Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-07-04
ECLI:NL:RBOVE:2024:3540
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
549 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.168934.22
Datum vonnis: 4 juli 2024
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] (Azerbeidzjan),
wonende aan de [woonplaats].
1De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de verdachte de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 276.599,00.
Procesverloop
De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op de openbare terechtzitting van 20 juni 2024. De raadsvrouw van verdachte, mr. H.M.G. Peters, advocaat in Utrecht, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. Verdachte is niet verschenen.
Op de terechtzitting van 20 juni 2024 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd.
Beoordeling
Nu verdachte bij vonnis van 4 juli 2024 is vrijgesproken van de feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. J.L. Souman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. van der Hulst, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2024.
Buiten staat
Mr. J.L. Souman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.