Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-03-19
ECLI:NL:RBOVE:2024:1511
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,288 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 10633562 CV EXPL 2705-23
Vonnis van 19 maart 2024
in de zaak van
de naamloze vennootschap VGZ Zorgverzekeraar N.V.,gevestigd te Arnhem,
eisende partij, hierna te noemen VGZ,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, Rotterdam,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,
schriftelijk procederend.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord,
- het tussenvonnis d.d. 10 oktober 2023, waarbij een mondelinge behandeling is bevolen,
- de akte aanvullende producties vanuit de zijde van VGZ;
- de mondelinge behandeling van 15 december 2023, waarbij de heer [naam] is verschenen namens VGZ. De heer mr. R. Kaya is als gemachtigde namens [gedaagde] verschenen. Tijdens de zitting heeft de griffier spreekaantekeningen gemaakt van hetgeen naar voren is gebracht.
1.2.
Ten slotte is aan partijen medegedeeld dat vonnis zal worden gewezen.
2Samenvatting
VGZ en [gedaagde] hadden een zorgverzekeringsovereenkomst afgesloten. [gedaagde] heeft een deel van de verschuldigde premies in 2021 en 2022 niet betaald. [gedaagde] betwist de hoogte van de hoofdsom. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft deze betalingsbewijzen echter niet overgelegd. Daarom passeert de kantonrechter het verweer en wordt het gevorderde toegewezen.
Geschil
de vordering
3.1.
VGZ vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling. Tevens vordert zij veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.
3.2.
VGZ voert daartoe aan dat VGZ en [gedaagde] een zorgverzekeringsovereenkomst hebben gesloten. [gedaagde] heeft in 2021 en 2022 een aantal keren de verschuldigde premie niet betaald. Daardoor is een betalingsachterstand ontstaan. VGZ heeft [gedaagde] meerdere keren verzocht de premieachterstand te voldoen, maar zonder resultaat.
VGZ heeft op 6 april 2023 een 14 dagenbrief aan [gedaagde] gestuurd. [gedaagde] heeft ook na toezending van deze brief niet betaald. Daarom vordert VGZ ook de buitengerechtelijke kosten van [gedaagde] .
het verweer
3.3
[gedaagde] voert verweer. Voor zover relevant wordt hierna nader op het verweer ingegaan.
Beoordeling
Hoofdsom en rente
4.1.
[gedaagde] betwist niet dat zij een zorgverzekeringsovereenkomst had afgesloten met VGZ en uit hoofde daarvan premie was verschuldigd. [gedaagde] betwist ook niet dat zij een betalingsachterstand heeft. De hoogte van deze betalingsachterstand wordt wel door [gedaagde] betwist. [gedaagde] stelt dat zij betalingen heeft verricht en de achterstand in ieder geval lager is dan het gevorderde. De kantonrechter heeft [gedaagde] daarom in de gelegenheid gesteld om betalingsbewijzen te overleggen. [gedaagde] heeft echter geen betalingsbewijzen overgelegd. [gedaagde] wordt daarom in het ongelijk gesteld en moet de hoofdsom van € 892,45 betalen. Omdat [gedaagde] te laat is, is zij ook de wettelijke rente verschuldigd over dit bedrag. De wettelijke rente tot de dag van dagvaarding bedraagt € 21,94.
Incassokosten
4.2.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de incassokosten betalen. De incassokosten worden begroot op € 133,87.
Proceskosten
4.3.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VGZ worden begroot op:
- dagvaarding € 130,48
- griffierecht € 322,00
- salaris advocaat € 264,00 (2 punten × tarief € 132,00)
- nakosten € 66,00
Totaal € 782,48
Dictum
De kantonrechter
5.1.
Veroordeelt [gedaagde] om, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan VGZ te voldoen een bedrag van € 1.091,09, vermeerderd met de wettelijke rente over € 892,45 vanaf de dag van dagvaarding tot de dag van betaling.
5.2.
Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, begroot op € 782,48.
5.3.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024.