Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-03-12
ECLI:NL:RBOVE:2024:1334
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,193 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 10777122 \ CV EXPL 23-4253
Vonnis van 12 maart 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap ENEXIS NETBEHEER B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Enexis,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
die zelf procedeert.
1Inleiding en korte samenvatting
Deze zaak gaat over de vraag of [gedaagde] aan Enexis moet betalen voor energieverbruik en netbeheerkosten in een korte periode dat [gedaagde] zonder energiecontract zat. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] die kosten moet betalen. [gedaagde] heeft namelijk onvoldoende onderbouwd dat hij die kosten niet aan Enexis hoeft te betalen.
Procesverloop
2.1.
Enexis is deze procedure begonnen met haar dagvaarding, uitgebracht op 24 oktober 2023. [gedaagde] heeft op de dagvaarding van Enexis gereageerd met zijn conclusie van antwoord. Vervolgens hebben beide partijen nogmaals op elkaars standpunten gereageerd, bij conclusies van repliek en dupliek.
2.2.
Vervolgens is bepaald dat de kantonrechter in deze zaak een vonnis zal wijzen.
Beoordeling
Wat er vast staat
3.1.
Enexis is netbeheerder van het openbare gas- en elektriciteitsnetwerk.
3.2.
[gedaagde] heeft tot 3 januari 2023 een contract voor energielevering gehad met Greenchoice. Vanaf 28 januari 2023 heeft [gedaagde] een energiecontract afgesloten bij ANWB.
3.3.
Enexis heeft [gedaagde] op 21 februari 2023 een factuur gestuurd voor geleverde energie en netbeheerkosten, met een factuurbedrag van € 294,67. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald. Hierop heeft Enexis meerdere aanmaningen naar [gedaagde] gestuurd.
Wat Enexis wil
3.4.
Enexis vraagt de kantonrechter om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag van in totaal € 346,94, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.5.
Enexis heeft aangevoerd dat uit het landelijk register voor energiedata blijkt dat [gedaagde] in de periode van 3 januari 2023 tot 28 januari 2023 geen energiecontract heeft gehad. Verder heeft Enexis aangevoerd dat Greenchoice het energiecontract van [gedaagde] per 31 januari 2023 weer heeft aangemeld en dat het voor Greenchoice als energieleverancier niet mogelijk is om met terugwerkende kracht verbruikte energie in rekening te brengen. Dat maakt volgens Enexis dat [gedaagde] gehouden is voor het energiegebruik aan Enexis te betalen. [gedaagde] heeft wellicht andere afspraken gemaakt met Greenchoice, maar daar staat Enexis buiten.
Het verweer daartegen van [gedaagde]
3.6.
[gedaagde] is het niet eens met de vordering van Enexis. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij contact heeft opgenomen met zijn oude energieleverancier, Greenchoice, met het verzoek om het stopgezette energiecontract door te laten lopen totdat zijn nieuwe energiecontract zou ingaan. Dat heeft Greenchoice volgens [gedaagde] ook gedaan. [gedaagde] is dan ook van mening dat hij al heeft betaald voor zijn verbruik in de periode tussen de twee energiecontracten, namelijk aan Greenchoice. Ter onderbouwing hiervan heeft [gedaagde] een e-mailbericht laten zien, afkomstig van de klantenservice van Greenchoice. In die e-mail staat kort gezegd dat Greenchoice is begonnen met dezelfde meterstanden als waarmee het energiecontract is geëindigd en dat [gedaagde] voor al het energieverbruik heeft betaald, alleen niet voor de netbeheerkosten.
Beoordeling
3.7.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de factuur van Enexis moet betalen. [gedaagde] heeft namelijk niet weersproken dat hij in beginsel voor zijn energieverbruik aan Enexis moet betalen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij al voor dat energieverbruik heeft betaald. [gedaagde] doet daarmee, zo begrijpt de kantonrechter, een beroep op bevrijdende betaling. Bevrijdende betaling houdt in dat iemand (in dit geval [gedaagde]) zijn of haar schuld heeft voldaan, in dit geval aan een derde (Greenchoice). [gedaagde] heeft naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende onderbouwd dat hij daadwerkelijk aan Greenchoice heeft betaald. De enkele e-mail van Greenchoice van 7 april 2023 is daarvoor namelijk onvoldoende, zeker gelet op de toelichting en uitleg van Enexis. Volgens Enexis kan een energieleverancier zoals Greenchoice namelijk niet energieverbruik achteraf in rekening brengen. Dit heeft [gedaagde] niet betwist. Ook heeft [gedaagde] niet betwist dat Greenchoice het energiecontract van [gedaagde] per 31 januari 2023 weer heeft aangemeld. Gelet hierop had het op de weg van [gedaagde] gelegen om zijn stelling nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door een factuur of de eindafrekening van Greenchoice te laten zien. Om dit laatste heeft Enexis overigens ook gevraagd. Nu [gedaagde] geen andere onderbouwing heeft gegeven dan de e-mail van Greenchoice, heeft [gedaagde] onvoldoende onderbouwd dat hij al een keer voor zijn energieverbruik in de periode tussen de twee energiecontracten heeft betaald. De kantonrechter kan daarom niet beoordelen of [gedaagde] daarmee bevrijdend heeft betaald, en dus of hij van zijn betalingsverplichting richting Enexis bevrijdt is. Dit betekent dat [gedaagde] gehouden kan worden de factuur van Enexis te betalen. De kantonrechter zal [gedaagde] daartoe dan ook veroordelen.
Buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente
3.8.
Enexis vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt € 44,20 toegewezen.
3.9.
De door Enexis gevorderde wettelijke rente wordt ook toegewezen. [gedaagde] is namelijk in verzuim met betaling van een geldsom en heeft hiertegen verder geen verweer gevoerd.
Conclusie
3.10.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal een bedrag van € 346,94 wordt toegewezen, bestaande uit de hoofdsom (€ 294,67), buitengerechtelijke incassokosten (€ 44,20) en rente (€ 8,07).
De proceskosten
3.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Enexis worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
€
107,84
- griffierecht
€
128,00
- salaris gemachtigde
€
205,00
(2,50 punten × € 82,00)
Totaal
€
440,84
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Enexis te betalen een bedrag van € 346,94, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 338,87, met ingang van 24 oktober 2023, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 440,84,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2024. (wv)