Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2022-01-11
ECLI:NL:RBOVE:2022:46
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,770 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 9509839 \ CV EXPL 21-4452
Vonnis van 11 januari 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CAPACCS INVEST B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eisende partij,
gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 1.799,72, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.
1.3.
Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.
Beoordeling
Ambtshalve toetsen
2.1.
Deze zaak gaat over een bestelling van gedaagde partij als consument bij een webwinkel. Gedaagde partij heeft daarbij gekozen voor achteraf betalen.
2.2.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:HR:NL:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
2.3.
Eisende partij heeft geen printscreens van de bestelprocedure bij de webwinkel emma-sleep.nl ingediend, zodat niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW. De kantonrechter is dan ook van voorlopig oordeel dat niet is voldaan aan die precontractuele informatieplichten. Dat levert een voldoende ernstige schending op van alle essentiële precontractuele informatieplicht(en).
2.4.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat gedaagde partij contractueel niet is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder: g (leveringstermijn). Uit de overgelegde factuur is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht is voldaan.
2.5.
De kantonrechter heeft het voornemen om aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/kanton) de betalingsverplichting van gedaagde partij vanwege voornoemde schending(en) te verminderen met 50%. Dit betekent dat de hoofdsom (€ 1.553,13) wordt verminderd met genoemd percentage. Eisende partij mag daarop eerst nog reageren.
2.6.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 8 februari 2022, waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.5.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022. (me)
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 9509839 \ CV EXPL 21-4452
Vonnis van 11 januari 2022
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CAPACCS INVEST B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eisende partij,
gemachtigde: ACCS Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Eisende partij heeft gevorderd dat gedaagde partij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om aan haar te betalen € 1.799,72, met rente en kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
Tegen de niet verschenen gedaagde partij is verstek verleend.
1.3.
Daarna is bepaald dat een vonnis wordt uitgesproken.
Beoordeling
Ambtshalve toetsen
2.1.
Deze zaak gaat over een bestelling van gedaagde partij als consument bij een webwinkel. Gedaagde partij heeft daarbij gekozen voor achteraf betalen.
2.2.
De Hoge Raad heeft op 12 november 2021 een uitspraak gedaan die voor deze zaak van belang is (ECLI:HR:NL:2021:1677). Kort samengevat heeft de Hoge Raad overwogen dat (1) de rechter in zaken met consumenten ambtshalve moet onderzoeken of aan bepaalde essentiële informatieplichten is voldaan en (2) dat als sprake is van een voldoende ernstige schending van zo’n verplichting de rechter een sanctie moet toepassen.
2.3.
Eisende partij heeft geen printscreens van de bestelprocedure bij de webwinkel emma-sleep.nl ingediend, zodat niet kan worden vastgesteld dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW. De kantonrechter is dan ook van voorlopig oordeel dat niet is voldaan aan die precontractuele informatieplichten. Dat levert een voldoende ernstige schending op van alle essentiële precontractuele informatieplicht(en).
2.4.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is sprake van voldoende ernstige schending van artikel 6:230v lid 7 BW, omdat gedaagde partij contractueel niet is geïnformeerd over de essentiële informatieplicht(en) vermeld in artikel 6:230m lid 1 BW onder: g (leveringstermijn). Uit de overgelegde factuur is onvoldoende duidelijk geworden dat aan deze plicht is voldaan.
2.5.
De kantonrechter heeft het voornemen om aan de hand van de landelijke richtlijn Sanctiemodel essentiële informatieplichten (www.rechtspraak.nl/voor-advocaten-en-juristen/reglementen-procedures-en-formulieren/kanton) de betalingsverplichting van gedaagde partij vanwege voornoemde schending(en) te verminderen met 50%. Dit betekent dat de hoofdsom (€ 1.553,13) wordt verminderd met genoemd percentage. Eisende partij mag daarop eerst nog reageren.
2.6.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van dinsdag 8 februari 2022, waarop eisende partij zich schriftelijk mag uitlaten over hetgeen is overwogen onder 2.5.,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022. (me)