Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-04-11
ECLI:NL:RBOVE:2024:1988
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,352 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familie- en Jeugd
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.152114.23 (P)
Datum vonnis: 11 april 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting met gesloten deuren van 28 maart 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.A.A.M. Rupert, advocaat in Haaksbergen, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer]) voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens de benadeelde partij doormr. P.P.E. Buchele is aangevoerd.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1 primair: in de periode van 28 juli 2010 tot en met 27 juli 2012 [slachtoffer] heeft verkracht;
feit 1 subsidiair: in de periode van 28 juli 2010 tot en met 27 juli 2012 met [slachtoffer], die toen jonger was dan twaalf, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer];
feit 2 primair: in de periode van 28 juli 2012 tot en met 27 juli 2016 [slachtoffer] heeft verkracht;
feit 2:subsidiair: in de periode van 28 juli 2012 tot en met 27 juli 2016 met [slachtoffer], die toen jonger was dan zestien, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer];
feit 3 primair: in de periode van 28 juli 2010 tot en met 27 juli 2016 [slachtoffer] heeft aangerand;
feit 3: subsidiair: in de periode van 28 juli 2010 tot en met 27 juli 2016 ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer], die toen jonger was dan zestien.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juli 2010 tot en met 27 juli 2012 te Tubbergen en/of Langeveen, althans in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid
[slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2000,
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
te weten het brengen van zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer], waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte
- de handen van die [slachtoffer] vast heeft gehouden en/of zijn hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of een washandje in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of een doucheslang om de nek van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of
- ( telkens) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en/of zich hierbij agressief en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [slachtoffer] en/of
- ( hierbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat broers en zussen dit doen en/of dat zij dit niet tegen hun ouders mocht vertellen en/of
- ( hierbij) misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [slachtoffer], gelet op het feit dat hij 5 jaar ouder was dan die [slachtoffer] en/of fysiek sterker was dan die [slachtoffer] en/of de oudere broer van die [slachtoffer] was en/of
- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juli 2010 tot en met 27 juli 2012 te Tubbergen en/of Langeveen, althans in Nederland,
met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2000,
die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,
een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
te weten het brengen van zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer];
2
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juli 2012 tot en met 27 juli 2016 te Tubbergen en/of Langeveen, althans in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid
[slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2000,
heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
te weten het brengen van zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer], waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte
- de handen van die [slachtoffer] vast heeft gehouden en/of zijn hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of een washandje in de mond van die [slachtoffer] heeft gestopt en/of een doucheslang om de nek van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of
- ( telkens) het initiatief heeft genomen voor voornoemde seksuele handelingen en/of zich hierbij agressief en/of dwingend en/of dominant heeft opgesteld ten opzichte van die [slachtoffer] en/of
- ( hierbij) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat broers en zussen dit doen en/of dat zij dit niet tegen hun ouders mocht vertellen en/of
- ( hierbij) misbruik heeft gemaakt van het uit feitelijke verhoudingen en omstandigheden voortvloeiende overwicht op die [slachtoffer], gelet op het feit dat hij 5 jaar ouder was dan die [slachtoffer] en/of fysiek sterker was dan die [slachtoffer] en/of de oudere broer van die [slachtoffer] was en/of
- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat die [slachtoffer] zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juli 2012 tot en met 27 juli 2016 te Tubbergen en/of Langeveen, althans in Nederland,
[slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2000,
die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,
buiten echt,
een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],
te weten het brengen van zijn penis in de vagina en/of anus van die [slachtoffer];
3
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 juli 2010 tot en met 27 juli 2016 te Tubbergen en/of Langeveen, althans in Nederland,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid
[slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2000,
heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen,
te weten het zoenen van die [slachtoffer] en/of het betasten van de borsten en/of de vulva van die [slachtoffer],
waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend zijn bewezen zodat zij hem van alle ten laste gelegde feiten zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Op 14 december 2022 doet [slachtoffer] aangifte van seksueel misbruik tegen haar (half)broer. [slachtoffer] verklaart dat het misbruik is begonnen toen haar ouders op de benedenverdieping van de ouderlijke woning gingen slapen. [slachtoffer] was toen tien jaar oud. [slachtoffer] verklaart dat het misbruik is begonnen met aanrakingen doordat verdachte met zijn voet over het been van [slachtoffer] begon te wrijven. Dit vond plaats wanneer [slachtoffer] en verdachte samen op de bank zaten of tijdens het eten. [slachtoffer] verklaart dat het misbruik sindsdien steeds vaker plaatsvond. [slachtoffer] moest met verdachte mee naar boven waar verdachte op [slachtoffer] ging liggen en haar begon te zoenen. Ook verklaart [slachtoffer] dat zij, vanaf haar elfde of twaalfde jaar, door verdachte vaginaal en anaal werd gepenetreerd. Hierbij werd [slachtoffer] vastgebonden en kreeg zij iets in haar mond zodat zij niet kon schreeuwen. Dit gebeurde vaak op de zondagavond, wanneer de ouders naar ‘Boer zoekt Vrouw’ keken. Toen [slachtoffer] de leeftijd van zestien had bereikt, is het misbruik gestopt.
Verdachte heeft alles wat aan hem ten laste is gelegd ontkend. Dat hij volgens [slachtoffer] over haar been wreef tijdens het eten, kan volgens verdachte niet kloppen omdat hun moeder tussen hem en [slachtoffer] aan tafel zat. Ook heeft verdachte verklaard dat hij, in de periode dat het misbruik plaats zou hebben gevonden, vaak niet thuis was. Hij was veel bij zijn oom en zijn nichtje op de boerderij waar hij hielp met de verzorging van de paarden. Verdachte heeft verder verklaard dat hij vanaf zijn vijftiende op de zondagavonden naar [plaats] ging om te stappen.
De rechtbank stelt vast dat het dossier veel ‘open eindjes’ bevat en vragen oproept. Er zijn onduidelijkheden en vragen die, mede door het tijdsverloop, niet meer beantwoord kunnen worden. De rechtbank ziet zich op basis van het dossier dat er ligt geconfronteerd met twee uiteenlopende verhalen. Om tot een bewezenverklaring te komen, dient er sprake te zijn van voldoende steunbewijs voor de verklaring van [slachtoffer]. Dit steunbewijs moet op relevante wijze in verband staan met de inhoud van de verklaring van [slachtoffer]. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van de getuigen, de moeder van [slachtoffer], de broer van [slachtoffer] en een collega van [slachtoffer], mevrouw [getuige], onvoldoende concreet en gedetailleerd zijn om de aangifte van [slachtoffer] op essentiële punten te ondersteunen. Bovendien spreken de verklaringen van de getuigen de verklaring van [slachtoffer] op bepaalde onderdelen tegen, hetgeen de onduidelijkheid over de kern van de verwijten enkel vergroot.
4De schade van benadeelde
4.1
De vordering van de benadeelde partij
[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert – na wijziging van het schadebedrag – verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 16.947,08 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit € 1.947,08 aan reiskosten van en naar therapie.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 15.000,00 gevorderd.
4.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.
4.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen.
4.4
Beoordeling
De vordering heeft betrekking op het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. Omdat verdachte van deze feiten wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Dictum
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering.
- compenseert de proceskosten in die zin partijen hun eigen proceskosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. A. Flos en mr. L. Pieters, rechters, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 11 april 2024.