Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-05-07
ECLI:NL:RBOVE:2024:2778
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,781 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 10835384 CV EXPL 23-4579
Vonnis van 7 mei 2024
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
WTP World Timber Products B.V.,
statutair gevestigd te Hardenberg,
eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna ook wel WTP te noemen,
gemachtigde: mr. Th. van Wijngaarden, gerechtsdeurwaarder,
- tegen -
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MTH Bouwproducten B.V.,
statutair gevestigd te Lichtenvoorde, kantoorhoudende te Enschede,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna ook wel MTH te noemen,
verschenen bij haar directeur [naam 1].
Procesverloop
1.1
Deze blijkt uit de navolgende stukken:
- de dagvaarding van 6 december 2023;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie van MTH gevolgd door een aanvullende conclusie
- de conclusie van antwoord in reconventie van WTP.
1.2
Op 4 april 2024 werd in deze zaak een mondelinge behandeling gehouden. Namens WTP was daarbij aanwezig haar directeur dhr. [naam 2], bijgestaan door gerechtsdeurwaarder Van Wijngaarden. Namens MTH was aanwezig haar directeur [naam 1]. Partijen hebben hun standpunten mondeling toegelicht en van hetgeen besproken werd heeft de griffer aantekening bijgehouden.
1.3
Het vonnis is nader bepaald op heden.
Feiten
2.1
MTH heeft bij WTP een partij Basralocus planken gekocht en op 19 mei 2023 geleverd gekregen waarvoor WTP bij factuur d.d. 2 juni 2023 een bedrag van € 45.533,46 inclusief btw bij MTH in rekening heeft gebracht.
2.2
Bij creditnota d.d. 20 september 2023 heeft WTP vanwege een retourontvangst van een aantal planken een bedrag van € 3.161,66 inclusief bij MTH gecrediteerd.
2.3
Op het uiteindelijk te betalen bedrag van € 42.371,80 heeft MTH een bedrag van € 6.371,80 onbetaald gelaten, voor welk bedrag uiteindelijk een dagvaarding is uitgegaan.
Geschil
de vordering:
3.1
WTP vordert – zakelijk weergegeven en na vermindering van eis met het reeds betaalde bedrag van € 2.000,00 – de veroordeling van MTH tot betaling van een bedrag van € 4.371,80, vermeerderd met € 605,86 aan wettelijke handelsrente en € 693,59 aan buitengerechtelijke kosten. Tevens vordert WTP veroordeling van MTH in de kosten van het geding.
het verweer in conventie en de vordering in reconventie:
3.2
MTH erkent in conventie het nog openstaande bedrag verschuldigd te zijn. MTH wil dit bedrag echter verrekenen. Naast de opdracht bij WTP liep er gelijktijdig een opdracht bij T&M Bouw, een soort van dochteronderneming van WTP. In die opdracht had MTH al een schadepost opgelopen van € 7.160,50. Inmiddels is die schadepost opgelopen omdat er 22 dorpels van ongeveer € 80,00 per stuk vervangen moesten worden. MTH wil deze schade in conventie verrekenen en als dat niet mogelijk is, vordert MTH die schade in reconventie.
Beoordeling
in conventie en in reconventie:
4.1
De verschuldigdheid tot betaling van het openstaande bedrag ter zake de geleverde partij planken wordt door MTH niet betwist, ter zitting heeft zij de vorderingen van WTP ook ruiterlijk erkend. De vordering van WTP in hoofdsom is dan ook toewijsbaar.
WTP heeft ter zitting erkend dat zij bij de berekening van haar vordering ten onrechte geen rekening heeft gehouden met een betaling van € 2.000,00 en in dat kader heeft zij haar vordering navenant verminderd. Dat betekent niet alleen dat de hoofdsom lager wordt maar dat er ook te hoge bedragen zijn berekend aan buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente. De buitengerechtelijke kosten worden, gerelateerd aan een hoofdsom van € 4.371,80, vastgesteld op € 562,18. De wettelijke handelsrente is daarbij toewijsbaar als hierna te melden.
4.2
Wat MTH feitelijk wil, het is in haar processtukken ook als zodanig aangevoerd, is een verrekening van door haar geleden schade met het nog openstaande factuurbedrag en als verrekening niet mogelijk is, dan vordert zij die geleden schade in reconventie.
4.3
Niet ongebruikelijk is dat in een procedure een verrekeningsverweer gevoerd wordt (al dan niet) in combinatie met een eis in reconventie. MTH wil echter verrekenen dan wel haar schade verhalen op T&M Bouw B.V. maar die rechtspersoon/vennootschap is geen partij in deze procedure. Uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt namelijk dat WTP en T&M Bouw twee afzonderlijke rechtspersonen zijn.
Dat beide vennootschappen dezelfde bestuurder/directeur hebben doet daar niets aan af maar dat is wel een omstandigheid welke in het handelsverkeer zou kunnen leiden tot enige onduidelijkheid, zoals thans ook enigszins het geval lijkt te zijn.
Hoe dan ook, een eis in reconventie (of een verrekeningsverweer in conventie) had alleen ingesteld kunnen worden indien MTH wat te verrekenen of te vorderen had op WTP. Daarvan is geen sprake, althans zulks is gesteld noch gebleken en dat betekent voor de vordering in reconventie dat, nu een onjuiste partij is aangesproken, MTH in die vordering niet ontvankelijk moet worden verklaard.
4.4
MTH zal, zowel in conventie als in reconventie, als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van beide procedures.
Dictum
De kantonrechter:
in conventie
5.1
veroordeelt MTH om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan WTP te betalen het bedrag van € 4.933,98 aan hoofdsom en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 4.371,80 vanaf 2 juli 2023 tot de dag der algehele voldoening;
5.2
veroordeelt MTH in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van WTP begroot op € 1.436,96 inclusief € 135,00 aan nakosten en € 678,00 wegens het salaris van de gemachtigde;
5.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4
wijst af het meer of anders gevorderde.
in reconventie
5.5
verklaart MTH niet ontvankelijk in haar vordering;
5.6
veroordeelt MTH in de kosten van deze procedure tot op deze uitspraak aan de zijde van WTP begroot op € 339,00 wegens salaris gemachtigde;
5.7
verklaart dit vonnis voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2024.