Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2017-12-08
ECLI:NL:RBOVE:2017:4557
RECHTBANK OVERIJSSEL Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/770071-17 (P) Datum vonnis: 8 december 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ( [land] ), wonende in [woonplaats] , nu verblijvende in HvB Ooyerhoekseweg – Zutphen te Zutphen. 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 november 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. J.H.M. van Dinten, advocaat te Eindhoven, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging van 24 november 2017, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: heeft geprobeerd [slachtoffer] met een schroevendraaier van het leven te beroven dan wel heeft geprobeerd die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen; feit 2: onder bedreiging van een schroevendraaier die [slachtoffer] heeft verkracht; feit 3: die [slachtoffer] heeft bedreigd met een schroevendraaier. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1. hij op of omstreeks 20 februari 2017 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, door die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht/hoofd en/of de hals en/of een/de hand(en), althans in het lichaam, te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 20 februari 2017 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door die [slachtoffer] meermalen, althans éénmaal, met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht/hoofd en/of de hals en/of een/de hand(en), althans in het lichaam, te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op of omstreeks 20 februari 2017 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die uit of mede bestonden uit het sexueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het (meermalen, althans éénmaal) duwen/drukken/brengen/houden van zijn, verdachtes, penis in de mond en/of vagina van die [slachtoffer] , en bestaande dat geweld en/of een andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid hierin dat verdachte, een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op die [slachtoffer] heeft gericht en/of gericht gehouden en/of die [slachtoffer] heeft meegenomen/vervoerd in een (afgesloten) voertuig en/of die [slachtoffer] (meermalen) dreigend heeft toegevoegd “ik kan je wel vermoorden” en/of “Ik ga seks met jou hebben, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of (met kracht) de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of voorbij is gegaan aan verbale en/of non-verbale protesten van die [slachtoffer] , en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; 3. hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 20 februari 2017 te Deventer en/of te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, althans in Nederland, (telkens) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk (meermalen, althans éénmaal) een schroevendraaier, althans een Ineens zag [slachtoffer] verdachte wegrennen het bos in, in een andere richting dan waar de auto vandaan kwam. [slachtoffer] rende gillend en half naakt naar de auto waarvan zij op dat moment niet wist dat het een politieauto was. Betrouwbaarheid verklaringen Verdachte heeft bekend dat hij en [slachtoffer] elkaar op 20 februari 2017 hebben ontmoet voor het huis van haar ouders, dat zij in de auto hebben gepraat en dat zij na een stukje te hebben gereden, naar de Holterberg zijn gegaan. Ook heeft hij erkend dat zij daar seks hebben gehad. Verdachte heeft gesteld dat [slachtoffer] vrijwillig met hem is meegegaan en dat zij vrijwillig seks met hem heeft gehad. Volgens verdachte werd [slachtoffer] uit het niets woedend en is zij begonnen met hem te slaan, waarna verdachte zich enkel zou hebben verdedigd en in de paniek “iets” gepakt heeft en [slachtoffer] daarmee heeft geraakt. Verdachte heeft ontkend dat hij een schroevendraaier in zijn hand heeft gehad en dat er een schroevendraaier in zijn auto heeft gelegen. De rechtbank acht de verklaringen van verdachte waar het gaat om de door hem gestelde vrijwillige seksuele handelingen alsmede het door hem uitgeoefende geweld en de geuite bedreigingen niet geloofwaardig en niet aannemelijk. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer] . De rechtbank acht die verklaringen - anders dan de verklaringen van verdachte - betrouwbaar, nu [slachtoffer] zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris gedetailleerd en consistent heeft verklaard over de gebeurtenissen en deze verklaringen op onderdelen worden ondersteund door onder meer de verklaring van verdachte, de verklaring van [getuige 1] , de verklaringen van de vader en moeder van [slachtoffer] , de letselrapportage en de processen-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] . De rechtbank volgt daarom de verklaring van [slachtoffer] . Feit 1 De verklaring van verdachte dat [slachtoffer] na de seks, uit het niets woedend werd en is begonnen met slaan, waarna verdachte zich genoodzaakt zag zichzelf te verdedigen acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig, gelet op de letselrapportage, de processen-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] alsmede ook de verklaringen van [slachtoffer] en verdachte over hoe de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden met name het feit dat verdachte zich al die tijd buiten de auto bevond en [slachtoffer] in de auto zat. Uit de letselrapportage blijkt duidelijk dat [slachtoffer] meerdere steekwonden heeft opgelopen. Het feit dat verdachte de schroevendraaier door de hand van [slachtoffer] heeft gestoken, maakt duidelijk met hoeveel kracht verdachte heeft gestoken. Verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] troffen [slachtoffer] direct na het gebeurde en bevestigen dat [slachtoffer] overstuur en doodsbang was. Zij bevestigen dat [slachtoffer] bleef schreeuwen dat ze vermoord zou worden en dat ze zo snel mogelijk weg wilde omdat haar ex haar wilde vermoorden. Verdachte zelf heeft zich na het gebeurde rennend uit de voeten gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte door met een schroevendraaier in de richting van het hoofd en de hals van [slachtoffer] te steken, zich bewust blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij [slachtoffer] met de schroevendraaier zou kunnen doden en dat hij deze aanmerkelijke kans door zijn handelwijze heeft aanvaard. Het risico heeft zich in zoverre daadwerkelijk verwezenlijkt dat [slachtoffer] meerdere steekwonden in haar gezicht en één in haar hals heeft opgelopen. Het hoofd en de hals is een kwetsbaar gebied en verdachte had bijvoorbeeld de halsslagader kunnen raken. Dat [slachtoffer] nog leeft, is niet aan verdachte te danken. De rechtbank acht gelet op het hiervoor overwogene wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit onder 1 heeft begaan. Feit 2 Zoals hiervoor overwogen is de rechtbank van Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 primair het misdrijf: poging tot doodslag; feit 2 het misdrijf: verkrachting; feit 3 het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. 6 De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. 7 De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 7.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de strafeis van de officier van justitie erg fors is en bepleit dat – gelet op jurisprudentie in vergelijkbare zaken – een lagere straf passend zou zijn. 7.3 De gronden voor een straf of maatregel Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige strafbare feiten. De relatie tussen verdachte en zijn toenmalige vrouw [slachtoffer] verliep gedurende enige tijd moeizaam. [slachtoffer] was weer bij haar ouders gaan wonen en wilde niet met verdachte verder. Op 20 februari 2017 heeft verdachte [slachtoffer] bij het huis van haar ouders opgezocht. [slachtoffer] is bij verdachte in de auto te gaan zitten omdat zij de relatie op een goede manier wilde afsluiten. Hij heeft haar vervolgens onder bedreiging van een schroevendraaier gedwongen in de auto te blijven zitten en heeft haar meegenomen in zijn auto. Verdachte is naar een afgelegen parkeerplaats gereden en daar heeft hij [slachtoffer] verkracht. Zij vreesde voor haar leven. Op het moment dat er een andere auto de parkeerplaats op reed, heeft verdachte geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven door haar meermalen met de schroevendraaier in haar gezicht en de hals te steken. [slachtoffer] mag van geluk spreken dat – naar later bleek – een politieauto met twee politiemensen ter plaatse kwam die zich over haar hebben ontfermd. Verdachte heeft door het plegen van deze feiten een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] en het feit heeft dan ook grote impact gehad niet alleen op het slachtoffer, zoals ook blijkt uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring maar ook op familie, vrienden en anderen die van de feiten hebben vernomen. [slachtoffer] heeft aangegeven als gevolg van het feit onder meer angstgevoelens te ondervinden. Haar leven is hierdoor danig veranderd. Het behoeft weinig betoog dat feiten als de onderhavige ook in de samenleving gevoelens van afschuw en verontwaardiging oproepen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Op het plegen van dergelijke feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur. De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf in aanmerking genomen dat voor de poging tot doodslag geen specifieke oriëntatiepunten vastgesteld. Bij de bepaling van de op te leggen straf daarvoor heeft de rechtbank de strafoplegging in soortgelijke zaken in haar overwegingen betrokken. Wat betreft de verkrachting en de bedreiging heeft de rechtbank de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk overleg vakinhoud strafrecht (LOVS) in aanmerking genomen. Zij geven als uitgangspunt bij een verkrachting, een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Bij een bedreiging waarbij een steekwapen wordt getoond geldt als ui Met betrekking tot de posten “eigen risico ziektekostenverzekering”, “daggeldvergoeding ziekenhuisopname”, “eigen bijdrage psycholoog" en “kosten opvragen medische informatie” overweegt de rechtbank dat deze onvoldoende zijn betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk zijn. De rechtbank zal het gevorderde onder deze schadeposten in zijn geheel toewijzen tot een bedrag van totaal € 982,82, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De onder de post “verlies arbeidsvermogen” opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan voor wat betreft de periode na 14 maart 2017. De gestelde schade na 14 maart 2017 is onvoldoende onderbouwd, terwijl namens verdachte de omvang ervan gemotiveerd is betwist. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De rechtbank zal het gevorderde onder deze schadepost toewijzen voor de periode van 20 februari 2017 tot en met 14 maart 2017, nu de benadeelde partij voor deze periode nog een arbeidsovereenkomst had. Het verlies aan arbeidsvermogen wordt daarom toegewezen tot een bedrag van € 254,46 en voor het overige niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Met betrekking tot de onder de post “reiskosten” opgevoerde kosten voor de behandeling in hoger beroep overweegt de rechtbank dat deze thans niet in redelijkheid aan verdachte kunnen worden toegerekend nu deze kosten nog niet daadwerkelijk zijn gemaakt. De overige reiskosten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 185,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd en voor het overige deel niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank overweegt dat gelet op de aard en de ernst van de lichamelijke gevolgen voor het slachtoffer een vergoeding van immateriële schade op zijn plaats is. De raadsman heeft het bestaan van immateriële schade niet betwist, maar wel de hoogte van het gevorderde bedrag. De immateriële schade is onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank is van oordeel dat de omvang van de immateriële schade naar redelijkheid en billijkheid vastgesteld kan worden op € 20.000,--, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om het gevorderde contactverbod op te leggen, nu verdachte veroordeeld wordt tot een gevangenisstraf van zeven jaren en hij dus de eerstkomende jaren geen fysiek contact met de benadeelde partij kan zoeken. De rechtbank wijst het verzoek van de benadeelde partij daarom af. 8.5 De schadevergoedingsmaatregel De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht. 9 De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 57 Sr. 10 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het primair onder 1, het onder 2 en het onder 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 primair het misdrijf: poging tot doodslag; feit 2 het misdrijf: verkrachting; feit 3 het misdr Hij hield de schroevendraaier daarbij tussen ons in. Hij zei tegen mij: "Waar wil je 'm hebben?" en daarbij wees hij naar de hals. Of het mijn hals of zijn hals was weet ik niet meer. Hij legde de schroevendraaier weer terug en vond het kennelijk grappig. [verdachte] vond het raar dat ik bang voor hem was. Dat deed hem pijn, zei hij. Ik zei dat ik het niet grappig vond, dat hij dat deed. Ik dacht hier nu ineens aan, omdat we het over de schuur hadden. Nu gaat het dus verder over afgelopen maandag. Nadat [verdachte] had verteld dat hij naar de schuur ging, zou hij mij bellen. De schuur bij onze woning is in de kelder van het flatgebouw waar wij wonen op de 2e etage. Ik vond het raar dat hij naar de schuur wilde. [verdachte] zei dat hij niet wilde dat zijn moeder en broer het gesprek zouden horen, maar dat was onzin, want zij verstaan helemaal geen Nederlands of Engels. Ik ben daarna 20 minuten met hem aan de telefoon geweest. Het gesprek ging over de echtscheiding, de spullen en dat soort dingen. Hij was erg bang, dat ik hem in de steek zou laten, zodat zijn naturalisatie geen doorgang kon vinden. Dan zou hij twee jaar langer moeten wachten. Ik had met hem afgesproken dat ik pas op papier van hem zou gaan scheiden als de naturalisatie rond zou zijn. Maandag heb ik wel tegen hem gezegd dat ik hem wat dat betreft niet in de steek zou laten en zou informeren of de naturalisatie sneller zou kunnen. Ik wilde in ieder geval zo snel mogelijk van [verdachte] af. [verdachte] zei dat hij even naar mij toe wilde komen om dat face-to-face te bespreken. Ik wilde dat niet. Uiteindelijk wist hij mij weer om te praten. Hij zei dat hij niet langer dan een kwartier zou komen; even een sigaretje roken. Ik had hem tot 18:30 uur aan de telefoon gehad en om 19:00 uur was hij bij de woning van mijn ouders. Dat kan ik terugzien op mijn telefoon. De rijtijd tussen de woning van mijn ouders en ons huis is 10 minuten. Ik deed voordat ik naar buiten ging de garagedeur van het slot en liet bewust mijn telefoon thuis, op het moment dat [verdachte] met mijn auto voor het huis stond. Ik had op aanraden van mijn vader wel de telefoon van mijn moeder bij me. Ik zou dan kunnen bellen als er iets zou gebeuren. Dat was ook de reden dat ik de garagedeur van het slot had gedaan. Ik zou dan sneller naar binnen kunnen als het nodig was. Ik deed dat natuurlijk niet voor niets. Er zijn in het verleden al meer dingen gebeurd tussen [verdachte] en mij. Ik heb zelfs al een keer een gebroken sleutelbeen gehad door toedoen van [verdachte] . Ik ben daarvoor in het ziekenhuis geweest en heb daar verteld, dat ik van de trap was gevallen. Die breuk was veroorzaakt door een vuistslag van [verdachte] , maar ik vertelde dat daar niet. Ik wilde niet dat mensen slecht over [verdachte] zouden denken. In die week had ik al twee keer eerder kort met [verdachte] gepraat, in de auto, bij mijn ouders voor de deur. Hij wilde een van die keren wegrijden, maar ik ben uit de auto gestapt. Ik mocht van mijn ouders beslist niet met hem mee. Ik wilde dat zelf ook beslist niet. Ik wilde best met hem praten, maar op een redelijk veilige plek. Ik vond hem de laatste twee weken erg onvoorspelbaar. De ene keer was ik een kankerhoer en de andere keer zei hij dat hij me miste. Dat soort dingen stonden ook in mijn telefoon in WhatsApp en in sms berichten. Ik moest die teksten van hem verwijderen. Nu achteraf heb ik in de gaten dat híj mij als zijn bezit zag. De laatste paar weken was hij de macht en de controle over mij kwijt, die hij daarvoor wel had. Ik was gewoon een klein bang hondje en deed altijd wat hij zei. Ik ging dus bij [verdachte] voorin de auto zitten. Hij zat op de bestuurdersstoel en is niet uit de auto geweest. Daar hebben we heel normaal gepraat, minimaal wel een uur. Mijn ouders waren thuis en hielden mij wel in de gaten. [verdachte] vroeg of ik mijn telefoon bij me had. Ik zei dat ik dat niet had, maar vertelde ook niet dat ik de telefoon van mijn moeder bij me had. Ik wilde al een paa Hij vond het daar te druk. We gingen verder de Al op. Bij Holten gingen we eraf en hij had het steeds over dat uur. Hij bedoelde daarmee dat ik tegen mijn vader had gezegd dat ik over een uurtje terug zou zijn. Hij vroeg me wat ik tegen mijn vader zou zeggen als ik terug was. Hij zei dat ik als ik terug zou zijn, dat ik naar de politie zou gaan en dat hij dan zou verdwijnen. Bij de afrit Holten besefte hij dat daar de Holterberg was. Ik moest hem daar naar toe leiden. We reden door Holten. Daar werd hij boos, omdat hij dacht dat ik de weg niet goed zei. Hij zei steeds: "Ik ga jou pakken, ik zweer het je". Hij reed de Holterberg op en ik zei dat hij daar niet mocht rijden. Ik wilde hem daar weg hebben, maar volgens mij kwam hem dat juist goed uit, omdat daar geen mensen waren. Ergens midden in het bos is hij rechtsaf geslagen, over een fietspad. Hij vroeg of er geen huizen in de buurt waren. Hij zei steeds hardop in zichzelf: “Dit is geen goeie plek". Ik moest zijn telefoon pakken en de locatie (op zijn telefoon 'position') uitzetten. Hij reed heel hard over boomstronken en dergelijke. Hij wilde weer terug naar de grote weg. Ik stelde voor om even de GPS weer aan te zetten, zodat we konden zien waar we reden. Dat mocht ik uiteindelijk ook doen. Toen we weer terug waren op de weg waar we moesten zijn, moest ik gelijk de GPS weer uitzetten. Er is een plek op de Holterberg, waar een uítkijktorentje is. Ik moest hem daar naar toe leiden. Ik probeerde dat. We zijn twee keer langs Woody's gekomen tijdens het gedwaal over de Holterberg. We kwamen bij de uitkijktoren en [verdachte] reed nog een klein stukje verder. [verdachte] was erg gestresst. Hij parkeerde de auto op een parkeerplaatsje dat volgens mij voor boswachters is. Hij stopte de auto daar. Nog steeds hield hij de schroevendraaier in mijn richting. Ik moest van [verdachte] mijn broek uit doen, maar dat duurde hem kennelijk te lang. Hij was al uitgestapt en ik moest van hem op de bestuurdersstoel gaan zitten. [verdachte] deed mijn joggingbroek en onderbroek uit. Ik zei nog tegen hem dat hij die niet op de grond moest gooien. Het regende namelijk en het was daar modderig. Hij gooide ze in de auto. [verdachte] deed zijn broek naar beneden en ik zag dat hij zijn boxer en broek tot op zijn enkels naar beneden deed. Ik zag dat [verdachte] een erectie had. Ik snapte niet hoe dat in zo'n stresssituatie kon. Ik wilde geen seks met hem, maar ik wilde hem niet boos maken. Ik probeerde dus te doen wat hij zei. Dat leek mij op dat moment het beste, met díe schroevendraaier op mij gericht. Ik vroeg of hij die schroevendraaier niet ergens anders wilde houden. Ik zei dat ik dat geen prettig idee vond. Dat deed hij niet. Hij legde zijn handen bovenop de auto, terwijl hij dus zelf naast de auto stond, met zijn gezicht en voorzijde van zijn lichaam richting de auto en richting mij. Ik zat met mijn gezicht naar buiten gericht op de bestuurdersstoel, met mijn voeten op de grond. Ik had alleen sokken aan. Ik was op de pantoffels bij hem in de auto gaan zítten. Die pantoffels staan nu denk ik nog steeds voor de bijrijdersstoel in de auto. [verdachte] zei: "Pijp mij". Ik deed dat. Hij wilde diep, dus ik begon te kokhalzen. Hij deed dat grof. Zo deed hij dat eerder niet. Hij drukte zijn penis gewoon achter in mijn keel. Hij zei op een gegeven moment dat ik moest omdraaien. Het klinkt heel stom, maar ik vroeg nog aan hem of ik mee moest werken of dat ik stil moest blijven zitten. Ik vroeg dat omdat ik bang was, omdat ik dacht dat hij dan zou denken dat ik iets anders zou willen proberen, zoals vluchten of zo. Hij wilde dat ik gewoon stil bleef zitten. Ik moest van hem op mijn knieën op de bestuurdersstoel gaan zitten, zodat mijn kont naar hem toe gericht was. Ik hield mijn handen op de bestuurdersstoel. Ik voelde dat [verdachte] zijn penis in mijn vagina deed. Dat ging best grof en het deed pijn. Ik probeerde me zo goed mogelijk te ontspannen, om zo min mogelijk pijn te hebben. Hij kwam best wel snel (…) Na het incident aan mijn been, kwam het incident van het sleutelbeen. Volgens mij was dit november 2016. Volgens mij ging het over mijn telefoon. Hij had mijn telefoon in zijn handen en ik wilde deze terugpakken. Dit was een Samsung s6. Die telefoon heeft hij kapot gegooid die avond. lk weet het niet meer precies, maar toen ik de telefoon wilde pakken, sloeg hij met zijn vuist op mijn sleutelbeen. Hij sloeg met zijn rechtervuist met volle kracht recht vooruit op mijn sleutelbeen. lk had toen veel pijn en ben de volgende dag naar de eerste hulp gegaan. lk durf niet honderd procent zeker te zeggen dat hij die avond de telefoon heeft kapot gegooid, het zou ook een andere keer kunnen zijn. Ik ben niet gelijk naar de eerste hulp gegaan, maar de volgende dag. Die avond heeft hij ijs voor mij gepakt uit de vriezer. Ik kon dit op mijn sleutelbeen doen. Volgens mij heeft [getuige 1] (de rechtbank begrijpt [getuige 1] ) mij de volgende dag naar de huisartsenpost in Deventer gebracht. Het was op een zondag. Bij de huisartsenpost bleek dat ik een bonebruise had. Er zat een scheurtje in mijn sleutelbeen, hij was niet helemaal gebroken. Ik heb toen een mitella gekregen en kon drie weken niet werken. (…) Ook heeft hij mij expres op de plek geslagen waar hij mij in mei ook had geslagen. Dit was op mijn been. Ik denk dat dit in december was gebeurd. 3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] van 21 februari 2017, pagina’s 25 tot en met 27, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die verbalisant: Ik verbalisant [verbalisant] , was maandag 20 februari 2017 in dienst voor de Politie Oost, team West/Nijverdal. Ik verbalisant [verbalisant] , reed deze dienst en mijn collega [verbalisant] zat naast mij. Aan het eind van de dienst besloten wij collega's [verbalisant] en [verbalisant] nog even een rondje over de Holterberg te rijden. Deze rijden we vaker in verband met een gesloten verklaring na 17.00 uur. Het was deze avond al heel donker en het regende. Omstreeks 21.00 uur deze avond reden wij de Holterberg op vanaf Nijverdal. Dan rij je de Nijverdalsebergweg op in de richting van Holten. Nadat je de Holterberg oprijdt in de richting van Holten kom je na ongeveer een kilometer aan de linkerkant een parkeerplaats tegen. Deze parkeerplaats loopt een beetje naar links en is bestemd voor vergunninghouders. Deze parkeerplaats nemen we altijd even mee in de surveillance. Ik verbalisant [verbalisant] , reed vanaf de Nijverdalsbergweg de parkeerplaats op. Ineens uit het niets hoorde ik in de verte een hele harde gil. Deze gil bleef heel lang aanhouden. Ik verbalisant [verbalisant] , hoorde echt een noodkreet en een schreeuw om hulp. Ik verbalisant [verbalisant] , kon dit in eerste instantie niet echt plaatsen en ik zag ook nog niks, omdat het pikdonker was. Ik verbalisant [verbalisant] , hoorde dat het gegil aan bleef houden en ineens zag ik een meisje het bos uit komen rennen. Ik verbalisant [verbalisant] , zag dat het meisje helemaal een bebloed gezicht had en ik zag paniek in haar ogen. Ik verbalisant [verbalisant] , zag dat haar hele gezicht en haar handen onder het bloed zaten. Ik verbalisant [verbalisant] , zag dat het meisje heel hard op onze auto kwam afrennen. Ik verbalisant [verbalisant] , zag dat ze op de auto ging slaan en ik hoorde haar roepen om hulp. In combinatie met het geschreeuw, haar bebloede gezicht en handen was het een hele aparte gewaarwording. Ik zag toen ik langs haar heen keek een auto staan met de portieren open. Ik zag op dat moment niemand bij de auto staan. Ik verbalisant [verbalisant] , hoorde haar roepen “help me”!!!! Wij hebben haar gezegd, stap in de auto achterin. Ik verbalisant [verbalisant] , zag dat ze achterin de politieauto ging zitten. Ik verbalisant [verbalisant] , zag dat ze constant met haar handen naar haar gezicht greep en ze riep de hele tijd: Ik ga hartstikke dood! Rij alsjeblieft weg. Ik verbalisant [verbalisant] , heb haar gezegd dat ze hier veilig zit en d Toen ik keek in de richting van waaruit de vrouw uit het bos was gekomen, zag ik dat daar een donkerkleurige auto stond. Ik zag dat dit een klein model auto betrof. Ik hoorde haar zeggen dat ze bang was dat diegene die haar neergestoken had bij ons zou komen. Ik hoorde haar zeggen dat we haar naar de politie moesten brengen. We hoorden haar meermalen zeggen dat ze echt weg moest van deze plek. Wij, verbalisanten hebben tegen deze jonge vrouw gezegd dat we van de politie waren en dat ze veilig was. De vrouw bleef maar zeggen dat ze weg wilde. Ook hoorden wij haar zeggen dat ze dood zou gaan. Wij, verbalisanten hebben heel kort de situatie ingeschat en toen tegen de jonge vrouw gezegd dat ze in moest stappen. Hierop heeft de jonge vrouw het achterportier aan de bijrijderskant geopend en is op de achterbank van ons dienstvoertuig gaan zitten. Verbalisant [verbalisant] heeft geprobeerd te achterhalen wat er precies gebeurd was. Ik, verbalisant [verbalisant] , hoorde dat de jonge vrouw niet kon vertellen wat er precies aan de hand was. Ik hoorde haar zeggen dat ze naakt was, dat ze verkracht was en dat ze neergestoken was met een schroevendraaier. Toen ik omkeek zag ik dat ze een wond net boven haar rechteroog had. Ik zag dat hier wat bloed uit kwam. Ik heb haar meermalen horen zeggen dat ze bang was dat ze dood zou gaan. Ik, verbalisant [verbalisant] , zag vanuit mijn zichtpositie niemand in de omgeving van het voertuig. Ik heb aan de jonge vrouw gevraagd of de dader in het bezit was van wapens. Ik hoorde de jonge vrouw zeggen dat hij de schroevendraaier nog bij zich had en dat hij geen andere wapens bij zich had. Ik ben hierop, samen met verbalisant Assink, voorzichtig richting het voertuig gelopen. Bij het voertuig zag ik dat er kleding op de achterbank lag. Ook zag ik schoenen aan de bijrijderskant op de grond staan. 5. Het proces verbaal van de zitting van 24 november 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als de verklaring van verdachte: Het klopt dat ik op 20 februari 2017 [slachtoffer] heb opgezocht bij de woning van haar ouders. Ik ben voor de deur gestopt en zij is bij mij in de auto komen zitten. We hebben daar ongeveer een uur gepraat. Wij rijden wel vaker een rondje met de auto en we zijn toen ook een stukje gaan rijden. We gingen niet naar een bepaalde plaats toe maar gewoon rijden. Het klopt dat ik uiteindelijk naar de Holterberg ben gereden en dat we daar seks hebben gehad in de auto. [slachtoffer] zat in de auto en ik stond naast de auto. Zij schoof van haar kant naar de bestuurdersstoel. Ik stond buiten de auto. Het was doggy style. Voordat wij seks hadden heeft ze mij in de auto gepijpt. Ik kwam in haar klaar. 6. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 3 maart 2017, pagina’s 109 en 110, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van de getuige: Dinsdagochtend 21 februari 2017, het was mijn verjaardag, ik werd gebeld door [slachtoffer] (de rechtbank begrijp [slachtoffer] ). Uiteindelijk had ik een voicemailbericht van [slachtoffer] . [slachtoffer] zei tegen mij dat ik alsjeblieft moest oppakken. lk merkte gelijk dat het foute boel was aan haar stem. [slachtoffer] belde met de telefoon van de afdeling van het ziekenhuis. Toen ze mij terugbelde, pakte ik op. Ze heeft gezegd dat ze in Almelo in het ziekenhuis lag. Ik vroeg wat er aan de hand was. Eerst begon ze een heel langdradig verhaal. Ze zei dat ze gisteravond met [verdachte] was. Ik heb toen gezegd, dit maakt niet uit, zeg gewoon wat er is. Ze vroeg nog wil je het hele verhaal horen of weten wat ik heb. Ik heb gezegd: zeg maar wat jij hebt het verhaal hoor ik zo wel". [slachtoffer] zei dat [verdachte] haar meegenomen had en dat hij haar verkracht had en daarna had neergestoken met een schroevendraaier. Dit was eigenlijk het telefoongesprek, ik zei daarop gelijk:", ik kom eraan." Toen we in het ziekenhuis waren vertelde [slachtoffer] gelijk het hele verhaal. Ze zei dat ze met [verdachte] in de auto zat bij haar ouders [slachtoffer] zei dat de man in de auto gelijk de auto uit was gegaan en achter [verdachte] aanrende. De vrouw in die auto had het tien minuten gekost om [slachtoffer] duidelijk te maken dat zij de politie waren. 7. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van 27 februari 2017, pagina 216, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van die verbalisanten: De personenauto betreft een Hyundai Getz, voorzien van het kenteken [kenteken] en is zwart van kleur. De personenauto is op de plaats delict in beslag genomen voor onderzoek. Verbalisanten, [verbalisant] en [verbalisant] , hebben meerdere goederen veiliggesteld en in beslag genomen voor het onderzoek. De inbeslaggenomen goederen worden hieronder per nummer beschreven. 5. Donkergrijze joggingbroek. Deze werd aangetroffen op de achterbank van de personenauto, achter de passagiersstoel. 6. Donkerkleurige onderbroek/string. Deze werd aangetroffen op de achterbank van de personenauto, achter de passagiersstoel. Goed 5 en 6, donkergrijze joggingbroek en donker kleurige onderbroek/string, werden tegelijk aangetroffen. De onderbroek/string zat verwikkeld in de donkergrijze joggingbroek. 8. Een schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring van drs. S, van der Veen, forensisch arts, betreffende [slachtoffer] , opgesteld op 21 februari 2017, voor zover inhoudende: Lichaamsdeel: hoofd Beschrijving: Links naast de neus bevindt zich een min of meer rechthoekige wond van ongeveer 1 centimeter lengte bij ongeveer 5 millimeter breedte, in lengte richting lopend van de pupil naar de mond. Op de CT-scan is te zien dat deze wond door de boven kaakholte, welke is doorgebroken, door loopt tot in de mondholte. Soort: Steekwond Lichaamsdeel: hoofd Beschrijving: Op het rechter boven ooglid bevindt zich een rafelige wond, horizontaal, boogvormig verlopend, parallel met, en ongeveer 1 centimeter onder de wenkbrauw, met een lengte van ongeveer 2 centimeter en in het midden ongeveer een halve centimeter wijkend. De diepte van deze wond is niet duidelijk. Soort: Snijwond Lichaamsdeel: hals Beschrijving: Links in de hals, ongeveer 4 centimeter van het midden, halverwege tussen onderkaak en sleutelbeen bevindt zich een wond van ongeveer 1 bij een halve centimeter. Op de CT-scan is te zien dat deze wond doorloopt tot achter de luchtpijp. Soort: Steekwond Lichaamsdeel: rechter hand Beschrijving: Doorheen de rechter hand tussen de basis van de duim en de wijsvinger bevindt zich een wond, die van de handpalm naast de duimmuis, aan de kant van de wijsvinger door de hand heen uitkomt op de handrug tussen de botjes die de basis vormen van de duim en de wijsvinger. De wond op de handpalm is enigszins rechthoekig met afmetingen van 1 centimeter bij een halve centimeter en is vermoedelijk de insteekopening. De wond op de handrug is rond van vorm met een doorsnede van ongeveer 1 centimeter en een los huidflapje en is de vermoedelijke uitsteekwond. Dit letsel wordt geïnterpreteerd als een afweerletsel. Soort: Steekwond 9. Een schriftelijk bescheid, te weten een medische verklaring van J.P.A. Boorsma en F.L. Boorsma-Zeeberg, huisartsen, betreffende [slachtoffer] , opgesteld op 24 maart 2017, voor zover inhoudende: Patiënte heeft zich bij de huisartsenpost gemeld op 16 oktober 2016 met een zwelling aan het sleutelbeen waarover zij toen zei dat het door het portier van de auto kwam. Achteraf blijkt dat dit volgens patiënte kwam door een klap van haar man. In november 2014 zag ik patiënte ivm pijn aan het schouderblad sinds enkele weken. Toen is er geen oorzaak door patiënte aangegeven. Ik heb manueel therapie geadviseerd. In december 2013 heb ik haar gezien ivm 2 weken pijn in de rechter schouder. Dit is toen geduid als overbelasting tgv productiewerk. 10. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] (moeder van [slachtoffer] ) van 22 maart 2017 pagina’s 130 tot en met 134, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van die getuige: Va [verdachte] had namelijk haar auto. [slachtoffer] zou eigenlijk die dag thuis [zijn] gekomen, maar ze heeft ons gebeld. Ze heeft toen gezegd dat ze die nacht bij [verdachte] zou blijven. Ik denk dat ze rond 22.00 a 22.30 uur belde. Ik vond het raar dat ze niet thuis zou komen. Ik heb dit ook tegen haar gezegd. Ik vroeg haar waarom ze bleef slapen. Ze zei toen dat ze dit deed voor [verdachte] 's moeder. De volgende ochtend kwam [slachtoffer] weer thuis. Ze had twee plastic zakken met kleren bij haar. Mijn man heeft haar opgehaald. [verdachte] had de auto nog van haar. [slachtoffer] heeft de volgende ochtend gebeld naar mijn man. Ze vroeg toen: pap kom je me ophalen. Ik denk dat ze omstreeks 12.00 uur thuis kwam. Toen [slachtoffer] thuis kwam, zei ze dat [verdachte] had gescholden en woorden als: "donder maar op" enzovoort. [slachtoffer] heeft ook gezegd dat de moeder van [verdachte] tussen haar in had gestaan en het had gesust. [slachtoffer] kan niet echt communiceren met de moeder van [verdachte] , omdat ze in het Arabisch praten. [slachtoffer] zei ook dat [verdachte] die avond met haar naar bed wilde, maar [slachtoffer] accepteerde dit niet. Het is ook niet gebeurd. Ze is uiteindelijk de volgende dag weggegaan. Er schiet me nog wat te binnen. [slachtoffer] zou een keer uitgaan met haar vriendinnen en moest om half drie thuis zijn. Ze was tien minuten later en had eten voor hem meegenomen. Hij deed niet open, maar hij had een bezem naar haar toe gegooid. Ze is bij een vriendin blijven slapen. Toen heeft ze ons dit niet verteld, maar achteraf hoorden we dit. [slachtoffer] is gewoon weer gaan werken die vrijdag. 's Maandags heeft ze ook nog gewerkt en die avond is het gebeurd. Ze stonden eerst bij ons voor de woning. Ik weet niet of er tussen de vrijdag en maandag nog contact is geweest. Het klopt dat [verdachte] ook nog met een bloemetje bij ons is geweest. Dit was volgens mij op een woensdag. De mond viel mij open. We hebben toen buiten gezeten. [slachtoffer] heeft toen gezegd dat ze niet meer met hem verder wilde. Ik kreeg toen bloemen. Hij maakte excuus voor dat hij mij hoer had genoemd. Ik was er niet tevreden mee. Schijnbaar is het een scheldwoord in [land] , want mijn moeder maakte hij ook voor hoer uit. Ik heb de bloemen op de vaas gezet. We hebben nog even gepraat en daarna ging hij weg. [slachtoffer] liet toen duidelijk aan ons weten dat ze niet met hem verder wilde. [verdachte] is alleen weggegaan. Hij is in de auto van [slachtoffer] weggegaan. Er staat me er nog iets van bij dat [slachtoffer] en [verdachte] die avond in de garage stonden. [slachtoffer] heeft gezegd dat [verdachte] namelijk een schroevendraaier had gepakt in de garage. Hij was met de schroevendraaier voor haar gaan staan. Ze heeft toen tegen [verdachte] gezegd dat ze het niet leuk vond dat hij dit deed. Hij heeft de schroevendraaier weer teruggehangen. Nadat [verdachte] weg was, heeft ze dit gelijk tegen mij gezegd. Ze zei dat ze het heel eng vond dat hij dit deed. In de tussenliggende week dat [slachtoffer] bij ons was, belde [verdachte] steeds en stuurde berichtjes. Hij had ook vaak een smoes dat er papieren getekend moesten worden. Hij wilde dan dat [slachtoffer] keek of hij dit goed had gedaan. [verdachte] kwam dan en nam dan papieren mee. [slachtoffer] moest die papieren dan lezen. Dit gebeurde in de auto. [verdachte] wilde niet naar binnen bij ons. De auto had hij dan tegenover onze woning geparkeerd. (…) Die maandag kwam [verdachte] langs. Hij zou dan papieren tekenen, volgens mij scheidingspapieren, maar ik weet het niet zeker. [slachtoffer] heeft gezegd tegen mij dat [verdachte] eraan kwam. Ze zei dat hij met haar wilde praten over de scheiding. Ik heb gezien dat [verdachte] rond 20.00 uur met de auto er aan kwam. Hij parkeerde de auto schuin. We kunnen de auto dan zien vanuit de woning. Ik heb gezien dat [slachtoffer] bij [verdachte] in de auto is gestapt. Ze heeft mijn mobiel meegenomen. Ze zei dat ze dit deed, zodat ze toch een telefoon me