Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-06-25
ECLI:NL:RBOVE:2024:3329
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
4,655 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 71.127654.23 (P)
Datum vonnis: 25 juni 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1977 in [geboorteplaats 1] (Syrië),
wonende aan [woonplaats].
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 juni 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. S. Ettalhaoui, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan:
feit 1 primair en subsidiair: mensensmokkel, al dan niet met winstbejag, samen met een ander of anderen;
feit 2: voorbereiding van mensensmokkel, samen met een ander of anderen;
feit 3: het voorhanden hebben van een vals/vervalst paspoort.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1. primair.
hij op of omstreeks 28 augustus 2023 te [plaats] en/of te Breda en/of te Wassenaar en/of te Purmerend, althans in Nederland, en/of te Brussel, althans in België,
een ander, te weten [betrokkene], geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats 2] (Syrië),
uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland,
of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
- die [betrokkene] vanaf de luchthaven Zaventem, België, naar Nederland en/of door Nederland te vervoeren en/of over de grens te brengen in een door hem, verdachte, bestuurd voertuig en dus het transport van die [betrokkene] te faciliteren, en/of
- afspraken te maken over de betaling van voornoemd transport,
terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;
1. subsidiair.
hij op of omstreeks 28 augustus 2023 te [plaats] en/of te Breda en/of te Wassenaar en/of te Purmerend, althans in Nederland, en/of te Brussel, althans in België,
een ander, te weten [betrokkene], geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats 2] (Syrië),
behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland,
of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door
- die [betrokkene] vanaf de luchthaven Zaventem, België, naar Nederland en/of door Nederland te vervoeren en/of over de grens te brengen in een door hem, verdachte, bestuurd voertuig en dus het transport van die [betrokkene] te faciliteren, en/of
- afspraken te maken over de betaling van voornoemd transport,
terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;
2
hij op of omstreeks de periode 1 juni 2022 tot en met 19 september 2023 te [plaats], althans in Nederland, en/of te Turkije en/of te Griekenland,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,
ter voorbereiding van het door verdachte en/of zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf mensensmokkel ten aanzien van één of meer te smokkelen personen, opzettelijk,
- een mobiele telefoon voorhanden heeft gehad, waarmee hij, verdachte, contact heeft onderhouden met en/of instructies heeft gegeven aan en/of (prijs)afspraken heeft gemaakt met medeverdachten en/of derden over te smokkelen personen, en/of over het ter beschikking (laten) stellen van reisdocumenten aan deze te smokkelen personen en/of over het betalen en/of innen van gelden voor het vervoer en/of reisdocumenten van deze te smokkelen personen, en/of
- een personenauto voorhanden heeft gehad, met het doel om personen op te halen en/of te vervoeren en/of over de grens te brengen, en/of
- valse of vervalste look-a-like documenten voorhanden heeft gehad en/of heeft verwerft voor de te smokkelen personen, en/of
- een grote hoeveelheid afbeeldingen van niet op zijn, verdachtes, naam gestelde paspoorten en/of ID-kaarten en/of verblijfsvergunningen en/of rijbewijzen voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, daarvan een beroep of gewoonte heeft gemaakt;
3
hij op of omstreeks de periode 1 juni 2022 tot en met 19 september 2023 te [plaats], althans in Nederland, en/of te Griekenland en/of te Syrië,
een reisdocument en/of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, te weten een (Syrisch) nationaal paspoort met nummer [nummer], op naam gesteld van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1977 te [geboorteplaats 1] (Syrië),
waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was,
voorhanden heeft gehad.
3De bewijsmotivering
3.1
Verbeterde lezing van het onder 1 primair tenlastegelegde
De rechtbank stelt op basis van het kwalificatieve deel van het onder 1 primair tenlastegelegde en de daaronder vermelde wetsartikelen vast dat de steller van de tenlastelegging heeft bedoeld het verwijt van art. 197a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht ten laste te leggen.
Gelet daarop bevat de tekst van het primair tenlastegelegde een kennelijke verschrijving. De zinsnede: ‘terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was’ moet dan zijn: ‘terwijl hij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was’’.
De rechtbank leest deze kennelijke verschrijving in het primair tenlastegelegde verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat het de verdachte en diens raadsman duidelijk was tegen welk verwijt zij zich dienden te verdedigen.
3.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.
3.3
Het standpunt van de verdediging
Verdachte heeft het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde ter terechtzitting bekend. De verdediging heeft ten aanzien van deze feiten geen verweer gevoerd, met uitzondering van de prijsafspraken genoemd in het eerste gedachtestreepje van feit 2.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder 3 ten laste gelegde.
3.4
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Feiten
De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Deze opgave luidt voor feit 1 primair als volgt:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 juni 2024;
- de verklaring van [betrokkene];
- de verklaring van [naam].
Deze opgave luidt voor feit 2 als volgt:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 juni 2024;
- het proces-verbaal van bevindingen betreffende de iPhone 14 max pro WhatsApp-gesprekken t.a.v. smokkel d.d. 8 september 2023, waaronder de chatberichten d.d. 11 juni 2022, 27 juni 2022, 14 september 2022 en 13 september 2023;
- het proces-verbaal van bevindingen betreffende de iPhone 14 max pro WhatsApp-gesprekken t.a.v. identiteitsdocumenten, waaronder de chatberichten d.d. 16 oktober 2022 en 15 en 16 september 2023.
Feit 3
Uit het proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee d.d. 21 september 2023 blijkt dat het nationale Syrische paspoort met het nummer [nummer] op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1977 te [geboorteplaats 1] (Syrië), vervalst is. De originele personaliabladzijde met daarop de origineel aangebrachte pasfoto en de persoonsgegevens van de rechtmatige houder van dit paspoort is verwijderd en vervangen door de thans aangebrachte valse personaliabladzijde.
Verdachte heeft op 29 november 2023 verklaard dat hij had ontdekt dat er een fout in zijn Syrische paspoort zat. Verdachte ging, om dat recht te zetten, naar een kiosk op het Hamamplein in Athene en betaalde 700 euro voor de verlenging van zijn paspoort waarbij zijn naam gewijzigd werd in zijn correcte naam.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat zijn Syrische paspoort vervalst was. De verklaring van de verdachte, dat hij niet wist dat het een vervalst paspoort betrof, wordt op grond van het voorgaande niet aannemelijk geacht en terzijde geschoven.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
1. primair.
hij op 28 augustus 2023 in Nederland en in België, een ander, te weten [betrokkene], geboren op [geboortedatum 2] 2001 te [geboorteplaats 2] (Syrië), uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, door
- die [betrokkene] vanaf de luchthaven Zaventem, België, naar Nederland en door Nederland te vervoeren en over de grens te brengen in een door hem, verdachte, bestuurd voertuig en dus het transport van die [betrokkene] te faciliteren, en
- afspraken te maken over de betaling van voornoemd transport,
terwijl hij, verdachte, wist dat dat verblijf wederrechtelijk was;
2.
hij in de periode 1 juni 2022 tot en met 19 september 2023 in Nederland en/of te Turkije en/of te Griekenland, tezamen en in vereniging met anderen,
ter voorbereiding van het door verdachte en zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf mensensmokkel ten aanzien van één of meer te smokkelen personen, opzettelijk,
- een mobiele telefoon voorhanden heeft gehad, waarmee hij, verdachte, contact heeft onderhouden met en instructies heeft gegeven aan medeverdachten en/of derden over te smokkelen personen en over het ter beschikking (laten) stellen van reisdocumenten aan deze te smokkelen personen en over het betalen en innen van gelden voor het vervoer en reisdocumenten van deze te smokkelen personen, en
- een personenauto voorhanden heeft gehad, met het doel om personen op te halen en te vervoeren en/of over de grens te brengen, en
- valse of vervalste look-a-like documenten voorhanden heeft gehad voor de te smokkelen personen, en
- een grote hoeveelheid afbeeldingen van niet op zijn, verdachtes, naam gestelde paspoorten en ID-kaarten en verblijfsvergunningen en rijbewijzen voorhanden heeft gehad,
terwijl hij, verdachte, daarvan een gewoonte heeft gemaakt;
3.
hij op 19 september 2023 te [plaats], een reisdocument, te weten een (Syrisch) nationaal paspoort met nummer [nummer], op naam gesteld van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1977 te [geboorteplaats 1] (Syrië), waarvan hij wist dat deze vervalst was, voorhanden heeft gehad.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 46, 197a en 231 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 primair
het misdrijf: een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen;
feit 2
het misdrijf: voorbereiding van mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt;
feit 3
het misdrijf: een reisdocument voorhanden hebben, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is.
5De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
6De op te leggen straf of maatregel
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de eis van de officier van justitie en heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die langer is dan het voorarrest.
6.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 primair
het misdrijf: een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen;
feit 2
het misdrijf: voorbereiding van mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt;
feit 3
het misdrijf: een reisdocument voorhanden hebben, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals of vervalst is;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2 en 3 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;
- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de dagen doorgebracht in verzekering, twee uren per dag aftrek plaatsvindt.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. de Jong, voorzitter, mr. J.T. Pouw en mr. J.L. Souman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2024.
Buiten staat
Mr. Pouw is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Koninklijke Marechaussee, onderzoek 27NINE.27FBI230003. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 11 juni 2024
Pagina 561-564
Pagina 557-560
Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 11 juni 2024
Pagina 623-639
Pagina 644-670
Pagina 849-851
Pagina 853-857