Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2023-05-23
ECLI:NL:RBOVE:2023:1879
Strafrecht, Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - meervoudig
15,704 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familie en Jeugd
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.109330.22 (P)
Datum vonnis: 23 mei 2023
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [woonplaats 1] .
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting met gesloten deuren van 9 mei 2023.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M.M.F.A. Smits en van wat door verdachte en haar raadsman mr. M.J.C. Verlaan, advocaat in Amsterdam, [medewerker Jeugdzorg] , Jeugdzorgmedewerker bij het Leger des Heils, en de [medewerker Kinderbescherming 1] voor de Kinderbescherming, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan:
diefstal met geweld tegen [slachtoffer] , dan wel medeplichtigheid hieraan.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij op of omstreeks 23 februari 2022 in de gemeente Kampen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag en/of een Playstation 4 en/of meerdere bankpassen en/of
meerdere (mobiele) telefoons (Samsung A52 en/of Samsung Galaxy S10) en/of meerder kledingstukken (waaronder een riem, een trainingsjack, trainingsbroek, meerdere broeken en/of een jas) en/of een e-smoker en/of een cruncher en/of kabels en/of oortjes en/of sleutels,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s):
- voornoemde [slachtoffer] (aan zijn vest) de woning (op/aan de [woonplaats 2]
) naar binnen heeft/hebben getrokken,
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] meermalen op/tegen/in het gezicht en/of
(elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt,
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] bij/om de nek (met kracht) heeft/hebben
gepakt en/of gegrepen en/of geklemd en/of vastgehouden en/of (vervolgens) de keel van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben dicht geknepen en/of gehouden en/of een hand op de mond van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedaan en/of gehouden,
- (vervolgens) de armen van voornoemde [slachtoffer] aan elkaar heeft/hebben gebonden (met een shirt),
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gefouilleerd (en geld uit de broekzak hebben gehaald),
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] meermalen op/tegen de ribben en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt,
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben bedreigd door een mes in de hand te nemen en/of te houden voor en/of te tonen aan en/of op/tegen de keel te houden en/of te zetten van voornoemde [slachtoffer] en/of voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik steek je neer", althans (telkens) woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- de woning overhoop heeft/hebben gehaald;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 23 februari 2022 in de gemeente Kampen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig geldbedrag en/of een Playstation 4 en/of meerdere bankpassen en/of meerdere (mobiele) telefoons (Samsung A52 en/of Samsung Galaxy S10) en/of meerder kledingstukken (waaronder een riem, een trainingsjack, trainingsbroek, meerdere broeken en/of een jas) en/of een e-smoker en/of een cruncher en/of kabels en/of oortjes en/of sleutels, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 februari 2022 te Kampen opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door op de uitkijk te staan en/of door opdrachten van een of meer medeverdachten uit te voeren.
3De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4De bewijsmotivering
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten bij het plegen van de diefstal met geweld. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte daarbij zelf spullen uit de woning heeft weggenomen. Weliswaar heeft verdachte geen geweldshandelingen uitgevoerd, maar zij heeft wel voorwaardelijk opzet op het door de medeverdachten gepleegde geweld gehad aangezien zij, door bij iemand naar binnen te gaan om spullen weg te nemen, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat daarbij geweld zou worden gebruikt, zo stelt de officier van justitie.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde.
4.3
Beoordeling
De rechtbank stelt op grond van het dossier het volgende vast, waarbij voor wat betreft de feitelijke toedracht met name wordt uitgegaan van de verklaringen van aangever [slachtoffer] en van medeverdachte [medeverdachte 1] (verder: ‘ [medeverdachte 1] ’).
Op 23 februari 2022 heeft verdachte zich samen met de twee medeverdachten [medeverdachte 1] (verder: ‘ [medeverdachte 1] ’) en [medeverdachte 2] (verder: ‘ [medeverdachte 2] ’, destijds de vriend van verdachte), broers, naar de woning van [slachtoffer] in Kampen begeven. [medeverdachte 2] sprak met hen af om daar het geld op te halen, dat hij eerder in een enveloppe in de badkamer van die woning zou hebben verstopt. Bij de woning aangekomen, hebben zij gewacht tot [slachtoffer] de woning verliet en vertrok. Daarna zijn zij de woning met een sleutel binnengegaan. Terwijl zij in de woning zochten naar het geld kwam [slachtoffer] binnen. Om te voorkomen dat de aanwezigheid van [slachtoffer] de zoektocht naar het geld in de weg zou staan hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] [slachtoffer] mishandeld en bedreigd.
Ondertussen zochten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar het geld, waarbij zij de woning overhoop hebben gehaald.
Daarna hebben zij spullen in een rode tas, een gele tas en een blauwe rugzak gestopt. Die spullen betroffen geld, meerdere bankpassen, een riem, een trainingsjack, meerdere broeken, een jas, een e-smoker, een cruncher, kabels en oortjes. Verdachte heeft daarbij ook spullen uit de woning weggenomen. Daarop verlieten zij de woning en namen de tassen en de rugzak mee naar buiten. Vervolgens liepen zij naar het treinstation Kampen-Zuid. Daar werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] door de politie aangehouden en werden de gestolen spullen in de genoemde tassen aangetroffen. Verdachte bevond zich toen ook op het treinstation maar is pas de volgende dag aangehouden, nadat zij zich vrijwillig had gemeld.
De rechtbank ziet zich in onderhavige zaak voor de vraag gesteld of verdachte een strafbare rol bij deze diefstal met geweld heeft gehad en zo ja, welke.
De rechtbank stelt in dit verband vast dat aangever en de medeverdachten het volgende over de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde hebben verklaard:
Aangever [slachtoffer] heeft verklaard: “[verdachte] die stond erbij en keek ernaar. Ik heb haar alleen in de hal gezien (…) [medeverdachte 2] gaf iedereen opdrachten. Pak dit en dat. Dit deed hij tegen [verdachte] en de tweede man (…) voor wat ik heb meegekregen volgde zij wat opdrachten op. Zo van pak een tas of dit en dat. (….) maar zij heeft niets in mijn richting gedaan” (dossierpagina’s 20 en 28).
[medeverdachte 1] heeft verklaard: “[verdachte] zei dat ze ook merk kleding had meegenomen. En oja…nog 2 maatbekers met kleingeld”, “toen we eruit waren zag ik dat ze een boodschappen tas bij zich hadden en een gele tas”, “[verdachte] heb ik wel horen zeggen dat ze deze keer een controller had meegenomen” (dossierpagina 222).
[medeverdachte 2] heeft op de vraag wat er door hem en zijn medeverdachten uit de woning is meegenomen geantwoord: “Muntgeld en kleding” (dossierpagina 150).
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met geweld.
Vooropgesteld wordt dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de mededaders. Of daarvan sprake is hangt onder meer af van de intensiteit van die samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte. De medepleger moet een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het delict. Hierbij moet bij de medepleger sprake zijn van zogenaamd ‘dubbel opzet’. Dit houdt in dat zijn wil gericht moet zijn op zowel het tot stand brengen van het feit als op de samenwerking met de mededaders. Voor de bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de medeplegers gelijk is en dat iedere medepleger exact op de hoogte is van de bijdragen van de andere medepleger(s) aan het strafbare feit. Voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen is ook niet relevant wie van de mededaders welke handelingen heeft uitgevoerd.
Diefstal in vereniging bewezen:
Uit de dossierstukken blijkt dat verdachte met haar medeverdachten [slachtoffer] heeft bestolen. Tussen hen bestond bij het plegen van de diefstal een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Zij hebben gezamenlijk, nadat duidelijk werd dat het geld dat zij zochten niet te vinden bleek, besloten om (dan maar) spullen [slachtoffer] te stelen en daar alle drie uitvoering aan gegeven, waarbij verdachte zelf merkkleding en 2 maatbekers met kleingeld heeft weggenomen.
Weliswaar kan de rechtbank met betrekking tot de overige ten laste gelegde spullen niet vaststellen wie welke spullen daadwerkelijk heeft gepakt en in een tas gedaan (de medeverdachten lijken elkaar de schuld in de schoenen te schuiven), maar uit de opgenomen bewijsmiddelen in de bijlage blijkt voldoende dat de meeste van deze spullen zijn weggenomen en dat verdachte deze spullen bewust samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft gestolen.
Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging gepleegd heeft begaan, met uitzondering van de diefstal van de Playstation 4, de trainingsbroek, de twee mobiele telefoons en de sleutels, aangezien deze goederen niet zijn aangetroffen. Gelet hierop zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Vrijspraak van het medeplegen van geweld
De rechtbank stelt vast dat de diefstal vergezeld ging van en vergemakkelijkt werd door het toepassen van geweld tegen [slachtoffer] , en dat dit geweld werd uitgeoefend door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .
De rechtbank stelt vast dat verdachte zelf géén uitvoeringshandelingen bij dit geweld heeft gepleegd. Om tot een bewezenverklaring van diefstal met geweld in vereniging gepleegd te komen, is dit echter ook niet vereist. Wel moet sprake zijn van (voorwaardelijk) opzet van de medeplegers op het geweld.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat verdachte (voorwaardelijk) opzet op het geweld heeft gehad. Op grond van de dossierstukken kan niet, dan wel in onvoldoende mate, worden vastgesteld dat verdachte de wetenschap heeft gehad van het voornemen van haar medeverdachten om aangever [slachtoffer] met geweld te beroven.
Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte de mishandeling heeft gezien. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij niets van de mishandeling heeft gezien, dat zij slechts even in de woning is geweest, dat zij toen niets bijzonders aan [slachtoffer] heeft gezien, en dat zij direct de woning heeft verlaten toen zij ruzieachtig geschreeuw hoorde. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de door verdachte afgelegde verklaring te twijfelen.
De rechtbank neemt bij dit oordeel verder in aanmerking dat uit het dossier blijkt dat verdachte en haar medeverdachten hebben gewacht tot [slachtoffer] was vertrokken, dat [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] heeft afgesproken dat [medeverdachte 1] de deur dicht moest houden als aangever [slachtoffer] onverwacht thuis zou komen, en dat niet is gebleken dat in enigerlei vorm een afspraak is gemaakt over het (dreigen met) geweld bij een eventuele onverhoopte confrontatie met aangever [slachtoffer] .
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het primair bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair: het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 40 (veertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat twee uren en per dag aftrek plaatsvindt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter en kinderrechter, mr. A.J. de Loor en mr. W.W. van Tol, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2023.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON1R022016 (onderzoek BOSVIOOL). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal ter terechtzitting van 9 mei 2023, inhoudende de door verdachte afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Op 23 februari 2022 ben ik samen met mijn toenmalige vriend [medeverdachte 2] en zijn broertje [medeverdachte 1] naar de woning van [slachtoffer] aan de [woonplaats 2] in Kampen gegaan. Ik ben even in het huis geweest. Buiten heb ik gezien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met tassen liepen. Wij zijn samen naar het station gelopen.
2. Het proces-verbaal aangifte van 24 februari 2022, pagina’s 2 tot en met 11, inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van diefstal met geweld gepleegd op 23 februari 2022 in mijn woning aan de [woonplaats 2] te Kampen. Ik ben door twee mannen en een vrouw overvallen. Een van deze mannen ken ik als [medeverdachte 2] . De vrouw is zijn vriendin [verdachte] .
3. Het proces-verbaal van verhoor aangever van 25 februari 2022, pagina's 26 tot en met 53 inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
De volgende goederen zijn weggenomen: een paar broeken, een riem, een trainingspak en een rood vest. Ook is een maatbeker met muntgeld weggenomen.
Ik herken op de foto's de volgende goederen die bij mij weggenomen zijn: de maatbeker, mijn riem, mijn jas, mijn bankpassen, de e-smoker, de cruncher, de kabels, de oortjes, mijn vest en trainingspak, mijn broek.
4. Het proces-verbaal van verhoor aangever van 14 maart 2022, pagina's 15 tot en met 24 inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Uit mijn woning zijn verder weggenomen: een maatbeker met kleingeld, een riem, een zwarte Nike jas, een rode Nike trainingsjack, een Adidas vest, een e-smoker, een cruncher en oortjes.(…) [medeverdachte 2] gaf iedereen opdrachten. Pak dit en dat. Dit deed hij tegen [verdachte] en de tweede man. Pak die tas heb ik horen zeggen.
5. Het proces-verbaal van verhoor aangever van 25 februari 2022, pagina's 26 tot en met 31 inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Voor wat ik heb meegekregen volgde zij ( [verdachte] ) wat opdrachten op. Zo van pak een tas of dit en dat.
6. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 24 februari 2022, pagina's 146 tot en met 150, inhoudende de door [medeverdachte 2] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
V: Wat is er door jou en de andere(n) meegenomen uit de woning van [slachtoffer] , die dag?
A: Muntgeld en kleding
7. Het proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte van 25 februari 2022, pagina's 218 tot en met 223, inhoudende de door [medeverdachte 1] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
In de trein van Zwolle naar Kampen was [verdachte] er ook bij. [medeverdachte 2] zei: ”we gaan zo naar een huis, die man die daar woont heeft geld van mij afgepakt en we gaan dit terugpakken”.
(…) We gingen naar binnen (…) [verdachte] zei dat ze ook merk kleding had meegenomen. En oja…nog 2 maatbekers met kleingeld”, “toen we eruit waren zag ik dat ze een boodschappen tas bij zich hadden en een gele tas”, “ [verdachte] heb ik wel horen zeggen dat ze deze keer een controller had meegenomen”.
8. Het proces-verbaal van bevindingen van 23 februari 2022, pagina's 74 tot en met 88, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:
Op 23 februari 2022 omstreeks 16:15 uur zag ik verbalisant [verbalisant 1] op het station Kampen-Zuid dat [naam] bovenaan de trap stond van perron nummer 1 en dat hij op ongeveer één meter afstand stond van twee jongens. Ik zag dat [naam] begon te rennen. Ik hield de andere twee jongens aan. Wij stelden de identiteit vast van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Tijdens de fouillering van verdachte [medeverdachte 2] trof ik, verbalisant [verbalisant 2] , twee bankpasjes aan in zijn rechter jaszak. Ik zag dat het ging om een ING bankpas en een Rabobank bankpas. Ik zag dat de bankpasjes op naam stonden van [slachtoffer] . Wij zagen dat er een blauwe rugtas en een gele Jumbo tas op het bankje lagen ter hoogte van de aanhouding. Wij hoorden dat verdachte [medeverdachte 1] zei dat de blauwe rugtas van hem was. Wij zagen dat er tussen de trappen van de twee perrons een rode boodschappentas lag.
9. Het proces-verbaal fotoblad van 24 februari 2022, pagina’s 32 tot en met 35, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Een rode Dirk bigshopper aangetroffen bij het Station-Zuid in Kampen in de directe omgeving van de verdachten van de woningoverval.
De goederen die in de tas zaten waren een maatbeker met muntgeld, een leren bruine riem en een zwart/grijze Nike jas maat L.
10. Het proces-verbaal fotoblad van 24 februari 2022, pagina’s 42 en 46, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Een blauwe rugtas van het merk Enrico Benetti zijn aangetroffen bij de verdachte [medeverdachte 1] . (op foto 3 zijn onder meer een e-smoker, een cruncher en een mes te zien. Op foto 6 zijn oortjes en een kabel te zien).
11. Het proces-verbaal fotoblad, pagina’s 42 en 46, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
De volgende goederen zijn aangetroffen: een gele Jumbo plastic tas (met daarin) een blauwe Replay spijkerbroek, een blauwe Hallinger spijkerbroek, een rode Nike trui en een blauwe Adidas Juventus training jas.
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Familie en Jeugd
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.109330.22 (P)
Datum vonnis: 23 mei 2023
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [woonplaats 1] .
1Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting met gesloten deuren van 9 mei 2023.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M.M.F.A. Smits en van wat door verdachte en haar raadsman mr. M.J.C. Verlaan, advocaat in Amsterdam, [medewerker Jeugdzorg] , Jeugdzorgmedewerker bij het Leger des Heils, en de [medewerker Kinderbescherming 1] voor de Kinderbescherming, naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met anderen heeft schuldig gemaakt aan:
diefstal met geweld tegen [slachtoffer] , dan wel medeplichtigheid hieraan.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij op of omstreeks 23 februari 2022 in de gemeente Kampen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag en/of een Playstation 4 en/of meerdere bankpassen en/of
meerdere (mobiele) telefoons (Samsung A52 en/of Samsung Galaxy S10) en/of meerder kledingstukken (waaronder een riem, een trainingsjack, trainingsbroek, meerdere broeken en/of een jas) en/of een e-smoker en/of een cruncher en/of kabels en/of oortjes en/of sleutels,
in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te
verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of haar mededader(s):
- voornoemde [slachtoffer] (aan zijn vest) de woning (op/aan de [woonplaats 2]
) naar binnen heeft/hebben getrokken,
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] meermalen op/tegen/in het gezicht en/of
(elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt,
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] bij/om de nek (met kracht) heeft/hebben
gepakt en/of gegrepen en/of geklemd en/of vastgehouden en/of (vervolgens) de keel van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben dicht geknepen en/of gehouden en/of een hand op de mond van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gedaan en/of gehouden,
- (vervolgens) de armen van voornoemde [slachtoffer] aan elkaar heeft/hebben gebonden (met een shirt),
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gefouilleerd (en geld uit de broekzak hebben gehaald),
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] meermalen op/tegen de ribben en/of (elders) op/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt,
- (vervolgens) voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben bedreigd door een mes in de hand te nemen en/of te houden voor en/of te tonen aan en/of op/tegen de keel te houden en/of te zetten van voornoemde [slachtoffer] en/of voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen "ik steek je neer", althans (telkens) woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- de woning overhoop heeft/hebben gehaald;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
zij op of omstreeks 23 februari 2022 in de gemeente Kampen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig geldbedrag en/of een Playstation 4 en/of meerdere bankpassen en/of meerdere (mobiele) telefoons (Samsung A52 en/of Samsung Galaxy S10) en/of meerder kledingstukken (waaronder een riem, een trainingsjack, trainingsbroek, meerdere broeken en/of een jas) en/of een e-smoker en/of een cruncher en/of kabels en/of oortjes en/of sleutels, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 februari 2022 te Kampen opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door op de uitkijk te staan en/of door opdrachten van een of meer medeverdachten uit te voeren.
3De voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
4De bewijsmotivering
4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten bij het plegen van de diefstal met geweld. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte daarbij zelf spullen uit de woning heeft weggenomen. Weliswaar heeft verdachte geen geweldshandelingen uitgevoerd, maar zij heeft wel voorwaardelijk opzet op het door de medeverdachten gepleegde geweld gehad aangezien zij, door bij iemand naar binnen te gaan om spullen weg te nemen, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat daarbij geweld zou worden gebruikt, zo stelt de officier van justitie.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het haar ten laste gelegde.
4.3
Beoordeling
De rechtbank stelt op grond van het dossier het volgende vast, waarbij voor wat betreft de feitelijke toedracht met name wordt uitgegaan van de verklaringen van aangever [slachtoffer] en van medeverdachte [medeverdachte 1] (verder: ‘ [medeverdachte 1] ’).
Op 23 februari 2022 heeft verdachte zich samen met de twee medeverdachten [medeverdachte 1] (verder: ‘ [medeverdachte 1] ’) en [medeverdachte 2] (verder: ‘ [medeverdachte 2] ’, destijds de vriend van verdachte), broers, naar de woning van [slachtoffer] in Kampen begeven. [medeverdachte 2] sprak met hen af om daar het geld op te halen, dat hij eerder in een enveloppe in de badkamer van die woning zou hebben verstopt. Bij de woning aangekomen, hebben zij gewacht tot [slachtoffer] de woning verliet en vertrok. Daarna zijn zij de woning met een sleutel binnengegaan. Terwijl zij in de woning zochten naar het geld kwam [slachtoffer] binnen. Om te voorkomen dat de aanwezigheid van [slachtoffer] de zoektocht naar het geld in de weg zou staan hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] [slachtoffer] mishandeld en bedreigd.
Ondertussen zochten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] naar het geld, waarbij zij de woning overhoop hebben gehaald.
Daarna hebben zij spullen in een rode tas, een gele tas en een blauwe rugzak gestopt. Die spullen betroffen geld, meerdere bankpassen, een riem, een trainingsjack, meerdere broeken, een jas, een e-smoker, een cruncher, kabels en oortjes. Verdachte heeft daarbij ook spullen uit de woning weggenomen. Daarop verlieten zij de woning en namen de tassen en de rugzak mee naar buiten. Vervolgens liepen zij naar het treinstation Kampen-Zuid. Daar werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] door de politie aangehouden en werden de gestolen spullen in de genoemde tassen aangetroffen. Verdachte bevond zich toen ook op het treinstation maar is pas de volgende dag aangehouden, nadat zij zich vrijwillig had gemeld.
De rechtbank ziet zich in onderhavige zaak voor de vraag gesteld of verdachte een strafbare rol bij deze diefstal met geweld heeft gehad en zo ja, welke.
De rechtbank stelt in dit verband vast dat aangever en de medeverdachten het volgende over de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde hebben verklaard:
Aangever [slachtoffer] heeft verklaard: “[verdachte] die stond erbij en keek ernaar. Ik heb haar alleen in de hal gezien (…) [medeverdachte 2] gaf iedereen opdrachten. Pak dit en dat. Dit deed hij tegen [verdachte] en de tweede man (…) voor wat ik heb meegekregen volgde zij wat opdrachten op. Zo van pak een tas of dit en dat. (….) maar zij heeft niets in mijn richting gedaan” (dossierpagina’s 20 en 28).
[medeverdachte 1] heeft verklaard: “[verdachte] zei dat ze ook merk kleding had meegenomen. En oja…nog 2 maatbekers met kleingeld”, “toen we eruit waren zag ik dat ze een boodschappen tas bij zich hadden en een gele tas”, “[verdachte] heb ik wel horen zeggen dat ze deze keer een controller had meegenomen” (dossierpagina 222).
[medeverdachte 2] heeft op de vraag wat er door hem en zijn medeverdachten uit de woning is meegenomen geantwoord: “Muntgeld en kleding” (dossierpagina 150).
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte zich hiermee schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met geweld.
Vooropgesteld wordt dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de mededaders. Of daarvan sprake is hangt onder meer af van de intensiteit van die samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte. De medepleger moet een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het delict. Hierbij moet bij de medepleger sprake zijn van zogenaamd ‘dubbel opzet’. Dit houdt in dat zijn wil gericht moet zijn op zowel het tot stand brengen van het feit als op de samenwerking met de mededaders. Voor de bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de medeplegers gelijk is en dat iedere medepleger exact op de hoogte is van de bijdragen van de andere medepleger(s) aan het strafbare feit. Voor de bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen is ook niet relevant wie van de mededaders welke handelingen heeft uitgevoerd.
Diefstal in vereniging bewezen:
Uit de dossierstukken blijkt dat verdachte met haar medeverdachten [slachtoffer] heeft bestolen. Tussen hen bestond bij het plegen van de diefstal een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Zij hebben gezamenlijk, nadat duidelijk werd dat het geld dat zij zochten niet te vinden bleek, besloten om (dan maar) spullen [slachtoffer] te stelen en daar alle drie uitvoering aan gegeven, waarbij verdachte zelf merkkleding en 2 maatbekers met kleingeld heeft weggenomen.
Weliswaar kan de rechtbank met betrekking tot de overige ten laste gelegde spullen niet vaststellen wie welke spullen daadwerkelijk heeft gepakt en in een tas gedaan (de medeverdachten lijken elkaar de schuld in de schoenen te schuiven), maar uit de opgenomen bewijsmiddelen in de bijlage blijkt voldoende dat de meeste van deze spullen zijn weggenomen en dat verdachte deze spullen bewust samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft gestolen.
Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging gepleegd heeft begaan, met uitzondering van de diefstal van de Playstation 4, de trainingsbroek, de twee mobiele telefoons en de sleutels, aangezien deze goederen niet zijn aangetroffen. Gelet hierop zal verdachte van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Vrijspraak van het medeplegen van geweld
De rechtbank stelt vast dat de diefstal vergezeld ging van en vergemakkelijkt werd door het toepassen van geweld tegen [slachtoffer] , en dat dit geweld werd uitgeoefend door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .
De rechtbank stelt vast dat verdachte zelf géén uitvoeringshandelingen bij dit geweld heeft gepleegd. Om tot een bewezenverklaring van diefstal met geweld in vereniging gepleegd te komen, is dit echter ook niet vereist. Wel moet sprake zijn van (voorwaardelijk) opzet van de medeplegers op het geweld.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat verdachte (voorwaardelijk) opzet op het geweld heeft gehad. Op grond van de dossierstukken kan niet, dan wel in onvoldoende mate, worden vastgesteld dat verdachte de wetenschap heeft gehad van het voornemen van haar medeverdachten om aangever [slachtoffer] met geweld te beroven.
Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte de mishandeling heeft gezien. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij niets van de mishandeling heeft gezien, dat zij slechts even in de woning is geweest, dat zij toen niets bijzonders aan [slachtoffer] heeft gezien, en dat zij direct de woning heeft verlaten toen zij ruzieachtig geschreeuw hoorde. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de door verdachte afgelegde verklaring te twijfelen.
De rechtbank neemt bij dit oordeel verder in aanmerking dat uit het dossier blijkt dat verdachte en haar medeverdachten hebben gewacht tot [slachtoffer] was vertrokken, dat [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] heeft afgesproken dat [medeverdachte 1] de deur dicht moest houden als aangever [slachtoffer] onverwacht thuis zou komen, en dat niet is gebleken dat in enigerlei vorm een afspraak is gemaakt over het (dreigen met) geweld bij een eventuele onverhoopte confrontatie met aangever [slachtoffer] .
Dictum
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het primair bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair: het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 40 (veertig) uren;
- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;
- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat twee uren en per dag aftrek plaatsvindt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Holten, voorzitter en kinderrechter, mr. A.J. de Loor en mr. W.W. van Tol, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2023.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer ON1R022016 (onderzoek BOSVIOOL). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1. Het proces-verbaal ter terechtzitting van 9 mei 2023, inhoudende de door verdachte afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Op 23 februari 2022 ben ik samen met mijn toenmalige vriend [medeverdachte 2] en zijn broertje [medeverdachte 1] naar de woning van [slachtoffer] aan de [woonplaats 2] in Kampen gegaan. Ik ben even in het huis geweest. Buiten heb ik gezien dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met tassen liepen. Wij zijn samen naar het station gelopen.
2. Het proces-verbaal aangifte van 24 februari 2022, pagina’s 2 tot en met 11, inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van diefstal met geweld gepleegd op 23 februari 2022 in mijn woning aan de [woonplaats 2] te Kampen. Ik ben door twee mannen en een vrouw overvallen. Een van deze mannen ken ik als [medeverdachte 2] . De vrouw is zijn vriendin [verdachte] .
3. Het proces-verbaal van verhoor aangever van 25 februari 2022, pagina's 26 tot en met 53 inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
De volgende goederen zijn weggenomen: een paar broeken, een riem, een trainingspak en een rood vest. Ook is een maatbeker met muntgeld weggenomen.
Ik herken op de foto's de volgende goederen die bij mij weggenomen zijn: de maatbeker, mijn riem, mijn jas, mijn bankpassen, de e-smoker, de cruncher, de kabels, de oortjes, mijn vest en trainingspak, mijn broek.
4. Het proces-verbaal van verhoor aangever van 14 maart 2022, pagina's 15 tot en met 24 inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Uit mijn woning zijn verder weggenomen: een maatbeker met kleingeld, een riem, een zwarte Nike jas, een rode Nike trainingsjack, een Adidas vest, een e-smoker, een cruncher en oortjes.(…) [medeverdachte 2] gaf iedereen opdrachten. Pak dit en dat. Dit deed hij tegen [verdachte] en de tweede man. Pak die tas heb ik horen zeggen.
5. Het proces-verbaal van verhoor aangever van 25 februari 2022, pagina's 26 tot en met 31 inhoudende de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
Voor wat ik heb meegekregen volgde zij ( [verdachte] ) wat opdrachten op. Zo van pak een tas of dit en dat.
6. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 24 februari 2022, pagina's 146 tot en met 150, inhoudende de door [medeverdachte 2] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
V: Wat is er door jou en de andere(n) meegenomen uit de woning van [slachtoffer] , die dag?
A: Muntgeld en kleding
7. Het proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte van 25 februari 2022, pagina's 218 tot en met 223, inhoudende de door [medeverdachte 1] afgelegde verklaring, zakelijk weergegeven:
In de trein van Zwolle naar Kampen was [verdachte] er ook bij. [medeverdachte 2] zei: ”we gaan zo naar een huis, die man die daar woont heeft geld van mij afgepakt en we gaan dit terugpakken”.
(…) We gingen naar binnen (…) [verdachte] zei dat ze ook merk kleding had meegenomen. En oja…nog 2 maatbekers met kleingeld”, “toen we eruit waren zag ik dat ze een boodschappen tas bij zich hadden en een gele tas”, “ [verdachte] heb ik wel horen zeggen dat ze deze keer een controller had meegenomen”.
8. Het proces-verbaal van bevindingen van 23 februari 2022, pagina's 74 tot en met 88, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:
Op 23 februari 2022 omstreeks 16:15 uur zag ik verbalisant [verbalisant 1] op het station Kampen-Zuid dat [naam] bovenaan de trap stond van perron nummer 1 en dat hij op ongeveer één meter afstand stond van twee jongens. Ik zag dat [naam] begon te rennen. Ik hield de andere twee jongens aan. Wij stelden de identiteit vast van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Tijdens de fouillering van verdachte [medeverdachte 2] trof ik, verbalisant [verbalisant 2] , twee bankpasjes aan in zijn rechter jaszak. Ik zag dat het ging om een ING bankpas en een Rabobank bankpas. Ik zag dat de bankpasjes op naam stonden van [slachtoffer] . Wij zagen dat er een blauwe rugtas en een gele Jumbo tas op het bankje lagen ter hoogte van de aanhouding. Wij hoorden dat verdachte [medeverdachte 1] zei dat de blauwe rugtas van hem was. Wij zagen dat er tussen de trappen van de twee perrons een rode boodschappentas lag.
9. Het proces-verbaal fotoblad van 24 februari 2022, pagina’s 32 tot en met 35, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Een rode Dirk bigshopper aangetroffen bij het Station-Zuid in Kampen in de directe omgeving van de verdachten van de woningoverval.
De goederen die in de tas zaten waren een maatbeker met muntgeld, een leren bruine riem en een zwart/grijze Nike jas maat L.
10. Het proces-verbaal fotoblad van 24 februari 2022, pagina’s 42 en 46, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
Een blauwe rugtas van het merk Enrico Benetti zijn aangetroffen bij de verdachte [medeverdachte 1] . (op foto 3 zijn onder meer een e-smoker, een cruncher en een mes te zien. Op foto 6 zijn oortjes en een kabel te zien).
11. Het proces-verbaal fotoblad, pagina’s 42 en 46, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:
De volgende goederen zijn aangetroffen: een gele Jumbo plastic tas (met daarin) een blauwe Replay spijkerbroek, een blauwe Hallinger spijkerbroek, een rode Nike trui en een blauwe Adidas Juventus training jas.
Beoordeling
Verder is niet gebleken dat verdachte zich bewust was van de mogelijkheid dat haar medeverdachten bij zo’n confrontatie geweld zouden gebruiken.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om tot wettig en overtuigend bewijs van (voorwaardelijk) opzet op het geweld te komen.
Daarom spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van het primair ten laste gelegde geweld.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat zij:
op 23 februari 2022 in de gemeente Kampen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag en meerdere bankpassen en meerder kledingstukken (waaronder een riem, een trainingsjack, meerdere broeken en/of een jas) en een e-smoker en een cruncher en kabels en oortjes,
toebehorende aan [slachtoffer] .
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
Het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen.
6De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.
7De op te leggen straf of maatregel
7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 31 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van één jaar, en dat aan verdachte daarnaast een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 120 uren wordt opgelegd.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit om, bij een eventuele bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, de door de officier van justitie geëiste straf op te leggen met dien verstande dat de werkstraf wordt beperkt tot 60 uren.
7.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft zich samen met haar toenmalige vriend [medeverdachte 2] en diens broer [medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan diefstal.
[medeverdachte 2] wilde het geld dat hij in de woning van aangever [slachtoffer] had verstopt ophalen, en toen aangever onverwachts thuis kwam, hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hem mishandeld en bedreigd, omdat [medeverdachte 2] hem ervan verdacht dat hij het geld had ontvreemd.
Uiteindelijk hebben [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en verdachte samen spullen van aangever gestolen.
Hoewel verdachte strafrechtelijk niet aansprakelijk is voor het geweld heeft zij zich wel schuldig gemaakt aan het plegen van diefstal in vereniging.
De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de justitiële documentatie van verdachte van 10 april 2023, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld.
De rechtbank houdt bij de strafoplegging ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze onder meer blijken uit de inhoud van een Advies uitgebreid onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 28 april 2023, opgemaakt door [medewerker Kinderbescherming 2] , raadsonderzoeker (hierna: [medewerker Kinderbescherming 2] ).
In dit advies wordt beschreven dat verdachte net meerderjarig is en dat zij een belast verleden heeft. Er bestaan risicofactoren op de domeinen geestelijke gezondheid en invulling van dagbesteding middels school en of vrije tijd.
Verdachte heeft zich het afgelopen jaar positief ontwikkeld. Sinds 26 augustus 2022 woont zij op het Kamertrainingscentrum (KTC) [verblijfplaats] van het Leger des Heils. Verdachte is gestart met behandeling bij Eleos in verband met de schokkende ervaringen die zij in haar leven heeft meegemaakt en haar mogelijke onveilige hechting. Er wordt gewerkt naar dagstructuur door invulling van scholing, werk en vrije tijd.
Er is kans op herhaling zolang verdachte nog last heeft van de schokkende gebeurtenissen in haar leven, maar het is niet wenselijk om een verplichte deelname aan een therapie als bijzondere voorwaarde op te leggen ook omdat zij niet wil meewerken aan toezicht van de jeugdreclassering.
Door de Raad wordt geadviseerd om aan verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van een jaar en een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.
Ter terechtzitting heeft [medewerker Jeugdzorg] , jeugdzorgmedewerker bij het Leger des Heils bij KTC [verblijfplaats] , dit advies van de Raad aangevuld.
Zij heeft verklaard dat verdachte de ongezonde relatie met haar toenmalige vriend heeft uitgemaakt en dat nu sprake is van vooruitgang. Verdachte heeft geprobeerd om te investeren in haar toekomst en is met werk en scholing begonnen, maar door alles wat zij in haar leven heeft meegemaakt is dit gestopt. Verdachte blijft echter de ambitie houden om in haar toekomst te investeren en zoekt nu opnieuw naar werk. Verder zal zij na de zomer opnieuw beginnen met de Entree opleiding van het mbo in Amersfoort. Daarnaast is verdachte begonnen met het volgen van therapie en zij heeft hiervoor gedurende de week afspraken. Het leger des Heils zal de ontwikkeling van verdachte blijven monitoren.
Ter terechtzitting heeft [medewerker Kinderbescherming 2] het rapport aangevuld.
Hij heeft verklaard dat er het afgelopen jaar veel ten positieve is veranderd in het leven van verdachte. Zij is op de goede weg maar zij is er nog lang niet. De verwachting is dat het uiteindelijk goed met verdachte zal komen.
Alles afwegende acht de rechtbank, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en daarbij rekening houdende met de persoon van verdachte, een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen jeugddetentie passend en geboden.
Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte van het primair ten laste gelegde geweld zal worden vrijgesproken, en dat uit het dossier het beeld van verdachte rijst als iemand die afhankelijk was van haar vriend, hem achterna liep en deed wat hij haar zei.
De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast een (voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen. Hiertoe is redengevend dat er geen sprake is van een hoog recidiverisico, verdachte bij het KTC op haar plek is en daar goed is ingebed in de hulpverlening, en dat zij goed meewerkt aan haar behandeling die recidivebeperkend werkt.
Beoordeling
Verder is niet gebleken dat verdachte zich bewust was van de mogelijkheid dat haar medeverdachten bij zo’n confrontatie geweld zouden gebruiken.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om tot wettig en overtuigend bewijs van (voorwaardelijk) opzet op het geweld te komen.
Daarom spreekt de rechtbank verdachte partieel vrij van het primair ten laste gelegde geweld.
4.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat zij:
op 23 februari 2022 in de gemeente Kampen tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen enig geldbedrag en meerdere bankpassen en meerder kledingstukken (waaronder een riem, een trainingsjack, meerdere broeken en/of een jas) en een e-smoker en een cruncher en kabels en oortjes,
toebehorende aan [slachtoffer] .
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
5De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
Het misdrijf: diefstal, door twee of meer verenigde personen.
6De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.
7De op te leggen straf of maatregel
7.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 31 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van één jaar, en dat aan verdachte daarnaast een onvoorwaardelijke werkstraf voor de duur van 120 uren wordt opgelegd.
7.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit om, bij een eventuele bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde, de door de officier van justitie geëiste straf op te leggen met dien verstande dat de werkstraf wordt beperkt tot 60 uren.
7.3
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Verdachte heeft zich samen met haar toenmalige vriend [medeverdachte 2] en diens broer [medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan diefstal.
[medeverdachte 2] wilde het geld dat hij in de woning van aangever [slachtoffer] had verstopt ophalen, en toen aangever onverwachts thuis kwam, hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hem mishandeld en bedreigd, omdat [medeverdachte 2] hem ervan verdacht dat hij het geld had ontvreemd.
Uiteindelijk hebben [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en verdachte samen spullen van aangever gestolen.
Hoewel verdachte strafrechtelijk niet aansprakelijk is voor het geweld heeft zij zich wel schuldig gemaakt aan het plegen van diefstal in vereniging.
De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de justitiële documentatie van verdachte van 10 april 2023, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld.
De rechtbank houdt bij de strafoplegging ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze onder meer blijken uit de inhoud van een Advies uitgebreid onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 28 april 2023, opgemaakt door [medewerker Kinderbescherming 2] , raadsonderzoeker (hierna: [medewerker Kinderbescherming 2] ).
In dit advies wordt beschreven dat verdachte net meerderjarig is en dat zij een belast verleden heeft. Er bestaan risicofactoren op de domeinen geestelijke gezondheid en invulling van dagbesteding middels school en of vrije tijd.
Verdachte heeft zich het afgelopen jaar positief ontwikkeld. Sinds 26 augustus 2022 woont zij op het Kamertrainingscentrum (KTC) [verblijfplaats] van het Leger des Heils. Verdachte is gestart met behandeling bij Eleos in verband met de schokkende ervaringen die zij in haar leven heeft meegemaakt en haar mogelijke onveilige hechting. Er wordt gewerkt naar dagstructuur door invulling van scholing, werk en vrije tijd.
Er is kans op herhaling zolang verdachte nog last heeft van de schokkende gebeurtenissen in haar leven, maar het is niet wenselijk om een verplichte deelname aan een therapie als bijzondere voorwaarde op te leggen ook omdat zij niet wil meewerken aan toezicht van de jeugdreclassering.
Door de Raad wordt geadviseerd om aan verdachte een voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van een jaar en een onvoorwaardelijke werkstraf op te leggen.
Ter terechtzitting heeft [medewerker Jeugdzorg] , jeugdzorgmedewerker bij het Leger des Heils bij KTC [verblijfplaats] , dit advies van de Raad aangevuld.
Zij heeft verklaard dat verdachte de ongezonde relatie met haar toenmalige vriend heeft uitgemaakt en dat nu sprake is van vooruitgang. Verdachte heeft geprobeerd om te investeren in haar toekomst en is met werk en scholing begonnen, maar door alles wat zij in haar leven heeft meegemaakt is dit gestopt. Verdachte blijft echter de ambitie houden om in haar toekomst te investeren en zoekt nu opnieuw naar werk. Verder zal zij na de zomer opnieuw beginnen met de Entree opleiding van het mbo in Amersfoort. Daarnaast is verdachte begonnen met het volgen van therapie en zij heeft hiervoor gedurende de week afspraken. Het leger des Heils zal de ontwikkeling van verdachte blijven monitoren.
Ter terechtzitting heeft [medewerker Kinderbescherming 2] het rapport aangevuld.
Hij heeft verklaard dat er het afgelopen jaar veel ten positieve is veranderd in het leven van verdachte. Zij is op de goede weg maar zij is er nog lang niet. De verwachting is dat het uiteindelijk goed met verdachte zal komen.
Alles afwegende acht de rechtbank, gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en daarbij rekening houdende met de persoon van verdachte, een werkstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen jeugddetentie passend en geboden.
Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte van het primair ten laste gelegde geweld zal worden vrijgesproken, en dat uit het dossier het beeld van verdachte rijst als iemand die afhankelijk was van haar vriend, hem achterna liep en deed wat hij haar zei.
De rechtbank ziet geen aanleiding om daarnaast een (voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen. Hiertoe is redengevend dat er geen sprake is van een hoog recidiverisico, verdachte bij het KTC op haar plek is en daar goed is ingebed in de hulpverlening, en dat zij goed meewerkt aan haar behandeling die recidivebeperkend werkt.