Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2017-12-08
ECLI:NL:RBOVE:2017:4552
RECHTBANK OVERIJSSEL Afdeling Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/730204-17 (P) Datum vonnis: 8 december 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] . 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 8 augustus 2017 en 24 november 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Vloedbeld en van hetgeen door verdachte en diens raadsman mr. P.A. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging op 24 november 2017, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1 primair: geprobeerd heeft om een op een motorfiets rijdende politieagent, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door de door hem bestuurde auto plotseling naar links te sturen, of feit 1 subsidiair: gedreigd heeft om een op een motorfiets rijdende politieagent, om het leven te brengen of zwaar te mishandelen door de door hem bestuurde auto plotseling naar links te sturen, of feit 1 meer subsidiair: de door hem bestuurde auto naar links stuurde waardoor een op een motorfiets rijdende politieagent, moest remmen en/of naar links moest uitwijken; feit 2: zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs een auto heeft bestuurd. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1. hij op of omstreeks 12 oktober 2016 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] , brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, doordat hij, verdachte, met dat opzet, terwijl voornoemde [slachtoffer] zich op een ander motorrijtuig (motorfiets, dienstvoertuig dat optische- en geluidssignalen voerde) links naast, dan wel dicht links achter dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto) bevond, (abrupt) naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; ALTHANS voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 12 oktober 2016 te Enschede [slachtoffer] , brigadier van politie Eenheid Oost-Nederland, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/is verdachte opzettelijk dreigend terwijl voornoemde [slachtoffer] zich op een ander motorrijtuig (motorfiets, dienstvoertuig dat optische- en geluidssignalen voerde) links naast, dan wel dicht links achter dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) bevond, (abrupt) naar links gestuurd en/of naar links gegaan; ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat hij op of omstreeks 12 oktober 2016 te Enschede, in de gemeente Enschede, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmee heeft gereden over de weg, het Stroink en gekomen ter hoogte van de kruising van deze weg en de weg, de Knalhutteweg, terwij1 zich een ander motorrijtuig (motorfiets, dienstvoertuig dat optische- en geluidssignalen voerde) links naast, dan wel dicht links achter dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) bevond, (abrupt) naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan, waardoor de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets, dienstvoertuig dat optische- en geluidssignalen voerde) heeft moeten remmen en/of naar links heeft moeten uitwijken om een aanrijding met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) te voorkomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; 2. hij op of omstreeks 12 oktober 201 Dat verdachte, met name gelet op de geringe snelheid waarmee hij reed, [slachtoffer] had kunnen doden acht de rechtbank evenmin aannemelijk. Wel is het waarschijnlijk dat [slachtoffer] , indien hij niet de tegenwoordigheid van geest had gehad om eveneens naar links te sturen op het moment dat verdachte de door hem bestuurde auto abrupt naar links stuurde, van de motor had kunnen vallen en daarbij zwaar lichamelijk letsel had kunnen oplopen. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde. Feit 2 De officier van justitie heeft ter terechtzitting verklaard dat aan verdachte voor dit feit een strafbeschikking is opgelegd ten bedrage van € 340,--. Verdachte heeft tegen deze strafbeschikking verzet aangetekend en dat verzet zal in januari 2018 door de kantonrechter behandeld worden. De officier van justitie heeft verklaard dat zij de strafbeschikking zal intrekken als de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde meeneemt in de beoordeling. Onder deze omstandigheden acht de rechtbank het aangewezen een inhoudelijk oordeel te geven over dit feit. De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde. Nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen . Het proces-verbaal van de terechtzitting van 24 november 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Wetboek van Strafvordering; het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] d.d. 13 oktober 2016 (blz. 6); het proces-verbaal van bevindingen door verbalisant [slachtoffer] d.d. 12 oktober 2017 (blz. 15 en 16). 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: 1 subsidiair: op 12 oktober 2016 te Enschede [slachtoffer] , brigadier van politie Eenheid Oost- Nederland, heeft bedreigd met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend terwijl voornoemde [slachtoffer] zich op een ander motorrijtuig (motorfiets, dienstvoertuig dat optische- en geluidssignalen voerde) links naast dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) bevond, abrupt naar links gestuurd; 2. hij op 12 oktober 2016 te Enschede als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op onder meer de weg, het Stroink en de Knalhutteweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde. De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. 5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 177 Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op: feit 1 subsidiair het misdrijf: bedreiging met zware mishandeling; feit 2 de overtreding: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. 6 De strafbaarheid van verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten. 7 De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 subsidiair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 150 uren, eventueel te vervangen door 75 dagen hechtenis, ee 9 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; - verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 subsidiair het misdrijf: bedreiging met zware mishandeling; feit 2 de overtreding: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 subsidiair en 2 bewezenverklaarde; straf met betrekking tot feit 1 subsidiair: - veroordeelt verdachte tot een taakstraf , bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 100 (honderd) uren ; - beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen ; - beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt; - ontzegt veroordeelde de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de tijd van 6 (zes) maanden, waarvan 3 (drie) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren ; met betrekking tot feit 2: - veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 340,-- (driehonderdveertig euro) , bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 6 dagen hechtenis . Dit vonnis is gewezen door mr. A. Skerka, voorzitter, mr. H. Stam en mr. K.J. Haarhuis, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit een dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district Twente, met registratienummer PL0600-2016504471. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. Feit 1 subsidiair: 1. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [slachtoffer] d.d. 12 oktober 2016 (blz. 15 en 16), zakelijk weergegeven inhoudende als verklaring van verbalisant: Ik, verbalisant, was hedenmiddag, woensdag 11 oktober 2016, omstreeks 15.50 uur, belast met handhaving voor het gebied Enschede. Ik was daartoe gekleed in opvallend motoruniform en rijdend op een opvallende dienst motorfiets. Omstreeks 15.50 uur, reed ik op de Mooienhof te Enschede, in de richting van de Kuipersdijk. Kort daarvoor hoorde ik via de mobilofoon, de communicatie tussen het Operationeel Centrum (OC) van de politie Twente en een collega motorrijder, zijnde [verbalisant 1] , hoofdagent van de politie Oost-Nederland, afdeling Noord. Ik hoorde dat deze collega het OC vroeg een kenteken, [kenteken] , na te trekken en hij voornemens was de bestuurder van dit voertuig staande te houden. Ik hoorde dat het OC hierop antwoordde dat het een grijze Renault Twingo zou betreffen. Ik hoorde dat collega [verbalisant 1] hierop zei dat dit niet overeen kwam met het voor hem rijdende voertuig. Ik hoorde dat het OC aangaf het kenteken nogmaals na te trekken. Korte tijd later, hoorde ik dat het OC aan collega [verbalisant 1] doorgaf dat het een rode Renault Clio zou betreffen die thuis hoorde aan de [woonplaats] . Ik hoorde dat collega [verbalisant 1] zei dat dit klopte en inmiddels op de Kuipersdijk reed, nabij het Aquadrome. Toen i Ik zag dat ik de rode Renault Clio ruimschoots gepasseerd was en de afstand, mede gezien diens lage snelheid, ruim voldoende was om deze auto middels een normale remming tot stilstand te kunnen brengen. Ik reed, via de verlaging in de midden geleider, bestemd voor overstekende fietsers en voetgangers, terug naar de rechter helft van de rijbaan. Ik keek hierbij de bestuurder van de rode Renault Clio recht aan. Ik voerde hierbij nog altijd mijn optische en geluidsignalen. Ik zag dat de bestuurder, die geheel rechts van de rijbaan reed, een abrupte stuurbeweging maakte en hij met zijn auto in mijn richting kwam. Ik remde onmiddellijk en stuurde sterk naar links waardoor ik een aanrijding tussen mij en de betreffende auto ternauwernood kon voorkomen. Terwijl ik naar links wegreed, zag ik dat de betreffende auto mij rechts, rakelings passeerde. Ondanks dat ik er rekening mee hield dat deze bestuurder niet voor mij zou stoppen en ik hem omzichtig had genaderd en getracht de vrije doorgang te beletten, schrok ik van zijn abrupte stuurbeweging in mijn richting en vreesde dat hij mij zou aanrijden. Ik voelde mij hierdoor zeer bedreigd en vreesde voor mijn welzijn en leven. Ik schrok hier mede erg van omdat op 14 juni 2016, er bij een staandehouding door collega's ook een voertuig op mij is ingereden op een wijze waarbij ik daadwerkelijk vreesde voor mijn leven. Ik sloot achter de betreffende auto aan, naast mijn collega die nog steeds achter het voertuig reed. Wij volgden deze auto die met nog altijd relatief lage snelheid zijn weg, rechtdoor over de kruising, vervolgde op Het Stroink. Ik durfde het niet aan het voertuig nogmaals te passeren aangezien ik bang was dat de bestuurder mij dan van mijn motor zou rijden. Dit mede omdat ik, gezien het oogcontact en de daarop volgende abrupte stuurbeweging, er van overtuigd ben dat hij dit opzettelijk had gedaan. 2. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] d.d. 12 oktober 2016 (blz. 18), zakelijk weergegeven inhoudende als verklaring van verbalisant: Op woensdag 12 oktober 2016, omstreeks 15:53 uur bevond ik mij als politie motorrijder en als zodanig gekleed en herkenbaar bij de kruising Beltstraat met Boulevard 1945 te Enschede, gemeente Enschede. Ik zag van links een rode Renault Clio voorzien van kenteken [kenteken] naderen met een kennelijk veel te hoge snelheid. Het betreft hier een zogenaamde chicane en ik zag dat genoemd voertuig naar rechts uitbraken begon te slingeren in mijn richting. Ik schrok hier enorm van omdat ik de overtuiging had dat als deze bestuurder zijn uitbrekende en slingerende auto niet onder controle kon houden hij in mijn richting was gereden en mij daar kennelijk omver had gereden. Ik ben van mening dat hij het mogelijkheids-bewustzijn kon hebben dat hij door zijn zeer gevaarlijke rijgedrag mij hierdoor zeer zeker ernstig had kunnen verwonden cq dodelijk had kunnen raken met die snelheid. Ik zag dat de bestuurder moeite had zijn voertuig naar links te sturen en zijn weg richting Kuipersdijk te vervolgen. Ik zag tevens dat de bestuurder geen autogordel droeg. Ik vroeg direct het kenteken na bij onze meldkamer zodat ik de bestuurder staande kon houden. Ik hoorde eerst de gegevens van een verkeerde auto en riep nogmaals het kenteken alwaar ik achteraan reed. Op de JJ van Deinselaan thv zwembad Aquadrome hoorde ik de juiste gegevens over het voertuig. Ik riep tegen de meldkamer dat ik een stopteken gaf thv Diekman. Ik zag dat verdachte totaal niet reageerde ondanks dat ik zag dat hij telkens in de achteruitkijkspiegel keek. Ik heb diverse keren geseind met groot licht, geclaxonneerd, zwaailichten aangezet, sirene aangezet maar ik zag dat verdachte gewoon door bleef rijden. Ik heb dit direct doorgegeven aan de meldkamer. Ik zag dat wij via Zuid Esmarkerrondweg richting WC Stroinkslanden reden alwaar ik hoorde dat hondengeleider [verbalisant 2] en motorrijder [slachtoffer] vlak bij mij waren. Ik zag thv kruising Stroink dat [slachtoffer] ons tege