Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-10-31
ECLI:NL:RBOVE:2023:4692
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,558 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer : 10606472 \ CV EXPL 23-2443
Vonnis van 31 oktober 2023
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NS REIZIGERS B.V.,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
gemachtigde: LAVG Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde 1]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De vordering
2.1.
Eisende partij heeft bij dagvaarding gevorderd om gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 288,99 (bestaande uit € 248,99 aan hoofdsom en € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten) te vermeerderen met de wettelijke rente over € 248,99 en met veroordeling van gedaagde partij in de proceskosten.
2.2.
Ter onderbouwing van die vordering heeft eisende partij gesteld dat gedaagde partij op de website van eisende partij een reisabonnement heeft afgesloten. Eisende partij heeft een betalingsmachtiging, product- en algemene voorwaarden, toelichtingen, een factuur en een aanmaningsbrief overgelegd. Eisende partij heeft gesteld dat gedaagde partij jegens haar toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, doordat gedaagde partij de overgelegde factuur onbetaald heeft gelaten.
Beoordeling
de overeenkomst
3.1.
Eisende partij heeft – samengevat – het navolgende gesteld. Gedaagde partij heeft als consument digitaal – via internet – een NS Flex abonnement afgesloten, op basis waarvan gedaagde partij met korting in het openbaar vervoer kan reizen. De abonnementsgelden worden periodiek vooraf gefactureerd. De ritprijzen worden achteraf gefactureerd. Gedaagde partij ontvangt maandelijks een transactieoverzicht. Voor wat betreft de abonnementsovereenkomst heeft eisende partij gesteld dat de aanvaarding van de overeenkomst niet geschiedt door gebruik van een bestelknop, maar door het succesvol afronden van de eerste betaling via iDeal. Zonder het succesvol afronden van de eerste betaling komt de overeenkomst niet tot stand. Verder heeft eisende partij gesteld dat zij heeft voldaan aan de verplichtingen als genoemd in artikel 6:230m en 6:230v BW. De overeenkomst van personenvervoer is volgens eisende partij binnen de verkoopruimte tot stand gekomen. Eisende partij stelt dat sprake is van een overeenkomst in de zin van 8:100 BW. Op grond van artikel 6:230h lid 5 BW zijn op de overeenkomst van personenvervoer slechts de artikelen 6:230i lid 1, 6:230j, 6:230k lid 1 en artikel 6:230v lid 2 en 3 BW van toepassing, aldus eisende partij.
ambtshalve toetsen informatieplichten – abonnementsovereenkomst
3.2.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:NL:HR:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
3.3.
De kantonrechter oordeelt dat sprake is van voldoende ernstige schending van de essentiële precontractuele informatieplicht vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder h (ontbindingsrecht). Uit de stellingen in de dagvaarding is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht is voldaan. De schending van de plicht onder h heeft – naast de hierna te noemen sanctie – tot gevolg dat de herroepingstermijn van veertien dagen is verlengd tot het moment waarop alle ontbrekende gegevens alsnog op de voorgeschreven wijze aan gedaagde partij zijn verstrekt, maar met ten hoogste twaalf maanden (artikel 6:230o lid 2 BW). Deze termijn is reeds verstreken en niet is gesteld of gebleken dat gedaagde partij de overeenkomst heeft willen herroepen.
3.4.
Verder is de kantonrechter van oordeel dat sprake is van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat niet uit de overgelegde stukken blijkt dat eisende partij heeft voldaan aan de essentiële contractuele informatieverplichtingen. Een geanonimiseerde voorbeeldbrief is daarvoor niet voldoende. Daaruit blijkt immers niet dat gedaagde partij de bedoelde informatie heeft gekregen.
3.5.
De kantonrechter zal aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten de betalingsverplichting van gedaagde partij vanwege voornoemde schendingen verminderen met 25%. Dit betekent dat de oorspronkelijke hoofdsom van € 2,50 die ziet op het abonnement en die voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, wordt verminderd met genoemd percentage. De conclusie is dat een bedrag van
€ 1,90 zal worden toegewezen aan abonnementsgelden.
De overeenkomsten voor personenvervoer - informatieplichten
3.6.
Eisende partij heeft voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten genoemd in artikel 6:230h lid 5 BW voor wat betreft de ritprijzen. Een bedrag van € 202,49 aan reiskosten zal worden toegewezen.
Correctietarieven
3.7.
Ten aanzien van de gevorderde correctietarieven van € 44,00 overweegt de kantonrechter als volgt.
3.8.
Deze kosten zien onder andere op ‘vertrek- en aankomststation gelijk’.
3.9.
In artikel 14.9. van de Productvoorwaarden NS Flex staat:
(…) Als u op hetzelfde station na 60 minuten of langer weer uitcheckt nadat u heeft ingecheckt dan gaat NS ervan uit dat u wel een reis heeft gemaakt en kan NS u een Correctietarief van € 20 in rekening brengen, al dan niet verminderd met uw eventuele kortingspercentage en/of verhoogd met eerste klastarief naar aanleiding van een Klassewissel.
3.10.
In artikel 3.5. AVR-NS (algemene voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage van de Nederlandse Spoorwegen) staat:
(…) Als er tussen het in- en uitchecken op dezelfde plaats meer dan zestig minuten zijn verstreken zal het instaptarief niet worden teruggestort op de OV-chipkaart.
3.11.
In artikel 11.1. van AVR-NS staat:
Bij schending van deze Voorwaarden kan NS de volgende sanctie opleggen:
(…)
Het opleggen van een boete van gelijke hoogte van de in de vorige alinea genoemde boete
(…)
Het op u verhalen van de door NS geleden schade als gevolg van uw schending. (..)
3.12.
Deze beide bedingen zien op de situatie dat de consument in- en uitcheckt na 60 minuten op hetzelfde station. Op grond van het ene beding is de consument een correctietarief verschuldigd en op grond van het andere beding een instaptarief verschuldigd (die blijkbaar eerst wordt afgeschreven bij incheck en vervolgens niet wordt teruggestort), terwijl daarnaast de sanctie van artikel 11.1. van de AVR-NS geldt.
De kantonrechter is van voorlopig oordeel dat gezien de cumulatieve werking van deze bedingen er sprake is van oneerlijke bedingen. NS zal in de gelegenheid worden gesteld om zich hierover uit te laten.
3.13.
Deze kosten genoemd in punt 3.7. zien ook op ‘reizen zonder inchecken’.
3.14.
In artikel 14.2. van de Productvoorwaarden NS Flex staat:
Als een check-in bij NS of één van de andere treinvervoerders ontbreekt, beschikt u niet over een geldig vervoerbewijs en is het voor NS niet mogelijk achteraf Ritprijs te berekenen. NS zal in dat geval bij een Rit gemaakt bij NS, proberen uw Reisroute te reconstrueren aan de hand van uw reisgegevens zoals bepaald in artikel 15 van deze productvoorwaarden om zodoende de juiste Ritprijs te berekenen. Als dit niet mogelijk is, omdat de relevante gegevens bijvoorbeeld ontbreken, dan brengt NS u een Correctietarief van € 20 in rekening, al dan niet verminderd met uw eventuele kortingspercentage en/of verhoogd met eerste klastarief naar aanleiding van een Klassewissel. (…)
3.15.
In artikel 14.3. van de Productvoorwaarden NS Flex staat:
Als tijdens een controle wordt geconstateerd dat een check-in bij NS ontbreekt en u dus niet in het bezit bent van een geldig vervoersbewijs dan kan NS u een Correctietarief van € 50 in rekening brengen.
3.16.
In artikel 11.1. van AVR-NS staat:
Naast de sancties die elders in deze Voorwaarden en de wet zijn vermeld, kan NS u verplichten om direct de vervoerprijs en een per ministeriële regeling vastgesteld bedrag (genaamd Wettelijke Verhoging) te betalen als u zonder geldig Vervoersbewijs reist met NS, zoals bepaald in de artikelen 2 en 3 van deze Voorwaarden. Deze Wettelijke Verhoging is neergelegd in de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 28 november 2023 waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 3.12. en 3.17.;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. Aalst, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2023. (SK)