Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-03-26
ECLI:NL:RBOVE:2024:1586
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,951 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08.120177.23 (P)
Datum vonnis: 26 maart 2024
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 maart 2024.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Sarantoudis en van wat door verdachte en haar raadsman mr. V.P.J. Tuma, advocaat in Arnhem, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet samen met anderen:
feit 1: beroepsmatig een grote hoeveelheid hennep heeft geteeld of aanwezig heeft gehad;
feit 2: elektriciteit heeft gestolen;
feit 3: water heeft gestolen.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
1
zij op of omstreeks 27 september 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [de [adres]] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 701 planten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
zij in of omstreeks de periode van 18 mei 2022 tot en met 27 september 2022 te [plaats], gemeente [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Enexis, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3
zij in of omstreeks de periode van 18 mei 2022 tot en met 27 september 2022 te [plaats], gemeente [plaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid (drink)water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Vitens, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.
3De bewijsmotivering
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt dat verdachte van alle aan haar ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld verdachte van alle aan haar ten laste gelegde feiten moet worden vrijgesproken.
3.3
Beoordeling
Op 27 september 2022 wordt er een hennepkwekerij aangetroffen in een woning aan het [adres] in [plaats]. Op dat moment zijn verdachte en haar medeverdachte [medeverdachte] (hierna ook: [medeverdachte]) in de woning aanwezig. [medeverdachte] is de huurder dan wel gebruiker van de woning. Verdachte heeft verklaard dat zij twee keer tot drie keer in de week bij [medeverdachte] verbleef. Zij kwam nooit op een van de bovenverdiepingen waar de hennepkwekerij is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat zij niets wist van de aangetroffen hennepkwekerij.
Hoewel verbalisanten, toen zij de woning betraden, een van de kwekerij afkomstig zwaar zoemend geluid hoorden en de kenmerkende en doordringende geur van de aanwezige hennepplanten roken, heeft verdachte naar eigen zeggen nooit iets gehoord of geroken. Dat verdachte, die regelmatig in de woning was, nooit iets gehoord of geroken heeft, ook al kwam zij niet boven, vindt de rechtbank niet geloofwaardig.
Het met regelmaat in een woning aanwezig zijn waarin zich een (omvangrijke) hennepkwekerij bevindt, is echter niet zonder meer voldoende om tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten te kunnen komen. Omdat op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet vastgesteld kan worden dat aan de juridische eisen voor een bewezenverklaring wordt voldaan zal de rechtbank verdachte van alle ten laste gelegde feiten vrijspreken.
4De schade van benadeelde
4.1
De vordering van de benadeelde partij
Enexis heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van
€ 26.042.95 (zesentwintigduizendtweeënveertig euro en vijfennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:
- € 407,40 administratiekosten;
- € 21,74 1 fase kwh-meter;
- € 631,99 netwerkkosten elektriciteit;
- € 24.298,98 verbruik elektriciteit;
- € 312,00 uurtarief inspecteur;
- € 370,84 kosten netmetingen.
4.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de gevorderde vrijspraak, de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen.
4.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, gelet op de bepleite vrijspraak, op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden afgewezen.
4.4
Beoordeling
De vordering heeft betrekking op het onder feit 2 ten laste gelegde. Omdat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Dictum
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;
schadevergoeding
- bepaalt dat de benadeelde partij Enexis (feit 2) in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.K. ten Cate, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. A.M.G. Ellenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024.