Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-04-04
ECLI:NL:RBOVE:2024:1766
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,463 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/311090 / KG ZA 24-49
Vonnis in kort geding van 4 april 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. G.H. Hoekman te Almelo,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6 van 11 maart 2024,
- de aanvullende productie 7 van [eiseres] , - de mondelinge behandeling van 3 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, - het tijdens de mondelinge behandeling tegen [gedaagde] verleende verstek.
1.2.
De door [eiseres] ingediende aanvullende productie 7 zal buiten beschouwing worden gelaten, omdat [gedaagde] niet is verschenen en [eiseres] onvoldoende heeft aangetoond dat [gedaagde] met die productie bekend is of zou kunnen zijn.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De vordering
2.1.
[eiseres] vordert op de in de dagvaarding genoemde gronden – samengevat – dat de voorzieningenrechter:
I. [gedaagde] veroordeelt tot medewerking aan het opmaken, ondertekenen en verlijden van een akte van verdeling tussen partijen met betrekking tot de woning van partijen, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag(deel) dat hij in gebreke blijft,
II. bepaalt dat als [gedaagde] weigert om medewerking te verlenen, dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde instemming of medewerking van [gedaagde] ,
III. [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten.
Beoordeling
3.1.
[gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. Bij de dagvaarding zijn de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen hem verstek is verleend.
3.2.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevraagde voorlopige voorziening. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen zoals in de beslissing is vermeld, met uitzondering van het volgende.
3.3.
De door [eiseres] gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. De voorzieningenrechter zal namelijk bepalen dat als [gedaagde] geen medewerking verleent, dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde instemming of medewerking van [gedaagde] . Hiermee is gewaarborgd dat een akte van verdeling tussen partijen tot stand zal komen waardoor [eiseres] geen eigenaresse van de woning meer zal zijn. [eiseres] heeft daarom onvoldoende belang bij het afdwingen van medewerking van [gedaagde] door middel van een dwangsom.
3.4.
[gedaagde] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
€
136,72
- griffierecht
€
320,00
- salaris advocaat
€
715,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
totaal
€
1.349,72
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis alle medewerking te verlenen aan het opmaken, ondertekenen en verlijden van de akte van verdeling tussen partijen met betrekking tot de woning aan de [adres] , op basis waarvan de vermogensrechtelijke afwikkeling van hun huwelijk wordt gerealiseerd, dan wel geformaliseerd, zoals is bepaald in het vonnis van de rechtbank Almelo (zaaknummer 73297/HA ZA 05-854) van 22 oktober 2008,
4.2.
bepaalt dat wanneer [gedaagde] weigert om de hiervoor omschreven medewerking te verlenen, dit vonnis in de plaats treedt van de benodigde instemming, dan wel medewerking van [gedaagde] ,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.349,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. de Beaufort en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2024.