Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-03-28
ECLI:NL:RBOVE:2024:1696
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,932 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-023996-23 (P)
Datum vonnis: 28 maart 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] .
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 maart 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M.J. Jager en van wat door de gemachtigde raadsvrouw van verdachte mr. D. van den Broek, advocaat in Utrecht, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander of alleen (primair) goederen uit een woning heeft gestolen waarbij gedreigd is met geweld, dan wel (subsidiair) dat zij hieraan medeplichtig is geweest, dan wel (meer subsidiair) dat zij goederen heeft geheeld.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij op of omstreeks 6 januari 2023, in de gemeente Almelo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (allerlei) zendapparatuur (onder andere een (stuur)zender en/of versterkers en/of ander toebehoren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (zijnde de vriendin/partner van die [slachtoffer 1]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s):
-zich naar de woning van die [slachtoffer 1] (gelegen aan de [adres 2]) heeft/hebben begeven,
-(vervolgens) de woning van die [slachtoffer 1] is/zijn binnen gegaan, waar (op dat moment) voornoemde [slachtoffer 2] aanwezig was,
-(vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 2] (schreeuwend) heeft/hebben geroepen/gevraagd – zakelijk weergegeven – waar [naam 1] was en/of “Zeg maar dat [medeverdachte] hier was”,
-(vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben gevraagd waar de zender stond en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben meegedeeld dat het afgelopen is en dat er niet meer gedraaid wordt,
-(vervolgens) (naar voren) in de richting van die [slachtoffer 2] is/zijn gestapt en/of (vlak) voor die [slachtoffer 2] is/zijn gaan staan,
-(vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft/hebben meegedeeld: “Nu hou je je mond dicht, want ik heb een mes en als je niet doet wat ik zeg steek ik je neer” en/of “Je moet het zeggen, anders schiet ik je kapot en schiet ik de honden kapot en andere dieren en pak ik je hele familie” en/of (daarbij) (voortdurend) een (ingeklapt) mes, althans een voor afdreiging geschikt voorwerp (op korte afstand) aan die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben voorgehouden en/of
-(vervolgens) die [slachtoffer 2] naar boven (waar de zendapparatuur stond) heeft/hebben gedirigeerd;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte], op of omstreeks 6 januari 2023, in de gemeente Almelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (allerlei) zendapparatuur (onder andere een (stuur)zender en/of versterkers en/of ander toebehoren), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 2] (zijnde de vriendin/partner van die [slachtoffer 1]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte:
-zich naar de woning van die [slachtoffer 1] (gelegen aan de [adres 2]) heeft begeven,
-(vervolgens) de woning van die [slachtoffer 1] is binnen gegaan, waar (op dat moment) voornoemde [slachtoffer 2] aanwezig was,
-(vervolgens) in de richting van die [slachtoffer 2] (schreeuwend) heeft geroepen/gevraagd – zakelijk weergegeven – waar [naam 1] was en/of “Zeg maar dat [medeverdachte] hier was”,
-(vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft gevraagd waar de zender stond en/of die [slachtoffer 2] heeft meegedeeld dat het afgelopen is en dat er niet meer gedraaid wordt,
-(vervolgens) (naar voren) in de richting van die [slachtoffer 2] is gestapt en/of (vlak) voor die [slachtoffer 2] is gaan staan,
-(vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft meegedeeld: “Nu hou je je mond dicht, want ik heb een mes en als je niet doet wat ik zeg steek ik je neer” en/of “Je moet het zeggen, anders schiet ik je kapot en schiet ik de honden kapot en andere dieren en pak ik je hele familie” en/of (daarbij) (voortdurend) een (ingeklapt) mes, althans een voor afdreiging geschikt voorwerp (op korte afstand) aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en/of die [slachtoffer 2] heeft voorgehouden en/of
-(vervolgens) die [slachtoffer 2] naar boven (waar de zendapparatuur stond) heeft gedirigeerd,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, op of omstreeks 6 januari 2023, in de gemeente Almelo, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:
- (achter de woning) (voor die [medeverdachte]) op de uitkijk te gaan staan en/of
- voornoemde (weggenomen) goederen te dragen;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij in of omstreeks de periode van 6 januari 2023 tot en met 7 januari 2023, in de gemeente Almelo, een (eindtrap)versterker, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
3De bewijsmotivering
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen kan worden. Voor de ten laste gelegde geweldshandelingen is onvoldoende bewijs, zodat verdachte van die onderdelen van de tenlastelegging moet worden vrijgesproken.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde diefstal (met geweld), omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor betrokkenheid van verdachte bij dit feit. Subsidiair heeft zij gesteld dat de bijdrage van verdachte van onvoldoende gewicht was om van medeplegen of medeplichtigheid aan die diefstal te kunnen spreken.
Beoordeling
- Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.
Op 6 januari 2023 heeft [medeverdachte] onder bedreiging van geweld goederen uit een woning in [adres 2] weggenomen. Tijdens die diefstal stond een vrouw in de achtertuin van de woning. Na de diefstal heeft [medeverdachte], terwijl hij de gestolen goederen bij zich droeg, de woning en vervolgens, samen met die vrouw, de achtertuinverlaten. Eén van die gestolen goederen is de volgende dag in de woning van verdachte aangetroffen.
De rechtbank stelt op basis van het dossier (de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant] d.d. 16 januari 2023) vast dat verdachte de vrouw is die tijdens de diefstal in de achtertuin van de woning stond.
- Overwegingen van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat er weliswaar aanwijzingen bestaan voor betrokkenheid van verdachte bij de diefstal van goederen uit de woning, maar dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat zij een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan die diefstal. Niet gebleken is dat zij een aandeel heeft gehad in de voorbereiding of dat sprake was van een samenwerking, taakverdeling of gezamenlijk plan. Verdachte en [medeverdachte] hebben daarover niets verklaard en aangeefster heeft niets gezien of gehoord dat daarop zou kunnen wijzen. Enkel kan worden vastgesteld dat verdachte samen met [medeverdachte] naar de woning is gegaan, dat zij op het moment van de diefstal in de achtertuin van de woning stond en daarna samen met [medeverdachte] is weggelopen, terwijl hij de weggenomen goederen droeg. Op grond hiervan is de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking niet wettig en overtuigend bewezen. Evenmin kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte medeplichtig is geweest aan de diefstal. Niet is gebleken dat verdachte behulpzaam is geweest bij de diefstal door op de uitkijk te staan dan wel goederen te dragen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair en subsidiair ten laste gelegde.
De rechtbank overweegt verder dat op grond van de bewijsmiddelen in het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat het in haar woning aangetroffen goed van diefstal afkomstig was of dat zij dit redelijkerwijs had moeten vermoeden. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van het meer subsidiair ten laste gelegde.
4De schade van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de vermogensschade heeft betrekking op het ten laste gelegde feit. Omdat verdachte van dit feit integraal wordt vrijgesproken, wordt haar geen straf of maatregel opgelegd en zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Dictum
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.K. ten Cate, voorzitter, mr. C.C.S. Bordenga-Koppes en mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.B. Kroeze, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 maart 2024.