Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2017-11-13
ECLI:NL:RBOVE:2017:4206
RECHTBANK OVERIJSSEL Afdeling Strafrecht Meervoudige economische kamer Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08/994531-16 (P) Datum vonnis: 13 november 2017 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1962 in [geboorteplaats] , wonende in [woonplaats] . 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 oktober 2017. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Buist en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw mr. J.U. Kruidhof-Stam, advocaat te Hattem, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: in de periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 feitelijk leiding heeft gegeven aan [verdacht bedrijf] BV terzake van het bedrijfsmatig verrichten van handelingen met afvalstoffen, terwijl die BV wist of kon weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan, danwel dat hij in de periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 feitelijk leiding heeft gegeven aan [verdacht bedrijf] BV terzake van handelingen waarvan die BV wist of kon weten dat daardoor de bodem werd verontreinigd of aangetast of – terwijl die verontreiniging zich voordeed – die BV niet alle handelingen heeft verricht om de verontreiniging of aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken; feit 2: op 11 mei 2016 feitelijk leiding heeft gegeven aan [verdacht bedrijf] BV terzake van het opzettelijk lozen van vervuild terreinwater in oppervlaktewater, terwijl daarvoor geen vergunning was verleend door het waterschap en geen vrijstelling was verleend bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1. [verdacht bedrijf] B.V. op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 te Dalerpeel, in de gemeente Coevorden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, danwel alleen, al dan niet opzettelijk, in strijd met artikel 10.1 lid 3 van de Wet milieubeheer bedrijfsmatig en/of in omvang en/of op een wijze alsof deze bedrijfsmatig was, één of meer handeling(en) met betrekking tot afvalstoffen heeft vericht, terwijl daardoor naar zij, en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs had(den) kunnen weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan, immers heeft [verdacht bedrijf] B.V. en/of haar mededader(s), alstoen, op een bedrijfsterrein gelegen aan de [adres] te Dalerpeel, een composteerinrichting voor de verwerking van groenafval aanwezíg gehad, en/of was/waren op of omstreeks 11 mei 2016, - een greppel/sloot, - evenwijdíg gelegen langs (de noordzijde) van dat bedrijfsterrein -, met daarin een slibachtige substantie, aanwezig,(foto 2 pag 663), en/of -een verharding op dat bedrijfsterrein aanwezig die (deels) uit stelconplaten en/of (deels) uit (beton)klinkers bestond, en/of waar percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen naar de onbeschermde bodem en/of naar de greppel (foto's 4,16 en 17 pagina 669) en/of -op dat bedrijfsterrein afvalstoffen (groenafval) naast de verharde ondergrond opgeslagen en/of op de onbeschermde bodem opgeslagen en/of waarvan percolaatwater afstroomde naar de onbeschermde bodem (Foto 4 pag 664 en foto 18 en 19 pag 670), en/of -op dat bedrijfsterrein, tussen hopen groenafval en/of composteringsmateriaal een gang aanwezig waar percolaatwater afstroomde op de onbeschermde bodem (foto 5 pag 665) en/of een natuurlijke geul aanwezig waardoor dat percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen richting een greppel/sloot (gelegen aan de noordzijde van dat bedrijfsterrein), (foto 6 pag 665 en foto 15 pag 669), en/of -naast een zeefinstallatie, op dat bedrijfsterrein een geul aanwezig, waardoor percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen richting een greppel/sloot, (gelegen aan de noordzijde van da en/of haar mededader(s), alstoen, op een bedrijfsterrein gelegen aan de [adres] te Dalerpeel, een composteerinrichting voor de verwerking van groenafval aanwezig gehad, en/of was/waren op of omstreeks 11 mei 2016, - een greppel/sloot, - evenwijdig gelegen langs (de noordzijde) van dat bedrijfsterrein, met daarin een slibachtige substantíe, aanwezig, (foto 2 pag 663), en/of -een verharding op dat bedrijfsterrein aanwezig die (deels) uit stelconp1aten en/of (deels) uit (beton)klinkers bestond, en/of waar percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen naar de onbeschermde bodem en/of naar de greppel (foto's 4,16 en 17 pagina 669) en/of -op dat bedríjfsterrein afvalstoffen (groenafval) naast de verharde ondergrond opgeslagen en/of op de onbeschermde bodem opgeslagen en/of waarvan percolaatwater afstroomde naar de onbeschermde bodem (Foto 4 pag 664 en foto 18 en 19 pag 670), en/of -op dat bedrijfsterrein, tussen hopen groenafval en/of composteringsmateriaal een gang aanwezig waar percolaatwater afstroomde op de onbeschermde bodem (foto 5 pag 665) en/of een natuurlijke geul aanwezig waardoor dat percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen richting een greppel/sloot (gelegen aan de noordzijde van dat bedrijfsterrein), (foto 6 pag 665 en foto 15 pag 669), en/of -naast een zeefinstallatie, op dat bedríjfsterrein een geul aanwezig, waardoor percolaatwater afstroomde en/of kon afstromen richting een greppel/sloot, (gelegen aan de noordzijde van dat bedrijfsterrein) (foto 7 pag 666), en/of -op dat bedrijfsterrein (ongeveer 20) oude autobanden op de onbeschermde bodem opgeslagen (foto 8 pag 666), en/of -op dat bedrijfsterrein (circa 30 m3) plastic en/of banden en/of metaal en/of puinresten op de onbeschermde bodem opgeslagen (foto 9 pag 666), en/of -op dat bedrijfsterrein een afwateringsgeul aanwezig (die liep naar een opvangbassin aan de zuidwestzijde van dat bedrijfsterrein), die was gevuld met (percolaat)water en/of op sommige plaatsen vol zat met slib (foto 11 pag 667), en/of was op of omstreeks 5 juli 2016 percolaatwater (afkomstig uit een aarden wal) op de onbeschermde bodem van dat bedrijfsterrein aanwezig (foto 3 pag 677); zulks terwij1 verdachte, samen en in vereniging met anderen of een ander, danwel alleen, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven; 2. [verdacht bedrijf] B.V. op of omstreeks 11 mei 2016 te Dalerpeel, gemeente Coevorden tezamen en in vereniging met een ander of anderen danwel alleen, al dan niet opzettelijk, voor de afvoer van (vervuild) terreinwater afkomstig van een composteerinrichting voor groenafval gelegen aan de [adres] , aldaar, -aan de oostzijde van dat terrein één (gegraven) geul aanwezig heeft gehad, en/of -aan de noordzijde van dat terrein twee, althans één of meer (gegraven) geul(en) aanwezig heeft gehad, waardoor dat (vervuilde) terreinwater werd gebracht, althans kon worden gebracht, in één of meer perceelslo(o)t(en), zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl daartoe geen strekkende vergunning was verleend door het bestuur van het waterschap Vechtstromen, en/of daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en/of artikel 6.3 van de Waterwet niet van toepassing was, zulks terwijl verdachte, samen en in vereniging met anderen of een ander, danwel alleen, tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven en/of aan die verboden gedraging(en) feitelijk leiding heeft gegeven; 3 De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 De bewijsoverwegingen 4.1 Inleiding Verdachte is bestuurder van [bedrijf 1] BV. [bedrijf 1] BV is bestuurder en enig aandeelhouder van [verdacht bedrijf] BV. [verdacht bedrijf] BV (verder [verdacht bedrijf] ) is opgericht op 25 januari 2002 en haar activit Uit het dossier blijkt dat er op 11 mei 2016 een bedrijfscontrole is uitgevoerd op het terrein van [verdacht bedrijf] waarbij de betrokken verbalisanten hebben geconstateerd dat: - een greppel/sloot, - evenwijdig gelegen langs de noordzijde van het bedrijfsterrein - met daarin een slibachtige substantie, aanwezig was; - de verharding op het bedrijfsterrein deels uit stelconplaten en deels uit betonklinkers bestond; - op het bedrijfsterrein afvalstoffen (groenafval) naast de verharde ondergrond was opgeslagen waarvan percolaat afstroomde naar de onbeschermde bodem; - op het bedrijfsterrein, tussen hopen groenafval en/of composteringsmateriaal een gang aanwezig was waar percolaat afstroomde op de onbeschermde bodem; - een natuurlijke geul aanwezig was waardoor dat percolaat kon afstromen richting een greppel/sloot (gelegen aan de noordzijde van het bedrijfsterrein); - op het bedrijfsterrein een geul aanwezig was, waardoor percolaat kon afstromen richting een greppel/sloot gelegen aan de noordzijde van het bedrijfsterrein; - op het bedrijfsterrein (ongeveer 20) oude autobanden op de onbeschermde bodem waren opgeslagen; - op het bedrijfsterrein (circa 30 m3) plastic, banden, metaal en puinresten op de onbeschermde bodem waren opgeslagen; - aan de zuidzijde van het bedrijfsterrein een afwateringsgeul aanwezig was (die liep naar een opvangbassin aan de zuidwestzijde van dat bedrijfsterrein), die was gevuld met percolaat en op sommige plaatsen vol zat met slib. Voornoemde verbalisanten hebben foto’s genomen van de hiervoor beschreven aangetroffen situaties. Op 11 mei 2016 is er tevens een controle uitgevoerd door verbalisanten van het waterschap Vechtstromen. Zij hebben geconstateerd dat de bestaande bakgoten die voor de afvoer van het (vervuilde) terreinwater moesten zorgen, volledig waren dichtgeslibd. Omdat die bakgoten waren dichtgeslibd, kon het terreinwater van de composteerinrichting niet afgevoerd worden naar de op het terrein gelegen opvangbassins. De verbalisanten hebben voorts gezien dat, omdat er geen goede afvoer van het (vervuilde)terreinwater via de eerder genoemde bakgoten mogelijk was, het (vervuilde)terreinwater via gegraven geulen naar de naastgelegen perceelsloten werd afgevoerd. Deze sloten stonden volgens de verbalisanten in open verbinding met het oppervlaktewater. Voorts is er een monster genomen van het water dat naar een perceelsloot liep. Uit het analyserapport van dit monster blijkt dat er in het water grote hoeveelheden anorganische stoffen en metalen zijn aangetroffen. Op 5 juli 2016 heeft er nogmaals een bedrijfscontrole plaatsgevonden. Verbalisanten hebben toen geconstateerd dat er een aarden wal was gemaakt en dat percolaat door de aarden wal sijpelde en op de onbeschermde bodem van het bedrijfsterrein aanwezig was. De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij sinds vijf jaren bij [verdacht bedrijf] werkte als meewerkend voorman. Ten aanzien van het percolaat heeft hij verklaard dat dit water naar het bassin toeliep. Aan één kant liep een geul naar het bassin. Aan de andere kant waar de kraan stond, zat een foliebassin onder het materiaal. Op een diepte van een meter zat een foliebak. Die liep naar de afwateringsbak. Verder zaten er volgens getuige [getuige] drainagebuizen in de grond. Een keer in de zoveel tijd pompte hij deze buizen leeg en sproeide hij dit water over de compost uit. Gevraagd naar de geulen die zijn gegraven en waarvoor deze zijn, heeft de getuige verklaard dat deze geulen zijn gegraven om regenwater weg te laten lopen. Ook heeft de getuige een geul gegraven om het regenwater af te laten stromen naar de sloot. Al het compostmateriaal werd gezeefd om te zorgen dat er geen vreemd materiaal in zat als het werd afgevoerd. Gevraagd naar de bulten met puin achterop het terrein heeft de getuige verklaard dat deze uit de zeef kwamen en dat ze op het terrein zijn neergelegd omdat er in dit materiaal altijd nog compost kon zitten. Verdachte is eigenaar van een composteerinrichting voor de ver Daderschap van [verdacht bedrijf] en feitelijk leiding-/opdracht geven door verdachte De gedragingen en het nalaten in strijd met de wet- en regelgeving zoals hierboven omschreven, rekent de rechtbank toe aan [verdacht bedrijf] . Vorenbedoelde verwijten hebben immers plaatsgevonden in de sfeer van deze BV. De verweten gedragingen en het nalaten passen in de normale bedrijfsvoering van [verdacht bedrijf] , hebben plaatsgevonden onder (zij het te summier) toezicht en met concrete wetenschap van haar formeel en feitelijk leidinggevende – verdachte als directeur – en zijn haar dienstig geweest. De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan [verdacht bedrijf] terzake van de bewezenverklaarde gedragingen. Verdachte heeft, zoals hierboven omschreven, maatregelen ter voorkoming van de verboden gedragingen achterwege gelaten, terwijl hij als verantwoordelijke ondernemer gehouden was zijn onderneming binnen de wettelijke kaders te voeren en daartoe de noodzakelijke aanpassingen te verrichten. Verdachte heeft dit nagelaten en hij heeft de verboden activiteiten binnen [verdacht bedrijf] voortgezet, ondanks de wetenschap dat aan de wettelijke vereisten aan zijn inrichting niet was voldaan, terwijl hij wist of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden (feit 1 primair) en dat hij daarvoor geen vrijstelling of vergunning had (feit 2) . Conclusie Naar het oordeel van de rechtbank zijn de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 4.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat: 1. [verdacht bedrijf] BV in de periode van 11 mei 2016 tot en met 5 juli 2016 te Dalerpeel, in de gemeente Coevorden, opzettelijk, in strijd met artikel 10.1 lid 3 van de Wet milieubeheer bedrijfsmatig handelingen met betrekking tot afvalstoffen heeft verricht, terwijl daardoor naar zij wist of redelijkerwijs had kunnen weten, nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden of konden ontstaan, immers heeft [verdacht bedrijf] BV, op een bedrijfsterrein gelegen aan de [adres] te Dalerpeel, een composteerinrichting voor de verwerking van groenafval aanwezig gehad, en waren op 11 mei 2016, - een greppel/sloot, - evenwijdig gelegen langs de noordzijde van dat bedrijfsterrein - met daarin een slibachtige substantie, aanwezig en - een verharding op dat bedrijfsterrein aanwezig die deels uit stelconplaten en deels uit betonklinkers bestond, en waar percolaat afstroomde en/of kon afstromen naar de onbeschermde bodem en - op dat bedrijfsterrein afvalstoffen (groenafval) naast de verharde ondergrond opgeslagen en op de onbeschermde bodem opgeslagen en waarvan percolaat afstroomde naar de onbeschermde bodem en - op dat bedrijfsterrein, tussen hopen groenafval en/of composteringsmateriaal een gang aanwezig waar percolaat afstroomde op de onbeschermde bodem en - een natuurlijke geul aanwezig waardoor dat percolaat kon afstromen richting een greppel/sloot gelegen aan de noordzijde van dat bedrijfsterrein, en - op dat bedrijfsterrein een geul aanwezig, waardoor percolaat afstroomde en/of kon afstromen richting een greppel/sloot gelegen aan de noordzijde van dat bedrijfsterrein, en - op dat bedrijfsterrein (ongeveer 20) oude autobanden op de onbeschermde bodem opgeslagen, en - op dat bedrijfsterrein (circa 30 m3) plastic en banden en metaal en puinresten op de onbeschermde bodem opgeslagen, en - op dat bedrijfsterrein een afwateringsgeul aanwezig (die liep naar een opvangbassin aan de zuidwestzijde van dat bedrijfsterrein), die was gevuld met percolaat en op sommige plaatsen vol zat met slib, en was op of omstreeks 5 juli 2016 percolaat (afkomstig uit een aarden wal) op de onbeschermde bodem van dat bedrijfsterrein aanwezig, zulks terwijl verdachte aan die verboden gedragingen feitelijk leiding heeft gegeven; 2. [verdacht bedrijf] BV op 11 mei 2016 te Dalerpeel, gemeen Alles in aanmerking genomen is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een lagere straf moet worden opgelegd dan die door de officier van justitie is geëist. De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf van 60 uur opleggen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 8 De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d, 51, 57 en 91 Sr en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten. 9 De beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en onder 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feit - verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1 het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 10.1 lid 3 Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd; feit 2 het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 6.2 lid 1 Waterwet, begaan door een rechtspersoon waaraan verdachte feitelijk leiding heeft gegeven; strafbaarheid verdachte - verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair en onder 2 bewezenverklaarde; straf - veroordeelt verdachte tot een taakstraf , bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 60 (zestig) uren ; - beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen ; - beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt. Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. H. Stam en mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 november 2017. Bijlage bewijsmiddelen Leeswijzer Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Noord-Nederland, team milieu met nummer 160408.1142 en onder de naam NNRBA16003-CELEBRIAN. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. 1. De verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 30 oktober 2017 heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: Ik ben bestuurder van [bedrijf 1] BV. [bedrijf 1] BV is bestuurder en enig aandeelhouder van [verdacht bedrijf] BV. [verdacht bedrijf] BV is opgericht op 25-1-2002 en haar activiteiten bestaan uit het exploiteren van een composteringsbedrijf, waaronder begrepen de handel in groenafval en compost. Mijn bedrijf is gevestigd in Dalerpeel aan de [adres] . Het klopt dat bij besluit van 17 april 2001 mij een vergunning voor vijf jaar is verleend door de provincie Drenthe, voor het drijven van een composteerinstallatie. Sinds 2006 is gemeente Coevorden het bevoegd gezag. De gemeente Coevorden heeft de vergunning steeds verlengd onder dezelfde voorschriften. [verdacht bedrijf] BV heeft geen vergunning voor het lozen van vervuild terreinwater. Ik kwam niet dagelijks op het terrein. De dagelijkse werkzaamheden werden gedaan door een medewerker genaamd [getuige] . Hij was altijd aanwezig. Hij zei mij dat hij geulen wilde graven en ik heb tegen hem gezegd dat dit niet kon, maar ik heb er niet op toegezien of hij dat inderda Deze gegraven geulen bevinden zich op de volgende locaties op het terrein: Wij zagen aan de oostzijde van de locatie 1 gegraven geul deze kan afwateren op de perceelsloot die via de zuidzijde van de locatie via een open duiker afstroomt naar het oppervlaktewater. Op moment van controle zagen wij dat er op deze locatie geen afspoeling plaats vond. Bij navraag, bij de afdeling vergunningverlening van het waterschap vechtstromen werd ons medegedeeld dat aan [verdacht bedrijf] B.V. geen vergunning voor lozen van vervuild terreinwater op oppervlaktewater was afgegeven. Aan de noordzijde van de locatie zagen wij 2 gegraven geulen waarvan in 1 geul afstroming plaats vond van vervuild terreinwater. Wij zagen dat dit vervuilde terreinwater afstroomde naar de perceelsloot aan de noordzijde van deze locatie. Ook deze sloot stroomt af via een open duiker naar het oppervlaktewater. Deze sloten staan in open verbinding met oppervlaktewater. Op de locatie, waar afstroming plaats vond heb ik verbalisant Koekoek een ABC monster genomen. Deze monsters zijn na monstername direct in een seal bag verpakt en verzegeld. Het A monster is op 11 mei 2016 direct afgeleverd aan Aqualysis waterlaboratorium te Zwolle, deze zijn gecertificeerd voor het analyseren van strafrechtelijke monsters. 4. Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt op 5 juli 2016 door de verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] van de politie Noord Nederland (pag. 674 en 675 van het dossier), zakelijk weergegeven, inhoudende: In het onderzoek Celebrian hebben wij opdracht gekregen, om op het terrein van [verdacht bedrijf] BV, gevestigd aan de [adres] , te Dalerpeel, te onderzoeken, of percolaat nog vanaf het terrein in het oppervlaktewater loopt. Op dinsdag 5 juli 2016, waren wij ter plaatse. Wij zagen, dat aan de noordkant van het composteerterrein, de kant gelegen aan de zijde van de [adres] , een aarden wal was gemaakt. De aarden wal is aangelegd, aan de buitenzijde van terrein, dat in gebruik is bij het composteerbedrijf [verdacht bedrijf] BV. Wij zagen, dat de sloot op het composteringsterrein tot de rand was gevuld met donkerbruin water, vermoedelijk percolaat uit de compostering. Ook zagen wij, dat aan de buitenzijde van de wal op de bodem, soortgelijk water lag. Wij vermoeden, dat dit water langzaam uit de basis van de aarden wal sijpelde. Vanaf de aarden wal, loopt het terrein iets schuin af naar een sloot, die in open verbinding staat met een oppervlaktewater lichaam. Wij zagen dat deze strook grond op geen enkele wijze is verhard. Van de aangetroffen situatie werden foto’s gemaakt. 5. Een geschrift zijnde een analyserapport van Aqualysis waterlaboratorium te Zwolle, d.d. 24 mei 2016 (pag. 704 van het dossier) waaruit blijkt dat het watermonster dat op het terrein van [verdacht bedrijf] is genomen op 11 mei 2016 de navolgende stoffen bevat: 6. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] opgemaakt op 11 mei 2016, zakelijk weergegeven inhoudende: lk werk sinds vijf jaar op dit terrein bij het bedrijf [verdachte] . lk ben meewerkend voorman op het bedrijf. Op het terrein zet ik het materiaal om. We krijgen vooral bermgras en slootmaaisel. Het materiaal ligt dus op bergen op het terrein. U vraagt mij hoe het percolaat wordt opgevangen, lk weet wat percolaat is. Dit water loopt naar het bassin toe. Aan 1 kant loopt een geul naar het bassin. Aan de andere kant waar de kraan staat, zit een foliebassin onder het materiaal. Op een diepte van een meter zit een foliebak. Dit loopt naar de afwateringsbak. Verder zitten er drainage buizen in de grond. Een keer in de zoveel tijd pomp ik deze buizen leeg en sproei ik dit over de compost uit. Het ligt er een beetje aan hoeveel water in de pijp zit wanneer ik het wegpomp. U vraagt mij naar de geulen die zijn gegraven, waarvoor deze zijn. Dit is om regenwater weg te laten lopen. U vraagt mij of er ook percolaat doorstroomt. lk wil mij daar niet over uit laten. U vraagt mij waar het slib in de bassins heen gaat. Ik heb geloof ik 1 keer