteem van een vloeistof
voorzien.
In de kweekruimte bevonden zich 2 koolstoffilters.
De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
Er werd gebruik gemaakt van CO2 toevoeging.
Kweekruimte 2
In totaal stonden er 535 hennepplanten. De gemiddelde hoogte van de planten was
ongeveer 100 cm. Per m2 stonden er 12 planten.
De kweekbedden waren gevuld met teelaarde.
In totaal hingen er in de kweekruimte 36 assimilatielampen.
Alle hennepplanten werden door middel van een irrigatiesysteem van een vloeistof
voorzien.
In de kweekruimte bevonden zich 2 koolstoffilters.
De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
Er werd gebruik gemaakt van CO2 toevoeging.
Vaststelling hennep
Ik, verbalisant, constateerde op grond van mijn kennis en ervaring, opgedaan bij
eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren.
Ik, verbalisant, constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en
vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten
betroffen.
Stroomvoorziening
De stroomvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door [naam 1] ,
fraude-inspecteur bij de netwerkbeheerder Enexis, in aanwezigheid van mij,
verbalisant. Hierbij werd geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de
hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.
3.
Een proces-verbaal van bevindingen (pag.