Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2017-11-17
ECLI:NL:RBOVE:2017:4306
RECHTBANK OVERIJSSEL Bestuursrecht Zittingsplaats Zwolle Registratienummer: Awb 17/1016 uitspraak van de meervoudige belastingkamer in het geschil tussen [naam BV]., gevestigd te [vestigingsplaats], eiseres,gemachtigde: mr. R.P. Ridderhof, en de heffingsambtenaar van de provincie Overijssel, verweerder, gemachtigde: mr. M.A.J. Mehciz. 17/1016 1 Ontstaan en loop van het geding Met dagtekening 16 juni 2016 heeft verweerder eiseres aangeslagen in de leges ten bedrage van € 634,- voor de aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart voor de locatie [naam locatie 1] te Rijssen. Met dagtekening 15 september 2016 heeft verweerder eiseres aangeslagen in de leges ten bedrage van € 634,- voor de ingetrokken aanvraag voor een ontheffing als hiervoor bedoeld voor de locatie [naam locatie 2] te Schalkhaar. Bij uitspraak op bezwaar van 22 maart 2017 heeft verweerder het door eiseres tegen beide aanslagen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2017. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten. 2 De feiten Borkeld 1A/B te Rijssen 2.1 Eiseres heeft op 20 mei 2016 bij de provincie Overijssel een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart ingediend. Een op deze aanvraag verleende ontheffing geeft afhankelijk van de aanvraag voor 1 tot 12 dagen per kalenderjaar het recht op het gebruik door een luchtvaartuig van een terrein dat geschikt is voor tijdelijk en uitzonderlijk gebruik (TUG) in de zin van de Wet luchtvaart, het Besluit burgerluchthavens en de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen. Bij brief van [naam 1] teamleider vergunningverlening, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel van 13 juni 2016 is de gevraagde ontheffing verleend. In deze brief is eiseres verder medegedeeld dat op grond van artikel 5.3.1 van de Belastingverordening Overijssel een bedrag van € 634,- aan leges is verschuldigd. Bij aanslag met dagtekening 16 juni 2016 is aan eiseres het legesbedrag van € 634,- in rekening gebracht. [naam locatie 2] te Schalkhaar 2.2 Eiseres heeft op 25 april 2016 bij de provincie Overijssel een aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 8a.51 van de Wet luchtvaart ingediend. Bij e-mail van 2 juni 2016 heeft eiseres de aanvraag ingetrokken. Bij brief van [naam 2] teamleider vergunningverlening, namens Gedeputeerde Staten van Overijssel van 7 juni 2016 is de intrekking van de aanvraag op 2 juni 2016 bevestigd. Aan eiseres is medegedeeld dat op grond van artikel 5.3.1 van de Belastingverordening Overijssel een bedrag van € 634,- aan leges is verschuldigd. Bij aanslag met dagtekening 15 september 2016 is aan eiseres het legesbedrag van € 634,- in rekening gebracht. 3 Het geschil In geschil is of de legesaanslagen terecht aan eiseres zijn opgelegd. Eiseres heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat zij ten onrechte in de legesheffing is betrokken. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de leges terecht zijn geheven. Voor een meer uitvoerige weergave van de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de gedingstukken. 4 Beoordeling van het geschil 4.1 Ingevolge artikel 223, eerste lid, van de Provinciewet kunnen rechten worden geheven ter zake van: a. het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde provinciale bezittingen of van de voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de provincie in beheer of in onderhoud zijn; b. het genot van door of vanwege het provinciebestuur verstrekte diensten. Ingevolge het tweede lid van dit artikel worden voor de toepassing van dit hoofdstuk de in het eerste lid bedoelde rechten aangemerkt als provinciale belastingen. 4.2 De