Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-10-11
ECLI:NL:RBOVE:2023:4022
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,390 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 10520893 \ EJ VERZ 23-166
Vonnis van 11 oktober 2023
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
procederend in persoon,
tegen
[verweerder]
en
[verweerster]
,
beide wonende te [woonplaats 2] ,
hierna samen te noemen: [verweerders] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Partijen hebben hun geschil samen aangemeld bij de Overijsselse Overlegrechter, een vorm van rechtspraak als bedoeld in artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
1.2.
Op 7 augustus 2023 heeft er aan de [adres 1] een zitting plaatsgevonden, te weten een mondelinge behandeling in combinatie met een gerechtelijke plaatsopneming, waarvan de griffier aantekeningen heeft bijgehouden. Door beide partijen zijn voorafgaand aan de zitting stukken in het geding gebracht.
1.3.
Partijen zijn er tijdens de mondelinge behandeling niet in geslaagd hun geschil in onderling overleg op te lossen. Aan [verzoeker] is gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de vraag of hij een contra-expertise zou willen. Per e-mail van 20 augustus 2023 heeft [verzoeker] bericht, dat hij heeft besloten “de zaak niet door te zetten”. Hierna heeft de kantonrechter bepaald dat hij vonnis zal wijzen.
Feiten
2.1.
Partijen zijn elkaars (achter)buren. Hun beider achtertuinen zijn gescheiden door een smal betegeld pad.
2.2.
Achter in de tuin van [verweerders] staat een esdoorn (hierna: de esdoorn).
2.3.
In 2019 is als gevolg van een storm een tak van de esdoorn afgewaaid en in de tuin van [verzoeker] terecht gekomen. Naar aanleiding hiervan heeft [verweerders] adviesbureau Expedio Arbori gevraagd een rapport op te stellen over de esdoorn, over de conditie van de boom en over de mogelijkheden tot snoei.
Geschil
Het verhaal van de kant van [verzoeker]
3.1.
heeft aangevoerd dat hij veel overlast van de esdoorn ervaart en dat de esdoorn een gevaarlijke situatie oplevert. De overlast bestaat uit afvallende takken, bladeren en zaden, in zijn tuin en in zijn dakgoot. Ook ervaart [verzoeker] lichthinder van de esdoorn. Zo hebben zijn zonnepanelen als gevolg van de esdoorn een verminderde opbrengst. De esdoorn levert een gevaarlijke situatie op omdat het een erg grote boom is in een dichtbevolkt gebied. In 2019 is een grote tak van de esdoorn afgebroken en in de tuin van [verzoeker] terecht gekomen. Volgens [verzoeker] kan hij daarnaast het achterste gedeelte van zijn tuin, direct onder de esdoorn, niet gebruiken als tuin, omdat er geen planten groeien. [verzoeker] zou hier graag een prieel plaatsen, maar vanwege doorschietende wortels van de esdoorn is een fundering aanleggen niet mogelijk. Ook vreest hij dat er takken op het prieel terecht zullen komen.
Het verhaal van de kant van [verweerders]
3.2.
[verweerders] vindt het erg vervelend dat er overlast wordt ervaren van de esdoorn, maar het kappen van de esdoorn vindt [verweerders] een onevenredige maatregel. De esdoorn staat er namelijk al ruim 70 jaar, en heeft volgens [verweerders] om die reden bestaansrecht. Ook vindt [verweerders] het kappen van de esdoorn onevenredig omdat is gebleken dat andere buren hebben aangegeven juist erg gesteld te zijn op de esdoorn.
Wat willen partijen?
3.3.
[verzoeker] wil dat de esdoorn verwijderd wordt. Ter zitting heeft [verzoeker] aangegeven dat als verwijdering juridisch gezien niet zal gaan, hij (subsidiair) wil dat over de erfgrens hangende takken en doorschietende wortels van de esdoorn worden verwijderd.
3.4.
[verweerders] wil de esdoorn behouden. [verweerders] is wel bereid om de esdoorn te (laten) snoeien op de manier zoals in het rapport van Expedio Arbori is omschreven.
Beoordeling
De vordering tot verwijdering van de esdoorn is verjaard
4.1.
De kantonrechter begrijpt dat [verzoeker] zijn vordering tot verwijdering van de esdoorn baseert op artikel 5:42 BW. Dat artikel bepaalt onder meer dat het niet is toegestaan om bomen te hebben binnen een afstand van 2 meter (te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom) en heggen of heesters binnen een afstand van een halve meter van de grenslijn van het erf van een ander (de zogenaamde ‘verboden zone’).
4.2.
Afgezien van de vraag of de esdoorn zich in de verboden zone bevindt (de toegestane afstand kan namelijk in plaatselijke regelgeving anders zijn vastgesteld, zoals ook door [verweerders] is aangevoerd), kan de vordering tot verwijdering niet worden toegewezen als deze vordering is verjaard. In dat kader heeft [verweerders] aangevoerd dat de esdoorn er al zeker 70 jaar staat. Ter onderbouwing heeft [verweerders] een luchtfoto uit 1959 in het geding gebracht. [verzoeker] heeft niet weersproken dat de esdoorn er al zo lang staat.
4.3.
Op grond van art. 3:306 BW, in samenhang met artikel 3:314 BW, verjaart een rechtsvordering tot verwijdering van beplanting (op grond van art. 5:42 BW) na 20 jaar, vanaf de dag volgende op die waarop de onmiddellijke opheffing van die toestand kan worden gevorderd. In dit geval is de verjaringstermijn aangevangen op het moment van planten. Nu tussen partijen vaststaat dat de esdoorn er sindsdien al veel meer dan 20 jaar staat, kan [verzoeker] geen verwijdering meer van de esdoorn vorderen. Deze vordering van [verzoeker] zal de kantonrechter dan ook afwijzen.
[verweerders] hoeft de takken van de esdoorn niet terug te snoeien tot de erfgrens
4.4.
Nu verwijdering van de esdoorn niet kan worden toegewezen, moet de subsidiaire vordering van [verzoeker] worden beoordeeld. [verzoeker] wil in dat geval dat over de perceelgrens hangende takken en doorschietende wortels van de esdoorn worden verwijderd.
4.5.
[verweerders] heeft aangevoerd dat hij belang hecht aan het voortbestaan van de boom als natuurlijk element in de woonwijk en vanwege de schaduwwerking van de boom, alsmede dat de esdoorn bij selectief snoeien een andere windbelasting krijgt, en dat dit een gevaarlijke situatie oplevert. Volgens [verweerders] is selectief snoeien de oorzaak geweest van de afgewaaide tak in 2019.
4.6.
De kantonrechter begrijpt dat [verzoeker] zijn vordering baseert op artikel 5:44 BW. Kort weergegeven staat in dit artikel dat de eigenaar van een perceel grond waarover de takken van bomen van zijn buurman hangen, de bevoegdheid heeft om die takken te snoeien als de buurman na een aanmaning heeft geweigerd om dat te doen. In beginsel heeft [verzoeker] dan ook de bevoegdheid om de overhangende takken van de esdoorn zelf te verwijderen, of te vorderen dat [verweerders] deze alsnog verwijderd.
4.7.
Dat is anders als sprake is van misbruik van bevoegdheid. Van misbruik van bevoegdheid kan onder meer sprake zijn als men, gelet op de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening van de bevoegdheid en het belang dat daardoor wordt geschaad, in redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen (artikel 3:13 BW). Voor het antwoord op de vraag of in dit geval sprake is van misbruik van bevoegdheid zal de kantonrechter het belang van [verzoeker] bij de gevraagde snoei moeten afwegen tegen het belang van [verweerders] om de esdoorn niet terug te hoeven snoeien tot de perceelgrens.
4.8.
Het belang van [verzoeker] om minder overlast van de esdoorn te ervaren en om geen takken meer boven zijn perceel te hebben hangen is op zichzelf een gerechtvaardigd belang. Toch is de kantonrechter van oordeel dat het belang van [verweerders] bij het niet tot de perceelgrens terug hoeven snoeien in dit geval ook een zwaarwegend belang oplevert. [verweerders] heeft namelijk aangevoerd dat het snoeien van de esdoorn, zoals [verzoeker] dit graag ziet, schadelijk is voor de esdoorn en dat dit een gevaarlijke situatie oplevert. Door de esdoorn aan één kant terug te snoeien kunnen delen van de esdoorn afsterven en krijgt de esdoorn een andere windbelasting, waardoor het risico van takbreuk toeneemt. [verweerders] heeft dit onderbouwd met het rapport van Expedio Arbori. [verzoeker] heeft dit rapport en de conclusies daarin niet weersproken. [verzoeker] heeft het rapport van Expedio Arbori weliswaar in twijfel getrokken, maar hij heeft de mogelijkheid tot contraexpertise niet benut. De kantonrechter gaat van dit deskundigenrapport uit, omdat de bevindingen in dit rapport deugdelijk zijn gemotiveerd en [verzoeker] die bevindingen op zich niet gemotiveerd heeft bestreden. Dit betekent dat de kantonrechter ervan uitgaat dat de gevorderde snoei tot de erfgrens nadelige gevolgen zal kunnen hebben, in die zin dat delen van de esdoorn daardoor kunnen afsterven en dat het risico op takbreuk toeneemt.
4.9.
Ook is van belang dat het om een monumentale esdoorn gaat, die er al ruim 70 jaar staat. Deze was al aanwezig toen [verzoeker] 20 jaar geleden aan de [adres 2] is komen wonen. [verzoeker] heeft er bewust voor gekozen om daar te gaan wonen, wetende dat zich in de tuin van de achterburen een esdoorn bevindt, waaruit nu eenmaal takken, vruchtjes en bladeren kunnen vallen.
4.10.
Het voorgaande maakt dat er een onevenredigheid bestaat tussen enerzijds het belang van [verweerders] bij behoud van de esdoorn en anderzijds het belang van [verzoeker] om geen takken meer boven zijn perceel te hebben en om minder overlast van de esdoorn te ervaren, zodat sprake is van misbruik van bevoegdheid om in deze omstandigheden te vorderen dat de overhangende takken van de esdoorn worden teruggesnoeid tot de perceelgrens. Op grond van artikel 5:44 BW kan de vordering van [verzoeker] tot snoeien dan ook niet volledig worden toegewezen.
4.11.
De vordering tot verwijdering van takken is slechts toewijsbaar voor zover het de takken betreft, die op pagina 3 van het deskundigenrapport van Expedio Arbori zijn aangeduid met (a), (b) en/of (c), omdat de deskundige daarvan in zijn rapport heeft geschreven dat de snoei van deze takken op de aangegeven manier een goede basis legt voor een duurzame instandhouding van de boom en zijn kroonvorm. [verweerders] heeft zich ook bereid verklaard om de esdoorn op die manier te snoeien. De kantonrechter zal de vordering tot verwijdering van takken toewijzen overeenkomstig het advies in het rapport van Expedio Arbori. Voor zover het daarbij gaat om de verwijdering van takken die niet boven het perceel [verzoeker] hangen, zal de kantonrechter [verweerders] daartoe toch veroordelen, omdat het hierbij gaat om een samenhangend pakket aan snoeiwerkzaamheden, die tezamen zorgen voor een (veilige) snoei en instandhouding van de esdoorn.
[verweerders] hoeft ook geen doorschietende wortels te verwijderen
4.12.
[verzoeker] wil ook dat [verweerders] de wortels van de esdoorn die onder zijn tuin schieten verwijdert.
4.13.
De kantonrechter overweegt dat [verzoeker] op grond van artikel 5:44 lid 2 BW de op zijn perceel doorgeschoten wortels zelf mag weghakken, zonder dat hij daarvoor [verweerders] eerst moet aanmanen. Uit dit wetsartikel volgt niet dat doorgeschoten wortels per definitie onrechtmatig zijn, en dat de eigenaar van de boom een dergelijke situatie moet voorkomen. Dit betekent dat [verweerders] op grond van dit artikel niet kan worden verplicht doorschietende wortels van de esdoorn te verwijderen.
Conclusie
4.16.
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter [verweerders] veroordelen tot het snoeien van de esdoorn zoals is omschreven in het adviesrapport van Expedio Arbori. De overige vorderingen van [verzoeker] zal de kantonrechter afwijzen.
De proceskosten
4.17.
Bij het karakter van deze procedure past dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Overigens is het de kantonrechter niet gebleken dat partijen kosten hebben gemaakt voor deze procedure.
Dictum
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [verweerders] tot het (laten) snoeien van de esdoorn zoals is omschreven in het adviesrapport van 13 november 2019 van Expedio Arbori, en zichtbaar is gemaakt op de hierna opgenomen foto op pagina 4 van dat adviesrapport:
[afbeelding]
5.2.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2023. (wv)
Deze notitiewijze staat voor artikel 42 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.