Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-10-02
ECLI:NL:RBOVE:2023:3850
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,395 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.077610.22 (P)
Datum vonnis: 2 oktober 2023
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [woonplaats] .
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 september 2023.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.A. de Vroome en van wat door de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. K. Kok, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht. De verdachte is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in Zwolle bij het Esso-tankstation aan de Ceintuurbaan (hierna: het tankstation) en op een grasveld tussen de Antonius Heinsiusstraat en de Caspar Fagelstraat (hierna: het grasveld) schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op of omstreeks 27 maart 2022 te Zwolle openlijk, te weten op of aan de openbare weg(en), de Ceintuurbaan (tankstation Esso) en/of op een grasveld gelegen tussen de Antonius Heinsiusstraat en/of de Caspar Fagelstraat, in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [slachtoffer] door:
met een riem (voorzien van een metalen gesp) één of meer slaande en/of zwaaiende
bewegingen te maken naar en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
die [slachtoffer] vast te pakken en/of (vervolgens) op/naar de grond te duwen/drukken en/of
(daarbij) op het lichaam van die [slachtoffer] te gaan zitten en/of (daarbij) die [slachtoffer] één of meermalen (krachtig) met de vuist(en) op/tegen het lichaam te slaan/stompen.
3De bewijsmotivering
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging bij het tankstation. Wel acht zij te bewijzen dat verdachte zich op het grasveld schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat er voor beide locaties onvoldoende bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging. Met betrekking tot het grasveld is er onvoldoende bewijs om vast te stellen dat verdachte één van de twee personen is geweest die daar bovenop aangever heeft gezeten.
3.3
Beoordeling
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat op basis van het proces-verbaal niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging bij het Esso-tankstation aan de Ceintuurbaan in Zwolle.
Verder is de rechtbank van oordeel dat op basis van het proces-verbaal ook niet kan worden bewezen dat verdachte zich op het grasveld tussen de Antonius Heinsiusstraat en Caspar Fagelstraat in Zwolle schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
Verdachte heeft verklaard dat hij aangever en de medeverdachte voor het laatst heeft gezien bij het tankstation en dat hij vanaf daar alleen is weggerend (pagina 62 tot en met 65).
Aangever heeft op 30 maart 2022 verklaard dat hij niet weet waar die andere, grote jongen (de rechtbank begrijpt: verdachte) op dat moment was en: ‘Ik weet wel dat ik op een gegeven moment op de grond lag en dat toen alleen die kleine jongen op mij lag’ (pagina 69). Ook op 15 april 2022 heeft de aangever tijdens zijn verhoor op de vraag of hij de dikkere jongen (de rechtbank begrijpt: verdachte) tijdens het gevecht heeft gezien, geantwoord: ‘Nee. Ik was bezig met de dunnere jongen’ (pagina 88).
Wel is door getuige [getuige] verklaard dat hij zag dat beide personen op aangever lagen en slaande bewegingen maakten, maar het bewijs dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan kan niet worden aangenomen op uitsluitend de verklaring van één getuige (artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering). Zijn verklaring vindt onvoldoende steun in ander bewijsmateriaal.
De rechtbank is daarom van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en zal hem hiervan vrijspreken.
Dictum
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. C.J. Sangers-de Jong en mr. C.H. Dijkstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 oktober 2023.
Buiten staat
Mr. C.H. Dijkstra en mr. J.P. Ponsteen zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.