Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-12-12
ECLI:NL:RBOVE:2023:5162
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,549 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 10697312 \ CV EXPL 23-3509
Vonnis van 12 december 2023
in de zaak van
[eiser] B.V.,
te [vestigingsplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: E.J.A. Koers
tegen
INVENTTECH B.V.,
te Steenwijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Inventtech,
vertegenwoordigd door de heer [naam].
1Korte samenvatting van de zaak
Inventtech is gedagvaard, omdat zij een aantal facturen van [eiser] niet heeft betaald. In aanloop naar de zitting heeft Inventtech alsnog het openstaande bedrag van de facturen betaald. Het geschil gaat alleen nog over de rente en de proceskosten. De kantonrechter oordeelt dat Inventtech de openstaande rente en de proceskosten moet betalen.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 26 september 2023;
- de akte overlegging producties tevens akte vermindering van eis van 18 oktober 2023 van [eiser]; - de mondelinge behandeling van 8 december 2023, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
3.1.
[eiser] en Inventtech hebben een overeenkomst gesloten. [eiser] heeft aan Inventtech diverse artikelen geleverd en daarvoor facturen gestuurd ter hoogte van in totaal € 6.548,72.
3.2.
Inventtech heeft een deel van de facturen voldaan. Op het moment van dagvaarden stond nog een bedrag van € 4.349,25 aan hoofdsom open.
3.3.
Op 27 augustus 2023 heeft Inventtech de resterende hoofdsom ter hoogte van € 4.349,25 betaald.
3.4.
De openstaande rente over de hoofdsom bedroeg tot 27 augustus 2023 € 40,14.
Geschil
4.1.
[eiser] heeft aanvankelijk gevorderd dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Inventtech veroordeelt om aan [eiser] een bedrag van € 4.349,25 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 3.213,13 vanaf 20 juli 2023 tot de dag van volledige betaling, onder veroordeling van Inventtech in de kosten van de procedure. Na de ontvangen betalingen van Inventtech heeft [eiser] de vordering verminderd tot het openstaande bedrag aan rente en de proceskosten.
4.2.
Inventtech heeft aanvankelijk aangevoerd dat zij het er niet mee eens is dat zij de proceskosten moet betalen.
Beoordeling
5.1.
De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] toewijzen. Tegen de door [eiser] gevorderde rente heeft Inventtech geen verweer gevoerd. In een emailbericht van 19 september 2023 (de conclusie van antwoord van Inventtech) schrijft de heer [naam] namens Inventtech dat de deurwaarder had gezegd dat de zaak ingetrokken zou worden als zij de hoofdsom en de explootkosten zou voldoen. [eiser] heeft dit gemotiveerd betwist door bij aanvullende akte onder meer een emailbericht te overleggen waarin de betreffende deurwaarder schrijft dat hij een dergelijke mededeling nooit zou doen en dat uit de begeleidende teksten bij de dagvaarding volgt dat Inventtech ook de proceskosten moest betalen en hoe hoog die zijn. Inventtech is vervolgens niet op de mondelinge behandeling verschenen om hierop te reageren. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat Inventtech haar verweer niet langer handhaaft. Ook heeft [eiser] onweersproken gesteld dat de proceskosten, waaronder de explootkosten, tot op heden niet zijn voldaan. Het door Inventtech betaalde bedrag aan explootkosten zou zijn teruggestort. Ook dit heeft Inventtech niet tegengesproken, nu zij niet op de zitting is verschenen. De rechtbank gaat daarom uit van hetgeen de deurwaarder hierover zegt.
5.2.
Omdat Inventtech verder geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank de vorderingen van [eiser] toewijzen. Dat betekent dat Inventtech gehouden is om de rente ter hoogte van € 40,14 te betalen en de proceskosten. De proceskosten van [eiser] worden als volgt begroot:
- kosten van de dagvaarding
€
109,44
- griffierecht
€
487,00
- salaris gemachtigde
€
528,00
(2,00 punten × € 264,00)
Totaal
€
1.124,44
5.3.
[eiser] heeft daarnaast recht op de nakosten, dat wil zeggen de kosten die zij moet maken om dit vonnis ten uitvoer te kunnen leggen. De nakosten worden op grond van het standaard tarief begroot op € 132,-.
Dictum
De kantonrechter
6.1.
veroordeelt Inventtech tot betaling van € 40,14 aan rente;
6.2.
veroordeelt Inventtech in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot dit vonnis vastgesteld op € 1.124,44;
6.3.
veroordeelt Inventtech in de nakosten, tot op heden begroot op € 132,-; en
6.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Rozeboom en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2023.